«Op zoek naar de waarde van het leven in een mooi, bespiegelend boek, zorgvuldig van taal en stijl.» – Marianne Janssen

Voorplat catalograaf-75Over ‘De catalograaf’ van Diana Tjin op Leeskost, 26 mei 2020:
Als Edgar te midden van zijn bijna ex-collega’s met hen proost op zijn ‘welverdiende rust’ na vijfenveertig jaar arbeid als catalograaf, is zijn lach gemaakt, zijn vreugde gespeeld. Inderdaad hij zal niet langer ‘loonslaaf’ zijn en als ‘vrij man’ zelf zijn tijd kunnen indelen, maar dat is nu juist het laatste waar hij zin in heeft. Hij houdt van zijn werk, hij is gehecht aan zijn collega’s, de ledigheid die hem wacht ziet hij met afschuw tegemoet. Na het festijn vertrekt hij zo gauw mogelijk naar zijn buitenhuisje in Groet. Daar komt hij op zijn wandeling kort na aankomst een man tegen. Meneer Charles. En die biedt hem een freelance karwei als catalograaf aan. Edgar neemt het aanbod gretig aan. (…) In Charles’ huis ontmoet hij Maria, diens assistente. (…) Edgar is gefascineerd door Maria. (…) Zou Maria hem eindelijk toekomst bieden? En wat moet hij met zijn afkomst als Surinamer en tevens Portugese jood? Daarvan zou hij meer willen weten. (…) Dit is een mooi, bespiegelend boek, zorgvuldig van taal en stijl. Niet alleen dat: ook fascinerend om te lezen wat een catalograaf doet, een bijzonder beroep waarvan ik nog nooit had gehoord.
Lees hier de recensie
Meer over ‘De catalograaf’
Meer over Diana Tjin bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Een zoektocht naar identiteit, met als neventhematiek de traditionele rolverdeling binnen een huwelijk.» – Marjo van Turnhout

Voorplat catalograaf-75Over ‘De catalograaf’ van Diana Tjin op Leestafel, 20 mei 2020:
Edgar, als catalograaf werkzaam bij de Universiteitsbibliotheek, gaat met pensioen. (…) Wat moet hij nu met al die vrije tijd, met die leegte? (…) Meneer Charles zoekt een catalograaf, om zijn verzameling automatons te ordenen. Dit is wat een catalograaf doet: materialen als boeken, films, games, spelmaterialen, e-boeken catalogiseren. En automatons dus, mechanische speelgoedjes of robotjes, heel oud of modern, gemaakt met behulp van de modernste technologische middelen. Terwijl hij het aanbod in overweging houdt, neemt hij eerst tijd om zijn eigen leven ook eens te ordenen… Hij vertelt over zijn ouders en zijn grote familie, Surinaams, deels met Chinese wortels, deels Joods. Edgar wist niet precies hoe het allemaal zat, en zijn moeder gaf geen duidelijke antwoorden. (…) Wie is hij, wat is zijn afkomst? Alles op een rijtje zetten brengt hem misschien inzicht en begrip. (…) Zijn moeder wilde een eigen leven wilde: zij is kunstenaar, vindt ze, geen huissloof. Zijn vader vindt het maar niks. (…) Het draait om het aloude probleem, de traditionele rolverdeling, door de vrouw als verstikkend ervaren, terwijl de man een ander leven als een bedreiging ziet. (…)
Lees hier de recensie
Meer over ‘De catalograaf’
Meer over Diana Tjin bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Voor poëzie heb ik een bepaalde stemming nodig en een prikkelarme omgeving.»

VoorplatMaanbrief-75Interview Jan Loogman met Inge Nicole over ‘Maanbrief aan het getij’ op MeanderMagazine, 21 mei 2020:
In mijn proza schrijf ik hoofdzakelijk over anderen, over levens die ver van mij afstaan. Ook al zit uiteraard in ieder hoofdpersonage wel een stukje Inge, toch ben ik in proza vooral bezig me te verplaatsen in een ander. Een overeenkomst met mijn poëzie is dat ik ook in romans veelal schrijf over wat ik aan het begin nog niet helemaal kan vatten en daar al schrijvende de vinger op wil leggen ‒ waarom doen mensen wat ze doen? (…) Dat je bij het woord denkt aan een brief van de maan aan het getij, is logisch. Dat roept het woord nu eenmaal op en het getij associeer je ook met de maan. Maar het is een ‘aanmaning’ aan het getij. Het water dat komt en gaat – eb en vloed – zou je als metafoor voor het leven en de daaraan gekoppelde dood kunnen zien. De ‘maanbrief’ is een herinnering aan het bestaan, dat het eindig is en dat je daar af en toe bij stil zou moeten staan om het naar waarde te kunnen schatten. De maanbrief wil aanmanen iets te doen, namelijk het leven te omarmen juist omdat het eindig is. (…)
Lees hier ‘De belofte van het komen en gaan’
Meer over ‘Maanbrief aan het getij’
Meer over Inge Nicole bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Heel de bundel geurt naar het boslandleven van de indianen en de Marrons.» – Saya Yasmine Amores

Opmaak 1Over ‘Nergens groeit een boom die haar aarde niet vindt’ van Karin Lachmising op Caraïbisch Uitzicht, 23 mei 2020:
(…) Deze ene boom (…) doet mij denken aan alle immigranten wereldwijd. Hebben al de nazaten van hen de aarde onder hun voeten gevonden? Het zich thuis voelen in den vreemde? Of hebben ze een heimwee naar hun voorouderland? (…) Dichter Dorus Vrede zal zichzelf terugvinden in deze dichtbundel, vermoed ik, want heel de bundel geurt vanaf het eerste tot het laatste gedicht naar het boslandleven van de indianen en de Marrons. De gedichten hebben vaak woorden die mij doen denken aan het boslandleven van Suriname. (…) Een stromend beekje is erg belangrijk voor een boslandbewoner, want zonder water kunnen zij niets. Behalve voor eten en drinken en vissen hebben ze het water ook nodig om zich varend te verplaatsen. En een boslandbewoner gelooft erin dat de natuurkrachten hem of haar hebben voortgebracht. (…)
Dichter en beeldend kunstenaar Saya Yasmine Amores publiceerde eerder gedichten en romans onder het pseudoniem Cándani.
Lees hier de recensie/impressie
Meer over ‘Nergens groeit een boom die haar aarde niet vindt’
Meer over Karin Lachmising bij Uitgeverij In de Knipscheer
Meer over Saya Yasmine Amores op deze site
Meer over Cándani bij Uitgeverij In de Knipscheer

«De schrijfstijl beweegt mee met de gemoedstoestand van de personages. Goed opgebouwd verhaal.» – Geert Vandamme

Voorplat catalograaf-75Over ‘De catalograaf’ van Diana Tjin op NBD /Biblion, 20 mei 2020:
Aan zijn allerlaatste werkdag kan hij niet ontsnappen. Een groot zwart gat wacht hem. Edgar vertrekt naar zijn buitenhuis aan de kust. In gedachten gaat zijn leven aan hem voorbij. De verhouding tussen zijn vader en moeder, zijn studie, de rol van familie en bekenden, hoe de afkomst van zijn moeder een rol blijft spelen. Nadat zijn moeder onverwacht is gestorven, neemt hij het heft opnieuw in handen na een reis in Portugal waar hij, samen met zijn vader, meer zicht krijgt op het belang van zijn afkomst. Hij blijkt écht talent te hebben voor het catalogeren van boeken. Zo minutieus mogelijk inhoudelijk beschrijven wat een bibliotheekbezoeker nodig heeft. En dat is wat hij tot zijn laatste werkdag doet. Een gelijkaardig aanbod uit onverwachte hoek geeft nog wat perspectief en zet hem op het pad van een volgende liefde. Auteur die duidelijk maakt dat ze weet waarover ze schrijft. De schrijfstijl beweegt mee met de gemoedstoestand van de personages. Goed opgebouwd verhaal, wellicht autobiografische elementen en tussentitels die de nieuwsgierigheid prikkelen.
Meer over ‘De catalograaf’
Meer over Diana Tjin bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Ik ken geen enkele andere hedendaagse auteur die een dergelijk ritmisch, muzikaal en veelzijdig Nederlands schrijft.» – Laurent De Maertelaer

VoorplatIkwordt-75Over ‘Ik wordt’ van Harry Vaandrager in De Leeswolf en MappaLibra, 2018, 2020:
De prijs voor de opvallendste titel van het literair jaar gaat nu al naar ‘Ik wordt’, de nieuwste roman van Harry Vaandrager (1955). De in het oog springende spelfout vestigt niet alleen de aandacht op waar het in dit boek om draait — het ‘ik’ in een narcistisch tijdperk —, maar is meteen ook een voorbode van het onvergelijkelijk taalfestijn dat losbarst eenmaal je het boek nietsvermoedend openslaat. (…) In het eerste deel (‘Kiki en het gemis’), ongeveer tweederde van het boek, komt het woord ‘ik’ slechts twee keer voor. Alle zinnen zijn in een ‘lijdende’ of ‘passieve’ vorm. (…) In het tweede deel (‘Zielsverhuizingen en puddingsmakkers’) daarentegen, komt ‘ik’ veelvuldig, zelfs overvloedig voor. Daar is een evidente reden voor, zo leert de lezer al snel, want de ik-figuur biecht op uit tientallen ‘ikken’ te bestaan en, sterker nog, jaarlijkse reïncarnaties te beleven, niet geheel ontoevallig telkens op Allerzielen. (…) In het derde deel (‘Slotpleidooi en wat niet is’) roept de verteller op zijn woorden te negeren en vraagt hij zijn opsluiting: ‘Al mijn tijd is nodig om mijn doden te woord te staan. Dat kan het beste in een cel.’ (…) Een van de grootste troeven van ‘Ik wordt’ is ongetwijfeld de volstrekt unieke taal. Vaandrager gaat helemaal loos en trekt waarlijk alle registers van ons moerstaal wagenwijd open. (…) Zijn proza beukt, zingt en dendert. Aarzel niet wanneer u ooit de kans krijgt Vaandrager te horen voorlezen: in levende lijve klinkt hij nóg beter, nóg woester, nóg pakkender. (…) ‘Ik wordt’ — een tekstuele splinterbom van nog geen zestig pagina’s — is Vaandrager op z’n best. De zinnelijke rijkdom is overweldigend, de woordenvloed onstuitbaar. (…)
Lees hier verder
Meer over ‘Ik wordt’
Meer over Harry Vaandrager bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Zo levendig geschreven dat letters en papier verdwijnen.» – Erik de Smedt

Pieter WiegersmaOver ‘Vriendschap in enveloppen’ van Pieter Wiegersma in De Leeswolf en MappaLibri, 2000, 2020:
Nadat hij in ‘Postbode van de hemel’ zijn ontmoetingen met kunstenaars uit de kring rond zijn vader Hendrik Wiegersma heeft gememoreerd en in ‘Een kind ziet het dorp’ verteld heeft over zijn jeugd in het Noord-Brabantse Deurne, blikt Pieter Wiegersma (geb. 1920) in dit boek iets synthetischer terug op een aantal markante fases in zijn leven, verbonden met goede en slechte herinneringen. Het bestrijkt de tijd tussen 1920 en 1960. Elk hoofdstuk wordt afgesloten met een wat vergeten, maar thematisch passend Nederlands gedicht. De geborgenheid van het dorpsleven in een dorp in de Peel, de pedagogische verschrikking van de katholieke kostschool Rolduc, het verzet in de Tweede Wereldoorlog en zijn harde verblijf in de gevangenis van Breda en de omgang met een goede Duitser worden met flinke borstelstreken geschilderd. Wiegersma neemt geen blad voor de mond, is uitbundig in zijn enthousiasme en vernietigend in zijn woede. (…) Zo vormen de verhalen van Wiegersma met hun afwisseling van zuurs en zoets en hun felle contrasten een monumentaal glasraam in woorden, het relaas van een man die zelfbewust en intens heeft geleefd, zich vaak druk heeft gemaakt, maar ook de wijsheid heeft gevonden om wat hij moest en mocht meemaken te relativeren. (…)
Lees hier de recensie
Meer over ‘Vriendschap in enveloppen’
Meer over Pieter Wiegersma bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Gebalanceerd boek dat uitblinkt in de sobere maar zeer accurate beschrijvingen.» – Marjan Bex

VoorplatNjaiInem75Over ‘Njai Inem’ van Barney Agerbeek op De Leeswolf en MappaLibri, 2014, 2020:
Barney Agerbeek werd geboren in Surabaya, bracht er zijn eerste levensjaren door en keerde later terug naar zijn geboorteland om er enkele jaren als bankier te werken. Dit inspireerde hem tot verscheidene dichtbundels en één verhalenbundel (‘Schaduw van schijn’, 2013). Nu is er de roman ‘Njai Inem’. Het jonge Javaanse meisje Inem wordt omstreeks 1930 gedwongen op de plantages van Sumatra te werken als de persoonlijke bediende (‘njai’) van een Nederlandse opzichter. Op dat moment maakt Indonesië nog deel uit van de Nederlandse koloniën. Hoewel Inem naar de afgelegen gebieden gelokt was met de belofte contractarbeider te worden, dwingen de plaatselijke verantwoordelijken haar om in te trekken bij de Europese rubberplanter. In de praktijk betekent dat dat zij hem in alles van dienst moet zijn, en dat zij dus zijn geliefde moet worden. Barney Agerbeek geeft in zijn eerste roman beurtelings het woord aan de njai en de ‘toean’ en probeert zich in te leven in de eenzaamheid van beiden, en in het misbruik dat er jarenlang gemaakt werd van de inlanders. Het resultaat is gebalanceerd boek dat uitblinkt in de sobere maar zeer accurate en gedetailleerde beschrijvingen van de sfeer en het landschap van het Nederlands-Indië van voor de Tweede Wereldoorlog. (…) Deze zeer indringende roman is een boek dat je niet zomaar opzij legt.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Njai Inem’
Meer over Barney Agerbeek bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Karakteristieke, humane stem in de Nederlandse Letteren.» – Ezra de Haan

ldmChawwa3In memoriam ‘Het ontbreken hoor je niet’ aan Chawwa Wijnberg in Poëziekrant, jrg. 33, nr. 2, blz. 52-53, april 2020:
Hoe beschrijf je gemis, het ontbreken van, of de levenslange pijn die je met je meedraagt? Chawwa Wijnberg, die op 21 december 2019 overleed, was daar een meester in. De acht bundels poëzie die ze nalaat zijn wonderen van schijnbare eenvoud. De helderheid van haar gedichten roept dat gevoel op, terwijl iedere regel met zoveel moeite geschreven is. (…) Juist die combinatie van verdriet, woede en humor maakt haar oeuvre zo bijzonder. (…) Misschien moeten we haar vooral als de spitsvondige dichter memoreren die met de dood de draak stak in de briefgedichten aan juffrouw D. waarin de ‘laatste zuchtoogster’ de waarheid zei. Met het wegvallen van Chawwa Wijnberg is een heel karakteristieke, humane stem in de Nederlandse Letteren verloren gegaan.
Meer over Chawwa Wijnberg bij Uitgeverij In de Knipscheer

Rob Verschuren – Het Witte Land. Roman

Voorplat75Rob Verschuren
Het Witte Land

roman
Nederland, Vietnam
vormgeving Els Kort
gebrocheerd met flappen,
156 blz., € 17,50
Eerste uitgave 2020
ISBN 978-90-6265-799-5

Het Witte Land is het fascinerende relaas van een man die de zeggenschap over zijn lot uit handen heeft gegeven en op een miraculeuze manier zijn diepste wens vervuld ziet worden. Met niet veel meer dan een e-reader waarop hij zevenennegentig literaire meesterwerken heeft geladen, vertrekt Bobby, een reclameman van middelbare leeftijd, naar een sinister Aziatisch land. Hij heeft alles achter zich gelaten om een naamloze vrouw van een nieuwsfoto te zoeken, al beseft hij dat hij haar nooit zal vinden en vooral op zoek is naar zichzelf.

In de kuststad waar de foto is genomen, dwaalt hij doelloos door de chaotische volkswijk, tot hij op een ochtend in een afvalloods een verlamde jonge vrouw ziet, gehuld in een sneeuwwit gewaad. In zijn verbeelding wordt de loods een tempel, en de vrouw – die hij Bleke Orchidee noemt – een priesteres. Dag na dag zit hij bij haar op een stapel plat gevouwen dozen, totdat de roldeur begint te zakken en de vrouw hem wegwuift, nadat ze haar hand heeft opgehouden voor geld. Wanneer hij besluit om zich niet langer weg te laten sturen, wacht hem een verrassing.

Rob Verschuren debuteerde bij In de Knipscheer met de verhalenbundel Stromen die de zee niet vinden, die in de literaire pers geprezen werd om zijn stilistische kwaliteiten en volkomen eigen geluid. Daarop volgden Tyfoon, waarover Cees Nooteboom schreef: ‘Een spannende roman met de allure van een sprookje’, en Het karaokemeisje, ‘een superieure soap’ (Cor Gout).

Rob Verschuren is in 1953 in Malden geboren. Hij heeft lang als copywriter in de reclame gewerkt. Sinds het midden van de jaren tachtig woont hij buiten Nederland, de laatste elf jaar in Vietnam, met zijn Vietnamese familie. Hij is een voorbeeld van wat Salman Rushdie ‘translated men’ heeft genoemd, expatschrijvers wier geografische, culturele en linguïstische grensoverschrijdingen leiden tot een rijke kruisbestuiving tussen identiteiten en perspectieven.

Meer over Rob Verschuren op deze site