Fragment uit ‘Nergens ergens’ van Astrid H. Roemer vertaald in het Frans

septentrionIn ‘Septentrion’, jrg. 47 nr. 3, september 2018:
Het tijdschrift ‘Septentrion. Arts, lettres et culture de Flandre et des Pays-Bas’, het Franstalige ‘zusje’ van het blad ‘Ons Erfdeel’, heeft een themanummer gewijd aan de manier waarop de Lage Landen omgaan met het koloniale verleden. In dit themanummer is ook een korte literaire bloemlezing opgenomen, waarvoor onder meer een fragment is gekozen uit de roman ‘Nergens ergens’ van Astrid H. Roemer (In de Knipscheer, 1983). De vertaling uit het Nederlands is van Philippe Noble. Verder is in dit ‘katern’ werk opgenomen van Multatuli, Hella S. Haasse, Jef Geeraerts en Cola Debrot.
Klik RoemerFranshier en hier voor het fragment ‘Du droit ou de l’économie !’ van Astrid H. Roemer
Meer over ‘Nergens ergens’
Meer uit ‘Septentrion’ op deze site
Meer over Astrid H. Roemer op deze site

«Heldere uitleg van de koloniale geschiedenis in ‘ons Indië’.» – Frits Tromp

Over ‘De overkant’ van Ernst Jansz in Friesch Dagblad, 28 juli 2016:
Het Friesch Dagblad bevraagt deze zomer lezers van de krant over hun favoriete boek. Vandaag: Frits Tromp uit Leeuwarden over het boek ‘De overkant’ van Ernst Jansz. (…) “Een werkstuk voor geschiedenis heb ik zelfs aan de onafhankelijkheidsstrijd gewijd, met ‘De overkant’ als belangrijke (literatuur-)bron. (…) De passage waarin Rudi en Joch op Texel kamperen ontroert me elke keer weer. Er gaat zoveel liefde van uit, van de zoon richting de vader!” (…)
Lees hier het artikel
Meer over ‘De overkant’

«Dit scherp geschreven essay is voornamelijk een ‘wake up call’.» – Melissa Korn

DubieuzenOver ‘De Dubieuzen’ van Alfred Birney op Indisch3.nl, 23 -11-2012:
Alfred Birney brengt opzienbarende boeken van vergeten schrijvers aan het licht waarin het koloniale leven anders wordt omschreven dan in de bekende boeken van bijvoorbeeld Couperus en Multatuli. (…) In dit essay is Birney soms haast niet bij te houden. Hij vertelt fel en aan de hand van vele voorbeelden over het deel van het Indische verleden dat nieuwe Indische generaties vaak in beperkte mate wordt bij gebracht. In Birneys woorden: ‘Ontkenning van eigen rijkdom is wel de grootste armoe die er bestaat’, wat volgens hem deels de oorzaak is dat het postkoloniale debat in Nederland laat op gang kwam en niet te vergelijken is met landen als de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk.

Lees hier de recensie.

Meer over ‘De Dubieuzen’

In memoriam Francisco Carrasquer (1915-2012)

Fred de Haas over Franciso Carrasquer in Linguaan, 7 november 2012:
Na de dood van Franco is hij in 1985, na zijn pensionering, teruggegaan naar zijn geboorteland, waar hij op 7 augustus 2012 op 97-jarige leeftijd is gestorven.
De bundel Vísperas had hij in Nederland geschreven. Het stof van de Spaanse revolutie was eindelijk neergeslagen en Carrasquer vond de rust om de blik te richten op de gebeurtenissen uit het verleden die zijn vlucht uit het land van Franco hadden bewerkstelligd. Ik was onmiddellijk gegrepen door de beklemmende sfeer van zijn verzen.

Lees hier het hele IM

Meer over Vespers – Vísperas

‘Linguaan’ is het tijdschrift van het Nederlands Genootschap van Tolken en Vertalers (NGTV)

«Aansprekende voorbeelden van de beeldvorming rond de Indo.» – Petra Teunissen-Nijsse

DubieuzenOver ‘De dubieuzen’ van Alfred Birney in Arabesken nr. 40, 1 november 2012:
Birneys inleiding over de begrippen ‘Indo’, ‘Indisch’, ‘Hollander’ en ‘koloniale literatuur’ legt duidelijk de pijnpunten bloot. Er is veel verwarring over deze begrippen, door tekortschietend historisch besef of door politiekcorrecte angst voor racisme. Birney stelt uiteindelijk voor om de term ‘Indisch’ als een cultureel begrip op te vatten en de term ‘Indo’ als een etnisch begrip. (…) In zijn omvangrijke essay laat Birney zien dat de Indo-schrijvers het multiculturele leven in Nederlands-Indië anders beschrijven dan Couperus en Multatuli. Hij geeft enkele aansprekende voorbeelden van de beeldvorming rond de Indo en zijn ‘dubieuze’ status. Ook trekt hij interessante parallellen tussen ‘liplappen’ en ‘sinjo’s’, en jonge halfbloeden in onze huidige samenleving.

Lees hier de recensie

Meer over De dubieuzen

«***** De stijl van Birney is weldadig polemisch, recht voor z’n raap.» – Aart van Zoest

DubieuzenOver ‘De dubieuzen’ van Alfred Birney in Vrij Nederland, 25 augustus 2012:
Birney onderneemt een kruistocht tegen de bestaande canon van de Indië-literatuur. De indoschrijvers Dé-Lilah, Victor Ido, J.E. Jasper hebben werk geleverd dat in menig opzicht meer te bieden heeft dan dat van de geconsacreerden Multatuli, Couperus en Daum. Dat beweert Birney niet alleen, hij laat het ook duidelijk zien.

Lees hier de recensie

Alfred Birney – De dubieuzen. Essays

Dubieuzen
ALFRED BIRNEY
De dubieuzen. Essays

Nederland
Ingenaaid met flappen, 224 blz., € 18,50
2012
ISBN 978-90-6265-695-0

Nadat Alfred Birney in 1998 zijn veelbesproken bloemlezing Oost-Indische inkt; 400 jaar Indië in de Nederlandse letteren had gepubliceerd, dook de schrijver nog dieper in de boeken. Dat resulteerde in Yournael van Cyberney (2001), waarin hij onder meer de maakbaarheid van de literaire canon onder de loep neemt. Nu brengt hij in De dubieuzen (2012) enkele opzienbarende boeken van vergeten schrijvers onder de aandacht. Het multiculturele leven in het voormalige Nederlands-Indië wordt daarin heel anders beschreven dan in boeken van beroemde schrijvers als Couperus en Multatuli. In dit diepgravend maar levendig geschreven essay over onze koloniale literatuur worden opvallende en verrassende parallellen met ons huidige anti-multiculturele klimaat getrokken, waarin racisme, vreemdelingenhaat en religieuze uitingen tegenstellingen uitlokken en leiden tot fel debat.

Alfred Birney neemt sinds 1987 met zijn gevarieerde oeuvre een unieke plaats in tussen de schrijvers van Nederlandse en Indische literatuur. Veelvuldig terugkerende thema’s in zijn literaire werk zijn vervreemding van familie, voortdurend raadselen in verband hiermee oplossen en het onvermogen tot identificatie met moederland of vaderland. Hij heeft een dozijn boektitels op zijn naam staan en publiceerde daarnaast honderden columns, verhalen en artikelen in uiteenlopende bladen en bundels.

Over zijn dubbelroman Indische gezichten schreef Trouw: ‘Birneys relaas schittert als een eenzame heldere ster aan de hemel van de Indische letterkunde.’

«‘Te leven op duizend plaatsen’ is het lezen zeker waard.» – Joost van der Vleuten

Rob GroenewegenOver ‘Te leven op duizend plaatsen. Jo Otten 1901 – 1940’ van Rob Groenewegen op Literair Nederland, 26 januari 2012:
Groenewegen doet alle moeite doet om de wereld van de schrijver tot leven te wekken. Hij geeft een beeld van Rotterdam in de eerste decennia van de twintigste eeuw, dat zich schoksgewijs ontwikkelde tot wereldhaven. Hij beschrijft het culturele leven: het was de tijd van de filmliga, de charleston en de grammofoonplatenfeestjes, de tijd ook van nieuwe zakelijkheid, vitalisme en futurisme. Groenewegen schetst de gecompliceerde veelvormigheid van de Nederlandse literatuur uit die tijd, met allerlei avant-gardebewegingen die over elkaar heen tuimelen. En hij doet een verdienstelijke poging de waardering van Otten en vele anderen voor het fascisme en andere autoritair-populistische stromingen te begrijpen in de context van hun tijd. (…) Rob Groenewegen heeft het allemaal grondig uitgezocht, opgeschreven en met gulle hand van illustraties voorzien.

Lees hier de recensie

Meer over deze biografie