«Het volk moest zijn zanger blijven horen en zien.» – Michiel van Kempen

Slory-Krzyzanowski-75 ( foto Michel Szulc Krzyzanowski )

Over Michaël Slory (1935-2018) in De Groene Amsterdammer, 9 januari 2019:
Michael Slory was er ten diepste van overtuigd dat hij ‘werkte voor Suriname’. Dat engagement leidde bij hem tot poëzie van een profetische gloed, maar even zo vaak ook van een intimistische detaillering. (…) Politiek was hij met de bewegingen van de tijd mee gegaan. In zijn jonge jaren was er het communisme en het meeleven met ontwakend Afrika, samenkomend in zijn door Theun de Vries ingeleide debuutbundel Sarka/Bittere strijd in 1961.Vervolgens speelde hij een grote rol in de nationalistische generatie die Suriname naar de onafhankelijkheid van 1975 droeg – soms publiceerde hij wel drie bundels in een jaar tijd. De meeste Surinaamse dichters lieten ná 1975 niet meer van zich horen, maar Slory ging door en bleef dapper zijn boekjes op straat verkopen, vaak in oplagen van tweeduizend. Het volk moest zijn zanger blijven horen en zien. Hij juichte de militairen toe, toen die aan het corrupte Suriname een eind zeiden te willen maken met hun coup van 1980. Maar na de decembermoorden twee jaar later zag hij hoe Suriname verraden werd door zijn eigen mensen. Hij had het volk zijn eigen cultuur willen teruggeven met poëzie in het Sranantongo, maar wendde zich teleurgesteld tot de taal van de voormalige overheerser: het Nederlands en de taal van Latijns-Amerika: het Spaans. En het wonderbaarlijke was dat hij zijn geheel eigen stem bleef behouden in elke taal. (…) Hij zou Paramaribo nooit meer verlaten sinds hij er in 1970 was teruggekeerd na zijn studie Spaans in Amsterdam. (…)
Lees hier het artikel
Meer over Michaël Slory bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Dichtend tegen de klippen op.» – Toef Jaeger

MichaelSlory (foto Anja Brandse)

Necrologie van Michaël Slory (1935-2018) in NRC Handelsblad, 5 januari 2019:
‘Als een bedelaar loop ik op straat mijn dichtbundels te verkopen’, zei Michaël Slory over zichzelf. Het is een treurig, maar treffend zelfportret van de op 19 december op 83-jarige leeftijd overleden Surinaamse dichter. Hij was een van de belangrijkste dichters uit het land, zeker wanneer het gaat om gedichten in het Sranantongo, de taal waarin hij tot aan de onafhankelijkheid bleef dichten. (…) In Nederland studeert Slory Spaans aan de UvA en trekt hij op met de schrijversgroep rond het tijdschrift ‘De Gids’ – het blad waarin in de jaren zestig ook gedichten van hem worden opgenomen. Het is in die jaren dat hij aansluiting vindt bij de Surinaams-nationalistische beweging. De fascinatie voor de Cubaanse revolutie, de plek van Suriname in de wereld en de onafhankelijkheidsstrijd: ze typeren het engagement dat al in Slory’s vroege werk is te vinden. (…) Officiële erkenning was er wel (hij kreeg bijvoorbeeld in 1986 de Literatuurprijs van Suriname), bewondering ook, maar niet in de vorm die Slory voor ogen stond. Zijn huis had bij gebrek aan stroom geen ijskast of tv, op scholen droeg hij poëzie voor, maar zijn bundels gaf hij in Suriname in eigen beheer uit: papiertjes met een nietje erdoor. (…) Dichtend tegen de klippen op (in de woorden van Slory zelf: ‘Grote genade, komt er dan nooit een einde aan die woordenvloed’), voordragend en strompelend, was Slory de laatste jaren erg broos. (…)
Lees hier de necrologie
Meer over Michaël Slory bij Uitgeverij In de Knipscheer

Staatsbegrafenis voor Michaël Slory

Begrafenis Slory

Suriname heeft vrijdag 28 december een van zijn grote zonen, de dichter Michaël Slory, met staatseer begraven. De avond ervoor was er een herdenkingsavond georganiseerd waarop velen uit de literaire wereld van Suriname een toespraak hielden. Die van Michiel van Kempen werd voorgelezen door Ruth San A Jong: « (…) Skrifimarki tu de fanowdu ete? Doen letters er nog wat toe? Laat ik er dit van zeggen: als de letters van Slory er niet toe doen, dan kun je je afvragen of Suriname ertoe doet. En daarom eindig ik met hem de rust toe te wensen die hij in 83 jaar zo weinig heeft gevonden. En ik geef hem het woord terug, met een gedicht van zijn hand dat u nog nooit gehoord zult hebben, omdat het nog niet is uitgegeven, getiteld ‘Afscheid van de doden’:

Afscheid van de doden

Geurig het afscheid.
Geurig het avondlicht
waar de boot vertrekt
voor altijd.
O dit leven
dat gaat en gaat,
en nooit weerkeert
en nooit weerkeert
O mogen mijn woorden zijn als bloemen
in het zacht wegkwijnend licht
O dat zij daar van gene zijde
ons eens zenden een bericht!

Lees meer over de begrafenis
Lees hier de uitgesproken tekst van Michiel van Kempen
Meer over Michaël Slory bij Uitgeverij In de Knipscheer

Michiel van Kempen, de auteur, gedenkt Michaël Slory met gedicht

SloryPeterdeRijk foto Peter de Rijk

Bij het overlijden van Michaël Slory op Caraïbisch Uitzicht, 21 december 2018:
Behalve taalwetenschapper (hoogleraar Bijzondere leerstoel Nederlands-Caraïbische Letteren aan de Universiteit van Amsterdam) en in die hoedanigheid bezorger van de bij deze uitgeverij verschenen drie bloemlezingen van Michaël Slory, is Michiel van Kempen ook schrijver en dichter. Op de dag dat Slory stierf schreef hij het gedicht ‘De boom is gevallen’.
Lees hier of hier het gedicht
Meer over Michaël Slory bij Uitgeverij In de Knipscheer
Meer over Michiel van Kempen bij Uitgeverij In de Knipscheer

Documentaire over Michaël Slory 21 december 2018 bij NPO 2 Extra

MichaelSloryMichaël Slory in juni 2018

Vanwege het overlijden van Michaël Slory op 19 december 2018 in Paramaribo zendt de NPO op vrijdagavond 21 december de documentaire over Michaël Slory die John Albert Jansen (met Michiel van Kempen) in 1996 maakte onder de titel ‘En nu de droom over is’. De documentaire is te zien op de kabel bij Ziggo en KPN en op de site van NPO.
Meer over Michaël Slory bij Uitgeverij In de Knipscheer

Dag Michaël Slory,

Slory-Alsof-men-alles-26-juni-2018-1-705x940
Het laatste publieke optreden van Michaël Slory bij de boekpresentatie van ‘Alsof men alles loslaat’ op 26 juni 2018 in Tori Oso, Paramaribo

Bij wijze van In Memoriam, Michaël Slory, 04-08- 1935 / 19-12-2018:
Merkwaardig toch, of toch niet, dat je hier in een kil Nederland de laatste dagen voortdurend ter sprake kwam. Afgelopen zondag 16 december hield Uitgeverij In de Knipscheer in het Amsterdamse theater Podium Mozaïek haar jaarlijkse boekpresentatie van de in 2018 nieuw verschenen titels van onze Antilliaanse en Surinaamse auteurs. Het slot van het programma was – als eerbetoon – gewijd aan jou met de Nederlandse presentatie van Alsof men alles loslaat, je nieuwste bundel die ik tot mijn blijheid in juni van dit jaar in jouw bijzijn mocht presenteren in Tori Oso. Je was toen eigenlijk al te zwak maar je wilde toch meedoen. Aan de hand van Sombra en Karin Lachmising liep je moeizaam naar je tafeltje bij het podium. Maar hoezeer je lijf ook protesteerde, je bleef scherp en alert. Dat beeld, die foto werd zondag op het grote theaterscherm in Amsterdam geprojecteerd.

Terwijl ik loftuitingen over Alsof men alles loslaat voor het publiek citeer, zie ik vanuit mijn ooghoek die foto voorbijkomen. Het ontroert mij onverwacht hevig, het besef dat we elkaar toen in Paramaribo voor het eerst en laatst hebben ontmoet, en het lukt me niet enkele gedichten van je voor te lezen. Aanwezige Surinaamse auteurs Karin Lachmising en Usha Marhé snellen me te hulp en brengen improviserend je titelgedicht ten gehore van het eerste boek dat In de Knipscheer van je in 1991 uitgaf: Ik zal zingen om de zon te laten opkomen.

Die Nederlandse loftuitingen herhaal ik hier met alle plezier. Meer dan bij Ik zal zingen (…) en je tweede bloemlezing Torent een man hoog met zijn poëzie bij ons uit 2012, zijn het ‘Hollandse’ recensenten en dichters die de loftrompet steken over Alsof men alles loslaat. Alle drie genoemde bundels kregen overigens hun selectie en hun voorwoord door Michiel van Kempen. Joost Baars, winnaar van de laatste VSB-Poëzieprijs 2017, een van de belangrijkste prijzen in Nederland voor dichters, schrijft: «Grenzeloos gelaagde eenvoud, en ik kan er alleen maar van dromen.» Hans Franse verzucht op Meander Magazine, het toonaangevende platform voor poëzie in Nederland: «Alles wat Michaël Slory ziet leidt bijna vanzelf tot een gedicht.» En John Jansen van Galen, niet onbekend met en in Suriname, en promotor van de poëzie, roept op de radio Michaël Slory uit tot «absoluut de beste dichter van Suriname.»

In Suriname ben je al in ver verleden gelauwerd met alle bestaande literaire prijzen. Maar nu is ook Nederland wakker. Net te laat.

Het ga je goed, Michaël.

Met beste groet,
franc knipscheer, uitgever
Haarlem, Nederland

Meer over Michaël Slory bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Deze poëzie blijft de moeite waard.» – C.H. Gajadin

VoorplatWaarbenjedaar75Over ‘Waar ben je daar / Báte huwán tu kahán’ van Jit Narain voor NBD / Biblion, 20 november 2018:
Deze tweetalige poëziebundel is een herziene herdruk van gedichten die in 1987 in Paramaribo werden uitgegeven. De recente uitgave verscheen naar aanleiding van de ‘Jit Narain Cultuurprijs’ die dit jaar voor het eerst werd uitgereikt in Den Haag. Jit Narain (1948) heeft zich enorm ingezet voor het literaire gebruik van het Sarnami: de spreektaal van Hindoestanen in Suriname en Nederland. In 1977 verscheen zijn eerste bundel ‘Dal Bhat Chatni’. In zijn voorwoord van deze heruitgave heeft Michiel van Kempen het over ‘tweetalig dichterschap’ van Jit Narain. De Nederlandse versie zou als bundel zelfstandige gedichten volstaan. (…) Niettemin is de uitgave van een bundel gedichten in het Sarnami van grote betekenis. Deze poëzie blijft de moeite waard. Onderwerpen zijn de voorouders van de dichter die zich als landbouwers uit de modder omhoog werkten, de tweede emigratie (naar Nederland) en een gevoel van ontworteling dat daaruit ontsproot.
Meer over ‘Waar ben je daar/Báte huwán tu kahán’
Meer over Jit Narain op deze site

Een middag met verhalen over Edgar Cairo

EdgarCairo Edgar Cairo in Parijs, 2000. Foto © Hans Visser.

Cultureel programma ‘Grani gi Edgar Cairo’ rond schrijver-dichter-performer Edgar Cairo (m.m.v. o.m. Gerda Havertong, Ronald Snijders en Felix Burleson), zaterdag 18 november 2018:
Dit jaar zou hij 70 jaar zijn geworden: Edgar Cairo (1948-2000), de eerste zwarte migrant-schrijver die zich nadrukkelijk een plaats wist te veroveren in de Nederlandse literaire wereld. Zijn columns in Surinaams-Nederlands in de Volkskrant brachten veel beroering teweeg. Hij schreef over zowat alle thema’s die nu nog het debat van multicultureel Nederland bepalen: de zwarte inbreng in de Nederlandse samenleving, immigratie en de koloniale geschiedenis, racisme en het Sinterklaasfeest. Hij schreef in totaal 40 boeken: romans, dichtbundels, theaterteksten. Bovendien was hij een fameus voordrachtskunstenaar die op alle grote podia en festivals stond. In een wervelend programma worden mensen geïnterviewd die Edgar Cairo persoonlijk hebben meegemaakt. Er zijn voordrachten uit zijn werk en beeldfragmenten van zijn optredens en er is live muziek.
Grani gi Edgar Cairo; – Een middag met tori’s van en over Edgar Cairo
Met Felix Burleson, Arthur Cairo, Orfeu Cairo, Felix Burleson, Johan Graaven, Gerda Havertong, Michiel van Kempen, Franc Knipscheer, Ronald Snijders en Inge Stolzenbach.

Datum: zondag 18 november 2018, 15.00-18.00 uur
Entree € 10,00. Alleen contant. Gratis Caraïbisch boek voor elke bezoeker. Boekenstand aanwezig. Maaltijd na afloop € 5,00.
Plaats: Zaal De Drecht, Niftrikhof 1, 1106 SB Amsterdam-Zuidoost (5 min. lopen vanaf metrostation Holendrecht)
Organisatie: Stichting Edgar Cairo, m.m.v. uitgeverij In de Knipscheer en de OBA.
De Stichting Edgar Cairo zet zich in om de nalatenschap van Edgar Cairo te beheren en zijn werk onder de aandacht van een nieuw publiek te brengen. Adres: stedgarcairo@gmail.com
Klik hier voor uitnodiging
Meer over Edgar Cairo op deze site

1e Jit Narain Lezing 2018

VoorplatWaarbenjedaar75Vrijdag 31 augustus 2018 in de Nieuwe Kerk, Den Haag:
De 1e Jit Narain Lezing zal worden verzorgd door prof. dr. Michiel van Kempen. Tijdens deze Lezing zal de Jit Narain Cultuurprijs worden uitgereikt aan de dichter Jit Narain. De Jit Narain Lezing is een jaarlijks terugkerende lezing over de Sarnámi cultuur in Nederland en Suriname. De Lezing zal alternerend worden georganiseerd in Nederland (Den Haag) en in Suriname (Paramaribo). De lezing zal gaan over onderwerpen die de Sarnámi cultuur in de meest brede zin raken. Hierbij zal de nadruk worden gelegd op taal, literatuur, cultuur, politieke emancipatie en geschiedenis van de Surinaamse Hindostanen in Nederland en Suriname. Het gaat dan niet alleen om de balans tot nu toe, maar vooral ook om de focus op toekomstige ontwikkelingen, gestoeld op de verdiensten uit het verleden en het heden. Aan deze lezing is ook de uitreiking van de Jit Narain Cultuurprijs gekoppeld. Bij deze gelegenheid zal door Jit Narain een exemplaar van zijn dichtbundel ‘Waar ben je daar / Báte huwán tu kahán’ worden aangeboden aan de burgemeester van Den Haag en een exemplaar aan de voorzitter van het curatorium van de Jit Narain Cultuurprijs. Uitgeverij In de Knipscheer is aanwezig met een boekentafel waarop de opnieuw uitgebrachte bundel Van Jit Narain te koop zal zijn. Toegang uitsluitend op uitnodiging van Het Curatorium van de Jit Narain Lezing. Vooraf aanmelden verplicht op jitnarainlezing@gmail.com. Locatie Nieuwe Kerk, Spui 175, 2511 BM Den Haag. Aanvang 20.00 uur precies (inloop vanaf 19.15 uur).
Klik hier voor de flyer
Klik hier voor de routebeschrijving
Meer over ‘Waar ben je daar / Báte huwán tu kahán’
Meer over Jit Narain op deze site
Meer Surinaams-Hindostaanse literatuur bij Uitgeverij In de Knipscheer

Jit Narain – Waar ben je daar/ Báte huwán tu kahán. Gedichten

VoorplatWaarbenjedaar75Jit Narain
Waar ben je daar/ Báte huwán tu kahán

gedichten
Suriname – Nederland
voorwoord Michiel van Kempen
gebrocheerd in omslag met flappen,
60 blz., € 15,00
ISBN 978-90-6265-618-9
eerste druk september 2018

Jit Narain (Livorno, Suriname, 1948) is opgeleid als huisarts in Leiden. In de jaren ’70 ontpopte hij zich als groot voorvechter van het Sarnámi, de taal van de Surinaamse Hindostanen. Hij debuteerde als dichter met ‘Dal Bhat Chatni’ [Gele erwten, rijst, chutney] (1977), waarna een tiental bundels volgde, ook in het Nederlands, als laatste ‘Rahan/Bestaan’ (2017). Ze verschenen hoofzakelijk in eigen beheer in Suriname.

In zijn poëzie bezingt hij de voorouders die van India kwamen en die zich als landbouwers uit de modder omhoog wisten te werken. Voorts is de tweede emigratie (naar Nederland) en het gevoel van ontworteling dat daaruit ontsproot een constante in zijn poëzie. Zijn rijpste werk onttrekt zich meer en meer aan het anekdotische, maar blijft dankzij de metafora sterk beeldend.

In 1988 verscheen zijn tot dan verzamelde poëzie in India. In 1991 ging Jit Narain definitief terug naar zijn geboorteland, waar hij in het district Saramacca een polikliniek opende en ook maatschappelijk en literair actief werd. In 1987 ontving Jit Narain de Ráhman Khán-prijs voor zijn poëzie. Michiel van Kempen ontving dezelfde prijs voor literatuurstudie. Bij die gelegenheid verscheen in Suriname de bundel Waar ben je daar/ Báte huwán tu kahán, Nederlandstalige poëzie met een vertaling in het Sarnámi. Bij gelegenheid van de eerste Jit Narain Cultuurprijs verschijnt van deze titel nu in Nederland een herziene editie. Daarmee is voor het eerst werk van Jit Narain ‘officieel’ in Nederland uitgegeven.

Meer over Jit Narain op deze site
Meer Surinaams-Hindostaanse literatuur bij Uitgeverij In de Knipscheer