«Het is 100 % poëzie. Wie mooie regels lezen wil, moet zich aan de eindeloos meanderende regels wagen.» – Ezra de Haan

Wat geen teken isOver ‘Wat geen teken is maar leeft’ van Michiel van Kempen op Literatuurplein.nl, 1 december 2012:
Interessant is ook dat Van Kempen openlaat waar een regel stopt of doorloopt. Dat is aan de lezer. Hierdoor ontstaan steeds weer nieuwe regels. (…) Michiel van Kempen grossiert in prachtige regels. Ze zijn lang, maar nergens te lang. Het geheim zit in de beelden die hij ermee oproept. (…) Wat geen teken is maar leeft is een rijke dichtbundel die om herlezen vraagt. Steeds weer valt je een mooie regel, een vondst op. (…) Hij weet je te ontroeren, niet alleen door herkenning, maar vooral door zijn dichtregels die als een eindeloos lijkend lied doorklinken tot ze de gevoelige snaar raken.

Lees hier de recensie

Meer over deze bundel

«De bundel ‘Wat geen teken is maar leeft’ is zonder meer een droomdebuut.» – Rolf van der Marck

Over ‘Wat geen teken is maar leeft’ van Michiel van Kempen op Caraïbisch Uitzicht, 5 november 2012:
Het taalplezier spat er bij Van Kempen vanaf, en niet zomaar taalplezier, maar het spel van een taalkundige. (…) Alsof je de rivier afzakt en in een weldadige sula belandt. Michiel van Kempen is op slag geëvolueerd tot “wetenschapper, schrijver en dichter”. Helaas is Gerrit Komrij er niet meer om dat te boekstaven. Maar Van Kempen zal de eerste zijn om dat te relativeren, zoals hij in het gedicht ‘Wald’ zegt: […] ‘maar zekerheid is er niet, en nooit geweest’

Lees hier de recensie

Meer over Michiel van Kempen

«Een diepe zucht kerft hij met zijn woorden in het paradijs om hem heen.» – C.H. Gajadin

DubieuzenOver ‘Torent een man hoog met zijn poëzie’ van Michaël Slory voor NBD Biblion, 5 november 2012:
In zijn isolement torent de Surinaamse dichter (1935) boven anderen uit met zijn poëzie. In een enkele observatie weet hij Suriname te typeren als geen ander.

Lees hier de recensie

Meer over Michaël Slory

«Hoe verborgen kan een groot dichter zijn?» – Klaas de Groot

Bernardo AshetuOver ‘Dat ik je liefheb’ van Bernardo Ashetu in OSO (2012-1), 10 september 2012:
Ashetu is een uniek dichter die volstrekt overtuigt. Een dichter die vorm en inhoud tot een geheel kon maken. Dat ik je liefheb laat goed zien hoeveel variaties deze dichter kon aanbrengen in zijn werk. (…) ‘Dat ik je liefheb’ is een boek dat niet vergeten mag worden, de dichter kan nu te voorschijn komen. De Caraïbisch-Nederlandse letterkunde is een goudmijn rijker. En de waarde van goud stijgt nog steeds.

Lees hier de recensie

Meer over Bernardo Ashetu

«Wat hij tevoorschijn tovert lijkt bedrieglijk eenvoudig.» – Levity Peters

Wat geen teken isOver ‘Wat geen teken is maar leeft’ van Michiel van Kempen op MeanderMagazine, 27 oktober 2012:
Hoe hij ernst en luim en lichtheid hand in hand laat gaan, maakt mij een bewonderaar. Dit is poëzie die getuigt van een onstilbare honger naar de werkelijkheid, waarvan de vergankelijkheid soms wordt betreurd, en waarin het nieuwe met plezierige vanzelfsprekendheid wordt binnengehaald. Deze poëzie brengt je even in de staat van de levenskunstenaar (wie wil dat niet zijn) die het leven hoe dan ook als rijk ervaart. (…) Tot slot wil ik een kort gedicht (Antwerpen Centraal) in zijn geheel citeren waarvan vanaf de eerste lezing van de bundel de eerste regels waren blijven haken, en die ik te pas en te onpas grijnzend voor mij uit mompel. […] En nu je het gelezen hebt; nog een keer lezen. Er staat zoveel meer in.

Lees hier de hele recensie

Meer over Michiel van Kempen

«Deze man schrijft niet alleen poëzie maar ís poëzie.» – Nicolaas Porter

DubieuzenOver ‘Torent een man hoog met zijn poëzie’ van Michaël Slory in De Ware Tijd Literair, zaterdag 13 oktober 2012:
Slory heeft voor ons gezongen. Onverzettelijk en onvermoeibaar. Wat gaan wij nu doen? Komt er nog een lied? Wie behoefte heeft om de mens Michaël Slory te leren kennen zou beslist het geschreven portret van Michiel van Kempen moeten lezen. Te vinden in het nawoord van de nieuwe bundel ‘Torent een man hoog met zijn poëzie’.

Lees hier de recensie

Meer over Michaël Slory

«Dit is poëzie die wil communiceren, die uitgesproken moet worden en gehoord.» – Joop Leibbrand

DubieuzenOver ‘Torent een man hoog met zijn poëzie’ van Michaël Slory op MeanderMagazine, 25-09-2012:
Hoewel het werk dus duidelijk in een orale traditie staat, zijn de gedichten niet neergezet in brede, epische streken. Slory blijkt in de eerste plaats een taalkunstenaar te zijn die de bijzondere facetten van de werkelijkheid die hij waarneemt, bijslijpt tot juweeltjes. Ieder gedicht een geschenk, ik denk dat hij het zo bedoelt.
Lees hier de hele recensie.

Michiel van Kempen – Wat geen teken is maar leeft. Gedichten

Wat geen teken is
MICHIEL VAN KEMPEN
Wat geen teken is maar leeft

Nederland
Ingenaaid, 56 blz., € 15,–
september 2012
ISBN 978-90-6265-698-1

Presentatie 23 september 2012 in Vereniging Ons Suriname in Amsterdam

Op de grens van poëzie en proza schrijft Michiel van Kempen vaak lange gedichten die hoogst persoonlijk van toon zijn. Niet voor het eerst wordt de liefde in de literatuur bezongen en ook het einde daarvan, maar wat deze bundel zo bijzonder maakt is het beschrijven van de breuklijn daartussen. Hoe er toch nog iets tussen mensen kan zijn als het overduidelijk voorbij is. De ooit zo begeerde wordt haast een vreemde. Zelfs woorden krijgen een nieuwe betekenis. Een bed wordt lits-jumeaux.

Hoe kan een taal die wij beiden
vanaf de eerste aai blindelings spraken
met open ogen zo ontregeld raken.

Van Kempen beschrijft de totale ontluistering na het verlies en spaart de ‘ik’ daarbij geen moment.

Thuis is niet waar jij je hebt verbeeld dat thuis was
Aankomst is gesmolten sneeuw en vreemdheid die verdampt

Hij laat zien dat het menselijk bedrijf slechts de spelers ervan betreft. De wereld draait door alsof er niets aan de hand is en ook de natuur laat zich nog steeds van haar beste kant zien.

en wij die binnen de klanken van dit waterland
wonen, laten geen traan, want wat niet zinkt
en wat niet drijft en wat niet zweeft
en wat geen teken is maar leeft
en is en is en is, begraaft de waan
het is van geen betekenis geweest

Michiel van Kempen is wetenschapper en schrijver. Hij is de auteur van verschillende bloemlezingen en essaybundels over Surinaamse literatuur en van diverse romans en verhalenbundels. Wat geen teken is maar leeft is zijn eerste dichtbundel.

Zondag 11 december 2011 grote Surinaamse presentatie in Amsterdam

De Aankomst
met voordracht, interview en muziek

De laatste parade Bernardo Ashetu

Uitgeverij In de Knipscheer en Vereniging Ons Suriname nodigen u van harte uit aanwezig te zijn op zondagmiddag 11 december 2011 om 15.00 uur bij de feestelijke, dubbele boekpresentatie van:

[1] De laatste parade Ruth San A Jong

[2] Dat ik je liefheb Bernardo Ashetu

Met medewerking van:
Ruth San A Jong, auteur uit Paramaribo
Michiel van Kempen, bezorger van Dat ik je liefheb
Peter de Rijk, interviews
Felix Burleson, voordracht Bernardo Ashetu
Frank Ong-Alok en Fleur Tolman e.a. (Flower to the People), muziek Will It Go Round
Raj Mohan (met diverse bandleden), muziek Daayra

Frank Ong-Alok Daayra

Na afloop signeren de auteurs en musici voor belangstellenden hun boeken en cd’s.

Vereniging Ons Suriname Zeeburgerdijk 19-21 1093 SK Amsterdam Tel: 020 693 50 57
Klik kaart:
Zondag 11 december 2011
zaal open 14.30 uur; programma 15.00 tot circa 17.00 uur
daarna signeren en napraat

U wordt uitgenodigd een (of meer) gratis toegangskaart(en) te reserveren.
U kunt uw komst bevestigen via antwoordmail aan info@veronsur.org . Reserveren is verplicht.
De toegangskaart(en) liggen op 11 december vanaf 14.30 uur klaar bij VOS.

Kijk hier naar fragmenten uit het interview van Peter de Rijk met Ruth San A Jong bij de presentatie
Meer over ‘De laatste parade’ van Ruth San A Jong

Bernardo Ashetu – Dat ik je liefheb. Gedichten

Bernardo Ashetu
BERNARDO ASHETU
Dat ik je liefheb. Gedichten

Suriname/Nederland
Genaaid gebonden met stofomslag
met leeslint, 128 blz., € 19,50
november 2011
ISBN 978-90-6265-676-9

Bij zijn leven publiceerde Bernardo Ashetu (pseudoniem van Hendrik George van Ommeren, Paramaribo 1929 – Den Haag 1982) zegge en schrijven één grote poëziebundel, Yanacuna, in 1959. Hij schreef ook in de jaren daarna poëzie, veel poëzie, en stelde daaruit 31 poëziebundels samen die alle ongepubliceerd zouden blijven.

Michiel van Kempen, die de hier aangeboden bloemlezing Dat ik je liefheb uit diens nalatenschap samenstelde, geeft in zijn Nawoord (Poëzie als graf voor demonen) als verklaring hiervoor dat Ashetu, na de afwijzing door zijn vader van zijn dichterschap met Yanacuna, geen vers meer wilde laten verschijnen opdat publicatie van zijn poëzie niet meer in verband gebracht zou kunnen worden met de naam van zijn vader. Bernardo Ashetu, zoon van een joodse moeder en een creoolse vader, voelde zich een ‘zwarte’ dichter en verwant aan Stokely Carmichael, Aimé Césaire, Frantz Fanon. Zijn poëzie heeft evenwel de klankrijkdom die Gezelle, Gorter, Van Ostaijen, Engelman, Lodeizen aan de Nederlandse taal wisten te geven.

Dat ik je liefheb bundelt ruim 100 gedichten die Michiel van Kempen koos uit de nalatenschap van Ashetu, die meer dan duizend gedichten telt, poëzie die een tijdspanne omvat van een kwart eeuw en voor het overgrote deel niet eerder gelezen en genoten kon worden.

Uiteindelijk bezingt Ashetu eerst en vooral de uithoeken van zijn eigen complexe verhouding tot leven en dood. Michiel van Kempen zegt het in de slotregels van zijn Nawoord zo: ‘Voor Bernardo Ashetu heeft het lied en de dood alles met elkaar te maken op de weg naar evenwicht en rust. Zijn liederen bezweren de demonen die tevoorschijn waren gesprongen, toen de twee continenten van zijn ouders, Afrika en Europa, in Zuid-Amerika op elkaar botsten. Ashetu heeft zich zingend een weg naar de dood gebaand en de poëzie die hij naliet klinkt ons als muziek in de oren.’