«Voor een debuut is dit niet alleen een boeiend maar ook een opmerkelijk zuiver boek!» – Albert Hagenaars

Pierre LaufferOver ‘Schaduw van schijn’ van Barney Agerbeek voor NBD Biblion, 4 juli 2013:
De titel geeft met zijn dubbele onbestemdheid en de verwijzing naar het schaduwspel ‘wayang kulit’ al aan dat auteur Barney Agerbeek (1948, Surabaya) geïnteresseerd is in het wezen van dingen en mensen. In twaalf schetsen peilt hij beweegredenen en keuzes. Hoewel het oosten c.q. Indonesië (waar de auteur tweemaal woonde) niet in elk verhaal de plaats van handeling is, spelen de waarden ervan constant een rol, vooral in de voor de hand liggende contrasten die Agerbeek mede dankzij zijn Indische achtergrond bekwaam ontvouwt zoals verleden-heden, ratio-emotie, collectief-individueel. Terecht lopen die ook in elkaar over. Helder formulerend en met zowel mededogen als humor roept hij al in enkele lijnen de werelden op waarin zijn figuren opereren.

Lees hier de recensie

Meer over dit debuut

«Eigenlijk is een novelle te kort voor dit onderwerp.» – Gerard Zeegers

Als in gangen en stegenOver ‘Als in gangen en stegen’ van Glenn Pennock voor NBD Biblion, 4 juli 2013:
Joe is een gitarist die goed is in het doorprikken van ‘memen’, waanbeelden waarin mensen zich verliezen. Zelf raakte Joe ook verward in een hallucinatie. In een resort op Bali volgt hij een meditatiecursus van meester RinChen. Daar wordt hij op slag verliefd op Rachel, een vrouw die voor hem lijkt te zijn gemaakt. Maar dan wordt het ingewikkeld. De meester vertelt hem dat hij de hele tijd alleen was. Was Rachel een hallucinatie? En leeft Joe zelf nog wel? Hij komt terecht in ‘de bibliotheek’, een spirituele plek ergens tussen leven en hiernamaals. Daarin kan een persoon sleutelmomenten uit zijn leven herbeleven.

Meer over Glenn Pennock

«Verhalenbundel in de modernistische traditie van Beckett.» – Graa Boomsma

Pierre LaufferOver ‘Koprot’ van Harry Vaandrager voor NBD/Biblion, 3 juli 2013:
In het hoofd gaat iets mis (ook seksueel), zodat de taal ontspoort, de communicatie verstoord raakt en de omgang verloedert, met alle misverstanden van dien. Het gaat om moeizame familierelaties die worden geteisterd door verstoorde gevoelens rond eros en thanatos. Elk personage, Marc of Karl of wie dan ook, heeft een strop om zijn stembanden, die elk vruchtbaar contact in de weg zit.

Lees hier de recensie

Meer over Koprot

«Een postapocalyptische wereld tot in ieder detail beschreven.» – Peter de Rijk

Over ‘Het Lichte Duister’ van Harman Nielsen in Straatjournaal, 1 juli 2013:
Het Verscholen Volk verhaalt over een volk waarvan slechts een klein deel, het zwakste, weet te ontsnappen aan slavernij. Dankzij vergeten gaven weet het op een leeggeplunderde aarde te overleven. Wanneer de waarnemers, achtergelaten door de buitenaardse wezens, via bakens willen doorgeven dat er een nieuwe oogst mensen beschikbaar is, besluiten de overlevenden in te grijpen. Het Verscholen Volk heet de nu zes delen tellende cyclus. Ze zijn los van elkaar te lezen maar vormen samen een postapocalyptische wereld die tot in ieder detail wordt beschreven. Vaak wordt de auteur geprezen om zijn taalbeheersing en spanningsopbouw. En dat is geen wonder, Harman Nielsen schreef menig literaire roman voordat hij aan zijn spannende, maar ook weemoedige fantasy-reeks durfde te beginnen. (…) Het Lichte Duister is het zesde en een na laatste boek van de reeks waaraan Nielsen in 2003 begon. Harman Nielsen wist in tien jaar een hele wereld tot leven te brengen en met ieder deel groeide het aantal lezers. Wees gewaarschuwd! Wie zich aan deze reeks waagt kan er zeker van zijn dat hij de waan van de dag even uit het oog verliest.

Lees hier de recensie

Meer over Het Lichte Duister

Mooie woorden (4) over Devah van Jacques Thönissen

De pers over ‘Devah’:

«Deze roman is een zoektocht van de hoofdpersoon door Oost-Europese landen naar de zigeunerin Devah, een mysterieus persoon. In eerste instantie is Devah simpelweg de aangenomen dochter van Leo, de vader van hoofdpersoon van het boek. Toen Louise, de vrouw van Leo, Devah niet in huis tolereerde, is zij opgevoed door Leo’s boezemvriend Herr Müber die in Wenen woont. Naarmate het boek vordert wordt gesuggereerd dat Devah en de hoofdpersoon elkaar al kennen uit een eerder leven. Hij was toen een tempelier-monnik die Gregorio heette en Deva een zigeunermeisje dat Egipta heette. Ook lijkt Sirene, een vrouw die vanaf de kindjaren van de hoofdpersoon aan hem verschijnt in zijn dromen, steeds meer samen te vloeien met Devah. De auteur voert ons door een spannende speurtocht met verrassende wendingen. Een spannend boek dus.» – Walter Palm voor NBD/Biblion

«Wat onmiddellijk opvalt aan deze bijzonder knap geschreven roman, is de heldere, no nonsens stijl. In de roman gaat het niet om de landen en de beschrijvingen van die landen, maar om de mensen en hun verhoudingen. Langzaam wordt duidelijk dat er een relatie tussen Devah en de hoofdpersoon bestaat die zowel horizontaal als verticaal de tijd doorklieft. Ik zou me kunnen voorstellen dat een Europees-Nederlandse recensent deze roman direct zou vergelijken met het werk van de grote Zuid-Amerikaanse magisch realistische auteurs, ware het niet dat het Zuid-Amerikaanse continent in Devah niet aangedaan wordt. Maar Thönissen overstijgt een dergelijke vergelijking. Hij heeft het magisch realisme van de twintigste eeuw in een nieuw jasje gestoken. Sterker nog, hij heeft een nieuw soort magie uitgevonden. Voor zover Harry Mulisch dat nog niet gedaan had in ‘De ontdekking van de hemel’. » – Eric C. de Brabander in Amigoe

«Veel van de handelingen van de hoofdpersoon, die net de kunstacademie heeft afgerond, worden gestuurd door Sirene, een vrouw die alleen in zijn dromen bestaat. Hij vindt op een rommelmarkt een door zijn vader gemaakt meisjesportret, koopt het en brengt het naar hem terug. Als deze de tekening ziet, zakt hij ineen en kan alleen nog maar ‘Lviv… Lviv…’ en ‘Devah… Devah…’ uitbrengen voor hij sterft. Die laatste woorden zetten de zoon aan tot een lange zoektocht naar Devah – het meisje op het portret – die hem onder meer in Oekraïne en Indonesië brengt. (…) Thönissen slaagt er in zijn roman in om droom en werkelijkheid geloofwaardig bijeen te brengen. Toch blijft het een duidelijk magisch-realistisch boek. Net als de boeken van Zuid-Amerikaanse schrijvers als Gabriel Garcia Marquez en Paulo Coelho, die hij bewondert.» – Adri Gorissen in Dagblad De Limburger/Limburgs Dagblad

«Jacques Thönissen richtte zich met zijn schrijven aanvankelijk op Aruba en enkele sociaal-economische problemen van dit eiland, maar heeft zich in de loop van zijn schrijverschap veel meer gericht op persoonlijke algemeen menselijke problemen ten opzichte van de totale wereld waarin we leven: de thematisering van ‘a sense of belonging’. (…) Ook in Devah is er sprake van een geheimzinnige speurtocht naar een persoonlijk verleden en een geheimzinnige familiegeschiedenis. Die zoektocht neemt de lezer mee naar relatief recente politieke problemen in Oost-Europa, maar voert ook – via een uitvoerig ingelast verhaal van een oude herder – terug tot de historische kruistochten. Het belangrijkste is dat de hoofdpersoon niet van opgeven weet en doorgaat tot de oplossing er uiteindelijk is, waarbij hij voortdurend gebruik weet te maken van zijn kunstzinnig tekentalent.» – Wim Rutgers in Antilliaans Dagblad

«Denk alleen maar aan Spaanstalige schrijvers als Gabriel García Márquez en Isabel Allende, beiden belangrijke vertegenwoordigers van het magisch realisme. Net als zijn illustere voorgangers is ook Thönissen een meesterverteller. Hij laat op overtuigende wijze zien dat er meer is tussen hemel en aarde en dat de dingen niet gebeuren zonder reden. Ook heeft hij zijn verhaal omgeven met een prettig uitgebalanceerde raadselachtigheid en ontvouwt het verhaal zich op precies het juiste tempo. Thönissen neemt de lezer mee in een wondere wereld zonder te haasten of te verwachten van de lezer dat deze het bovennatuurlijke als waar aanneemt.» – Rosalien Koster op Literairnederland.nl

«Kees Ruys is een geboren biograaf.» – Jill Stolk

Over ‘Alles is voor even- het bewogen schrijversleven van Aya Zikken’ van Kees Ruys in Den Haag Centraal, 28 juni 2013:
Wie zeven verhuisdozen met notitieboeken, agenda’s, dagboeken, foto’s, geluidscassettes, eerste drukken, recensies, posters en brieven naar zijn werkplek meeneemt en het dan nog op een werk van zevenhonderdvijftig bladzijden weet te houden, verstaat zijn vak. In ‘Alles is voor even’ bezondigt Ruys zich niet aan onmatigheid.

Lees hier de recensie

Meer over Kees Ruys’ biografie over Aya Zikken

Verzoening met het slavernijverleden


Over ‘Slaaf en meester / Katibu di Shon’ van Carel de Haseth op Nieuwsuur, 27 juni 2013:
Nieuwsuur spreekt zowel mezzosopraan Tania Kross als auteur De Haseth over de totstandkoming van dit bijzondere project. De opera gaat op 1 juli in première in Amsterdam. Het is een van de evenementen die zijn georganiseerd rond de herdenking van de afschaffing van de slavernij. Op 1 juli 1863, 150 jaar geleden, schafte Nederland de slavernij in de koloniën. Zo’n 35.000 slaven in Suriname en zo’n 12.000 op de Antillen verkregen, aangekondigd door kanonschoten vanaf Fort Zeelandia in Paramaribo, hun vrijheid. De slavenhouders ontvingen een compensatie voor elke vrijgestelde slaaf. Die moesten nog wel tien jaar op de plantages blijven werken, maar dan tegen een kleine vergoeding.

VoorplatSlaaf75

Lees hier de aankondiging van het onderwerp op de site van Nieuwsuur

Meer over Slaaf en Meester en de opera Katibu di Shon

«Els Langenfeld is een uitstekende verteller.» – Walter Palm

Over ‘Porto Marie’ van Els Langenfeld op NBD/Biblion, 26 juni 2013:
Rode draad in dit boek is de heterogeniteit indertijd in de Curaçaose slavenpopulatie. Er is een verschil in afkomst van de slaven, in status (veld- dan wel huisslaaf, vrije slaaf) en in opvattingen over de grote slavenopstand in 1795. In het eerste verhaal dat zich in 1738 afspeelt kan de slaaf Mbambo niet communiceren met anderen omdat hij uit een ander deel van Afrika komt. In het tweede verhaal dat zich afspeelt tijdens de grote slavenopstand van 1795 ziet de slavin Assienta niets in de slavenopstand en zij gaat bij het uitbreken van de opstand met haar dochter Ita naar haar moeder Ana Maria in de stad die daar huisslavin is. Ook de vrije slaaf Theodoor en zijn vrouw Gracia doen niet mee met de opstand. In het derde verhaal dat zich afspeelt in 1888 wanneer de slavernij is afgeschaft, gloort er hoop voor emancipatie als de plantage-eigenaar Herman Rojer bereid is om de studie te betalen van de jongen Mathias die op zijn plantage opgroeit. De auteur is een uitstekende verteller. Op beeldende wijze brengt zij historische figuren en gebeurtenissen tot leven.

Meer over ‘Porto Marie’

«Langenfeld vertelt meer dan alle geschiedschrijvers ooit hebben kunnen hopen.» – Federico Besamusa

Over ‘Porto Marie 1738 – 1795 – 1888’ in La Chispa, Het Latijns Amerika Magazine, 24-06-2013:
‘Porto Marie’ leest als een trein. De opbouw is helder; het kolonialisme, de slavernij, de slavenopstand van Tula en de emancipatie vormen de context waarin een beperkt aantal personages wordt gevolgd. Langenfeld slaagt erin mannen en vrouwen van vlees en bloed neer te zetten, met eigen ideeën en ambities en doorbreekt zo het beeld van de vormloze zwarte massa. Met een goed verhaal toont ze dat zwart nooit automatisch solidair was met zwart. Flexibele loyaliteiten en eigengewin maakten de realiteit complexer dan de Grote Geschiedenis ons wil laten geloven. Langenfeld laat zien dat gedachten en handelingen van de kleine man ons meer vertellen over de geschiedenis dan alle bibliotheken en geschiedschrijvers ooit hebben kunnen hopen.

Lees hier de recensie

Meer over Porto Marie

«Els Langenfeld maakt iets van dat gemis goed met Porto Marie.» – John Jansen van Galen

Over ‘Porto Marie. 1738- 1795- 1888’ van Els Langenfeld in Het Parool, 20 juni 2013:
Slavernij is een schaars thema in de Nederlandse literatuur, een klassieke roman als ‘De negerhut van Oom Tom’ kent ons taalgebied niet. Els Langenfeld maakt iets van dat gemis goed met ‘Porto Marie’, geen roman, maar een bundeling van drie novellen die zich afspelen in respectievelijk 1738, 1795 en 1888. Het tweede deel is met 150 pagina’s bijna een roman op zich en gaat over de legendarische opstand van Curaçaose slaven onder leiding van Tula. Scherp brengt Langenfeld de dilemma’s van de opstandelingen in beeld. Haar vertelling heeft een sterk plot. (…) De derde novelle geeft een levendig beeld van het armzalige leven op het eiland een kwart eeuw na de afschaffing van de slavernij, toen het er voor hen niet beter op werd.

Lees hier de recensie

Meer over Porto Marie