«Ach jullie moeten die bundels maar gaan kopen, allebei.» – John Zwart

VoorplatSpaanWaschOver ‘Tegen het vergeten en voor de behoedzaamheid’ van Alja Spaan en ‘Het geluid van denken’ van Karel Wasch, 14 november 2018:
(…) Alja Spaan’s bundel gaat over een geliefde W, over liefde dus maar ook het gemis daarvan. (…) Prozagedichten van twee regels, schijnbaar willekeurig afgebroken en dan een witregel. Beeldend, alsof je in een film binnenvalt, een korte scene ziet – en die weer verlaat waarna je verbeelding de rest moet bedenken. (…) De bundel van Karel Wasch gaat over de leegte van de stad, de melancholie van het verval, ook over het verliezen, van vriend Erik. Het geluid van denken is als het ritmisch tikken op een mechanische schrijfmachine, een geluid wat een slaperig kind tot rust brengt. Een gedicht dat tracht de onmacht van de dichter onder woorden te brengen. Onmacht om een vriend te redden van het onverstand, van verplegers uit een instelling voor geesteszieken. (…)
Lees hier verder
Meer over ‘Tegen het vergeten en voor de behoedzaamheid’
Meer over ‘Het geluid van denken’

Alja Spaan – Tegen het vergeten en voor de behoedzaamheid. Gedichten

VoorplatBehoedzaamheid-75Alja Spaan
Tegen het vergeten en voor de behoedzaamheid

gedichten
Nederland
gebrocheerd in omslag met flappen,
92 blz., € 18,50
978-90-6265-622-6
eerste druk oktober 2018

Tegen het vergeten en voor de behoedzaamheid wijst de lezer op al die momenten waaruit het leven bestaat, het kwetsbare en dat waar we vaak overheen kijken. Door ogenschijnlijk heel particulier te zijn plaatst Spaan ons juist voor de spiegel. Wat weten we zelf nog van onze jeugd, de liefdes en het leven dat achter ons ligt? De gedichten nemen ons mee op sleeptouw en al lezende genieten we van het ritme, de klanken en de inhoud, om vervolgens ons eigen verhaal ernaast te leggen. Juist door niets verbloemend te dichten ontstaan gedichten die verder gaan dan herinnering. Ze worden een lofzang op het leven. Of, zoals Alja Spaan schrijft in het gedicht Uit een van de vensters:
‘Een vrouw zou met zingen beginnen, aarzelende psalmen waarin het hert naast de tijger rust en gespaard blijft.’

Poëzie maken is het verzamelen van je geur,
je natte voetstappen in de gang, beelden van
een slapend hoofd op mijn kussen, een vrouw voor het
venster. Begrijpen is stof dat uit de lakens
komt, blazen tegen je krullen, terugvouwen van brieven
in hun enveloppe, zachte duwtjes tegen het ons.

Alja Spaan (Sint Pancras, 1957) schrijft vanaf haar elfde dagelijks (zowel proza als poëzie), was van alles maar vooral creatief. Haar huis in Alkmaar werd Atelier9en40 waarin ze tot 2013 kunst- en poëzieprojecten deed. Onder die naam gaf ze anderen en zichzelf uit. Ze verscheen ook in verzamelbundels maar werd bekend door de Turing Gedichtenwedstrijd 2015. Nu organiseert zij Reuring, een taalplatform in Alkmaar. Zij is voorzitter, coördinator en redacteur bij het literaire e-magazine ‘Meander’ en tevens verbonden aan het Dagboekarchief. Alles van en over haar verschijnt op http://aljaspaan.nl

Meer over Alja Spaan bij Uitgeverij In de Knipscheer

Peter WJ Brouwer – Brief aan wie niet bestaat

VoorplatBriefNietBestaat-75Peter WJ Brouwer
Brief aan wie niet bestaat

Gedichten
Nederland
Co-uitgave met Uitgeverij P, Leuven
Genaaid gebrocheerd met flappen, 20 x 17 cm staand
64 blz. € 16,50
september 2016
ISBN 978-90-6265-935-7

Brief aan wie niet bestaat is de derde dichtbundel van Peter WJ Brouwer. De gedichten spelen zich af op kamers, tijdens een paardenrace, in een uitgestorven straat, op volle zee en in een vliegtuig op weg naar een vreemde stad. Ze gaan over jeugd, liefde en verwachting, maar ook over verlies, geweten en onbehagen. Zijn de plekken die we bezoeken, de mensen met wie we omgaan werkelijk eenmalig? Bestaat voor alles een naam, plaats en uur, of creëren we zelf die illusie en was alles er altijd al? Of, om bij het titelgedicht te blijven: wanneer we iemand postuum een bericht sturen, vinden de woorden dan ook hun bestemming zonder dat die persoon bestaat? In deze gedichten draait het om de paradox van het ongrijpbare: het vieren ervan, het tonen en verhullen, het aan-uit, zijn steeds terugkerende tegenstellingen die Brouwers werk eigen maken. In Brief aan wie niet bestaat wordt het ongrijpbare tastbaar. Maar we hoeven maar met onze ogen te knipperen, en het zou zo weer kunnen verdwijnen.

Peter WJ Brouwer (1965) is schrijver, vertaler en theatermaker. Hij studeerde Duitse Taal- en Letterkunde in Utrecht. Sinds 2003 publiceert Brouwer regelmatig poëzie in bloemlezingen en in landelijke tijdschriften als Het Liegend Konijn, Poëziekrant, Extaze en Meander. Landdieren was zijn debuutbundel (2011). Zijn tweede bundel, Mascara, verscheen in 2014. Brouwers gedichten zijn een aantal keren bekroond of genomineerd in schrijfwedstrijden. Van Mascara werden gedichten opgenomen in ‘De 100 beste gedichten voor de VSB Poëzieprijs 2015’. Behalve als dichter en vertaler is Brouwer actief als muzikant. In die laatste hoedanigheid toerde hij de afgelopen jaren in Nederland en Vlaanderen met muziektheater rondom Jacques Brel. Brouwer treedt regelmatig op en begeleidt zijn gedichten ook op piano en accordeon.

Over Landdieren (Uitgeverij P, 2011): ‘Je bent zelden zeker van wat je leest (…). Maar dat houdt de aandacht scherp. De aangehouden moeite wordt beloond want elke lezing brengt nieuw begrip. (…) Peter WJ Brouwer heeft mij met een aantal verzen en een paar keer met een volledig gedicht heel erg bekoord.’ – Pascal Cornet in Poëziekrant

Over Mascara (Uitgeverij P, 2014): ‘Heel Mascara is namelijk vanaf het begin al behoorlijk onheilszwanger, zoals dat met een mooi woord heet. Er hangt een constant gevoel van dreiging, die op een prettige manier nauwelijks ingelost wordt.’ – Maarten Buser in Cultuurbewust

Meer over Peter WJ Brouwer op deze site

Klaas Jager – Tussen hond en wolf

VoorplatTussenhondenwolf72Klaas Jager
Tussen hond en wolf

Gedichten
Nederland
Paperback met flappen,
100 blz., € 18,50
ISBN 978-90-6265-908-1
Eerste druk maart 2016

Wie is iemand? Wat is identiteit? Iemand is iedereen en tegelijkertijd niemand. Dit Kafkaëske, weer volop actuele thema loopt als een rode draad door de bundel Tussen hond en wolf. Het is een metafoor van de opengebroken wereldgrenzen op dit moment en de op drift geslagen mens, die zich vastklampt aan oude waarden en ondertussen wanhopig zoekt naar nieuwe. ‘Zoals Homerus zag dat hij op het sterfbed lag van de anonieme analfabeet.’

Hier, lieve schatbewaarder
heeft niemand iets met daar

de wereld woont in een gehucht
het huis heeft genoeg aan zichzelf.

In De wereld heeft geen overkant, Jagers vorige bundel, maakte het persoonlijke ‘ik’ al meer en meer plaats voor het onpersoonlijke ‘iemand’. In Tussen hond en wolf is de ‘ik’ van het toneel verdwenen en speelt nu iemand de hoofdrol. Zelfs in afdeling II van deze bundel, ‘voor mijn Lieveschatbewaarder’. Klaas Jager laat meer dan ooit de wereld in zijn gedichten toe en voorkomt dat ‘een sfeer van gelukzalig vergeten’ ontstaat.

Nu of nooit,
alsof het ooit anders is,
vluchten en ternauwernood ontkomen

het lijkt of tijd samenbalt in een kogel,
die zich ongemerkt in de toekomst boort

In menig gedicht duikt hoop, licht, relativering, pure schoonheid en verwondering op.

‘neem iemand, pluralis van zoveelste sterveling,
die zijn koude handen warmt aan het vuur dat
altijd in zijn gedachten is en, op dit moment,

als men even niet oplet, door het raam buiten
in de wind, in de bomen, in de lucht, in de vogel,
in de ondergaande zon een vat van vervulling ziet.

Klaas Jager debuteerde met de bundel Windwakken in de tijd (2001). Klipgeiten verscheen in 2004. Over De wereld heeft geen overkant (2008) schreef Joop Leibbrand in Meander: ‘En om Jager maar meteen te positioneren: regelmatig brengen zijn gedichten Kouwenaar en Nolens in gedachten. Bij Jager zijn dichter en denker tot elkaar veroordeeld. Gelukkig maar, want dan pas ben je iemand. Lezen die man!’

«Wie kan dat als dichter in 23 regels oproepen?» – Chrétien Breukers

VoorplatAfgekaptDichtwerk75Over het gedicht ‘Een zeer zacht spijkerbed’ uit ‘Afgekapt Dichtwerk’ van Rogi Wieg op De Contrabas, 11 april 2014:
Het is mooi, en het is huiveringwekkend. Die man die door het leven is gegaan, om vervolgens… gedichten te gaan schrijven, iets wat hij altijd al heeft gedaan, kortom. En hoe kwam hij tot dat inzicht? Na een heilzame sessie, van zes dagen (lees de bijbel er op na), op de zich als een zeer zacht spijkerbed manifesterende Jezus. (…) Het heeft alles wat Wieg altijd al had, lichte pathetiek, nou ja, meer dan lichte pathetiek, een hang naar het religieuze of mystieke en het überpersoonlijke waar niet iedereen zomaar mee weg kan komen.
Lees hier het hele stuk
Meer over ‘Afgekapt Dichtwerk’
Meer over Rogi Wieg bij In de Knipscheer

«Wat hij tevoorschijn tovert lijkt bedrieglijk eenvoudig.» – Levity Peters

Wat geen teken isOver ‘Wat geen teken is maar leeft’ van Michiel van Kempen op MeanderMagazine, 27 oktober 2012:
Hoe hij ernst en luim en lichtheid hand in hand laat gaan, maakt mij een bewonderaar. Dit is poëzie die getuigt van een onstilbare honger naar de werkelijkheid, waarvan de vergankelijkheid soms wordt betreurd, en waarin het nieuwe met plezierige vanzelfsprekendheid wordt binnengehaald. Deze poëzie brengt je even in de staat van de levenskunstenaar (wie wil dat niet zijn) die het leven hoe dan ook als rijk ervaart. (…) Tot slot wil ik een kort gedicht (Antwerpen Centraal) in zijn geheel citeren waarvan vanaf de eerste lezing van de bundel de eerste regels waren blijven haken, en die ik te pas en te onpas grijnzend voor mij uit mompel. […] En nu je het gelezen hebt; nog een keer lezen. Er staat zoveel meer in.

Lees hier de hele recensie

Meer over Michiel van Kempen

«Deze poëzie roept een soort intimiteit op die mij dierbaar is.» – Levity Peters

De muziek van het huisOver De muziek van het huis van Cor Gout op Meander Magazine, 21 juli 2012:
Het openingsgedicht ‘Bechstein’ gaat over de muziek die de dichter ervaart, maar welke soort blijft een raadsel. Het zal wel klassiek zijn, vloeiend als taal. (…) Ik moet bekennen dat dit wel een soort poëzie is waar ik een zwak voor heb (…). Het kost me weinig moeite mij erdoor te laten meeslepen in de ervaringen die zij probeert te beschrijven. In dit geval brengt zij mij in mijn oude huizen terug, en bij wat ik ervoer wanneer ik ze herbezocht. Ze roept een soort intimiteit op die mij dierbaar is. (…) Misschien heeft de dichter zelf het beste verwoord waar het hem om te doen was, in ‘Mijn fiets’:
[…]
want hij is al op jaren
mijn fiets
vriend
en evenknie
in het malen van
de melancholie

Lees hier de recensie