Online interview door Reinjan Mulder via Zoom over ‘De geur van bruine bonen’ van Henna Goudzand Nahar.

VoorplatGoudzand2_Opmaak 1.qxdReinjan Mulder over ‘De geur van bruine bonen’ van Henna Goudzand Nahar, woensdag 21 april 19.30 uur:
Vijfenveertig jaar geleden, bij de onafhankelijkheid van Suriname, konden Surinamers hun Nederlandse paspoort alleen behouden als zij naar Nederland verhuisden. Wat hun komst met hen deed, en met Nederland, laat Henna Goudzand Nahar zien in haar nieuwe roman ‘De geur van bruine bonen’. «‘De geur van bruine bonen’ wroet nog het diepst in de psychologie van een Surinaams gezin in Nederland; Henna Goudzand Nahar laat op tal van bladzijden subtiel merken hoezeer de slavernijgeschiedenis ook in een moderne setting kan doorwerken. Intussen passeren tal van zaken die kenmerkend zijn voor mensen die een andere cultuur met zich meedragen.’» – Michiel van Kempen, hoogleraar Caribische literatuur aan de Universiteit van Amsterdam. Reinjan Mulder, schrijver en voormalig criticus bij NRC, gaat met Henna Goudzand Nahar in gesprek over ‘De geur van bruine bonen’ en haar visie op de integratie van Surinamers in Nederland, de drugsproblematiek van de jaren 70 en de daarmee verbonden generatieconflicten. Aanmelden kan via info@linnaeusboekhandel.nl
Meer over ‘De geur van bruine bonen’
Meer over Henna Goudzand Nahar bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Geslaagde poging het fenomeen slavernij in een juiste historische context te zetten.» – Eric de Brabander

VoorplatServus-75Over ‘Servus. Macht slavernij uitbuiting en verzet’ van Fred de Haas in Antilliaans Dagblad, 10 april 2021:
(…) Met het boek heeft Fred de Haas een geslaagde poging gedaan het fenomeen slavernij in een juiste, niet door emoties verwrongen historische context de zetten. (…) Hij heeft met dit boek een blauwdruk geschreven voor hoe in de toekomst onderwijs gegeven dient te worden over dit pijnlijke stukje vaderlandse geschiedenis. Want dat het droevig gesteld is met de kennis over dit onderwerp is duidelijk. Het boek hoort in Nederland in elke schooltas thuis. En bij ons op Curaçao ook. (…) ‘Servus’ lijkt mij niet bedoeld als aanklacht, maar wel als een waarschuwing hoe het denken over andere volkeren en gemeenschappen maar al te gemakkelijk, uit economische motieven of valse zelfbescherming van de eigen ‘hoogstaande’ moraliteit, een akelig randje kan krijgen. ‘Servus’ laat ook zien hoe Nederlandse volkshelden in de ogen van anderen misdadigers kunnen zijn. (…)
Lees hier of hier het artikel
Meer over ’Servus’
Meer over Fred de Haas bij Uitgeverij In de Knipscheer
Meer over slavernij op deze site

Gedichten van Michiel van Kempen, Bernardo Ashetu en Wim Brands

Bernardo AshetuIn zijn bijna dagelijkse Facebookbericht memoreert Wim van Til, oprichter van en coördinator bij Poëziecentrum Nederland, de geboorte- en sterfdagen van Nederlandstalige dichters. Vandaag (4 april 2021) is het de geboortedag van onder anderen Albert Bontridder, Bernardo Asheto, Toon Brouwers, Michiel van Kempen, Fred Penninga, Mariet Lems en Yentl van Stokkum. Bert Willems, F. ter Harmsen van Beek, Rudy Kousbroek, Redbad Fokkema en Wim Brands stierven op 4 april. Bij wijze van felicitatie/gedenken kiest Wim van Til voor een gedicht van Michiel van Kempen (1957) uit diens bij Uitgeverij In de Knipscheer verschenen bundel ‘Wat geen teken is maar leeft’ uit 2012. Uitgeverij In de Knipscheer brengt hierbij ook eer aan Bernardo Ashetu (1929-1982) en Wim Brands (1959-2016). Van Bernardo Ashetu het gedicht ‘As’ uit zijn door In de Knipscheer uitgebrachte bloemlezing ‘Dat ik je liefheb’ uit 2011. Dit gedicht is door Klaas de Groot ook opgenomen in de bloemlezing ‘Grenzenloos – 40 jaar Knipscheer poëzie’. En van Wim Brands het titelloze gedicht ‘Ik zat in de trein met een verkeerd kaartje’ gepubliceerd in Extaze 5 (In de Knipscheer, 2013 nr. 1).

Runenteken

Vanuit mijn ronde huis kijk ik een vogel na
die aan een wolkendek zich optrekt van west naar
oost, ik volg oranje room daar bovenop
bereik de plaats waar wij zoëven liepen
steeds dichter gingen wij daar naast elkaar
tot op de heuvelkam waar jij een sigaret opstak
en onze wegen, zo zei je, zich zouden scheiden
en hoe wij daar opgelucht vrede mee hadden
en ik de hond riep die voor een auto overstak
en jij mijn arm greep om niet onderuit te glijden
Terwijl ik in het ronde huis op mijn gemak
mijn honingraat van hersens observeer
vraag ik mij af waarom er zoveel lucht gekomen
was op het moment dat je zuurstof nodig had
om tabak te laten branden, en niet meer
dreef op deze engte van de golf, je ontkomen
was aan de smalte van het middaguur
Nog altijd schuiven die oranje randen
voorbij maar nu als rook van vuur
dat spoelt en bruist en niet zal verzanden
Dit huis met zijn wenkbrauwen van hout
omvat zoveel wat daarbuiten het bestaan niet houdt
en wat wij koesteren als de baan van ons bestaan
die ons bijeenbracht, uiteen liet gaan
Deze vallei die traag omlaag glijdt naar de rivier
houdt het huis als eiland in een lagune
daarginds een dode boom, hier in mijn hoofd
een runenteken op de buiging van de wind
Nu is de hemel helder, geen vogel volgt
de laatste stip die regen nog zou kunnen dragen
maar die verder vallen zal, niet hier
niet in het ruim van lucht tussen deze flanken
en wij die binnen de klanken van dit waterland
wonen, laten geen traan, want wat niet zinkt
en wat niet drijft en wat niet zweeft
en wat geen teken is maar leeft
en is en is en is, begraaft de waan
het is van geen betekenis geweest

As

Dat zich op de heilige berg
de holen van zigeuners bevinden –
Zo droomde ik een weg omzoomd door rozenstruiken
en een zee, een zee van as.
Toen sprongen er uit een oude
krant felle letters op die mijn
kracht ontzetten en mijn moeheid
doodden. Ik sprong als een gladde
vis een sprong onstuitbaar en
ik weet niet wat juichte, ik
weet niet wat. Maar zo vond ik
op een omzoomde weg zeer zacht
slapend een zigeunerin en ril
van wat ik rond haar lichaam zag,
ril van de smaak en de duivelse
zoetheid waar ik mij zo kinderlijk
aan waagde en van die zee, die zee
van as.

Ik zat in de trein met een verkeerd kaartje

ik zat in de trein met een verkeerd kaartje
hoewel ik het bedrag dat ik had betaald
ook voldeed voor deze route

dus maakte ik mij geen zorgen
de conducteur zou instemmend
knikken

maar ik werd wakker getikt door
mijn vader die – voor het eerst
in zijn leven het zo begeerde

uniform aan had – het stond
hem goed, het was oud
maar als nieuw

naam? vroeg hij, adres?
en schreef een boete.

Meer over Michiel van Kempen bij Uitgeverij In de Knipscheer
Meer over ‘Wat geen teken is maar leeft’
Meer over Bernardo Ashetu bij Uitgeverij In de Knipscheer
Meer over ‘Dat ik je liefheb’
Meer over Wim Brands op deze site
Meer over ‘Grenzenloos – 40 jaar Knipscheer poëzie’

«Alle akelige dingen die in het boek gebeuren ervaar je niet direct, maar via een schitterende omweg.» – Basje Boer

Over de gekte van een vrouwOver ‘Over de gekte van een vrouw’ van Astrid H. Roemer in De nieuwe koloniale leeslijst van De Groene Amsterdammer/Das Mag Uitgevers, maart 2021:
(…) Ze schreef tal van boeken, waarvan ‘Over de gekte van een vrouw’ het bekendste werk is. (…) Ze bouwde haar roman op uit fragmenten, schakelt heen en weer tussen heden en herinnering – ook dat geeft niet meteen toegang tot Noenka’s verhaal. Maar dat fragmentarische maakt je ook, op een heel wezenlijke manier, deelgenoot van Noenka’s beleving. (…) In ‘Over de gekte van een vrouw’ houden tegengestelde krachten elkaar in balans: natuur staat tegenover religie, lichaam tegenover geest, wit tegenover zwart, verwekking tegenover sterven. Ouder zijn minnaars, een orchidee in bloei maskeert de stank van de dood. Een moeder sterft, een kind wordt geboren. Heden en verleden lopen door elkaar, en dat voelt even tegenstrijdig als logisch. Wat jaren geleden gebeurde, gebeurt opnieuw. Het leven is herhaling en beweegt zich in cycli.
In ‘De nieuwe koloniale leeslijst’ komen bijdragen aan bod van en over de volgende (soms voormalige) In de Knipscheer-auteurs: Frans Lopulalan, Alfred Birney, Albert Helman, Bea Vianen, Frank Martinus Arion, Edgar Cairo, Astrid H. Roemer, Marion Bloem, Boeli van Leeuwen, Michiel van Kempen, Tip Marugg.
Meer over Astrid H. Roemer bij Uitgeverij In de Knipscheer
Meer over de koloniale leeslijst op deze site [ = ]

«Ze ontvluchtte de verstikking in Suriname door naar het land te gaan dat ze verantwoordelijk hield voor de wantoestanden.» – Warda El-Kaddouri

90-6265-289-1Over ‘Sarnami, hai’ van Bea Vianen in De nieuwe koloniale leeslijst van De Groene Amsterdammer/Das Mag Uitgevers, maart 2021:
Het verhaal van Suriname van binnenuit, zo wordt het werk van Bea Vianen het meest gekarakteriseerd. En dat is niet onterecht, maar nog specifieker is het het verhaal van Suriname beschreven vanuit een vrouwelijk perspectief. Hoewel Vianen ook poëzie en korte verhalen op haar naam heeft staan, staat zij vooral bekend om haar romans. ‘Sarnami, hai’ (…) werd een van de meest gelezen en meest geliefde romans in het Suriname van haar generatie. Als eerste vrouwelijke romanschrijver inspireerde Vianen met haar klassieker andere Surinaamse schrijvers, zoals Astrid Roemer, (…) die haar bedankt toen die de P.C. Hooftprijs in ontvangst nam. Een belangrijk thema in haar werk is de drang naar vrijheid. (…) Ze wordt gezien als een van de belangrijkste Nederlands-Caraïbische auteur van de vorige eeuw. (…)
In ‘De nieuwe koloniale leeslijst’ komen bijdragen aan bod van en over de volgende (soms voormalige) In de Knipscheer-auteurs: Frans Lopulalan, Alfred Birney, Albert Helman, Bea Vianen, Frank Martinus Arion, Edgar Cairo, Astrid H. Roemer, Marion Bloem, Boeli van Leeuwen, Michiel van Kempen, Tip Marugg.
Meer over Bea Vianen en ‘Sarnami, hai’ bij Uitgeverij In de Knipscheer
Meer over de koloniale leeslijst op deze site

«Tip: lees ‘Het eind van de kaart’.» – Xandra Schutte

VoorplatHelmanEindvandekaart75Over ‘De stille plantage’ van Albert Helman in De nieuwe koloniale leeslijst van De Groene Amsterdammer/Das Mag Uitgevers, maart 2021:
In zekere zin doet ‘De stille plantage’ denken aan ‘Heart of Darkness’ van Joseph Conrad: in het hart van de wildernis wordt de beschaving ontmaskerd. De roman gaat niet zozeer over de slaven, maar over het demasqué van de witte mens, die in de tropische oorden niets te zoeken heeft. Niet alleen Willem Das is onmenselijk, Raoul is het evengoed, in zijn halfzachte aanpassing aan het plantersregime. En het oerwoud, dat blijft zijn ongenaakbare gang gaan, ook als Raoul en de zussen naar Engeland zijn verhuisd. De stille plantage raakt meedogenloos overwoekerd. Tip: lees ‘Het eind van de kaart’.
In ‘De nieuwe koloniale leeslijst’ komen bijdragen aan bod van en over de volgende (soms voormalige) In de Knipscheer-auteurs: Frans Lopulalan, Alfred Birney, Albert Helman, Bea Vianen, Frank Martinus Arion, Edgar Cairo, Astrid H. Roemer, Marion Bloem, Boeli van Leeuwen, Michiel van Kempen, Tip Marugg.
Meer over Albert Helman’s ‘Het eind van de kaart’ bij Uitgeverij In de Knipscheer
Meer over de koloniale leeslijst op deze site

«Wie de Molukse gemeenschap in Nederland wil begrijpen moet het boek van Frans Lopulalan lezen.» – Lotfi El Hamadi

VoorplatSneeuw-75Over ‘Onder de sneeuw een Indisch graf’ van Frans Lopulalan in De nieuwe koloniale leeslijst van De Groene Amsterdammer/Das Mag Uitgevers, maart 2021:
Wie wil begrijpen waarom het RMS-vaandel nog altijd fier wappert bij de derde en vierde generatie Molukse Nederlanders, moet het boek van Frans Lopulalan lezen. De rest van Nederland lijdt dan misschien aan soort koloniale amnesie, de Molukkers zullen de herinnering aan de bloedige dekolonisatiestrijd en de gevolgen ervan niet gauw vergeten. Het is een van de weinige literaire werken over de Molukse gemeenschap in Nederland.
In ‘De nieuwe koloniale leeslijst’ komen bijdragen aan bod van en over de volgende (soms voormalige) In de Knipscheer-auteurs: Frans Lopulalan, Alfred Birney, Albert Helman, Bea Vianen, Frank Martinus Arion, Edgar Cairo, Astrid H. Roemer, Marion Bloem, Boeli van Leeuwen, Michiel van Kempen, Tip Marugg.
Meer over Frans Lopulalan bij Uitgeverij In de Knipscheer
Meer over de koloniale leeslijst op deze site

Jit Narain – Een mensenkind in niemandsland

VoorplatNarainMensenkindJit Narain
Een mensenkind in niemandsland

gedichten
Suriname –Nederland
samenstelling Michiel van Kempen & Effendi Ketwaru
inleiding Satya Jadoenandansing & Geert Koefoed
gebrocheerd in omslag met flappen,
royaal formaat, 134 blz., € 19,50
ISBN 978-94-93214-23-1 NUR 306
eerste uitgave april 2021

Een mensenkind in niemandsland is een door Michiel van Kempen en Effendi Ketwaru samengestelde bloemlezing uit de tien bundels die van Jit Narain vanaf 1977 tot en met 2019 zijn verschenen.

Zoals de meeste Surinaamse dichters heeft Jit Narain al zijn dichtbundels zelf laten drukken en alleen in kleine kring verspreid. Pas in 2018 heeft Uitgeverij In de Knipscheer een van zijn bundels in Nederland op de markt gebracht (‘Waar ben je daar / Báte huwán tu kahán’). Jit Narain dicht, net als veel andere dichters uit veeltalenland Suriname, in twee talen. Bij hem zijn dat Sarnámi en Nederlands. Veel van zijn Sarnámi poëzie is door hem zelf in het Nederlands vertaald en andersom. Voor de dichter Jit Narain is zijn eerste taal Sarnámi bovenal de taal die de geschiedenis van de contractanten en hun nakomelingen belichaamt. De bijzondere betekenis die Sarnámi voor hem heeft, maakt dat zijn gedichten in deze taal niet zomaar de persoonlijke uitdrukking van gedachten en gevoelens zijn; hij wil iets voor die taal doen. Hij wil Sarnámi – in zijn eigen woorden – ‘voornaam, klassiek maken’ en daarmee eer bewijzen aan de generaties die deze taal gevormd hebben.
Een terugkerend woord is lied, in de ruime betekenis: al wat mij aan taal en cultuur (verhalen, liederen, feesten, rituelen, waarden, levenshouding) is doorgegeven. In Agni ke yád zegt de ik tot Ájá, zijn grootvader: ‘in het zingen van jouw lied ben ik tekort geschoten.’ Het is een van de sleutelzinnen van dit boek en van zijn oeuvre als geheel. Iets prils, iets moois, iets teers, iets van onnoembare waarde kan niet blijven bestaan, het gaat stuk. Dit motief bindt veel van Jit Narains poëzie tot een eenheid. Dat wat stukgaat is (bijna) onstoffelijk. Poëzie kan het gebrokene niet helen, maar wel de herinnering eraan bewaren en het verlangen ernaar verwoorden.

Jit Narain is als Djietnarainsingh Baldewsing geboren op 7 augustus 1948 te Livorno, een plaats in het toenmalige district Suriname (nu district Wanica) bezuiden Paramaribo. Hij groeide op binnen een homogeen Hindostaanse cultuur. Als moedertaal sprak hij het Sarnámi, de taal van de Surinaamse Hindostanen. Na zijn Algemene Middelbare School in Paramaribo in 1969 studeerde hij medicijnen en culturele antropologie in Leiden om in 1978 als arts en in 1979 als huisarts af te studeren. Narain ging in december 1991 terug naar Suriname. Hij opende in het district Saramacca een polikliniek en bouwde achter zijn huis een cultureel centrum met bibliotheek, zwembad en mediavoorzieningen voor de districtsbewoners. Hij legde zich ook toe – in de traditie van zijn ouders en voorouders – op de landbouw. Voor zijn dichtwerk en voor zijn verdiensten voor de emancipatie van het Sarnámi werden hem tal van literaire prijzen toegekend. Anno 2021 is Jit Narain nog altijd huisarts en landbouwer en woonachtig in de plaats Uitkijk in Suriname.
Meer over Jit Narain bij Uitgeverij In de Knipscheer
Meer over Sarnámi en Hindoestaans-Surinaams op deze site

«Doorleefde poëzie, in een trefzekere stijl. Een meesterlijke bundel.» – Ko van Geemert

VoorplatEiland-75Over ‘Het eiland en andere gedichten’ van Michiel van Kempen in Parbode, 1 maart 2021:
De meeste mensen zullen bij het horen van de naam Michiel van Kempen (1957), hoogleraar Nederlands-Caraïbische literatuur aan de Universiteit van Amsterdam, niet direct aan de dichter Van Kempen denken. Hij is toch vooral bekend geworden met publicaties als het standaardwerk over de Surinaamse literatuur (2003) en de biografie van Albert Helman (2016) en als onvermoeibare promotor van Surinaamse en Caraïbische literatuur. Toch publiceert hij wel degelijk ook poëzie, zo verscheen in 2012 de dichtbundel ‘Wat geen teken is maar leeft’. De onlangs verschenen bundel ‘Het eiland en andere gedichten’ opent met het indrukwekkende titelgedicht ‘Het eiland’, over Aruba. Het telt zeven pagina’s, zit boordevol beelden. (…) De toon is gezet. Er volgen vijf afdelingen (de bundel telt totaal 37 verzen). (…) De een na laatste afdeling heet ‘Genen’, met daarin onder meer twee ontroerende gedichten over Van Kempens vader en zijn moeder. De laatste afdeling, met de rake titel ‘Verzoeke geen rouwbeklag’, is een prachtig eerbetoon aan acht mensen die Van Kempen tijdens hun leven geraakt hebben en die in 2018 en 2019 overleden, zoals de Surinaamse schrijvers Bea Vianen, Shrinivási, Orlando Emanuels, Bhai, Michaël Slory. (…) Van Kempen schrijft doorleefde poëzie, in een trefzekere stijl. Een meesterlijke bundel.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Het eiland en andere gedichten’
Meer over Michiel van Kempen bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Lyriek van een zelden aangetroffen soort en een zeldzame onnadrukkelijke intensiteit.» – Wilbert Voets

VoorplatEiland-75Over ‘Het eiland en andere gedichten’ van Michiel van Kempen op De Leesclub van Alles, 23 februari 2021:
(…) Dichten is het soortelijk gewicht van de taal zo veranderen dat er uitdrukkingsmogelijkheden ontstaan die voorheen onbekend waren. Ik noem hier twee werkwijzen die scharnieren rond een door de dichter beoogd effect. In de eerste modus operandi zoekt de dichter naar het unieke woord of beeld dat perfect uitdrukt wat hij wil zeggen, door precieze selectie uit het woordenboek, door combinatie, door ‘externe’ nadruk via rijm, ritme, ruimtelijke positie en typografie. De tweede modus doet in feite het tegenovergestelde: het laat zoveel mogelijk ruimte vrij die door de lezer zelf ingevuld moet worden, door verbreking van de syntaxis, het weglaten van elementen, semantische ongerijmdheid, niet inlossen van gedane suggesties. Michiel van Kempen beheerst beide technieken, in afwisseling en in combinatie. (…) De mooiste gedichten in deze tweede, eclectische bundel zijn ongetwijfeld die waarin de dichter op de valreep het wezen en eigene van zijn ouders aftast en probeert te doorgronden (…) Het levert (…) lyriek op van een zelden aangetroffen soort en een zeldzame onnadrukkelijke intensiteit waarin de beaamde versmelting van het eigen bestaan met het eeuwig voort wentelen van de evolutie op het moment suprême betrapt wordt. (…)
Lees hier de recensie
Meer over ‘Het eiland en andere gedichten’
Meer over Michiel van Kempen bij Uitgeverij In de Knipscheer