«Een klassieke zucht van verlichting.» – Arjan Peters

VoorplatOntbreken75Over ‘Het ontbreken hoor je niet’ van Chawwa Wijnberg in De Volkskrant, 20 april 2019:
Opzettelijk moeilijk doen leidt niet tot een betere dichtbundel: Chawwa Wijnberg laat zien hoe eenvoud zegeviert. (…) Chawwa Wijnberg kondigde onlangs haar achtste en laatste dichtbundel aan, doelend op haar haperende gezondheid. Daarover gaat ook ‘Slijtage’, het eerste gedicht in ‘Het ontbreken hoor he niet’. De dichter is broodnuchter over de ontluistering; haar zinnen zijn geslonken tot woordjes. Het eindrijm is in alle eenvoud een klassieke zucht van verlichting. (…). Het gaat niet meer. Maar ze kan het nog.
Lees hier het artikel ‘Over de eenvoud’ van Arjan Peters in de Volkskrant
Meer over ‘Het ontbreken hoor je niet’
Meer over Chawwa Wijnberg bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Optimistisch blijven over de toekomst, dat is het grootste mirakel van deze poëzie.» – Mario Molegraaf

Opmaak 1Over ‘Krassen’ van Chawwa Wijnberg in PZC, 13 november 2015:
Maar het plezier is er niet minder om, bij haar valt dat vooral af te lezen uit een stroom nooit vertoonde woorden. De nieuwe Van Dale stond zo trots wit in mijn kast, maar lijkt door alle vondsten van de dichteres toch een beetje verschoten. In de drie delen zoek je vergeefs naar ‘gisterzinnetje’ of ‘maandagochtendhekel’, door Chawwa Wijnberg uit het niets tevoorschijn getoverd. Er is in ‘Maandag’, een gedicht over de verstoorde illusies van zondagskinderen, ook nog sprake van maandagwind en maandagregen, van maandagochtendscholen en maandaghuilen. Tot nu toe ontbraken ons de woorden, maar wat de dichteres bedoelt herkennen we met pijn en opluchting tegelijk: zij dus ook! Moeten we nu lachen of huilen om een dag van ongerief, ‘van opgevreten muizen/ van kattenkwijl en staartverlies’ en bovendien ‘van fiets gevallen/ spaken in wiel/ en schadebrief.’ (…) ‘Spreek vrede’ is haar oproep, wapens weg. Ze wijdt zelfs een heus sonnet, ‘Zulke tijden’, aan deze heerlijke illusie, een droom van vredige tijden: ‘we strelen de voeten/ we vertellen de kinderen/ het is nooit oorlog geweest.’ Haar manier om te vechten tegen het verschrikkelijke verleden en tegen de akelige actualiteit. En dan toch optimistisch blijven over de toekomst, dat is het grootste mirakel van deze poëzie.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Krassen’
Meer over Chawwa Wijnberg bij Uitgeverij In de Knipscheer

Chawwa Wijnberg – Echo van de roos

chawwa wijnbergCHAWWA WIJNBERG
Echo van de roos

Nederlands / Poëzie
Ingenaaid, 80 blz. 13,50
ISBN 90-6265-552-1
Eerste druk 2003

De verhuizing van Chawwa Wijnberg enkele jaren geleden van Midden-Nederland naar Zeeland lijkt een nieuwe ontwikkeling in haar werk te hebben losgemaakt. Waar haar blik eerst vooral naarbinnen was gericht – naar haar leven, haar verleden en de sporen daarvan in haar omgeving – richt die zich nu met Echo van de roos naar buiten, op Zeeland. En als een kind ziet ze de schoonheid van het alledaagse, de rust van de stad waar ze de stadsdichter van mag zijn: Middelburg. Chawwa Wijnberg toont doorkijkjes, frietkotten, grachten en parken. Oude pijn lijkt draagbaar door de vreugde die ze in Zeeland mag beleven.

Chawwa zou Chawwa niet zijn als ze niet kritisch om zich heen bleef kijken: ze volgt de wereld en reageert op dat wat er gebeurt. En zo wisselen liefdesliedjes en stadsoden elkaar af maar is er ook ruimte voor de elfde september, de wandelende jood of het eigen ego. Deze zo van elkaar verschillende onderwerpen vormen een eenheid in Echo van de roos waarmee Chawwa Wijnberg door het precies gekozen detail, de liefde voor het kleine aandacht geeft aan datgene waaraan anderen voorbijgaan.

Chawwa Wijnberg (1942) is beeldend kunstenaar en dichter. Zij was als joods kind een onderduikkind. Haar vader zat in het verzet en werd in de oorlog door de Duitsers gefusilleerd.
Zij debuteerde in 1989 met Aan mij is niets te zien. “Het niet-doordeweekse debuut van een authentiek dichteres” (Standaard der Letteren). In 1993 verscheen Handboek voor de joodse kat, waarover Poëziekrant schreef: “Een van de opmerkelijke dichteressen uit de Nieuwe Wilden. Deze bundel bevestigt haar talent. Kenmerkend voor haar poëzie zijn de weerbaarheid en de humor.”
In haar derde bundel Matses en monsters (2001) vindt Wijnberg de woorden om te beschrijven wat overlevenden van de holocaust nog dagelijks ervaren. “Zang en dans dus, tot op de laatste bladzijde. De poëzie van Chawwa Wijnberg is onontkoombaar uitnodigend. Wie haar leest gaat met haar mee op reis” (Paul Gellings).

Begin dit jaar werd Chawwa Wijnberg voor 2003 benoemd tot stadsdichter van Middelburg. Als dichter trad zij inmiddels vijf keer op in de Nacht van de Poëzie.

De pers over Echo van de roos
“CHAWWA WIJNBERG is van 1942. Voor de meeste mensen een jaar als zoveel andere, maar niet voor haar, voor het meisje dat alleen als onderduikster de oorlog kon overleven. Zestig jaar later is het nog altijd 1942. Haar geheugen zorgt dat het vandaag gewoon gisteren is. Nooit, nooit gaat de oorlog meer over. Van die obsessie getuigt ze in haar poëzie in Echo van de roos. Dit is Chawwa Wijnberg op haar best, in meer dan één opzicht herinnert ze aan Judith Herzberg. Woorden ter bezwering. Woorden om met het verleden in het reine te komen. Woorden die een beklemmend beroep op de lezer doen: ‘De echo van de roos/wandelt als de jood voorbij/was ze er ooit/en waar was jij.'” – uit: Provinciale Zeeuwse Courant

“Een ware taalkunstenares is Chawwa Wijnberg. Je ziet haar in sneltreinvaart, van bundel tot bundel, veranderen en zichzelf onverwisselbaar trouw blijven. Hier ligt de nadruk op het luchtige en het exotische. Toch is het niet allemaal zo lieflijk als het wellicht bij eerste lezing lijkt. Want wie Echo van de roos leest, moet er rekening mee houden dat doornen ook hun echo hebben en dat deze poëzie ontegenzeglijk bijtende kanten heeft. Zoals tederheid en een donkere humor elkaar afwisselen, zo wisselen ook het rijm en het vrije vers elkaar af, wat niet betekent dat wat niet rijmt niet zingt. Er zijn zelfs gedichten waarin het metrum de suggestie van rijm wekt en daarin schuilt het hart van de poëtica van Chawwa Wijnberg: zingende taal. Hier is iemand aan het woord die zonder zelfherhaling steeds authentieker wordt en daarvan steeds meer laat zien in gedichten die geen moment vervelen.” – uit: Paul Gellings in NIW