«Fascinerend.» – Will Jansen

Over ‘Vreemd eten’ van Hans van Hartevelt in Bouillon!, nr.21, 10 december 2008:
Van eet-idioterie bij een staatsdiner tot kauwen op voedsel terwijl je geen smaak meer hebt, puur om te overleven, dat zijn de onderwerpen waar Hans van Hartevelt over schrijft. Hij zwierf ruim een kwart eeuw over de wereld en verzamelde zo zijn veertien verhalen met als centraal thema, eten. ‘Niemand heeft hier aandacht voor elkaar, er is geen seconde te verliezen. Tongen klakken, smakken, vingers vegen vliegen achteloos van lippen, om conversaties malen monden niet. Maar stil is het geenszins, want afgekloven botten, schoongelikt vel en kaalgevreten kraakbeen worden rochelend op de grond gespuugd.’ Fascinerend.
Meer over ‘Vreemd eten’
Meer over Hans van Hartevelt bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Een vermakelijk boek voor wie van eten en lezen houdt.» – Arjen van Meijgaard

Over ‘Vreemd eten’ van Hans van Hartevelt voor NBD Biblion, 2 december 2008:
In veertien verhalen laat de veelbereisde schrijver de verschillende aspecten van het consumeren van voedsel de revue passeren. Het taalgebruik is bloemrijk en beeldend, wat het centrale thema alleen maar ten goede komt. Zoals in ‘Startschot’, waarin een vertegenwoordiger op een congres in Cuba het startschot mag geven voor een buffet en de bezoekers zich vervolgens vol overgave en agressie op de tafels met schitterende gerechten storten. Een vermakelijk boek voor wie van eten en lezen houdt.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Vreemd eten’
Meer over Hans van Hartevelt bij Uitgeverij In de Knipscheer

«‘Vreemd eten’ is in alle opzichten een literair werk.» – Susanne Lammers

Over ‘Vreemd eten’ van Hans van Hartevelt in Leidsch Dagblad, 19 november 2008:
De doordachte volgorde van de verhalen werkt effectief, net als de stilistische trucs waarmee Van Hartevelt je krijgt in de hoek waar hij je hebben wil. Zoals in het openingsverhaal, een dag uit het leven van een ‘partymanager’ die een koninklijk banket moet organiseren. De adrenaline spuit uit de zinnen, maar op een manier die je niet direct kunt plaatsen.
Lees hier het artikel
Meer over ‘Vreemd eten’
Meer over Hans van Hartevelt bij Uitgeverij In de Knipscheer

Annel de Noré – Stem uit duizenden

annel noréANNEL NORÉ
Stem uit duizenden
Suriname Roman
Ingenaaid, 320 blz., € 18,90
ISBN 978-90-6265-586-1
Eerste druk 2007


‘Zou ik… Henk… mogen spreken?’
Susans hart springt op en galoppeert in haar borstkas. Vroeger had Henk haar met dit soort grapjes geplaagd. Ze scant de mogelijkheden. Een practical joke? Uitgesloten! Zelfs een zonderling met een absurd gevoel voor humor zou dit niet grappig noemen. Trouwens wie zou haar zo’n valse streek flikken? Bovendien, van alle mensen die ze kent, lijkt geen enkele stem zoveel op die van Henk als deze. Een gelaagde stem. Lagen die achter elkaar aan vibreren zodat van elke klank echo’s natrillen door de lucht.
‘Bent u er nog?’
‘Met wie spreek ik?’ Tevergeefs probeert ze haar stem en hart te beteugelen.

De weduwe Susan Tersluys-Jones verzorgt thuis haar ernstig zieke moeder. Op een dag rinkelt de telefoon. Omdat ze verwacht dat een van haar beide dochters in Nederland belt neemt ze op. Aan de lijn is een man die zich een goede vriend noemt van haar overleden echtgenoot en ook haar dochters zegt te kennen. Hoe de vrouw ook haar best doet zich de ‘vriend’ te herinneren, ze kent hem niet. De raadselachtige telefonische kennismaking verbreekt haar eenzaamheid. Maar wat met ‘zijn stem uit duizenden’ onschuldig begint loopt uit op een situatie geladen met onderhuidse spanning waarin de hoofdpersoon meent te verliezen wat haar het meeste lief is.

Annel de Noré schaarde zich met De bruine zeemeermin (2000) bij de nieuwe generatie schrijfsters die het Suriname van nu als belangrijkste thema heeft. In haar van passie, wreedheid en magie doordrenkte verhalen, gebundeld in Het kind met de grijze ogen (2004), toonde zij deel uit te maken van een Caribische verteltraditie.

Lees hier de recensie van Joost Minnaard in ‘OSO, tijdschrift voor Surinamistiek en het Caraïbisch gebied’
Meer over Annel de Noré op deze site

Harman Nielsen – De Hoge Stad. Fantasyroman

Harman NielsenHarman Nielsen
De Hoge Stad

Boek 3 in de romancyclus Het Verscholen Volk
Fantasy, Nederland
Ingenaaid, royaal formaat (14 x 21 cm), 440 blz.
ISBN 978-90-6265-572-4
Eerste druk 2006

De Hoge Stad is boek drie uit de romancyclus Het Verscholen Volk, een verhaal dat in de toekomst speelt en waarin in Het Verscholen Volk niet de sterksten maar de zwaksten op Aarde als groepjes overleven, uitgroeien tot keldervolk, karavaanvolk en riviervolk en totaal nieuwe vaardigheden ontwikkelen. Twaalf jaar later is in De Laatste Jacht de buitenaardse vijand verdwenen, maar dienen zich nieuwe vijanden, nu uit eigen kring, aan. De mens heeft nog steeds zijn zwakten.

In De Hoge Stad zijn opnieuw twaalf jaren voorbijgegaan en schemer dreigt te vallen over de wereld van ‘het verscholen volk’. Sommigen geven de oude bestaanswijze op om onderdak te zoeken in een van de verlaten steden. De Hoge Stad is donker door de hoogbouw, nauw door de stegen. De Muur die erom is opgeworpen, door puin te storten in half neergehaalde hoogbouw, is een gordel van versteende, opeengestapelde oude angst. Zoals een kathedraal die op instorten staat van ouderdom, waar geen licht meer in wil vallen, waar het wrak van een prelaat uit angst voor de eigen dood macht over het nabestaan pretendeert, en waar groepen mensen gedwongen komen geloven.. Zo is De Hoge Stad de veruiterlijking van het gekluisterd worden, het opgesloten zijn in andermans angst en machtshonger. In onvrijheid gaat de mens dood; maar uiteindelijk komt hij aan de Muur en weet er door te dringen.

De romancyclus Het Verscholen Volk is door de pers eensluidend bestempeld tot eigentijds hoogtepunt in het genre.

Harman Nielsen in een essay in 2006 voor NCSF:
“Als iemand me vraagt, waarom ik Fantasy heb geschreven, kan ik dus eigenlijk alleen maar antwoorden: waarom niet? Maar in werkelijkheid heb ik me nooit zo erg afgevraagd of het schrijven van een Fantasy-cyclus nu wel of niet lite-ratuur zou opleveren. Ik ben aan de cyclus begonnen, omdat Fantasy me de vrijheid gaf te vertellen over een speciale wereld met een speciale problematiek. Die vrijheid moet volgens mij trouwens aan alle kunst ten grondslag liggen. Maar in Science Fiction – en al helemaal in Fantasy – komt die vrijheid wel heel specifiek tot uitdrukking. De vrijheid van de verbeelding.”

«Na Het verscholen Volk en De Laatste Jacht heb ik met veel spanning gewacht op het derde deel van de Nederlandse schrijver Harman Nielsen. De reeks gaat over de Aarde ver in de toekomst. Buitenaardse slavenhalers hebben de Aarde leeggehaald. En alleen de zwakken zijn gebleven. Na honderden jaren heeft de mensheid de draad weer opgepakt. Het Wagenvolk trekt over de vlakten, het Riviervolk bevaart de wateren en het Keldervolk woont in de vernielde steden. Over de wereld heerst een stilte en een gestage waakzaamheid. De slavenhalers kunnen immers terugkomen! Gepraat wordt er nauwelijks; men communiceert door een soort vingertaal. In de vorige twee delen hebben we gezien dat er veranderingen optraden. Er is een nieuwe zelfbewustzijn ontstaan en dit heeft de psychische talenten versterkt. In De Hoge Stad is een nieuwe ontwikkeling gaande. De Witte Vrouwe roept, en velen van het Wagen- en Riviervolk hebben gehoor gegeven. De stad is afgesloten door een hoge wal, en wie binnenkomt mag niet meer weg. Wat betekent dit?
Ik kan niet anders dan enthousiast zijn. Het verhaal wordt met veel verve verteld, en het eind is sterk en met stijl. Een absolute topper.» – Dagblad De Limburger

«Harman Nielsen heeft zich in mijn ogen bovenaan de lijst van Nederlandse schrijvers geplaatst met zijn prachtige vertelling over een toekomstige Aarde, beroofd van zijn menselijke bewoners door een ras van slavenhalers. Hun bedoeld lot was uit te sterven. Na eeuwen heeft zich toch weer een gemeenschap ontwikkeld. Het gesproken woord is vervangen door een vingertaal. En nog altijd werpen de mensen steels hun blik naar de hemel. De mensen ontwikkelen nieuwe talenten. Sterke geestelijke vermogens geven sommigen van hen een enmorme potentie. In De Hoge Stad volgen we de bekende hoofdpersonen. Er is een nieuwe dreiging. De Witte Vrouwe roept het Volk naar de stad. Ze is ommuurd, en wie naar binnen gaat, komt niet meer naar buiten. Vluchters worden genadeloos opgejaagd. Wie is de Witte Vrouwe, en hoe kan haar roep zo lokkend zijn? Niet iedereen van het Volk accepteert deze ontwikkeling en er dreigt een confrontatie. Zal er weer bloed vloeien op Aarde, waar de vrede zo lang geheerst heeft?
Wederom een sprankelend feest van stijl, originaliteit en poëtische pracht. Nielsen heeft niet enkel een mooi verhaal geschreven, hij brengt de lezer bij zichzelf en de wereld van nu. Kunst is de projectie van het heden en roept daardoor emotie op. En dat doet dit verhaal. Ik heb het al eerder gezegd: een juweeltje!!!» – Gerrie van Kooij, SF Terra nr. 196

«Met de Het Verscholen Volk-cyclus waagt Harman Nielsen (pseudoniem van Kees Glimmerveen) zich voor het eerst in de fantasy. De wereld die hij neerzet, is weemoedig en zwart. Buitenaardse slavenhalers hebben eeuwen geleden het grootste gedeelte van de mensheid ontvoerd. Alleen de zwakken glipten door het net; de Aarde is een wereld van losers die winnaars zijn geworden. Er zijn nu drie bevolkingsgroepen, elk met eigen talenten: het Wagenvolk, het Riviervolk en het Keldervolk die in de restanten van de steden wonen. Andere volken mijden de steden, maar in dit deel, een vervolg op ‘De Laatste Jacht’ worden de kinderen van Mus gedwongen naar de mythische en verboden Hoge Stad te gaan. Vergelijkbaar met Ursula Le Guin. Het beste dat de Nederlandse fantasy te bieden heeft.» – NBD/Biblion

«In Nederland worden weinig fantasyboeken geschreven, het land telt dan ook maar een paar fantasyschrijvers. Harman Nielsen (een pseudoniem van Kees Glimmerveen) is er zo een. Hij heeft ook ‘gewone’ romans geschreven, zoals Judas, Waanzin en Michelangelo’s Marmer. Een paar jaar geleden is hij begonnen met het schrijven van een fantasy-trilogie, Het Verscholen Volk, en nu heeft hij heeft het derde deel geschreven. In deze episode, De Hoge Stad, bouwt hij verder op het verhaal dat hij is begonnen in Het Verscholen Volk (2003) en /De Laatste Jacht (2004).
De serie begint met het verhaal van een buitenaards ras, de K’zan, die een groot deel van de mensheid heeft weggevoerd als slaven. Alleen de zwakken blijven uit de handen van de K’zan en zij leven dan ook verder, als riviervolk dat met boten over de rivieren trekt of als wagenvolk dat met karren over de vlaktes reist. In het laatste deel van de trilogie is een deel van deze volkeren in de kelders van de steden gaan wonen, en zij heten nu het keldervolk. Om zich te kunnen voortplanten komen de drie volkeren bij elkaar op de vlaktes. Zo nu en dan worden er Sprekers geboren, dat zijn mensen met speciale krachten waarmee ze bijvoorbeeld mensen kunnen genezen of het kunnen laten sneeuwen. Bron en Beer, en ook hun vader Mus, zijn zulke Sprekers. Zij komen erachter dat het wagen- en riviervolk massaal naar de Hoge Stad trekt en om een mysterieuze reden niet meer terugkomt. Als ze willen uitzoeken waarom, worden ze hierbij geholpen door Bles, een vrouw die met wolven reist, en Kauw, die in de Stad woont. Als ze ontdekken wat het volk tegenhoudt, gaan ze dit gevaar te lijf en proberen ze het te bevrijden.
Een minpunt is dat deze roman nogal eens in vaagheden vervalt wanneer het aankomt op de magische krachten van de hoofdpersonen en de belangrijke verhaallijnen. Er wordt bijvoorbeeld een lange tijd gesproken over een ‘schemer’ en een ‘helling’, waarvan op een later punt in het boek pas duidelijker wordt wat ermee bedoeld wordt, namelijk een soort hiernamaals. Daar gebeuren belangrijke dingen, want blijkbaar kunnen Sprekers de doden achterna gaan, met het risico dat ze zelf niet meer terug kunnen komen. Ook kunnen zij dieren temmen en het weer beïnvloeden, maar het wordt pas geleidelijk aan duidelijk dat dit met (een speciale) energie gebeurt. De vaagheden in de verhaallijnen liggen waarschijnlijk aan het feit dat een groot deel van het verhaal al is uitgelegd in de andere twee boeken. Dat maakt dat dit boek toch minder goed individueel te lezen is, want de informatie van de eerste twee verhalen is wel nodig om dit deel beter te kunnen begrijpen.
Toch is er nog genoeg van het verhaal helder om erachter te komen waar het over gaat. De parallelle gebeurtenissen worden om en om verteld en dat houdt de spanning er goed in. Terwijl Beer naar de stad reist en Bron bij het wagenvolk blijft, probeert Bles Mus te helpen bij het verlies van zijn vrouw, Grit. Een ander element versterkt de spanning. In de Hoge Stad heerst een duister, dat veroorzaakt wordt door de muur. Het schemerdonker dat Nielsen opwekt dringt door in het hele boek, wat met de magische krachten van de hoofdpersonen een mystieke sfeer creëert.
Het taalgebruik in het boek doet meer aan Engels denken dan aan Nederlands en voegt meer toe aan de betoverende vertelling. Er wordt veel ‘gesproken’ door middel van handgebaren, en bovendien hebben de volkeren hun eigen manier van spreken. Met woorden als ‘dat is de waarheid’ en ‘zo is het’ zetten de mensen hun uitingen kracht bij. Het vreemde taalgebruik neemt het alledaagse weg uit een taal die we al zo goed kennen. Ook de namen van de karakters zijn interessant omdat ze verwijzen naar de aard van de persoon. In een fantasiewereld komt dit uitstekend tot zijn recht.
Fantasy is een genre dat de meeste mensen al snel met Engelse boeken zullen associeren; The Lord of the Rings of Harry Potter zijn populaire voorbeelden. Deze Nederlandse trilogie wijkt af van de standaardformule die fantasy kent: geen elfen of dwergen, geen grote queeste die met behulp van magische voorwerpen volbracht moet worden. Nielsen beschrijft een samenleving die op de Middeleeuwen lijkt, maar dan gesitueerd in de toekomst. Niet alleen schrijft hij goed, hij geeft ook een eigen draai aan het genre. Met dit boek bewijst hij dat ook een Nederlands fantasyboek prachtig uit de verf kan komen.» – Marjolein Tamis op www.recensieweb.nl

«Er is veel gebeurd sinds eeuwen geleden de slavenschepen van K’zan de aardse bevolking hebben weggevoerd. Al die tijd heeft de bevolking in kleine stammen geleefd en zijn ze als nomaden over het land en het water getrokken. Maar daar komt nu verandering in, want de mensen worden opgeroepen om naar De Stad te komen. En wanneer ze hier eenmaal zijn, is het haast onmogelijk om er weer weg te komen. Enkelen lukt het, maar zij moeten dit soms met hun eigen leven betalen. Wanneer Bron en Beer (intussen volwassen geworden) hier wat aan besluiten te doen, blijken er nog meer factoren mee te spelen. Want waarom zouden mensen die van de velden en rivieren houden zich op laten sluiten in een vervallen stad? Zoals bij alle boeken uit deze serie, moet je in het begin even weer in het verhaal komen. Maar deze schrijver/filosoof is een meester in de vertelkunst en vooral de overtuigende karakters maken dit boek voor mij om te smullen.» – Sandra Pellegrom Elf Fantasy

Meer over ‘De Hoge Stad’
Meer over de Het verscholen Volk-cyclus

«De weergave van de verhoren zijn knap uitgewerkt.» – Maarten Rommens

Hans van HarteveltOver ‘De kwelling’ van Hans van Hartevelt op Recensieweb, 23 augustus 2005:
Het predicaat ‘roman’ siert de titelpagina onder de titel, maar ‘(literaire) thriller’ is hier meer op zijn plaats. Op de eerste bladzijde wordt een vredelievende douchebeurt ruw onderbroken door een schel rinkelende telefoon. Eenmaal afgedroogd wordt er teruggebeld. Al op bladzijde twee volgt het schokkende nieuws: moord! Het is niet makkelijk om als schrijver in een verhaal van 217 bladzijden, verdeeld over twintig korte hoofdstukken, de suspense vast te houden. Zoals het een goede thriller betaamt, krijgt de lezer via de hoofdpersoon stukje bij beetje informatie over de toedracht van het delict. De weergave van de verhoren, doorspekt met gedachten van de verhoorde zijn knap uitgewerkt.
Lees hier de recensie
Meer over ‘De kwelling’
Meer over Hans van Hartevelt bij Uitgeverij In de Knipscheer

Hans van Hartevelt – De kwelling

Hans van HarteveltHANS VAN HARTVELT
De kwelling

Nederland Roman
224 blz., paperback
Gebrocheerd, 224 blz., € 15,75
Eerste uitgave 2005
ISBN: 90-6265-569-6

Beklemmende roman over de ondenkbare geschiedenis van misdaad in eigen kring.

Er passeert geen dag zonder dat wij ons in onledigheid kunnen vermaken met moord en doodslag. Wee de dag waarop de knop niet kan worden omgedraaid, waarop het boek niet kan worden dichtgeslagen, waarop moord niet plaatsvindt in een andere plaats, niet gepleegd is onder criminelen, maar bijna onder je eigen ogen. Vrees het moment dat daders worden gezocht in eigen kring, jouw geliefde kring, dat zelfs jij als Kaïn wordt heengezonden terwijl je rouwt omdat ook jij het slachtoffer hebt gekoesterd. Intussen dool je rond in vertwijfeling en grievend zelfverwijt, omdat jij het – misschien, misschien – toch had kunnen voorkomen.
Meer over ‘De kwelling’
Meer over Hans van Hartevelt bij Uitgeverij In de Knipscheer [ = http://www.indeknipscheer.com/?s=Hans+van+Hartevelt ]

«Het boek komt de wereld in als een literaire thriller.» – Joop Leibbrand

Hans van HarteveltOver ‘De kwelling’ van Hans van Hartevelt, geciteerd uit Meander 259, 30 januari 2005:
Van Hartevelt kon gebruikmaken van zijn dagboeknotities, dus ‘de feiten kloppen’, maar om al te directe herkenning te voorkomen, is de hele setting van het verhaal verder gefingeerd en komt het boek de wereld in als een literaire thriller, met alle conventies van het genre: een fragmentarische opbouw met veel tijdwisselingen, het achterhouden van gegevens, het creëren van onzekerheden en het doen van suggestieve verdachtmakingen.
Lees hierhier citaat uit Meander
Meer over ‘De kwelling’
Meer over Hans van Hartevelt bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Geen misdaadroman maar een roman over een misdaad.» – Dr. Theo Hoogbergen

Hans van HarteveltOver ‘De kwelling’ van Hans van Hartevelt voor NBD Biblion, 6 januari 2005:
In twintig korte hoofdstukjes ontrolt zich het beklemmende drama van een moord op een mysterieuze, ondoorgrondelijke vrouw van 34 jaar … Plotseling blijkt iedereen verdacht. Uitlatingen, brieven, e-mail, verhoudingen, relaties worden in verband gebracht met de vreselijke en bijna ondenkbare geschiedenis. De beschuldigingen komen wel heel dicht bij, verdachtmakingen, insinuaties, vroegere gesprekken, relaties, financiële transacties. Niets lijkt de echte moordenaar te kunnen onthullen. Ook het gerechtelijk proces schept geen helderheid. Een onverklaarbare zelfmoord en de dood van een andere medewerker geven wel of geen oplossing. Spannend met een opvallend inlevingsvermogen in alle bij het drama betrokken personen. Geen misdaadroman maar een roman over een misdaad.
Lees hier de recensie
Meer over ‘De kwelling’
Meer over Hans van Hartevelt bij Uitgeverij In de Knipscheer

Netty Simons wint met gedicht tweede prijs

465px-AnneldeNorePoëzie- en voordrachtsprijs Het Gebroken Hart in Teylers Museum Haarlem, 4 juli 2004:
Onder haar eigen naam Netty Simons is de Surinaamse schrijfster Annel de Noré (‘De bruine zeemeermin’ en ‘Het kind met de grijze ogen’) tweede geworden op de poëzie- en voordrachtsprijs Het Gebroken Hart. De finale vond zondag 4 juli plaats op De Dag van het Gebroken Hart in het befaamde Teylers Museum in Haarlem rondom de tentoonstelling ‘Het hart, een teken van leven’. Uit de meer dan honderd inzendingen uit Nederland, België, Zuid-Afrika en Suriname nomineerde de jury twintig dichters voor tien eervolle vermeldingen plus oorkonde. Onder de tien prijswinnaars bevonden zich onder meer de bekende dichteres Carla Bogaards en schrijfster Inge Bak, die dit voorjaar bij Uitgeverij In de Knipscheer debuteerde met de roman ‘Zon in het haar’. De prijzen werden overhandigd door de Haarlemse stadsdichter en juryvoorzitter George Moormann. De eerste prijs ging naar dichteres Sylvia Hubers, van wie in oktober een tweede bundel uitkomt bij de Amsterdamse uitgeverij Fagel. Netty Simons, die nog niét eerder poëzie publiceerde, werd verrassend tweede.

Gebroken: een oeroud stenen hart

Wekker, computer, afwasmachien,
douche, haardroger, wasmachien,
sleutel in slot, pinpas in automaat,

roltrap op,
trein in.
Fluit!

Rust…

Omlijst door driedimensionaal dagduister
reist in vlakke, onthullende, flitsvlagen
een ijl, vreemdbekend spiegelbeeld mee…

en ’t gisternacht doorgeseind noodsignaal
wreekt de gigabeet links onder het borstbeen
die eerst in, nu door de wind wordt geslagen.

Gevangen in technologie, digitaal en staal
breekt verweerd, oeroud, ’t hart van steen
alsnóg en weigert – uiterst banaal – dienst.

Meer over Annel de Noré bij Uitgeverij In de Knipscheer