«Een actueel en indrukwekkend boek.» – Walter Palm

VoorplatWooncirkel-75Over ‘De wooncirkel’ van Joseph Hart voor NBD | Biblion, 5 december 2017:
De buurtvereniging in de stadswijk Otrobanda op Curaçao geeft het idee om het vervallen stadsmonument Shon Janchi’s woonerf te restaureren en te benutten voor cursussen aan vroegtijdige schoolverlaters. Dit plan wordt doorkruist als zich een projectontwikkelaar aandient die daar een jachthaven annex hotel wil vestigen. Bovendien beweert de projecteigenaar dat hij erfgenaam is van dit stadsmonument. De hoofdpersoon Armani ontdekt via regressietherapie dat niet de projectontwikkelaar maar zij de erfgename is van dit stadsmonument. In haar regressietherapie herleeft Armani als zeventiende-eeuwse Dalila de gruwelijke trans-Atlantische overtocht in een slavenschip. Indringend is deze beschrijving. Een actueel en indrukwekkend boek. (…)
Lees hier de bespreking
Meer over ‘De wooncirkel’
Meer over Joseph Hart bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Joseph Hart trekt de lezer in zijn verhaal.» – Ko van Geemert

VoorplatWooncirkel-75Over ‘De wooncirkel’ van Joseph Hart in Parbode, december 2017:
(…) Armani ontwikkelt samen met anderen een project om de ruïne te restaureren en om te bouwen tot een verblijf om het alarmerend grote aantal schoolverlaters in Otrabanda op te vangen en te helpen. Maar er zijn nog anderen die ook hun oog hebben laten vallen op Kurá di Shon Janchi: rijke investeerders die op deze plek een vijfsterrenhotel met haven willen bouwen. De vraag is wie de eigenaar is van het pand. Kunnen de afstammelingen van de slaven die bij dit huis hoorden dat zijn? (…) Via regressietherapie dalen we af in het slavernijverleden van Armani en ervaren hoe de slaven vanuit Afrika met een slavenschip in Curaçao terecht zijn gekomen. We beleven de ontmoetingen tussen blanken en slaven en ontdekken dat haat en liefde een belangrijke rol spelen, waarbij kleurverschil vaak wegvalt. (…) De schrijver is een geboren leraar en verteller. Soms wordt zijn taal wel erg bloemrijk, daar moet je van houden. Joseph Hart heeft het vermogen om de lezer in zijn verhaal binnen te trekken en mee te laten leven met de hoofdpersoon. Ook de lezer met reserves met betrekking tot regressietherapie. In een tijd waarin het slavernijverleden steeds vaker onder de aandacht gebracht wordt, is De wooncirkel een geslaagde toevoeging.
Lees hier de recensie
Meer over ‘De wooncirkel’
Meer over Joseph Hart bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Rake typeringen van de Curaçaose maatschappij.» – Fred de Haas

VoorplatWooncirkel-75Over ‘De wooncirkel’ van Joseph Hart in Antilliaans Dagblad, 2 november 2017:
Het zich in deze tijd afspelende Curaçaose verhaal gaat over de poging van een groep sociaal voelende (zwarte) Curaçaoënaars om, ondanks de tegenwerking van een corrupte politicus en een frauderende bankier, een landhuis te restaureren en geschikt te maken voor onder andere de opvang van achterstandskinderen. De plek staat bekend als de ‘Kurá di Shon Janchi’ (De Tuin van Johannes), een woonerf waar ‘meesters en slaven’ vroeger samenwoonden. (…) De vroegere Nederlandse kolonisator krijgt er in het boek van verschillende kanten flink van langs. De Nederlanders zouden er door hun arrogante houding vooral de oorzaak van zijn dat de bevolking zo’n negatief zelfbeeld heeft ontwikkeld, een zelfbeeld dat nog werd bevestigd door de leer van de katholieke kerk die gehoorzaamheid en geloof predikte. (…) Ook de zwarte Curaçaoënaar ontkomt, evenmin als de blanke protestant en de Nederlander, niet aan kritiek. Een kritiek die bovendien afkomstig is uit de eigen klasse. (…) Het boek staat vol met dat soort rake typeringen van de Curaçaose maatschappij die Joseph Hart kent als geen ander, een samenleving die genadeloos maar met veel mededogen door hem wordt gefileerd. Joseph Hart is overigens wel een vurig pleitbezorger van het bewustmaken van de bevolking van hun Afrikaanse verleden. (…) Om aan dit gebrek aan bewustzijn tegemoet te komen, heeft de schrijver een poging gewaagd om het slavernijverleden op te roepen door de hoofdpersoon een regressietherapie te laten ondergaan waardoor we, naar men beweert, honderden jaren kunnen teruggaan in de geschiedenis. De hoofdpersoon, Armani, reïncarneert tijdens verschillende therapeutische sessies onder andere als Dalila en Malaika totdat ze uiteindelijk terechtkomt op Curaçao als de persoon ‘Armani’ en ‘geneest’ van haar traumatische ervaringen in heden en verleden. (…) Essay-achtige stukken wisselen af met – vaak mooie – sfeertekeningen. Het staat buiten kijf dat Joseph Hart kan schrijven. (…)
Lees hier of hier de recensie
Meer over ‘De wooncirkel’
Meer over Joseph Hart bij Uitgeverij In de Knipscheer

«In de roman heeft uiteindelijk de literaire kwaliteit het laatste woord.» – Wim Rutgers

Opmaak 1Over ‘Kruispunt’ van Joseph Hart in Antilliaans Dagblad, 22 maart 2016:
De roman ‘Kruispunt’ (2015) van Joseph Hart is sterk op het eiland betrokken met zijn scherpe tegenstellingen aan de vooravond van 10 oktober 2010. Via de opgevoerde personages krijgen lezers een caleidoscopisch beeld van het eiland dat met zijn inwoners voor scherpe politieke keuzes staat: onafhankelijk en autonoom zijn zonder inmenging van buitenaf (lees: Nederland) of samenwerken en met die samenwerking sterk te staan. De meningen zijn in het dagelijkse leven sterk verdeeld, zo ook via de opgevoerde personages in de roman. (…) Ezra de Haan schreef in zijn reactie na een uitgebreide inhoudsanalyse over de ‘listige opbouw’ van het verhaal, maar er is meer dat aantoont dat de auteur de twee eerder verschenen romans (…) evenaart zo niet overtreft. Allereerst is er de zorgvuldige opbouw van het verhaal in drie ongeveer even lange delen (Curaçao – Nederland – Curaçao), die weer worden opgesplitst in respectievelijk 16, 13 en opnieuw 16 korte hoofdstukken. Zo’n strak schema vergt planning en discipline bij het schrijven. (…) ‘Kruispunt’ is een hard boek dat misstanden klip en klaar benoemt, maar aan het slot ook een optimistisch boek dat perspectief op een open en positieve toekomst biedt. (…) Joseph Hart heeft met ‘Kruispunt’ niet alleen een inhoudelijk rijke roman geschreven die tot veel maatschappelijke discussie kan leiden, maar heeft voor dat sociaal-politieke engagement ook een literaire vorm gekozen die de inhoud niet alleen verdiept maar ook op een hoger literair plan brengt. In de roman heeft uiteindelijk de literaire kwaliteit het laatste woord.
Lees hier en hier de recensie
Meer over ‘Kruispunt’
Meer over Joseph Hart bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Wat weet ik schandelijk weinig van Curaçao, terwijl ze er in het Nederlands romans over schrijven.» – Raymond van den Boogaard

Opmaak 1Over ‘Kruispunt’ van Joseph Hart in NRC Handelsblad, 18 september 2015:
Wijdvertakt is de intrige van de roman, die als hoogtepunt een internationaal opschudding verwekkende gijzeling heeft: politiek, beschaafde erotiek, zedenschets. Maar de bedoeling van Joseph Hart is niet uitsluitend om de lezer te onderhouden. (…) Wanneer ik ‘Kruispunt’ ter hand neem, krijg ik de indruk een sleutelroman te lezen, waarvan de strekking mij voor een groot deel ontgaat. (…) Wat weet ik schandelijk weinig van Curaçao, terwijl ze er in het Nederlands romans over schrijven.
Lees hier de column ‘Opbouwwerk in Curaçao’ van Raymond van den Boogaard
Meer over ‘Kruispunt’
Meer over Joseph Hart bij Uitgeverij In de Knipscheer

Hans Vaders – Bij wijze van In Memoriam

HansVaders1(foto Jan-Reinier van der Vliet)

Het is nog geen twee maanden geleden dat het bericht kwam dat Hans Vaders was overleden. Als afscheid werd op 1 augustus in landhuis Bloemhof een In Memoriam georganiseerd. Ik stuurde als condoleance een brief die bij die gelegenheid werd voorgelezen door Jeroen Heuvel.

Beste aanwezigen,

U allen van harte gecondoleerd met het overlijden van uw mede-Curaçaoënaar Hans Vaders. U zult hem vooral kennen als krantenmaker pur sang: de journalist, de eindredacteur, de hoofredacteur, net zo’n gigant als zijn ‘voorganger’ Johan van de Walle een generatie eerder was. Beiden vertrokken als twintigers naar ‘de West’ en bleven er als journalist én als schrijver. Hans Vaders is de journalist die zowel verslag doet van een staatsgreep op Haïti als een rubriek over eten schrijft, want de krant komt elke dag en moet gevuld. Ik wist wie Hans Vaders was. Hij was voor de uitgeverij In de Knipscheer de man die in 1988 en 1989 van Boeli van Leeuwen een columnist maakte, een geniale zet die in 1990 zou resulteren in Boeli van Leeuwens meest succesvolle boek Geniale anarchie. Alleen al om die reden heeft Hans Vaders zich een blijvende plek veroverd in het literaire landschap van Curaçao en Nederland.
Toch was en is Hans Vaders voor mij vooral de schrijver. Het zal in 2000 zijn geweest toen ik hem ontmoette. Hij was in Nederland op familiebezoek, ik meen in Alkmaar. En dan is Haarlem dichtbij. Onder zijn arm een manuscript, Tropische winters. Ik viel als een blok voor die roman. Het boek voldeed bepaald niet aan de literaire spelregels en structuren die doorgaans gelden in het huis van vooral de Europese literatuur. Hans Vaders vraagt namelijk wel wat van zijn lezers, daagt hen uit. Hij laat de lezer alle hoeken van zijn kamer zien. Maar wát een rijk beeld wordt in amper 128 bladzijden geschetst van de hoofdpersoon Alex Lee, die Hans Vaders op het lijf geschreven moet zijn, de observerende oorlogsverslaggever in de turbulente Cariben van grofweg de jaren tachtig van de vorige eeuw, die zijn verhalen in de plaatselijke kroeg schrijft, het romantische archetype van wat ooit ‘de journalist’ was. Dat was een niet al te vrolijke tijdgeest. Die somberte resoneert in Tropische winters, maar is voor de lezer goed te verteren door de plezierige manier van schrijven. Tropische winters wordt in Nederland opvallend veel gerecenseerd. Hans Vaders is een nieuwe naam die met zijn thematiek en schrijfstijl in de traditie lijkt te staan van Curaçaose schrijvers als Boeli van Leeuwen en Tip Marugg. Erich Zielinski en Eric de Brabander moeten dan hun eerste boeken nog schrijven. Misschien maakte Hans Vaders wel de weg vrij voor hen.

In zijn tweede boek, het in de Caribische regio bekroonde Otrobanda, meer journalistiek dan fictie, is de hoofdpersoon Hans Vaders zelf die zijn veelkleurige stadsgenoten met liefde portretteert. Otrobanda wordt in Nederland nauwelijks besproken in de literaire media, want van oorsprong columns en dus – kennelijk – geen ‘echte’ literatuur. Niettemin roemt Michiel van Kempen Vaders’ verhalen in Otrobanda. Hij noemt ze ‘juweeltjes van beschrijvingskunst’ en schrijft: ‘Als stadsschrijver moet Tip Marugg zijn meerdere erkennen in Hans Vaders’. Otrobanda zal zijn weg naar de Nederlandse lezer uiteindelijk wel vinden als hét literaire handboek voor elke Curaçaoganger.
Hans Vaders was ook dichter. Hij debuteert als dichter in 2005 in het Nederlandse literaire tijdschrift De Tweede Ronde en het Curaçaose literair tijdschrift Kristòf. Zes jaar later, in 2011, komt zijn eerste dichtbundel uit, Kate Moss in Mahaai, een co-productie van Mon Art Productions en Uitgeverij In de Knipscheer, weergaloos geïllustreerd door Herman van Bergen. In deze bundel zingt ook een zekere zwaarmoedigheid. In ‘Terugkeer’, het slotgedicht, vertelt de ik waarschijnlijk ooit begraven te worden in ‘het mistig land van overzee/ dat niet en nooit meer het mijne zal zijn.’
[…]
Maar wie zal mijn begrafenis bekostigen?

En welke verloren zoon wrikt het zilver
voor de veerman op mijn kille tong en
ontsteekt het vagevuur van mijn brandstapel?

Het doet poëziecriticus Joop Leibbrand in MeanderMagazine verzuchten: ‘Lezers, help Vaders nu het nog kan, koop die bundel. Hij stort je midden in de andere wereld die Curaçao is en verloochent de Nederlandse wortels niet. Het levert een boeiende synthese op.’

Hans Vaders zou in september 2012 naar Amsterdam komen voor de presentatie van zijn novelle Terug tot Tovar. Een ernstige val een paar maanden daarvoor gooit roet in dit publicitaire eten, waardoor de novelle in Nederland tussen wal en schip raakt. En dat is zó jammer, want Terug tot Tovar is misschien wel Hans Vaders beste en meest ambitieuze boek en zal mettertijd uitgroeien tot een Antilliaanse klassieker. Hoe beknopt van omvang, hoe boordevol van inhoud: een net van verhalen waarin alles en iedereen, hoe uitgewaaierd ook over de wereld, een relatie heeft met Curaçao. Curaçao als het middelpunt van de wereld en de wereldgeschiedenis waarin oude en nieuwe continenten over elkaar heenschuiven, een Boeliaanse dimensie.
In datzelfde jaar, herstellend van die ernstige val, schrijft hij ook het verhaal De vodkadrinker, dat alleen op Curaçao als gelegenheidsuitgave bij Mon Art Productions verschiint en inmiddels ook gepubliceerd is in Nederland op de digitale evenknie van het literair tijdschrift Extaze. Het lijkt een voorbode te zijn, van wat nog in het vat zit. Dat is het niet geworden. Mogelijk is de val een klap geweest die hij nooit echt meer te boven is gekomen.
Hans Vaders heeft te lang van pen moet wisselen, te vaak die van de journalist moeten kiezen, immers het brood op de plank, en te weinig die van de schrijver kunnen hanteren. Begint Boeli van Leeuwen na zijn pensionering nog een rijk derde schrijversleven met Schilden van leem, Het teken van Jona en Geniale anarchie, dié mogelijkheid om vól voor zijn schrijverschap te gaan, is Hans Vaders niet gegund geworden. En dat is een gemis.
Rest in peace, Hans.
franc knipscheer

Meer over Hans Vaders bij Uitgeverij In de Knipscheer

Hans Vaders (66) op ‘zijn’ Curaçao overleden

TekeningHans Vadersportret door zijn vriend Herman van Bergen op omslag ‘Terug tot Tovar’ (2012)

Hans Vaders (Den Haag, 1949) is op woensdag 15 juli 2015 op 66-jarige leeftijd overleden op Curaçao, sinds vele decennia zijn vaderland. Vaders was neerlandicus en vooral bekend als journalist, schrijver en dichter, en in een langer verleden ook docent Nederlands op Curaçao.
Eind juni werd Hans Vaders opgenomen in het ziekenhuis en hij raakte in de nacht van 14 op 15 juli in een coma, waaruit hij niet meer ontwaakte.
Hans Vaders studeerde Nederlands aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Op Curaçao heeft hij de functies van verslaggever, columnist, hoofd- en eindredacteur bij verschillende kranten bekleed, waaronder Beurs-en Nieuwsberichten, Amigoe, Antilliaans Dagblad en Curaçaosche Courant. De afgelopen jaren was Vaders eindredacteur van de Ñapa, de weekendbijlage van ochtendkrant Amigoe, en columnist bij de Knipselkrant. Als hoofredacteur van de Curaçaosche Courant wist hij in 1988 en 1989 de door hem bewonderde auteur Boeli van Leeuwen te strikken voor het schrijven van een wekelijkse column, die in 1990 zouden worden gebundeld tot Boeli van Leeuwens meest succesvolle boek Geniale anarchie.
Rond de eeuwwisseling manifesteerde hij zich ook zelf als veelzijdig auteur en schreef hij verschillende boeken, waaronder Otrobanda. Berichten van de overkant, Terug tot Tovar, Tropische winters en samen met beeldend kunstenaar Herman van Bergen Kate Moss in Mahaai, alle vier verschenen bij Uitgeverij In de Knipscheer.
Michiel van Kempen roemde Vaders’ verhalenbundel Otrobanda als ‘juweeltjes van beschrijvingskunst’ en: ‘Als stadsschrijver moet Tip Marugg zijn meerdere erkennen in Hans Vaders’.

Lees hier het In Memoriam van Ana van Leeuwen in ‘Antilliaans Dagblad’ van 16 juli 2015
Meer over Hans Vaders bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Hij is in staat tot het spelen van heerlijke preludes.» – Ezra de Haan

VoorplatTemepelsWoestijnen75Over ‘Tempels in woestijnen’ van Boeli van Leeuwen in Antilliaans Dagblad, 19 januari 2015:
De grote Curaçaose schrijver Boeli van Leeuwen gaf ruiterlijk toe dat, ook hij, ooit poëzie had geschreven. (…) Hij, en ook Frank Martinus Arion, waren zich er vast van bewust dat die poëzie de kraamkamer van hun latere oeuvre was. Daar was het ooit begonnen. Wanneer je, met de boeken van Van Leeuwen in gedachten, Tempels in woestijnen leest, herken je de taal. Net zoals je de toets en de kleur van een schilder herkent. Deze gedichten komen onmiskenbaar van de hand van Boeli van Leeuwen. Je leest strofen en voorziet de werken die later zijn geschreven: De rots der struikeling, Een vreemdeling op aarde, De eerste Adam, Schilden van Leem, Het teken van Jona. Hij is in staat tot het spelen van heerlijke preludes.
Lees hier de bespreking in de krant
Meer over ‘Tempels in woestijnen’
Meer over Boeli van Leeuwen bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Genieten van de ‘rode draad’ én de rijkdom aan details.» – Wim Rutgers

VoorplatSupermarktKlein72Over de drie romans van Eric de Brabander in Kristòf, 22 december 2014:
‘De supermarkt van Vieira’ vertelt het historische verhaal van de kaping van het luxueuze Portugese passagiersschip Santa Maria door een aantal Portugese dissidenten die daarmee publieke aandacht vragen vóór en protesteren tégen de dictatuur van de Spaanse dictator Franco en de Portugese dictator Salazar. Hoofdpersoon João leeft met een persoonlijke schuld door het ‘per ongeluk’ doden van een Angolese dwangarbeider en met de woede dat zijn vader door het fascistische bewind is vermoord. Hij sluit zich bij de kaping aan om een dubbele rekening uit het verleden te vereffenen. Zo lees ik deze roman als een verhaal van schuld en boete oftewel misdaad en wraak. Maar in zekere zin is er ook sprake van schuldeloze schuld als in een klassiek drama, want terwijl João zijn schuld delgt en zich wreekt, maakt hij zich opnieuw schuldig ten opzichte van zijn eigen gezin dat hij voor de rest van zijn leven in de steek laat.
Lees hier het artikel
Meer over ‘De supermarkt van Vieira’
Meer over Eric de Brabander bij Uitgeverij in de Knipscheer

«Wat een diepte en een gedurfde inhoud.» – Karel Wasch

VoorplatTemepelsWoestijnen75Over ‘Tempels in woestijnen’ van Boeli van Leeuwen op Poëzie Leestafel, 9 december 2014:
De gedichten Moeder van mijn moeder, Soldaten, Nacht en Luchtgevechten boven het krankzinnigengesticht zijn klassieke sonnetten. Er is een kleine overpeinzing, motto, ik ben zoals ik ben en er is een drietal grote verzen: Oorlog, Otrobanda en Isla de Makuaku. (…) Van Leeuwen probeert in het gedicht Soldaten het onbenoembare te benoemen. In de droom in de diepten van de zee gesitueerd, ziet de dichter bevroren vissen, stil naast het koraal en verder soldaten die misschien zijn overleden (let op de rode krans). Eenmaal boven water worden we met God geconfronteerd, die de stormen scheert, een prachtig beeld voor de Grote Kapper (J.W. van der Molen gebruikte dit beeld letterlijk al eens in een vers) die met een handomdraai, storm, wind, laat ontstaan en verdwijnen. En tenslotte: in een zoutkristal, een van de kleinste mineralen op deze aarde wordt het bloed dat in de zee ligt, door oorlogen o.a. opgezogen. Wat een indrukwekkend gedicht.
Bij de grote gedichten viel me Isla di Makuaku (Eiland der Fregatvogels) op. De fregatvogel heeft een spanwijdte van twee meter en kan uren zweven op de thermiek. De boodschap van het gedicht is eigenlijk, dat we op de stroom mee moeten varen, zweven, deinen. ‘Go with the flow,’ zou je kunnen zeggen. En Van Leeuwen laat de taal ook zweven, als een lang aangehouden sitarklank. Inhoud en vorm vallen samen.
Ik verbaasde mij over de hoge kwaliteit van deze – terecht opnieuw uitgebrachte – bundel. Wat een heerlijke verzen, wat een diepte en een gedurfde inhoud. Ik heb ouder werk van hem weer uit de kast gehaald.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Tempels in woestijnen’
Meer over Boeli van Leeuwen bij Uitgeverij In de Knipscheer