Afscheid en uitvaart Bea Vianen

BeaVianen2 Foto Els Kirst

Op woensdag 16 januari 2019 vindt in Paramaribo de uitvaart plaats van de op zondag 6 januari overleden schrijfster Bea Vianen in de Congreshall aan het Onafhankelijkheidsplein. Van 14.30 uur tot 15.30 uur is er gelegenheid tot afscheid nemen. Aansluitend de uitvaartplechtigheid tot 16.00 uur met toespraken door Robby Parabirsing, voorzitter van S’77, en door drs. Lilian Ferrier, minister van OWC, een In Memoriam door Jerry Dewnarain en een dankwoord van de familie Vianen. Van 16.00 tot 16.30 uur is de uitvaartdienst o.l.v. ds. Michel Steward. De teraardebestelling is vanaf 17.00 uur op de RK Begraafplaats aan de Schietbaanweg. In Nederland vindt een bijeenkomst plaats op vrijdagavond 15 maart bij Vereniging Ons Suriname in Amsterdam ter herdenking van Bea Vianen, Michaël Slory en de dichter James ‘Bhai’ Ramlall (1935–2018), die eveneens op 83-jarige leeftijd overleed op 29 december 2018.
Meer over Bea Vianen op deze site

«Het volk moest zijn zanger blijven horen en zien.» – Michiel van Kempen

Slory-Krzyzanowski-75 ( foto Michel Szulc Krzyzanowski )

Over Michaël Slory (1935-2018) in De Groene Amsterdammer, 9 januari 2019:
Michael Slory was er ten diepste van overtuigd dat hij ‘werkte voor Suriname’. Dat engagement leidde bij hem tot poëzie van een profetische gloed, maar even zo vaak ook van een intimistische detaillering. (…) Politiek was hij met de bewegingen van de tijd mee gegaan. In zijn jonge jaren was er het communisme en het meeleven met ontwakend Afrika, samenkomend in zijn door Theun de Vries ingeleide debuutbundel Sarka/Bittere strijd in 1961.Vervolgens speelde hij een grote rol in de nationalistische generatie die Suriname naar de onafhankelijkheid van 1975 droeg – soms publiceerde hij wel drie bundels in een jaar tijd. De meeste Surinaamse dichters lieten ná 1975 niet meer van zich horen, maar Slory ging door en bleef dapper zijn boekjes op straat verkopen, vaak in oplagen van tweeduizend. Het volk moest zijn zanger blijven horen en zien. Hij juichte de militairen toe, toen die aan het corrupte Suriname een eind zeiden te willen maken met hun coup van 1980. Maar na de decembermoorden twee jaar later zag hij hoe Suriname verraden werd door zijn eigen mensen. Hij had het volk zijn eigen cultuur willen teruggeven met poëzie in het Sranantongo, maar wendde zich teleurgesteld tot de taal van de voormalige overheerser: het Nederlands en de taal van Latijns-Amerika: het Spaans. En het wonderbaarlijke was dat hij zijn geheel eigen stem bleef behouden in elke taal. (…) Hij zou Paramaribo nooit meer verlaten sinds hij er in 1970 was teruggekeerd na zijn studie Spaans in Amsterdam. (…)
Lees hier het artikel
Meer over Michaël Slory bij Uitgeverij In de Knipscheer

Bea Vianen is niet meer

data39982651-d7cddd Foto Els Kirst

Angst

Schrijven en dan wachten tot de schemering is ingetreden
Minder beschaamd om wat er mis ging met mimiek
En dat went. Misschien doe ik de kamer aan kant.
Haal ik wat boodschappen zoals twee eieren.
Misschien wel drie. Kan ik daarna vertrekken
Of zou het kunnen dat het mij nooit meer lukt?

De Surinaamse schrijfster Bea Vianen, geboren op 6 november 1935, is op 6 januari 2019 op 83-jarige leeftijd in Suriname overleden. Ik kreeg het vandaag te horen, zo kort nog na het overlijden van leeftijd- en landgenoot Michaël Slory. En toch schrik ik weer. Van 1969 t/m 1973 beleefde ze haar grote periode bij Uitgeverij Querido met de publicatie van vier romans waarin de Hindoestaanse migratie tot en met haar eigen komst naar Nederland een voornaam thema is. Vanaf 1984, toen we al tal van jongere Surinaamse schrijvers in ons fonds hadden, tot en met 1988 gaven we drie van deze vroege romans opnieuw uit. Immers, zij was een belangrijk schrijver, de vrouwelijke stem in de Surinaamse literatuur, die niet in de vergetelheid mocht raken. En natuurlijk in de hoop dat het heruitgeven van die drie romans tot nieuw proza zou kunnen leiden. Dat proza kwam er niet, wel twee dichtbundels Over de grens in 1986 en Op het laatst krijgen we met z’n allen donderop in 1989. De relatie tussen deze uitgeverij en haar was niet een heel gelukkige. In die jaren tachtig was zij nergens thuis en reisde ze in veel Zuid-Amerikaanse landen, Curaçao incluis, en raakte daar keer op keer in problemen. Dan werd ik midden in de nacht door de marechaussee gebeld of ik haar kon ophalen van Schiphol. En ik heb wat met haar in lange rijen voor loketten gestaan om het zoveelste paspoort of woonvergunning of uitkering te regelen. In de jaren negentig, toen de uitgeverij aan het Singel in Amsterdam huisde, stond ze ineens op de stoep met naast haar al haar schamele bezittingen. Nergens thuis, zeker niet meer in Nederland. Misschien dan toch het beste terug naar de moederschoot in Suriname. Strafhok of paradijs? Ik verscheepte haar gasfornuis, koelkast en andere huisraad naar Paramaribo en bracht haar letterlijk tot aan de deur van het vliegtuig. Ze was met mij te ver gegaan, over de grens. Dat voelde toen al als een noodzakelijk definitief afscheid en dat bleek het ook te zijn. Ik reageerde allergisch op haar, kon de telefoon niet opnemen als ze belde. Ik ben er niet fier op. Zo vervaagde ons rechtstreekse contact, zoals haar vele faxen hun kleur en leesbaarheid zijn kwijtgeraakt. Niet meer gesproken, niet meer gezien. Wél nog steeds gelezen: twee gedichten met trots gebloemleesd door Klaas de Groot in Grenzenloos, dat nog geen maand geleden het licht zag. Want wat een schrijfster was ze! En met recht verklaren vele van haar inmiddels talrijke opvolgers van latere generaties zich schatplichtig aan haar. Niet voor niets was Bea Vianen een van de auteurs aan wie Astrid H. Roemer in 2016 haar P.C. Hooftprijs opdroeg.

franc knipscheer

Meer over Bea Vianen bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Dichtend tegen de klippen op.» – Toef Jaeger

MichaelSlory (foto Anja Brandse)

Necrologie van Michaël Slory (1935-2018) in NRC Handelsblad, 5 januari 2019:
‘Als een bedelaar loop ik op straat mijn dichtbundels te verkopen’, zei Michaël Slory over zichzelf. Het is een treurig, maar treffend zelfportret van de op 19 december op 83-jarige leeftijd overleden Surinaamse dichter. Hij was een van de belangrijkste dichters uit het land, zeker wanneer het gaat om gedichten in het Sranantongo, de taal waarin hij tot aan de onafhankelijkheid bleef dichten. (…) In Nederland studeert Slory Spaans aan de UvA en trekt hij op met de schrijversgroep rond het tijdschrift ‘De Gids’ – het blad waarin in de jaren zestig ook gedichten van hem worden opgenomen. Het is in die jaren dat hij aansluiting vindt bij de Surinaams-nationalistische beweging. De fascinatie voor de Cubaanse revolutie, de plek van Suriname in de wereld en de onafhankelijkheidsstrijd: ze typeren het engagement dat al in Slory’s vroege werk is te vinden. (…) Officiële erkenning was er wel (hij kreeg bijvoorbeeld in 1986 de Literatuurprijs van Suriname), bewondering ook, maar niet in de vorm die Slory voor ogen stond. Zijn huis had bij gebrek aan stroom geen ijskast of tv, op scholen droeg hij poëzie voor, maar zijn bundels gaf hij in Suriname in eigen beheer uit: papiertjes met een nietje erdoor. (…) Dichtend tegen de klippen op (in de woorden van Slory zelf: ‘Grote genade, komt er dan nooit een einde aan die woordenvloed’), voordragend en strompelend, was Slory de laatste jaren erg broos. (…)
Lees hier de necrologie
Meer over Michaël Slory bij Uitgeverij In de Knipscheer

Staatsbegrafenis voor Michaël Slory

Begrafenis Slory

Suriname heeft vrijdag 28 december een van zijn grote zonen, de dichter Michaël Slory, met staatseer begraven. De avond ervoor was er een herdenkingsavond georganiseerd waarop velen uit de literaire wereld van Suriname een toespraak hielden. Die van Michiel van Kempen werd voorgelezen door Ruth San A Jong: « (…) Skrifimarki tu de fanowdu ete? Doen letters er nog wat toe? Laat ik er dit van zeggen: als de letters van Slory er niet toe doen, dan kun je je afvragen of Suriname ertoe doet. En daarom eindig ik met hem de rust toe te wensen die hij in 83 jaar zo weinig heeft gevonden. En ik geef hem het woord terug, met een gedicht van zijn hand dat u nog nooit gehoord zult hebben, omdat het nog niet is uitgegeven, getiteld ‘Afscheid van de doden’:

Afscheid van de doden

Geurig het afscheid.
Geurig het avondlicht
waar de boot vertrekt
voor altijd.
O dit leven
dat gaat en gaat,
en nooit weerkeert
en nooit weerkeert
O mogen mijn woorden zijn als bloemen
in het zacht wegkwijnend licht
O dat zij daar van gene zijde
ons eens zenden een bericht!

Lees meer over de begrafenis
Lees hier de uitgesproken tekst van Michiel van Kempen
Meer over Michaël Slory bij Uitgeverij In de Knipscheer

Michiel van Kempen, de auteur, gedenkt Michaël Slory met gedicht

SloryPeterdeRijk foto Peter de Rijk

Bij het overlijden van Michaël Slory op Caraïbisch Uitzicht, 21 december 2018:
Behalve taalwetenschapper (hoogleraar Bijzondere leerstoel Nederlands-Caraïbische Letteren aan de Universiteit van Amsterdam) en in die hoedanigheid bezorger van de bij deze uitgeverij verschenen drie bloemlezingen van Michaël Slory, is Michiel van Kempen ook schrijver en dichter. Op de dag dat Slory stierf schreef hij het gedicht ‘De boom is gevallen’.
Lees hier of hier het gedicht
Meer over Michaël Slory bij Uitgeverij In de Knipscheer
Meer over Michiel van Kempen bij Uitgeverij In de Knipscheer

Documentaire over Michaël Slory 21 december 2018 bij NPO 2 Extra

MichaelSloryMichaël Slory in juni 2018

Vanwege het overlijden van Michaël Slory op 19 december 2018 in Paramaribo zendt de NPO op vrijdagavond 21 december de documentaire over Michaël Slory die John Albert Jansen (met Michiel van Kempen) in 1996 maakte onder de titel ‘En nu de droom over is’. De documentaire is te zien op de kabel bij Ziggo en KPN en op de site van NPO.
Meer over Michaël Slory bij Uitgeverij In de Knipscheer

Michaël Slory bij In de Knipscheer

36114324_2010328522614938_8427580670682857472_n
24-06-2018

In alle overzichten van de Surinaamse letteren komt zijn naam voor. Zeven literaire onderscheidingen kreeg hij, waaronder de Literatuurprijs van Suriname. De sterkste keuze uit het omvangrijke en veelzijdige oeuvre van Michaël Slory (1935), een van Surinames grootste dichters, is gebloemleesd in drie verzamelbundels. ‘Ik zal zingen om de zon te laten opkomen’ (1991) bevat een selectie uit zijn ruim twintig bundels die Slory publiceerde in de eerste dertig jaar van zijn dichterschap. De sociale en politieke actualiteit, in Suriname en daarbuiten (Afrika, Viëtnam), de natuur en de schoonheid van de zwarte vrouw zijn steeds terugkerende thema’s in deze gedichten.

In ‘Torent een man hoog met zijn poëzie’ (2012) is een ruime keuze opgenomen van vooral zijn Nederlandstalige werk dat hij met name sinds 1995 heeft geschreven. Deze gedichten kenmerken zich door een veel persoonlijker thematiek. «Dichters als Michaël Slory leven om te dichten. Eigenlijk is de man niets anders dan poëzie. De twee bloemlezingen vormen een ode aan de liefde en Suriname en behoren tot de beste poëzie die in Zuid-Amerika is geschreven.» – Ezra de Haan op Literatuurplein

In het jaar dat Slory in Suriname aan de bundel ‘Torent een man hoog met zijn poëzie’ werkte, sprak radioprogrammamaakster Rogeria Burgers uitgebreid met Michaël Slory aan De Waterkant, de straat in Paramaribo langs de Surinamerivier. Het werd een fascinerend gesprek waarin Slory ‘niet boos maar ontgoocheld’ honderduit vertelt over wat hem in zijn lange dichtersleven geraakt heeft en hem tot op de dag vandaag bezighoudt. Aan de cd ‘Aan De Waterkant’ (2013) is een geïllustreerde booklet toegevoegd waarin Michiel van Kempen, bezorger van de bloemlezingen ‘Ik zal zingen om de zon te laten opkomen’, ‘Torent een man hoog met zijn poëzie’ en ‘Alsof men alles loslaat’ Michaël Slory portretteert. «Het blijft boeiend om naar Slory te luisteren, vanwege zijn poëtische toon, de voordrachten en de muziekfragmenten van Ronald Snijders. Slory’s verstrooidheid ontroert en zorgt regelmatig voor een lach. Al met al een pijnlijk relaas van de dichter des vaderlands, wiens naam vele malen groter is dan de waardering die hij ervaart en die gewild had dat zijn liefdespoëzie meer praktijk was.» – Iwan Brave in De Ware Tijd Kunst & Cultuur

«‘Zoeken naar Slory’ van E. de Haan (2014) is een lyrische documentaire waar een publiek van kan genieten dat veel breder is dan alleen de literaire fijnproevers.» – Albert Hagenaars op De Verborgen Hoek. «Als een echte Stanley is De Haan op zoek naar zijn Livingstone, de dichter Slory. Vlak voor zijn terugkeer naar Nederland ontmoet De Haan zijn idool dan toch op het terras van een restaurant. Hij ontdekt spoedig dat Slory eigenlijk Suriname is! Het water van de rivieren is zijn bloed, zijn stem de wind en zijn lichaam de aarde. Zijn geest zou je het ideaal kunnen noemen waaraan Suriname zou moeten werken, maar dat door de omstandigheden in de ijskast terecht is gekomen. » – Karel Wasch op Leestafel

45 van de 50 gedichten in ‘Alsof men alles loslaat’ (2018) werden niet eerder gepubliceerd. Proza schreef Michaël Slory maar heel weinig. Hij heeft een aantal korte prozaschetsen aan het Surinaamse dagblad De Ware Tijd bijgedragen. Daaruit is in deze bundel een kleine selectie opgenomen

978-90-6265-339-3 Ik zal zingen om de zon te laten opkomen (1991)
978-90-6265-806-0 Torent een man hoog met zijn poëzie (2012)
978-90-6265-612-7 Aan de Waterkant. Rogeria Burgers praat met Michaël Slory. docu-cd (2013)
978-90-6265-869-2 Zoeken naar Slory. Een reis door verrassend Suriname. E. de Haan (2014)
978-90-6265-993-7 Alsof men alles loslaat (2018)

Meer over Michaël Slory bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Gevarieerde selectie van boeken door Caribische schrijvers en dichters.» – Otti Thomas

48392696_10156950287381880_8534624252270215168_oOver ‘In de Knipscheer presenteert nieuwe uitgaven’ in Amigoe, 17 december 2018:
Het boek Trouwportretten, Surinaamse voorouders in beeld is een van de meest opvallende nieuwe publicaties van In de Knipscheer, maar liefhebbers van gedichten en romans komen niets tekort. Uitgever Franc Knipscheer presenteerde zondag 16 december in Amsterdam een gevarieerde selectie van boeken door Caribische schrijvers en dichters.
Lees hier het bericht
Bekijk hier het programma in Podium Mozaïek in 75 foto’s van André Homan
Meer over het programma ‘Dubbelbloed in Podium Mozaïek

Dag Michaël Slory,

Slory-Alsof-men-alles-26-juni-2018-1-705x940
Het laatste publieke optreden van Michaël Slory bij de boekpresentatie van ‘Alsof men alles loslaat’ op 26 juni 2018 in Tori Oso, Paramaribo

Bij wijze van In Memoriam, Michaël Slory, 04-08- 1935 / 19-12-2018:
Merkwaardig toch, of toch niet, dat je hier in een kil Nederland de laatste dagen voortdurend ter sprake kwam. Afgelopen zondag 16 december hield Uitgeverij In de Knipscheer in het Amsterdamse theater Podium Mozaïek haar jaarlijkse boekpresentatie van de in 2018 nieuw verschenen titels van onze Antilliaanse en Surinaamse auteurs. Het slot van het programma was – als eerbetoon – gewijd aan jou met de Nederlandse presentatie van Alsof men alles loslaat, je nieuwste bundel die ik tot mijn blijheid in juni van dit jaar in jouw bijzijn mocht presenteren in Tori Oso. Je was toen eigenlijk al te zwak maar je wilde toch meedoen. Aan de hand van Sombra en Karin Lachmising liep je moeizaam naar je tafeltje bij het podium. Maar hoezeer je lijf ook protesteerde, je bleef scherp en alert. Dat beeld, die foto werd zondag op het grote theaterscherm in Amsterdam geprojecteerd.

Terwijl ik loftuitingen over Alsof men alles loslaat voor het publiek citeer, zie ik vanuit mijn ooghoek die foto voorbijkomen. Het ontroert mij onverwacht hevig, het besef dat we elkaar toen in Paramaribo voor het eerst en laatst hebben ontmoet, en het lukt me niet enkele gedichten van je voor te lezen. Aanwezige Surinaamse auteurs Karin Lachmising en Usha Marhé snellen me te hulp en brengen improviserend je titelgedicht ten gehore van het eerste boek dat In de Knipscheer van je in 1991 uitgaf: Ik zal zingen om de zon te laten opkomen.

Die Nederlandse loftuitingen herhaal ik hier met alle plezier. Meer dan bij Ik zal zingen (…) en je tweede bloemlezing Torent een man hoog met zijn poëzie bij ons uit 2012, zijn het ‘Hollandse’ recensenten en dichters die de loftrompet steken over Alsof men alles loslaat. Alle drie genoemde bundels kregen overigens hun selectie en hun voorwoord door Michiel van Kempen. Joost Baars, winnaar van de laatste VSB-Poëzieprijs 2017, een van de belangrijkste prijzen in Nederland voor dichters, schrijft: «Grenzeloos gelaagde eenvoud, en ik kan er alleen maar van dromen.» Hans Franse verzucht op Meander Magazine, het toonaangevende platform voor poëzie in Nederland: «Alles wat Michaël Slory ziet leidt bijna vanzelf tot een gedicht.» En John Jansen van Galen, niet onbekend met en in Suriname, en promotor van de poëzie, roept op de radio Michaël Slory uit tot «absoluut de beste dichter van Suriname.»

In Suriname ben je al in ver verleden gelauwerd met alle bestaande literaire prijzen. Maar nu is ook Nederland wakker. Net te laat.

Het ga je goed, Michaël.

Met beste groet,
franc knipscheer, uitgever
Haarlem, Nederland

Meer over Michaël Slory bij Uitgeverij In de Knipscheer