«Uitmuntend observator met spontane ingevingen.» – Brede Kristensen

VoorplatMetlegehanden-75Over ‘Met lege handen ging ik slapen, met een gedicht werd ik wakker’ van Walter Palm in Amigoe/Napa, 26 januari 2019:
(…) Palm is een uitmuntend observator die zich laat treffen door kleine dingen waarover hij dan besluit te dichten. (…) Het in mijn ogen mooiste gedicht van de bundel is, een ode aan Oda Blinder. ‘Sombere, geknakte orchideeën / in haar kanten hart / Tortelduiven en dromen / in haar wuivende ogen. / Wassende, zwangere maan / spiegel van haar poëzie’. Uiteindelijk gaat de reeks via een knallend onweer, waarbij de moe geworden doelloos drijvende wolken naar beneden vallen en een laatste saluutschot klinkt, naar de definitieve apocalypse. Eigenlijk een a-typisch gedicht. Want Palm wekt de indruk iemand te zijn die weliswaar oog heeft voor het aardse tranendal maar anderzijds ook met volle teugen van het leven kan genieten. (…) In bijvoorbeeld Make-up komt zijn observatievermogen weer mooi om de hoek kijken: ‘zeemeeuw danst / met zijn spiegelbeeld in het water / wat een verschil / met de verwaande dame / die zelfs opgemaakt / ontevreden / is met haar spiegelbeeld’. Het is Walter Palm op zijn best en ten voeten uit. Alhoewel expliciet, toch geen woord teveel. Zou ik denken. Verrassend ook, met een stevige vleug ironie. (…) Nog een opvallend kenmerk van zijn poëzie: (…) de spontane ingeving. Het met lege handen gaan slapen en wakker worden met een onverwacht gedicht. Het toont de charme van Walter Palm.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Met lege handen ging ik slapen, met een gedicht werd ik wakker’
Meer over Walter Palm bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Lees het nog eens, lezer, laat de aangehaalde gedichten zich ontvouwen.» – Jeroen Heuvel

VoorplatBelumbe-Waterlijn75Over ‘Belumbe / De waterlijn’ van Diana Lebacs in Antilliaans Dagblad, 7 februari 2015:
Het is een tweetalige bundel, oorspronkelijk heeft Lebacs de gedichten in het Nederlands geschreven, en zelf heeft ze ze in het Papiaments hertaald. Lebacs’ idioom is steengoed, ze beweegt zich als een vis in beide talen. En zoals het bij meerminnen hoort, als je denkt dat je haar kunt vasthouden, glibbert ze verder, ongrijpbaar als de waterlijn. (…) De gedichten zijn rijk aan associaties en niet bedoeld voor een eenduidige uitleg. Het is een spel van klanken, ritmes, tonen en betekenissen, een dartel spel, maar dan dartel – speels, verspringend, je niet door de tragedie van het leven klem laten zetten – in de zin van sanguinisch – volbloedig, vurig, niet voor één gat gevangen, dus niet kinderlijk, maar gelouterd dartel; poëzie die herinnert aan die van een Oda Blinder. (…). Wie de gedichten herleest ontdekt steeds meer samenhang, verdriet en vreugde van het leven. Diana Lebacs gebruikt een woord of zinsnede in een volgend gedicht soms verrassend net-niet-hetzelfde en geeft het daardoor een verdieping mee.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Belumbe / De waterlijn’
Meer over Diana Lebacs bij Uitgeverij In de Knipscheer