Maryse Condé – Segou II. De verkruimelde aarde

Maryse CondéMARYSE CONDÉ
Ségou II, De verkruimelde aarde

Guadeloupe, Mali Roman
Vertaling: Edith Klapwijk
Paperback, 480 blz. € 11,50
ISBN 90-6265-287-5
Eerste druk, gebonden 1987
Zesde editie, Eerste druk 2001

Ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan in 2001 verschijnen Ségou I en Ségou II weer als aparte paperbacks voor de speciale prijs van 11,50 per deel.

Het verval van een trots en onafhankelijk rijk in Noordwest-Afrika zoals dat werd beleefd door een vooraanstaande familie – dit is het thema van De verkruimelde aarde, de tweede roman van Maryse Condé’s monumentale cyclus Ségou.

Na de zegevierende intocht van de islamitische veroveraar El-Hadje Omar in Ségou is de inheemse dynastie verjaagd en zijn de fetisjen verbrand: de minaretten verrijzen achter de aarden wallen en de vrouwen bedekken zedig hun haar en hun borsten. Ségou bekeert zich tot het geloof aan de ware God, al is hij bij velen niet meer dan een sluier die hun dierbaarste tradities bedekt.
Nu het spookbeeld van de vreemde overheersing werkelijkheid is geworden en de mensen zich zo goed mogelijk in hun nieuwe lot schikken, doemt een nieuwe bedreiging op: de blanken stellen zich niet langer tevreden met hun handelsconcessies en nederzettingen langs de kust; hun kanonneerboten varen de rivieren op, expedities worden naar de binnenlanden gestuurd en spoorwegen worden gepland om Afrika’s rijkdommen te ontsluiten.
De verscheurdheid van de Bambara’s, het volk dat Ségou had gesticht, vindt zijn weerslag in de lotgevallen van de familie Traoré: zij verspreiden zich in alle windrichtingen, tot aan Brazilië en Jamaïca toe; de een vecht voor het rijk van Allah terwijl een ander in Franse dienst treedt en een derde de roeping van de kerk van de God der blanken volgt. De strijd om de overheersing van Afrika wordt ook de strijd om de ziel van de Afrikaan.

De pers over Ségou
«Ségou is niet de overbekende geschiedenis van de kolonisatie; het is de – vooralsnog genegeerde – geschiedenis van de Afrikanen… Een wereld openbaart zich tegelijk met haar verval. Maryse Condé weet door haar overtuigende verteltrant afstanden te overbruggen.» – L’Express

«Dit werk van Maryse Condé laat zich op de eerste plaats lezen als een goed geschreven avonturenroman, rijk aan verwikkelingen en onvoorziene gebeurtenissen.» – Le Figaro

«Ik heb Afrika zijn lompen willen afnemen waarin het tegenwoordig gekleed gaat.» – Maryse Condé

Maryse Condé – Segou I. De aarden wallen

Maryse CondéMARYSE CONDÉ
Ségou I, De aarden wallen

Guadeloupe, Mali Roman
Vertaling: Stefaan van den Bremt
Paperback, 512 blz. 11,50
ISBN 90-6265-286-7
Eerste druk, gebonden 1987
Zesde editie, Eerste druk 2001

Ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan in 2001 verschijnen Ségou I en Ségou II weer als aparte paperbacks voor de speciale prijs van 11,50 per deel.

Ségou, ‘de tuin der lusten’, is de hoofdstad van een machtig rijk in Noordwest-Afrika. De burgers aanbidden hun fetisjen en genieten van hun voorrechten als heersers over vele onderworpen volkeren in de omstreek. Totdat in het midden van de vorige eeuw vanuit het noorden de roep naar Allah doorklinkt – en zich in dezelfde tijd de eerste blanke voor de poorten van Ségou aandient. De priesters raadplegen de heilige voorwerpen en duiden de tekens: het einde van het leven zoals zij het kennen is in zicht; niets meer zal zijn zoals het was…

Met haar monumentale saga Ségou ontsluit Maryse Condé een geheel onbekende wereld.
Gesitueerd in het 19-de eeuwse Mali worden de lotgevallen gevolgd van Dousika Traoré, vertrouweling van de koning van Ségou, en zijn vrouwen. Hun nazaten symboliseren de dilemma’s en gevaren waarvoor zich de Afrikanen geplaatst zien: de aantrekkingskracht van een universele godsdienst, de verleidingen van de Europese beschaving, de alom loerende slavenhalers, het lokkende vooruitzicht om het onveilige vaderland te verlaten en het geluk in vreemde dienst te zoeken.
De historische achtergrond van dit familie-epos vormt de neergang van een der laatste authentieke Afrikaanse rijken, dat van de Bambara met de hoofdstad Ségou. Dit krijgshaftig volk van landbouwers die de oude Afrikaanse tradities aanhangen, worden uitgedaagd door de oprukkende islam. Steeds meer onderworpen nomadenvolkeneren uit de streek worden bekeerd en de rivaliserende handelssteden Tombouctou en Djenné zijn tot centra van Arabische (god)geleerdheid geworden. Maar ook onder de bevolking van de hoofdstad – tot zelfs in de families der edelen – neemt de invloed van deze godsdienst toe.
Een andere permanente dreiging gaat uit van de Europese Nederzettingen langs de Golf van Guinee. Zij moeten met een gestage stroom slaven voor de Nieuwe Wereld worden voorzien, en de blanken hebben plannen om hun gebieden uit te breiden en grote plantages in Afrika op te zetten.

De pers over Ségou
«Deze geschiedenis mag zich dan anderhalve eeuw geleden afspelen onder zwarten uit het verre Mali, als hedendaagse blanke lezer herken je moeiteloos hun drijfveren en emoties, hun worsteling met zichzelf en de wereld om hen heen. Het collectieve drama van de geschiedenis en de individuele tragedie van de mens zijn in dit epos op meesterlijke wijze op elkaar betrokken. Zelden las ik zo’n geslaagde poging het leven in al zijn dimensies te verbeelden.» – Vrij Nederland

«Met Ségou heeft Maryse Condé een nieuwe standaard gevestigd voor de historische roman over Afrika.» – De Volkskrant

«Een van de beste romans die ik sinds lang gelezen heb en waar ik meer dan vijfhonderd bladzijden lang genoten heb. Maryse Condé levert hier een pareltje van verplichte literatuur.» – Het Volk

«Deze magistrale saga, waarin ook onvergetelijke vrouwenfiguren, speelt in het oude animistische Afrika aan het eind van de achttiende eeuw. De geschiedenis van het binnendringen van de islam in Afrika is nog niet erg bekend; zeker in romanvorm is er weinig over geschreven.» – NRC Handelsblad

Maryse Condé – Guadeloupe. Waargebeurde verhalen uit mijn jeugd

Maryse CondéMARYSE CONDÉ
Guadeloupe. Waargebeurde verhalen uit mijn jeugd.

Guadeloupe, Verhalen
Vertaling: Eveline van Hemert
Gebonden, 160 blz. 17,90
ISBN 90-6265-522-x
Eerste druk 2001

Onderscheiden met Le prix Marguerite Yourcenar Maryse Condé beschrijft het Guadeloupe van de jaren vijftig, de wereld waarin ze als tiener opgroeide, vanuit het verbaasde kind dat ze ooit was. Het is een tijd van verborgen verdriet, verzwegen armoede en naast elkaar levende rassen: men huilt niet als een dierbare is overleden, spreekt geen creools in het openbaar, ontslaat nog kindermeisjes op staande voet.

De jonge Maryse ervaart dat blanke kinderen haar neerbuigend behandelen en denken haar te mogen slaan, enkel omdat ze een negerin is. Zelf groeit ze echter ook op als iemand van de betere klasse: ze behoort tot de keurig geklede, goed geschoeide kinderen die naar school gaan om later iemand te worden. Ze ontdekt dat het schrijven ban een opstel grote gevolgen kan hebben en het begin kan zijn van een schrijversleven waarin haar vluchten in fantasie en de droom van zelfstandigheid samenkomen

«Of ze nu fictie schrijft, sagen of verhalen, of dat ze, zoals hier, de pen pakt om te vertellen over haar eigen jeugd, in oprechte bewoordingen zonder opsmuk, ze blijft de grote Maryse Condé. – La Dépêche

«De lezer zal in het verhaal de persoonlijkheid herkennen van deze grande dame van de literatuur, die met recht mag zeggen dat ze de eed uit haar jeugd trouw is gebleven.» – L’Autre Afrique

«Deze terugkeer naar de gebarsten herinneringen van haar jeugd is voor haar de manier om haar moeilijke weg te begrijpen. En voor de lezer werpt het op boeiende wijze licht op haar bewustwordingsproces.» – Le Temps

Aart Broek – Het zilt van de passaten

aart broekAART BROEK
Het zilt van de passaten
Caribische literatuur in de twintigste eeuw

Cariben, Nederlands, Essays
Paperback, 232 blz., € 15,75
ISBN 978-90-6265-463-5
Tweede, geheel herziene en uitgebreide editie 2000

Het zilt van de passaten geeft inzicht in de belangrijkste motieven en thema’s van de Caribische literatuur in de 20ste eeuw. Vooral (of: pas!) in de jaren negentig kreeg deze veeltalige literatuur mondiale erkenning doordat de belangrijkste literaire prijzen, zoals de Nobelprijs en de Prix Goncourt, ten deel vielen aan Caribische schrijvers, resp. Derek Walcott en Patrick Chamoiseau, vertegenwoordigers van het Engelse en Franse taalgebied in de Cariben, waartoe verder – naast de Caribische creoolse talen – ook het Spaans en Nederlands behoren.

Behalve van de genoemde auteurs komt het werk van vele andere belangrijke schrijvers ter sprake: V.S. Naipaul, Jean Rhys, Earl Lovelace, Maryse Condé, Simone Schwarz-Bart, Reinaldo Arenas, Alejo Carpentier, Caryl Phyllips, maar ook van Frank Martinus Arion, Boeli van Leeuwen, Tip Marugg en Anil Ramdas – en dat maakt Het zilt van de passaten tot een bijzonder boek – in samenhang met elkaar en in relatie tot tal van andere culturele en maatschappelijke uitingen als reggae, calypso, rastafarianisme, carnaval, voodoo. Niet eerder werd de Caribische literatuur zo overkoepelend en over de taalgrenzen heen beschouwd.

Maryse Condé – Tituba, de zwarte heks van Salem

Maryse CondéMARYSE CONDÉ
Tituba, de zwarte heks van Salem

Guadeloupe, Roman
Vertaling: Edith Klapwijk
Paperback, 248 blz. 11,50
ISBN 90-6265-298-0
Derde editie, eerste druk in Reprise Literair 1999

Maryse Condé baseert zich in Tituba op historische documenten van de berucht geworden heksenprocessen die in 1692 in Amerika hebben plaatsgevonden en welke historie Arthur Miller in de jaren vijftig inspireerden tot zijn befaamde toneelstuk The Crucible (De heksen van Salem).

«Ik voelde dat in deze processen tegen de heksen van Salem, die zoveel inkt zouden doen vloeien, die de nieuwsgierigheid en het medelijden van toekomstige generaties zouden opwekken en voor iedereen het meest waarachtige blijk van een lichtgelovig en barbaars tijdperk zouden worden, mijn naam slechts die van een onbelangrijk bijfiguur zou zijn. Hier en daar zou men kunnen lezen der er ‘een slavin van Antilliaanse oorsprong die waarschijnlijk aan voodoo deed’ was geweest.» Aldus de ‘profetie’ van de hoofdpersoon Tituba, de zwarte heks van Salem.

Maryse Condé: ‘Wat mij in de figuur van Tituba fascineerde was het feit dat zij als enige zwarte heks volledig door de geschiedenis was vergeten. Alle andere, blanke, heksen zijn later gerehabiliteerd, maar niemand bekommerde zich om Tituba. Ik heb geprobeerd een heldin van haar te maken door Tituba in een compleet verbeelde reconstructie een plaats in de geschiedenis te geven.’

De pers over Tituba, de zwarte heks van Salem
«Via de pen van Condé wordt Tituba het symbool van de ontwortelde Afrikaanse.» – Haagsche Courant.

«In Tituba geeft Condé letterlijk stem aan een vrouw, die inde historische overlevering (…) een ondergeschikte rol kreeg toebedeeld.» – De Volkskrant

«De relatie tussen de seksen is in de romans van Condé en Schwarz-Bart vrijer, opener dan in een van de werken van de mannelijke schrijvers. Daarenboven heeft Condé in Tituba de mogelijkheid van een lesbische relatie tussen Tituba en Hester Prynne opengelaten.» – James Arnold

«Condé vervreemdt haar lezers van het vertrouwde en maakt vertrouwd met het vreemde. Zo worden in Tituba bepaalde aspecten van de westerse – in het bijzonder de joodse – beschaving in een alleszins gunstig licht geplaatst, naast de gerechtvaardigde kritiek op weer andere aspecten.» – Aart G. Broek

Maryse Condé – Bovenwindse hoogten

Maryse CondéMARYSE CONDÉ
Bovenwindse hoogten

Guadeloupe, Roman
Vertaling: Eveline van Hemert
Paperback, 378 blz. € 17,90
ISBN 90-6265-459-2
Eerste druk 1998
Tweede druk 1999

Heathcliff komt opnieuw tot leven in de zwarte vondeling Razyé, en Cuba en Goudeloupe aan het eind van de negentiende eeuw vormen het Caribische decor voor zijn vernietigende passie voor de kleine mulattin Cathy. Met behoud van de emotionele kracht van het oorspronkelijke verhaal biedt Maryse Condé een levendig toneel met de dramatische waarheden van een veranderende maatschappij: mysterieuze krachten van het geloof, gewortelde vijandschappen en rivaliteiten tussen families en bovenal de alles verterende liefde tussen Razyé en Cathy.

De pers over Bovenwindse hoogten
«Bovenwindse hoogten is geschreven als eerbetoon aan Emily Brontës Wuthering Heights maar ook zonder die hulde sprankelt de nieuwe roman van Maryse Condé van magie, romantiek en dramatiek, vertaald in rijk Nederlands. Het verhaal over de fatale liefde tussen Cathy en Rayzé wordt door verschillende personages verteld, een aantal keren door – vrouwelijke – bedienden. Door ook deze ondergeschikten een vertelperspectief te geven beperkt Condé zich niet tot de liefdesgeschiedenis, maar bedt zij het verhaal in de sociaal-economische setting van die tijd in.» – De Morgen

«De aanpassingen zijn waarlijk Caraïbische aanpassingen: een gepassioneerde maarkuise verliefdheid zoals die tussen Heathcliff en de Engels Cathy is in de Caraïben ondenkbaar. Er is de nadrukkelijke suggestie dat de geliefden aan het eind van het boek in feite broer en zus zijn, al stopt Condé net voor het punt waar dat ondubbelzinnig duidelijk wordt. Condé is vermoedelijk de meest gelezen Caraïbisch auteur van het moment. Dit laatste boek van haar is een goede keuze..» – NRC Handelsblad

«Met Bovenwindse hoogten sluit Maryse Condé aan bij een Caribische traditie van bewerkingen van beroemde werken uit ‘de oude wereld’, zoals die van Aimé Césaire van De Storm van Shakespeare en die van Nobelprijswinnaar Derek Walcott van de Ilias van Homerus. Dit is geen koloniaal verschijnsel, geen bewijs van beïnvloeding, maar is door de manier waarop met de oorspronkelijke stof wordt omgesprongen juist een duidelijk teken van dekolonisatie en eigen identiteit. Condés verhaal over liefde, haat en wraak dient als metafoor voor de gigantische problematiek van de Caribische wereld in het begin van deze eeuw. Condé is een rasvertelster. Door het verhaal heen schetst ze op beeldende wijze de kleurige, heterogene Caribische wereld.» Els Moor in De Ware Tijd

Maryse Condé – Kolonie De Nieuwe Wereld

Mayse CondéMARYSE CONDÉ
Kolonie De Nieuwe Wereld

Guadeloupe, Roman
Vertaling: Rosa Pollé
Gebonden, 300 blz. € 20,–
ISBN 90-6265-436-3
Eerste druk 1997

Aton probeert zijn leven opnieuw in dienst te stellen van de Zonnegod, wiens zoon hij zegt te zijn, en het geloof in de uiteindelijke terugkeer naar het Beloofde Land Egypte levend te houden. Maar de kiem van verdeeldheid is in kleinste kring al gezaaid: zijn vrouw is hem in Guadeloupe ontrouw geweest met een blanke. De sekte groeit nog wel, met twee Duitsers en met ee nviertal vluchtelingen uit Haïti, maar langzaamaan komt Aton tot het besef dat de verhuizing van de kolonie naar Egypte een utopie is en ziet hij voor zijn sekte nog maar één oplossing.

Kolonie De Nieuwe Wereld is een prachtig gecomponeerde roman waarin Maryse Condé de diversiteit van de vereerders van de Zonnegod, hun onderlinge liefdes en ruzies, van alle kanten belicht en tevens haarscherp de aanvankelijke macht van hun leider en hun uiteindelijke verdeeldheid van de commune toont – als was het een blauwdruk van de tragiek van de Zuid-Amerikaanse en Caribische wereld zelf.

Opnieuw is Maryse Condé erin geslaagd een universeel thema te plaatsen in haar eigen Caribische regio en te verwerken tot een zeer leesbare, volstrekt eigentijdse roman.

Aton is net uit de gevangenis in Guadeloupe ontslagen, waar hij, op beschuldiging van teleurgestelde sekteleden van zijn eens bloeiende commune, een straf heeft uitgezeten wegens vermeend seksueel misbruik van vrouwen en kinderen. Met zijn vrouw en kinderen en nog twee getrouwe volgelingen vertrekt hij naar Colombia. De bewoners van Santa Maria vinden de nieuwkomers – die slechts gekleed gaan in lendendoek, wilde rasta-achtige haren dragen en bizarre rituelen uitvoeren – nogal vreemd en hangen bij wijze van spot aan het hek rond het terrein het bordje Kolonie De Nieuwe Wereld.

De pers over Kolonie de Nieuwe Wereld
«De beschrijving van een sekte die Maryse Condé geeft is adembenemend. De beklemmende sfeer van de broeierige kolonie ‘De Nieuwe Wereld’ in het Colombiaanse Santa Maria doortrekt het verhaal van het begin tot het eind. Hoe fantastisch de figuren ook zijn. Maryse Condé weet ze als doodgewone mensen te laten overkomen.» – Trouw

«Romans over vereerders van de Egyptische Zonnegod, hun onderlinge liefdes en ruzies (Proviniale Zeeuwse Courant), die men ook kan zien als een parabal van de kwalen waaraan de kleine Caribische eilanden te lijden hebben: de altijd sluimerende raciale problemen. Goed gecomponeerd en boeiend geschreven.» – NBD

«De boeken van de Guadeloupse schrijfster Maryse Condé hebben altijd iets bovennatuurlijks, iets metafysisch en Kolonie De Nieuwe Wereld is geen uitzondering.» – Theo de Rooy

«Bij Condé krijgt het straatrumoer onderdak in een meeslepend verhaal. Bij haar krijgt het nuanceringen mee, wort het ontdaan van het alledaagse politieke zwart-wit denken. In Kolonie De Nieuwe Wereld wordt duidelijk waarom zovelen de regio trachten te ontvluchten – in religieus fanatisme of door het vliegtuig te pakken.» – Algemeen Dagblad

Maryse Condé – De open plek. Bloemlezing

Maryse CondéMARYSE CONDÉ
De open plek

Caribisch gebied, Bloemlezing
Vertaling: Fred de Haas
Pocket, 231 blz. 7,50
ISBN 90-6265-740-0
Oorspronkelijke uitgave Tim tim? Bois Sec!, 1980 & De open plek, 1984
Eerste druk als Globe Pocket 1996

Bloemlezing van de literatuur uit de Franse Cariben. Met een nieuw hoofdstuk door Kathleen Gyssels.

«Een voortreffelijke inleidende bloemlezing.» – Mineke Schipper in NRC Handelsblad

Maryse Condé geeft in De open plek een verhelderend overzicht van het ontstaan van de literatuur in het Caribisch gebied en over de verschillende literaire vormen – van de mondeling overgeleverde literatuur tot en met het essay. Maryse Condé illustreert deze geschiedenis met werk van 29 schrijvers van de Franse Antillen en Frans Guyana, onder wie Simone Schwarz-Bart, Aimé Césarie, Frantz Fanon en Eduard Glissant, in een thematisch geordende bloemlezing: er zijn stukken over slavernij en discriminatie, over de woonomgeving en de stad, over verzet en door de blanken hardhandig gebroken stakingen.

Door deze opzet is De open plek een verrassende bundel die zowel de drang tot aanpassing en erkenning laat zien die leidde tot het schrappen van elke ‘zwartheid’ in de taal en zelfs tot het kiezen van een Frans pseudoniem, als de trots op het feit dat Joséphine, de vroegere keizerin van Franktrijk, afkomstig was uit Fort-de-France op Martinique.

«Waardevol en informatief.» – Leeuwarder Courant

Simone Schwarz-Bart – Je knappe kapitein. Eenakter

978-90-6265-426-0Simone Schwarz-Bart
Je knappe kapitein
Guadeloupe
Vertaling Eveline van Hemert
Nawoord Kathleen Gyssels
Gebonden in stofomslag, 64 blz., € 11,50
ISBN 978-90-6265-426-0
maart 1996
Winkelprijs opgeheven.

Zoals zo veel andere auteurs van de Caribische archipel (Derek Walcott, Maryse Condé) begrijpt Simone Schwarz-Bart (Guadeloupe) dat het theater meer dan de roman in staat het lokale publiek te bereiken. Je knappe kapitein (Ton beau capitaine) richt zich heel duidelijk tot de bevolking van Guadeloupe en die ‘minderheid’ die er in steeds groteren getale haar toevlucht zoekt: de Haïtianen. De zetten helemaal niet als ‘knappe kapitein’ voet aan wal op hun adoptie-eiland, maar eerder als meelijkwekkende drenkelingen, wier overvaart herinnert aan de ‘Middle Passage’ van hun voorvaders.

Zo vergaat het Wilnor die zijn vrouw Marie-Ange verliet voor een baan in Guadeloupe op zoek naar een El Dorado. En dat is ook het idyllische beeld dat hij zijn achtergelaten echtgenote voorspiegelt, uit angst dat zij zich te veel om hem bekommert. In werkelijkheid is hij echter een hongerige miserabele ‘outsider’, alleen goed genoeg om suikerriet te kappen onder de brandende zon.

Zijn schrijnende eenzaamheid en afzondering probeert Wilnor te verdrijven door cassettes te sturen aan Marie-Ange. De cassette blijkt echter al gauw een ontoereikend communicatiemiddel voor de geliefden: de sten alleen volstaat niet om de afstand die heb scheidt, te overbruggen. Wanneer Marie-Ange opbiecht hem bedrogen te hebben, verbergt Wilnor zijn diepe droefheid en ontroostbare wanhoop in zang en dans – en in goedkope rum.

De uitgave van deze prachtige tekst uit 1987 completeert het uiterst kleine, maar bijzondere oeuvre van Simone Schwarz-Bart in Nederlandse vertaling. Zij debuteert in 1968 met de zeer aparte roman Een schotel varkensvlees. Logboek van een Antilliaanse vrouw, die samen met haar man André Schwarz-Bart schreef. In 1972 verschijnt haar met de Prix Fémina bekroonde bestseller Wind en zeil, in 1979 gevolgd door haar grote en grootse roman Horizont.

Meer over Simone Schwarz-Bart

Maryse Condé – De laatste koningszoon

Albert HelmanMARYSE CONDÉ
De laatste koningszoon

Guadeloupe, Roman
Vertaling: Eveline van Hemert
Gebonden, 282 blz. € 20,–
ISBN 90-6265-415-0
Eerste druk 1995

Op Guadeloupe vereert een Antilliaanse familie hun voorvader die lang geleden de koning was van het Afrikaanse land Dahomey. Zijn portret prijkt als decennia lang boven het buffet. Door de jaren heen is er een ware cultus ontstaan en zijn afstammelingen blijven zijn naam eren met een exotisch ritueel dat in de loop der tijden echter meer lachwekkend dan heilig geworden is.

Tegen deze kleurrijke achtergrond speelt het verhaal van Spéro en zijn Amerikaanse vrouw Debbie. Spéro is kunstenaar, en de achterkleinzoon van de Afrikaanse koning. Zijn afstamming blijkt tot op heden een grote invloed op zijn persoonlijke leven te hebben, maar zijn intellectuele vrouw verwijt hem dat hij niet op de hoogte is van de ‘echte’ zwarte geschiedenis.

Met veel warmte en humor vertelt Maryse Condé het verhaal van een familie waarvan het verleden op allerlei manieren uitwerking heeft op het heden. Door de ingenieuze structuur, waarbij de gebeurtenissen in het heden worden afgewisseld met flashbacks en notities uit het verleden, leidt Spéro’s zoektocht langzaamaan naar de wortels van zijn bestaan.

Maryse Condé (1937, Guadeloupe) verwierf grote faam met haar epos over Afrika Ségou, dat in Nederland een gigantische bestseller werd. Voor Tituba. De zwarte heks van Salem kreeg zij de Grand Prix littéraire de la Femme en voor Het valse leven de Prix Anaïs Nin de l’Académie française.
In 1993 werd Maryse Condé als eerste vrouw voor haar gehele oeuvre bekroond met de prestigieuze Amerikaanse Puterbaugh Prize voor Frans- en Spaanstalige literatuur.

De pers over De laatste koningszoon
«Met deze roman voegt Condé zich bij de grote zwarte Amerikaanse romanschrijfsters Alice Walker en Toni Morisson.» – Daniele Mazingarbe

«Zowel een zwarte familiekroniek als een scherpe sociale satire. Een aaneenschakeling van fraaie verhalen.» – Vrij Nederland

«Het verlangen naar Afrika als mythisch houvast wordt in mootjes gehakt. De roman klopt als een jong hart.» – Algemeen Dagblad

«Twee benamingen zijn van toepassing op deze geschiedenis van Maryse Condé: kostelijk en subliem. Een geestig en knap geschreven verhaal dat, zoals goede literatuur hoort te doen, toch tot nadenken stemt over de werkelijkheid.» – Le Monde