F. Starik overleden op 16 maart 2018

StarikFoto website starik.nl

1 Juni 2017 werd in Ro-theater als programmaonderdeel van Poetry International ‘In de kring van menselijke warmte’ gepresenteerd, de hommagebundel voor de in 2015 overleden dichter Rogi Wieg. Een van de tien dichters die uitgenodigd werd hun ode aan Rogi Wieg voor te dragen was F. Starik. Op die avond was het wachten op zijn komst, op hem aan wiens bijdrage de bundel voor zijn dichtersvriend Rogi zijn titel dankte. Maar in zijn plaats kwam de mededeling dat hij met een hartaanval in het ziekenhuis lag. Het liep toen maar net goed af. Vandaag niet. Dertig jaar geleden namen uitgever/redacteur Jos Knipscheer en redacteur Howard Krol hem op in het fonds van Uitgeverij In de Knipscheer. Hij debuteerde er met de bundel ‘Nepvuur’ waarvoor hij de De Avonden Literatuurprijs ontving. Een jaar later werd werk van hem opgenomen in de bloemlezing Maximaal, die Howard Krol (onder de naam Arthur Lava) voor de uitgeverij samenstelde. In 1993 volgde bij In de Knipscheer zijn eerste prozaboek ‘Mijn leven als museum’ en in 2002 en 2004 de bundels (beide met muziekcd) ‘Simpele ziel’ en ‘De Grote Vakantie’. In 1996 was hij een van de initiatiefnemers en redacteuren van ‘Van gelijke duisternis’, het postume officiële dichtersdebuut van zijn in 1991 overleden dichtersvriend Paul van der Steen – ook bij deze uitgeverij. Frank, dank voor al het moois dat je deed en ons gaf: een kring van menselijke warmte. – Franc Knipscheer
Meer over F. Starik op deze site

«Een microscoop op de ziel van de dichter.» – Rob van Erkelens

RogiRogi75Foto Rogi Wieg, archief Rogi Wieg; tekening Judith Heinsohn

Over Rogi Wieg in De Groene Amsterdammer (22 juli 2015)*, 1 juni 2017:
(…) Wieg was een échte dichter, voor wie de poëzie de Hoogste Literatuur was. Poëzie was niet een commercial voor het ego van de maker, maar een vergrootglas. Geen telescoop op een spetterend, uitdijend universum, maar een microscoop op de ziel van de dichter. Robert Gabor Charles Wieg, zoon van Hongaarse ouders, mooie kop, had een ziel, zoals een romantische dichter een ziel hoort te hebben. Poëzie was voor hem een middel tot zelfonderzoek. Een mogelijkheid om te denken, te reflecteren. Te peinzen. Liever dan een functionerend lid van de opgeschroefde maatschappij te zijn, was hij een dichter. (…)
*Op deze site herplaatst ter gelegenheid van de presentatie van ‘In de kring van menselijke warmte’, de hommage van honderd dichters aan Rogi Wieg op 1 juni 2017 bij Poetry International.
Lees hier het artikel
Meer over ‘In de kring van menselijke warmte’
Meer over Rogi Wieg bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Rogi Wieg schreef op geheel eigen wijze, die niet veranderde, niet werd aangepast en – ik las vandaag zijn nieuwe bundel ‘Khazarenbloed’ – ook in 2012 volledig intact is.» – Chrétien Breukers

KhazarenbloedOver ‘Khazarenbloed’ van Rogi Wieg op De Contrabas, 4 september 2012:
Alles is er nog, de prozazinnen die meanderend voortgaan. De zinnen die even pijn doen (‘Het regent deze zomer zoveel, / maar ook deze zomer is een uitgangspunt.’). Nou ja, deze bundel is weer helemaal en volledig Rogi Wieg. Hij is nooit weggeweest, dus het heeft geen zin om te spreken van een come back.

Lees hier het blog

Arthur Lava – Maximaal. Werk van 11 Nederlandse en Vlaamse dichters

906265-277-8Arthur Lava
Maximaal
Werk van 11 Nederlandse en Vlaamse dichters

Bloemlezing
120 blz., € 12,00
ISBN 90-6265-277-8
Eerste druk 1988
Uitverkocht

Onaangekondigd, maar luidruchtig werd vlak voor de zomer in het Amsterdamse Roxy de poëziebloemlezing Maximaal gelanceerd. ‘It’s official now,’ schreef Joost Niemöller later in De Held. Artikelen van Arthur Lava in dat zelfde blad en van Joost Zwagerman in de Volkskrant hadden al heel wat stof doen opwaaien en duidelijk gemaakt dat er na de fletse stilleven-poëzie van de jaren zeventig en tachtig dringend behoefte was aan de poëzie van de klauwhamer, aan bravoure en grilligheid, aan robuuste romantiek, én dat zulke poëzie ook al geschreven werd. Maar pas toen de bundel Maximaal (met door Arthur Lava gekozen en ingeleide gedichten van Pieter Boskma, Bart Brey, Dalstar, Johan Joos, René Huigen, Tom Lanoye, Arthur Lava, K. Michel, Frank Starik, René Stoute en Joost Zwagerman) eenmaal verschenen was, bleek hoezeer die behoefte aan verandering leefde: ruime aandacht in dag- en weekbladen en op radio en tv.

En de discussie woedt voort. Wie zich aangevallen voelt uit schampere kritiek. Maar intussen is het aanzien van de poëzie al veranderd: er verschijnt geen recensie meer of er wordt aan de Maximalen gerefereerd. En nu al wordt duidelijk dat het om meer dan alleen de poëzie gaat.

Het wachtwoord is ‘maximaal’. En dat blijft het ook het komende seizoen.

«Als het niet zo voor de hand zou liggen, zou je veronderstellen dat de Nederlandse poëzie binnenkort van aanzien gaat veranderen.» – Guus Middag in Vrij Nederland

Wil de nieuwe Gorter of Lucebert (m/v eindelijk opstaan om van al die ‘stilstand in beweging’ eindelijk eens echte beweging te maken.» – Ton Anbeek in Eslevier

Nu zijn we waar we moeten wezen. Een debat over de stand van de poëzie blijft namelijk in de lucht hangen zolang er geen namen worden genoemd.» – Jaap Goedegebuure in De Haagse Post.