«Geen excuus meer om aan Antilliaanse held Medardo de Marchena voorbij te kijken.» – Michiel van Kempen

VoorplatMedardo-75Over Medardo de Marchena: Staatsgevaarlijk in koloniaal Curaçao van Aart G. Broek in De Parelduiker, jaargang 27, nummer 5:
Het zal niemand ontgaan zijn hoe de ster van Anton de Kom en zijn boek ‘Wij slaven van Suriname’ in twee jaar tijd gerezen is. Met het boek uit 1934 gaf De Kom op eigen kracht een radicale wending aan de geschiedschrijving van Suriname en stond hij met de kracht van rechtvaardigheidsgevoel en grote eloquentie op tegen een tot in de 20ste eeuw doorgezet Nederlands kolonialisme. (…) Maar in wat toen ‘de Nederlandse West’ heette, was er nog iemand die fel ageerde tegen de Hollandse overheersing, en dat deed hij in 1929, dus vijf jaar vóór Anton de Kom. Zijn naam: Medardo de Marchena. (…) Wie was nu die Medardo de Marchena en wat had hij geschreven? Dat is recent geboekstaafd in een elegant boekje waarin Aart Broek het leven van de man heeft vastgelegd en zijn belangrijkste pamflet heeft vertaald uit het Papiaments, onder de titel ‘Medardo de Marchena; staatsgevaarlijk in koloniaal Curaçao’. (…) In de eerste alinea van dat pamflet zet hij al direct neer wat hem voor ogen staat: “Deze uitgave kan hen [de gekleurde mensen van het eiland] helpen zich te bevrijden van allerlei vernederingen en uitbuiting die hen ten deel vallen, vanwege de vreselijke plaag die steeds meer terrein wint en die nooit wordt bestreden en bekend staat onder de naam onwetendheid. (p. 81)” We horen natuurlijk al de echo die vijf jaar later zal opklinken uit het boek van Anton de Kom: “Geen volk kan tot volle wasdom komen, dat erfelijk met een minderwaardigheidsgevoel belast blijft. Daarom wil dit boek trachten het zelfrespect der Surinamers op te wekken en voorts de onjuistheid aantonen van de vredesbedoelingen der Hollanders ten tijde der slavernij.” (…) Medardo de Marchena schreef [zijn boek] in het Papiaments, in de volkstaal die iedereen kon verstaan. ‘Wij slaven van Suriname’ was geschreven in het Nederlands, een taal die bijna geen van de verschoppelingen van Suriname voor wie De Kom het opnam kon lezen. (…) Evenmin als Engelstalige historici nog langer een verontschuldiging hebben om de Nederlandstalige Anton de Kom te negeren, hebben wij nog een excuus om aan de Papiamentstalige Medardo de Marchena voorbij te kijken, nu zijn pamflet vertaald is in het Nederlands.
Bron
Lees hier het artikel ‘Een Antilliaanse held: Medardo de Marchena’
Meer over ‘Medardo de Marchena: Staatsgevaarlijk in koloniaal Curaçao’
Meer over Aart G. Broek bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Wat Mark Rutte inademde was achterstand.» – Walter Palm

VoorplatPalmGezichten-75Naar aanleiding van ‘De vele gezichten van mijn pen’ van Walter Palm in Trouw, 2 januari 2023:
(…) Walter Palm (Curaçao, 1951) is schrijver en oud-adviseur integratiebeleid. Onlangs verschenen zijn literaire memoires, ‘De vele gezichten van mijn pen’. (…) “Dertien was ik, en ik mocht met schrijver Pierre Lauffer mee. (…) Onder een boom droeg Pierre zijn nieuwe gedicht ‘Balada di Buchi Fil’ (1964) voor. Die ballade had voor tumult gezorgd. Pierre had namelijk een dubbel zwijgen doorbroken. Hij schreef in een onderdrukte taal, het Papiaments, míjn taal die we op school niet mochten spreken, deel van wat ze ‘lage cultuur’ noemden. Ook het thema was taboe: slavernij. (…) Ik ben een telg uit de Curaçaose componistendynastie Palm. In mijn voorgeslacht zitten slavenhouders. Maar ook slaafgemaakten – van dat deel van mijn identiteit wist ik niets, daar werd niet over gesproken. Tot Pierre onder die boom zijn ballade reciteerde, over de trots van Buchi Fil, ‘een plantageslaaf, sterk als een stier’. Zijn bomba, de slavenopzichter, verkocht zijn vrouw om Fil te breken, maar Fil liet zich niet kleineren: ‘Als de bomba mij wil slaan, dan heeft hij het mis.’ Die zin, die opende voor mij een nieuw venster. (…) Op 19 december is de zin van Pierre – wie mij wil slaan, heeft het mis – gerealiseerd. Toen sprak premier Mark Rutte excuses uit voor de slavernij. Hij erkende dat Tula, de leider van de slavenopstand uit 1795, een held was. (…) In augustus 2007, Mark Rutte was toen net VVD-partijleider, speelde op Curaçao en Aruba het toneelstuk ‘Changá’. Ik had daaraan meegeschreven. Omdat ik musicoloog ben, gaf ik daar een workshop. Mark wilde graag mee, hij houdt van muziek. Daar, op het platteland, ontmoette hij Curaçaoënaars. ‘Mijn oma, mijn opa was slaafgemaakt’, vertelden ze. Daarna reden we langs de Shell-raffinaderij. Mark zei: ‘wat is het hier mistig’. ‘Dat is geen mist’, legden we hem uit, ‘maar smog’. Wat hij inademde was achterstand. Het verleden was niet voorbij, het was er nog. Dat is ‘doorwerking’, zoals Mark het op 19 december noemde. (…) In 2007 is het zaad voor zijn erkenning van het slavernijverleden geplant. (…)
Lees hier het artikel inclusief vertaalde ballade van Pierre Lauffer
Meer over ‘De vele gezichten van mijn pen’
Meer over Walter Palm bij Uitgeverij In de Knipscheer

Walter Palm – De vele gezichten van mijn pen. Literaire memoires

VoorplatPalmGezichten-75Walter Palm
De vele gezichten van mijn pen

literaire memoires
Curaça0 – Nederland
gebrocheerd in omslag met flappen,
288 blz., € 22,00
eerste druk 2023
ISBN 978-94-93214-90-3

Het overlijden van zijn vader, en het vertellen over zijn levenservaringen enige maanden daarvoor, maakten de auteur bewust van het belang van memoires. Om te voorkomen dat geïnteresseerden in Walter Palms literaire nalatenschap achter het net zouden vissen, wanneer hij voorgoed achter de horizon verdwenen was, heeft hij deze herinneringen aan het papier toevertrouwd en gebundeld in De vele gezichten van mijn pen.

Walter Palm duidt, als telg van de componistendynastie Palm, de artistieke en muzikale omgeving waarin hij opgroeide. De invloed van Curaçao, haar auteurs en musici klinken door in zijn poëzie. Kunstenaars als Jacobo Palm, Pierre Lauffer, Chal Corsen, Chris en Lucila Engels-Boskaljon worden in zeer persoonlijke portretjes eer betoond. De dichter gaat in op zijn bij uitgeverij In de Knipscheer verschenen dichtbundels, toont de nodige reis- en gelegenheidsgedichten en verklaart ze.

De doodstijding, soms in de vorm van de warawara, komt meermaals voor in dit boek. Bekend als Palm was op Curaçao met het magisch-realisme, maar ook dankzij zijn kennis van kwantummechanica, verbaasde het hem niet dat mensen door dromen met elkaar verbonden konden zijn. Het verslag ervan toont zijn ontvankelijkheid voor informatie en de creatieve wijze waarmee hij die benut. Als beleidsadviseur integratiebeleid op ministerieel niveau schreef Palm de nodige politieke opinieartikelen. Zijn essay Het sluipend gif van de islamofobie krijgt de nodige toelichting, net als de Toeslagenaffaire en de effecten van Covid-19 op de grondrechten. De omgang met etnische en religieuze diversiteit blijkt steeds weer een onuitputtelijke inspiratiebron voor de auteur. Een aantal korte literaire verhalen, vijf recensies en twee doorwrochte artikelen over Cola Debrot en Frank Martinus Arion zijn uitstekende voorbeelden van de vele gezichten van de pen waarvan Walter Palm gebruik heeft gemaakt.

Walter Palm is in 1951 op Curaçao geboren als telg van de bekende Curaçaose muziekfamilie Palm. Op twintigjarige leeftijd debuteerde hij met poëzie in het Antilliaanse literaire tijdschrift Watapana. Werk van Walter Palm is opgenomen in de prestigieuze Spiegel van de moderne Nederlandse en Vlaamse dichtkunst, de literaire eregalerij van alle belangrijke moderne Nederlandstalige dichters. Behalve Met lege handen ging ik slapen, met een gedicht werd ik wakker verschenen van hem de dichtbundels Sierlijke golven krullen van plezier en Een serenade voor mijn Shéhérazade. Mede vanwege zijn literaire verdiensten is hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. In 2019 verscheen de essaybundel Het sluipend gif van islamofobie – 1989-2019.

Meer over Walter Palm bij Uitgeverij In de Knipscheer

10de Caraïbische Letterendag op 8 oktober 2022

CaribischeLetterenOp zaterdagmiddag 8 oktober vindt (van 13.00 tot 17.00 uur) de 10de Caraïbische Letterendag plaats. Deze lustrumviering vindt plaats in het HNI (voorheen NAi) in Rotterdam. Na ruim twee jaar uitstel vanwege corona viert de Werkgroep Caraïbische Letteren eindelijk een nieuwe editie, gewijd aan de grote voorlopers. Bij deze gelegenheid verschijnt de bundel ‘Dat wij zongen’ (Uitgeverij Das Mag) met essays van 21 auteurs (waaronder Ken Mangroelal, Astrid H. Roemer, Tommy Wieringa, Eric de Brabander, Ruth San A Jong) over 20 groten die hen voorgingen (onder wie Albert Helman, Pierre Lauffer, Boeli van Leeuwen, Michaël Slory, Shrinivási, Edgar Cairo, Astrid H. Roemer, Bernardo Ashetu, Bea Vianen). Het eerste exemplaar van ‘Dat wij zongen’ wordt aangeboden aan de grootste levende Nederlands-Caraïbische dichter: Jit Narain. In gespreksronden, geleid door Raoul de Jong en Julien Ignacio, komt een groot aantal schrijvers uit de bundel ‘Dat wij zongen’ aan het woord. Verder zijn er intermezzi: Charlotte Doornhein herdenkt de onlangs overleden Diana Lebacs; Raoul de Jong leest voor uit zijn succesroman ‘Jaguarman’; Michiel van Kempen vraagt aandacht voor de ten onrechte onbekende Antilliaanse antikoloniaal Medardo de Marchena van auteur Aart G. Broek en een mystery guest zet Ronald Snijders – winnaar van de Boy Edgarprijs – in de schijnwerpers. De presentatie is in handen van Sarita Bajnath, van het AT5-boekenprogramma ‘Leesoffensief’.
Meer over ‘10de Caraïbische Letterendag’
Meer over ‘Dat wij zongen’

Diana Lebacs op Curaçao overleden

DianaLebacsKleinCMYKOp de dag dat haar jongste roman klaarligt bij de drukker, komt het bericht dat Diana Lebacs (Curaçao, 1947) vrij onverwacht is overleden op 11 juli 2022. Op 12 september zou ze 75 zijn geworden. Op 14 april mailde ze nog de laatste aanvulling door op haar nieuwe roman Dame van de avond en het berouw van Benaro en meldde ze me dat haar man Pacheco Domcassé op 22 maart dit jaar was gestorven. Haar afkomst is typerend voor het Nederlands koloniaal verleden: Diana Lebacs had een Curaçaos-Indonesische vader en een Surinaamse moeder. De Surinaamse schrijfster Thea Doelwijt is een nicht van haar. Diana Lebacs debuteerde in 1971 met de jeugdroman Sherry, het begin van een begin. Haar tweede jeugdroman Nancho van Bonaire uit 1975 werd bekroond met een zilveren griffel. Haar eerste roman voor volwassenen De langste maand kwam in 1994 uit en was een van de laatste boeken die Jos Knipscheer († 1997) voor de uitgeverij redigeerde. Pas in 2017 verscheen haar tweede roman voor grote mensen Duizend leugens bruidstaart. In dat jaar kwam ze ook op bezoek in Nederland.

Sta me toe deze herinnering op te halen. Op 1 oktober 2017 vond in de OBA Amsterdam de Caraïbische Letterendag Junior plaats, het grootste festival van Caraïbische kinderboekenschrijvers ooit georganiseerd in Nederland. Ook Uitgeverij In de Knipscheer was die dag present met een boekenstandje. Die dag zou ze in een zaaltje aldaar een prijs ontvangen en ik spoedde me naar dat zaaltje om die zo terechte feestelijke bijeenkomst mee te maken. Toen zij het woord nam bleek niet zij het feestvarken, maar ondergetekende die op voorspraak van de Antilliaanse dichters en schrijvers bij de uitgeverij benoemd werd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Zo was Diana Lebacs.

Maar ere wie ere toekomt. Op 22 augustus 2020 werd op de honderdste geboortedag van Pierre Lauffer aan Diana Lebacs de Chapi di Plata, de Pierre Laufferprijs, toegekend.

franc knipscheer
Haarlem, 12 juli 2022

Klik hier voor het Chapi di Plata-feest
Meer over ‘Dame van de avond en het berouw van Benaro’
Meer over Diana Lebacs bij Uitgeverij In de Knipscheer

Album van de Caraïbische poëzie

AlbumCaribischePoezieOp 23 april 2022 verschijnt bij Uitgeverij Rubinstein ‘Album van de Caraïbische poëzie’, samengesteld door Michiel van Kempen en Bert Paasman, met medewerking van Noraly Beyer. Op die dag vindt in de OBA een programma plaats rond het uitkomen van dit boek. De trans-Atlantische relatie tussen Suriname, de Antillen en Nederland is meer dan vier eeuwen oud en beide zijden zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden geraakt door het slavernijverleden, migratie en culturele uitwisseling. Een complexe relatie die nergens zo goed wordt weerspiegeld als in de literatuur, en dan in het bijzonder de poëzie. In twaalf hoofdstukken wordt de lezer langs de rijkdom en de veelkleurigheid van de Caraïbische poëzie geleid. De samenstellers kozen een toegankelijke selectie van gedichten, versjes en liedjes, van de vroegste matrozenliedjes tot de jongste teksten van rappers. Vanzelfsprekend komt u in deze bloemlezing tal van dichters tegen die publiceerden bij Uitgeverij In de Knipscheer, onder wie: Frank Martinus Arion, Trefossa, Michaël Slory, Aletta Beaujon, Albert Helman, Edgar Cairo, Pierre Lauffer, Tip Marugg, Bea Vianen, Jit Narain, Elis Juliana, Shrinivási, Henry Habibe, Boeli van Leeuwen, Giselle Ecury, Scott Rollins, Marius Atmoredjo, Bernardo Ashetu, Aart G. Broek, Luis Daal, R.Dobru, Nydia Ecury, Carel de Haseth, Karin Lachmising, Diana Lebacs, Jojn Leefmans, Clyde R. Lo-A-Njoe, Raj Mohan, Quito Nicolaas, Olga Orman, Walter Palm, Hugo Pos, Astrid H. Roemer, Hans Vaders, Hilda de Windt Ayoubi.
Meer over het programma
Dit programma is ook online te volgen via deze LINK en later terug te zien op YouTube.
Nog meer Caraïbische dichters die bij In de Knipscheer verschenen vindt u terug in de bloemlezingen ‘Grenzenloos’, ‘Vaar naar de vuurtoren’, ‘De navelstreng van mijn taal’ en ‘Wie ik ben / Ta ken mi ta’
In 2014 verscheen bij Uitgeverij Rubinstein ‘Album van de Indische poëzie’, samengesteld door Peter Zonneveld en Bert Paasman, met o.a. werk van Marion Bloem en Ernst Jansz.

Elis Juliana – Hé Patu/Waggeleend

Hé Patu/WaggeleendElis Juliana
Hé Patu/Waggeleend

poëzie, tweetalig Papiaments/Nederlands
Curaçao / Nederlandse Antillen
gebrocheerd in omslag met flappen,
80 blz., € 16,50
eerste uitgave oktober 2011
tweede druk 2021
ISBN 978-90-6265-660-8

De Curaçaose kunstenaar Elis Juliana (1927) behoort met Luis Daal en Pierre Lauffer tot de ‘Grote Drie’ van de Antilliaanse dichtkunst in het Papiaments. ‘Antilliaanse dichtkunst’, want het zou niet juist zijn te beweren dat de bekendheid van Juliana als beeldend kunstenaar, dichter, schrijver en voordrachtskunstenaar zou ophouden bij de grenzen van Curaçao.
Het voornaamste doel van Elis Juliana is altijd geweest de mogelijkheden van zijn moedertaal, het Papiaments, tot op de bodem uit te zoeken en toe te passen in zijn werk. En daarin heeft hij zich, tot nu toe, een ware meester getoond, niet alleen in stilistisch opzicht, maar ook in de milde wijze waarop hij de Curaçaose mens in zijn beschrijvingen heeft geportretteerd. Hij schroomt niet deze mens te confronteren met zijn tekortkomingen en minder goede eigenschappen en stelt met de blik van een scherp observator de gemakzucht en de hypocrisie van zijn medemens aan de kaak. Maar hij doet dit zonder te kwetsen, zonder gebruik te maken van grove woorden, op een geestige manier en, bovenal, met een weldadig aandoende compassie.
Zijn vertolking van ‘Hé Patu’, staat, vooral bij de oudere Antilliaan, voor altijd in het gehoor gegrift. Dat is dan ook de reden waarom juist dít gedicht de bundel aanvoert onder de titel ‘Waggeleend’. En ‘Waggeleend’ zal ongetwijfeld het historisch patina krijgen dat nog steeds het gedicht ‘Atardi’ siert van Joseph Sickman Corsen, de dichter die aan de wieg heeft gestaan van de in het Papiaments geschreven poëzie.
Fred de Haas studeerde Frans, Spaans en Portugees. Hij was o.a. werkzaam in het onderwijs op de voormalige Nederlandse Antillen. Hij vertaalde werk van auteurs als Jorge Luis Borges en Pablo Neruda. Als muzikant (gitarist en zanger) bestudeerde hij de Zuid-Amerikaanse muziek en treedt hij sinds 1982 op met zijn muziekgroep Alma Latina.
Meer over ‘Hé Patu / Waggeleend’
Meer over Elis Juliana bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Groot Caraïbisch dichter eindelijk gebloemleesd.»

VoorplatNarainMensenkindOver ‘Een mensenkind in niemandsland’ van Jit Narain op Caraïbisch Uitzicht, 26 maart 2021:
Het moest er van komen: nadat bij uitgeverij In de Knipscheer al ruime bloemlezingen waren verschenen van het werk van Caraïbische dichters als Shrinivási, Michael Slory, Bernardo Ashetu, Pierre Lauffer, Elis Juliana en Nydia Ecury is nu ook het werk van de Surinaamse dichter Jit Narain met een bloemlezing bereikbaar geworden. ‘Een mensenkind in niemandsland’ is een door Michiel van Kempen en Effendi Ketwaru samengestelde bloemlezing uit de tien bundels die van Jit Narain vanaf 1977 tot en met 2019 zijn verschenen. (…)
Lees hier het signalement
Meer over ‘Een mensenkind in niemandsland’
Meer over Jit Narain bij Uitgeverij In de Knipscheer

Leeslijst Papiamentse titels (oorspronkelijk, vertaald of tweetalig) bij Uitgeverij In de Knipscheer

In het kader van de Literaire Vertaaldagen organiseerde Marije de Bie voor het Vertalershuis Amsterdam het (online) Vertaalatelier Papiaments op 15 januari 2021 met gespreksmoderator Nihayra Leona, auteur Carel de Haseth, redacteur Peter de Rijk namens uitgeverij In de Knipscheer en vertaalsters Olga Rojer en Chila Bolivar. Centraal staat de uitgave Katibu di Shon van Carel de Haseth dat behalve in het Papiaments ook in het Nederlands, Duits en Engels is vertaald.
Voor deelnemers aan de Literaire Vertaaldagen stelde Uitgeverij onderstaande lijst samen met Papiaments-gerelateerde uitgaven uit het fonds van Uitgeverij In de Knipscheer.

Carel de Haseth * Slaaf en Meester / Katibu di Shon
Carel de Haseth * Sklave und Herr/Katibu di Shon
Carel de Haseth * Zolang er kusten zijn
Carel de Haseth * Bida na kola/Kleuren van leven
Pierre Lauffer * Na final di kaminda /Op het einde van de rit
Elis Juliana * Hé Patu/Waggeleend
Aart G. Broek * The Colour of my Island
Aart G. Broek * Medardo de Marchena. Staatsgevaarlijk in koloniaal Curaçao
Hilda de Windt Ayoubi * Geef me je taal. Dat ik je beter versta / Duna mi bo idioma. Pa mi por komprondé bo mihó
Eric de Brabander * E bida infinito di Doña Lisa
Nilda Pinto * Hoe Nanzi de koning beetnam / Kon Nanzi a nèk Shon Arei
Elis Juliana * Blijf nog wat. Liefdespoëzie
Walter Palm * Met lege handen ging ik slapen, met een gedicht werd ik wakker
Quito Nicolaas * Als de aloë sluimert / Cucuisa cabisha
Olga Orman * Cas di biento / Doorwaaiwoning
Diana Lebacs * Belumbe / De waterlijn
Nydia Ecury * Een droom die ik heb /Un soño ku mi tin
Klaas de Groot * Vaar naar de vuurtoren
Munye Oduber – Winklaar * Zo reken ik nu met je af / Ta asina y awor mi ta regla cuenta cu bo
Clyde R. Lo A Njoe * Dansen/Baliamentu
Antoine J. Maduro * Bida, remordementu, konfeshon i krítika. Un relato outobiográfiko

«Poëzie is een stilstaan bij de simpele dingen die de eeuwigheid kunnen tonen.» – Scott Rollins

Scott Rollins 2Interview n.a.v. ‘Grenstekens’ van Scott Rollins door Sander de Vaan op Meander Magazine, 22 oktober 2020:
(…) Ik heb mijn hele leven veel poëzie gelezen. (…) Later, toen ik in Nederland kennis had gemaakt met de naoorlogse Nederlandse en Vlaamse poëzie, verdiepte ik mij ook in de Amerikaanse Black Mountain dichters, waaronder Gary Snyder, in de Beat poets, Japanse haiku en in tal van Zuid-Amerikaanse en Europese dichters als Octavio Paz, Pablo Neruda en Fernando Pessoa. J. Bernlef is een van mijn favoriete Nederlandse dichters. Van hem heb ik een uitgebreide selectie in Engelse vertaling gepubliceerd onder de titel: A Still Life. (…). Onlangs herlas ik de liedteksten (eigenlijk ook gedichten) van Tyfoon’s Lobi di Basi. Een sterk staaltje van een persoonlijk, sociaal en historisch bewustzijn met zeer fraaie lyriek in Van de regen naar de zon. (…) Zee spreekt onnoemelijk tot de verbeelding. (…) Sterke herinneringen uit mijn kindertijd hebben ongetwijfeld een rol gespeeld, naast het feit dat ik (…) gedichten van vele andere dichters heb gelezen en in sommige gevallen ook vertaald, zoals Slauerhoffs De zee. (…) Of Saint-John Perse van Martinique in zijn lange gedicht Amers waarin de dichter de zee bezingt en het gevoel heeft dat het water door zijn eigen aderen stroomt. (…) En de Curaçaose dichter Pierre Lauffer. (…)
Lees hier het interview ‘Schilderen met water’
Meer over ‘Grenstekens’
Meer over Scott Rollins bij Uitgeverij In de Knipscheer