«Een relaas van emotie en spanning.» – Han Mulder

VoorplatWeemoed-75Over ‘De zegen van weemoed’ van Theo Monkhorst op Haagse Columnisten, 6 oktober 2018:
(…) Het gaat om het leven, werken en piekeren van de hoofdpersoon Pieter Fransman, journalist, die werkende weg schrijver en dichter wordt en als de vaandeldrager van een eeuw vol belevenis fungeert. Het boek is dus tegelijkertijd of misschien wel in de eerste plaats een kroniek van onbestendige en onzekere tijden die een mensenleven beheersen. (…) Dat verandert eigenlijk pas in het tweede deel als Pieter (…) verzeild raakt in wat lijkt als een complot rondom het fenomeen van artificiële intelligentie dat de wereld gaat bedreigen. (…) Als hij duidelijke aanwijzingen heeft dat zijn vriend Leo geen zelfmoord heeft gepleegd maar is vermoord (…) stapt Pieter Fransman niet naar de politie maar ploegt alleen verder. (…) Hier vandaan krijgt de roman steeds meer het karakter van een thriller, gelardeerd met brieven van opa Pieter aan zijn jonge kleinzoon Walid waarin hij waarschuwt en zijn zorgen uit. Dat houdt de spanning er in. (…)
Lees hier de recensie
Meer over ‘De zegen van weemoed’
Meer over Theo Monkhorst

Roni Klinkhamer – Murphy’s Laughter. Roman

voorplatmurphy2-75Roni Klinkhamer
Murphy’s Laughter

Roman
Nederland
Gebrocheerd, 376 blz., € 19,90
Presentatie 11 november 2016
ISBN 978-90-6265-927-2

Murphy Slaughter, per ongeluk held (of antiheld?) in de romans van Roni Klinkhamer, is in de nieuwe parallelle wereld van Murphy’s Laughter dezelfde neuroot, wel een stuk ouder maar niet veel wijzer dan in de eerste roman ‘Murphy Slaughter’. In dit leven is hij geen beeldend kunstenaar, maar dichter en uitvinder en verdient hij de kost als buschauffeur. Als hij echter De Vette Vis wint in de loterij besluit hij zijn droom te verwezenlijken en een bus om te bouwen tot een rijdend hotel-restaurant, ‘Your-Dream-Drive-on-Hotel’. Passagiers laten echter op zich wachten. Totdat het bejaardentehuis ‘Foreverrest’ haar poorten sluit en de senioren van de een op andere dag op straat dreigen te belanden. Murphy zou Murphy niet zijn als hij zich niet weer op fabuleuze wijze in de nesten weet te werken. Veel oude bekenden dragen hieraan hun steentje bij, onwetend van het feit dat hun levens zich al eens kruisten, met even rampzalige als hilarische gevolgen. Dit boek is een opsteker voor eenieder die de oude dag vreest en angst voelt voor het tijdsgewricht waarin we allen verkeren.

Roni Klinkhamer koppelt in ‘Murphy’s Laughter’ opnieuw haar ongebreidelde fantasie aan een grote maatschappelijke betrokkenheid en neemt haar lezers mee op de wonderlijke reizen van Murphy Slaughter.

De pers over de eerste roman Murphy Slaughter:

Murphy Slaughter is een bijzonder goed geschreven boek, met heel veel angelsaksisch smakende hilarische situaties die plots een heel ernstige en beklemmende toon krijgen. Het boekt bulkt van knap geformuleerde zinnen, goed opgebouwde scènes, en bijzondere personages en krijgt daardoor ook een eigen literair karakter.’ – Ansiel
‘Roni Klinkhamer schreef een boek dat qua humor en fantasie moeiteloos met Groundhog Day kan wedijveren. Het boek wil echter meer laten zien dan de eerder genoemde film. Het gaat Klinkhamer ook om de fantasiewereld van de kunstenaar versus de kunstwereld, om creativiteit en zakelijkheid en wat er gebeurt als die teveel met elkaar in contact komen.’ – Literatuurplein
‘Hoogst originele roman met een volstrekt eigen taalgebruik en veel fantasie.’ – NBD | Biblion
‘Roman vol taalkundige cadeautjes.’ – Haarlems Dagblad

Meer over ‘Murphy’s Laughter’
Meer over ‘Murphy Slaughter’
Meer over Roni Klinkhamer op deze site

Ronny Lobo – Tirami sù. Roman

Opmaak 1Ronny Lobo
Tirami sù. Roman

Curaçao
Paperback met flappen 264 blz., 18,50
ISBN 978-90-6265-901-2
Presentatie 13 september 2015

Tiramisu is, volgens Kenzo, het heerlijkste Italiaanse toetje dat er bestaat. De in zoete room gedrenkte lagen lange vingers, eidooiers, suiker, afgekoelde koffie, alcohol en cacaopoeder dragen de naam trek me op; min of meer de metafoor voor maak me gelukkig. En gelukkig willen de personages in deze roman Tirami sù worden.

Karin voegt zich, kort na het verdwijnen van haar man Roy, bij haar architect en geliefde Kenzo op Curaçao, ondanks dat de mensen op Bonaire er schande van spreken. Ze heeft geleerd mannen als passanten te zien, net zoals haar moeder, die zelf door een slippertje zwanger was geraakt. Hun zoon Elroy ontvangt alle liefde van de wereld, ondanks Kenzo’s twijfel aan zijn vaderschap. Ook Joost en Annemarie weten weinig over hun ‘Arubaanse’ dochter Silvana. Ze is 5 maanden oud als ze haar adopteren en meenemen naar Zeewolde. Opvallend is haar blonde lok, zeker voor zo’n donker meisje.

Rond hun puberteit ontstaat bij beide kinderen grote interesse in hun afkomst. Roy werd, door zijn ‘Chinese ogen’ chino genoemd, Silvana scholden ze op de lagere school uit voor ‘zwartje’. Wanneer de Nederlandse familie jaren later besluit om naar de Antillen terug te keren lijkt de ontmoeting tussen Silvana en Elroy voorbestemd. Ze vallen als een blok voor elkaar. Samen gaan ze op zoek naar het verhaal achter hun herkomst. Waarom mag Silvana haar moeder niet kennen en waarom verdween Roy. Het levert een roman met diverse lagen op, bittere en zoete. Kleur speelt daarbij een rol, al is het nooit in de liefde.

Tirami sù is de tweede roman van de Curaçaose auteur Ronny Lobo en is het zelfstandig te lezen vervolg op zijn debuutroman Bouwen op drijfzand.

Meer over ‘Tirami sù’
Meer over Ronny Lobo bij Uitgeverij In de Knipscheer

Mala Kishoendajal – Kaapse goudbessen. Roman

Opmaak 1Mala Kishoendajal
Kaapse goudbessen
Kroniek van een illusionaire vrede

Roman, Nederland / Suriname
Paperback, royaal formaat, 336 blz., 19,50
ISBN 978-90-6265-859-6
Presentatie 25 oktober 2015

Hira, een bejaarde vrouw, blikt in Kaapse goudbessen terug op haar leven in Nederland en Suriname. Vooral denkt zij aan haar oudste zoon Balwant, wiens leven werd getekend door echtscheiding en het verlies van zijn kinderen. Haar herinneringen dwalen af naar haar ouders. Zij zijn kinderen van Brits-Indische contractarbeiders, die tussen 1873 en 1916 gingen werken in de Hollandse kolonie Suriname. Hira haalt zich de verhalen voor de geest over de grootouders van haar moeder, Masapeb Mohesh en Hiran Pyari, die met de eerste lichting naar Suriname kwamen op het schip Lalla Rookh, over hoe ze leefden in India. Ze herinnert zich het markante verhaal van haar vaders ouders, Kishoendyal Soekhoer en Sanichari Kanhai. Drie jaar na zijn aankomst in Suriname, werd Kishoendyal in 1896 veroordeeld tot zes jaar dwangarbeid wegens doodslag. Hij werd opgesloten op Fort Zeelandia tussen andere Hindoestanen die streden tegen de ‘koloniale hebzucht’ en onderdrukking. Bij terugkeer trof hij zijn vrouw en twee zoons in een ander gezin aan.

De herinneringen van Hira worden afgewisseld met de omzwervingen van Armand Veldhuizen, die Utrecht verlaat om in Den Haag te gaan werken. In de trein laat hij het leven dat hij achterlaat de revue passeren: een dominante moeder en een overspelige vader die hen heeft verlaten; zijn vriend Prém, die na te zijn beledigd door zijn moeder, zijn verjaardagsfeest verliet en die hij sindsdien niet meer heeft gezien; zijn pianolerares Constance, die hem inwijdde in de werken van Robert Schumann én in de erotische liefde. Zijn nieuwe leven is tegelijk verrijkend als verwarrend en ontgoochelend. Armand verliest huis, baan en geheugen, nadat hij als zogenaamde journalist die op zoek is naar eerste-uursmigranten, kennis maakt met Koesoem, de ex-vrouw van Balwant. Na enkele jaren geleefd te hebben als zwerver, belandt hij in PsyKick, waar hij op een denkbeeldige laptop zijn observaties van de omgeving en zijn gedachten optekent over het leven met Moeder. Uiteindelijk stroomt het verhaal van Hira samen met het verhaal van Armand Veldhuizen.

Mala Kishoendajal laat Kaapse goudbessen zich afspelen in het Nederland van nu maar leidt, via de twee hoofdpersonen met hun schijnbaar afzonderlijke levens, de lezer met herinneringen en sub-personages terug naar het Nederland van de jaren zestig van de vorige eeuw en naar Suriname en India vanaf 1873.
Mala Kishoendajal is bij Uitgeverij In de Knipscheer de auteur van de romans Dame Blanche, Het boegbeeld en de gedichtenbundel Pijn in parlando.

Meer over ‘Kaapse goudbessen’
Meer over Mala Kishoendajal bij Uitgeverij In de Knipscheer

Rotterdamse presentatie van ‘Duivelsklauw’ met Koos Postema

DuivelsklauwVoorplat75Op dinsdag 6 mei 2014 vindt om 15.00 uur in Boekhandel Snoek aan de Meent 126 in Rotterdam de Rotterdamse presentatie plaats van ‘Duivelsklauw’, de debuutroman van Felicita Vos. In deze Roma-familieroman is Rotterdam een van de belangrijke locaties. Hendrik Brandt, de grootvader van Gina Brandt, de verteller in de roman, trouwt er vóór De Tweede Wereldoorlog en haar vader Heina en zijn zus Mimi worden respectievelijk geboren in de wijk Feyenoord en op de Schiedamsedijk. Aan de boekpresentatie wordt o.a. meegewerkt door Koos Postema.
Meer over ‘Duivelsklauw’

«Ronny Lobo is de jongste loot aan de Curaçaose literaire stam.» – Jean Mentens

VoorplatDrijfzand1KleinOver Ronny Lobo n.a.v. zijn debuutroman ‘Bouwen op drijfzand’, de Volkskrant, 16 november 2013:
Lobo is architect en heeft uit zijn ambacht geput voor zijn boek. ‘Voor de presentatie van mijn boek zocht ik naar een symbolische plek en die heb ik gevonden bij de baai van Santa Martha 3.’ Dat is een van de mooiste plekken van Curaçao. De natuur is er ongeschonden en er heerst een 17de-eeuwse rust. Op een idyllische plek verrijzen plots spookachtige heipalen van een verlaten project voor een hotel. De bouw is gestaakt na de opstand van 30 mei 1969, die Willemstad in brand zette. (…) ‘Laat ik je meenemen naar onze meest literaire begraafplaats’, zegt Lobo, ‘de dood is immers ook een thema in mijn boek.’
Parijs heeft Père Lachaise en Londen heeft Highgate. Curaçao heeft zijn eigen tropische Zorgvlied waar de dichtheid aan overleden politici, kunstenaars, schrijvers en dichters hoog is: de begraafplaats van Bottelier 4. ‘Hier liggen de monumenten van de Papiamentstalige poëzie’, zegt Lobo en houdt stil bij de graven van Pierre Lauffer en Elis Juliana. We wandelen verder onder ruisende bomen die nog amper op het eiland te vinden zijn, maar nog wel op deze begraafplaats: de appeldam, de mispel, de kenepa en de mahok. Bij een kleine nis in een wal waar de graven vijf hoog zijn gestapeld, stopt Lobo. ‘Hier ligt Boeli van Leeuwen’, zegt hij. ‘Van de grote drie van de Nederlandstalige literatuur op Curaçao is alleen Arion nog in leven.

Lees hier het artikel

Meer over Bouwen op drijfzand

«Een dubbele opdracht en een driehoeksrelatie.» – Wim Rutgers

VoorplatDrijfzand1KleinOver ‘Bouwen op drijfzand’ van Ronny Lobo in Antilliaans Dagblad, 12 oktober 2013:
Van dit gegeven heeft Lobo een interessante roman gemaakt die vlot verteld naar een versnelling in het tempo gaat en met een steeds ingewikkelder wordende intrige uiteindelijk een climax vindt. (…) Nadat ik het verhaal een tweede keer las ontdekte ik hoe de verteller deze motieven weet te verstrengelen en – belangrijker – langzaam weet op te bouwen naar een climax waarbij de personen elkaar naderen en dan opnieuw een spanningsboog te construeren waarin de complicaties daarbij steeds onvermijdelijker worden. Ik zag bij de tweede lezing hoe knap het verhaal is opgebouwd en hoe belangrijke elementen daarin worden voorbereid en uitgebouwd. (…) Een ode aan het cultureel en artistiek verantwoorde bouwen: de architect en de professionele architectuur.

Lees hier de recensie of in Antilliaans Dagblad

Meer over ‘Bouwen op drijfzand’

«Een uitermate sympathiek en geslaagd debuut.» – Eric de Brabander

VoorplatDrijfzand1KleinOver ‘Bouwen op drijfzand’ van Ronny Lobo in Antilliaans Dagblad, 14 september 2013:
Ronny Lobo studeerde bouwkunde in Nederland en keerde terug naar Curaçao, waar hij architect werd met een speciaal oog voor klimatologische omstandigheden. De ingrediënten die nodig zijn voor de onvermijdelijke botsingen tussen architect en opdrachtgevers worden in ‘Bouwen op drijfzand’ subtiel ingevoerd door de auteur, die net als Kenzo behalve bouwkundige ook een bevlogen en kunstzinnig architect is. (…) Lobo weet zijn roman met verrassende wendingen te doorweven en deze af te wisselen met wat filosofische beschouwingen over tropische architectuur, over de relatie tussen bouwkunst en natuur, en over de noodzaak respectvol met deze natuur om te gaan.

Lees hier de recensie

Meer over Ronny Lobo

«Zorgvuldig wikkend en wegend zoekt ze naar woorden en synoniemen, naar metaforen die de gevoelswereld versterken.» – Eric de Brabander

VoorplatRodeAppel75dpiKleinOver ‘De rode appel’ van Giselle Ecury in Antilliaans Dagblad, 14 september 2013:
Giselle Ecury is een taalkunstenaar. Zorgvuldig wikkend en wegend zoekt ze naar woorden en synoniemen, naar metaforen die de gevoelswereld versterken, en naar zinsconstructies totdat de bladzijden gewoon ‘kloppen’. Een vrouwelijk boek? Doen vrouwen dat meer dan mannen? Ik vroeg me dat af. En liep langs mijn boekenkast, hield mijn hoofd schuin en liet mijn ogen over de titels en auteurs glijden. Ik vond wat ik zocht: de Hongaarse schrijver Sándor Márai. Tussen de twee wereldoorlogen schreef hij zijn meesterwerken, die pas in de jaren negentig van de vorige eeuw vertaald werden en wereldbekendheid kregen, met name Gloed en De erfenis van Eszter. Dezelfde broeierigheid, dezelfde traag stromende taal. En dan… de muziek die van tijd tot tijd uit de bladzijden opstijgt. De brutaal romantische zomerhitjes van Julien Clerc. Of Melanie, met Beautiful People. Ik was terug in de tijd waar Giselle Ecury dat zo bedacht had.

Lees hier de recensie

Meer over De rode appel