Menno Wigman

MennoWigman [foto Uitgeverij Prometheus]

Op 1 februari 2018 is dichter Menno Wigman op 51-jarige leeftijd overleden. Midden jaren negentig, toen Uitgeverij In de Knipscheer huisde aan het Singel in Amsterdam, was hij een paar jaar de redactionele rechterhand van uitgeverijredacteur Rob van Erkelens, die weer de rechterhand was geweest van Jos Knipscheer, die zich vanwege zijn broze gezondheid in de loop van 1993 met name fysiek moest terugtrekken uit de uitgeverij. In de Knipscheer was toen de uitgever van nog jonge dichters als Pieter Boskma, René Huigen en F. Starik en Menno Wigman voelde zich wel thuis binnen deze context. Met hem, met Rob van Erkelens en met Mirjam Vosmeer was het jeugdige elan weer even terug in de uitgeverij. Menno hield zich vooral bezig met ingezonden poëziemanuscripten, maar ook met het redigeren van vertalingen uit het Frans. Toen Jos Knipscheer in februari 1997 overleed en de uitgeverij noodgedwongen terugkeerde naar Haarlem kwam ook een eind aan deze ‘Amsterdamse’ redactie. Menno was een uiterst aimabel mens en een groot dichter. Als hij zijn gedichten voordroeg was dat voor mij telkens een indrukwekkende en ontroerende belevenis. Hij oogde altijd jongensachtig, leek de eeuwige jeugd te hebben.

Franc Knipscheer

Lees hier Inge Nicole Bak over Menno Wigman op Facebook

«Een bewijs van de kwaliteit van de Nederlandse dichtkunst.» – Graa Boomsma

VoorplatWiegKringOver ‘In de kring van menselijke warmte. Hommage aan Rogi Wieg’ voor NBD | Biblion, 24 juli 2017:
De titel van deze indrukwekkende poëziebundel – die meteen een bewijs is van de kwaliteit van de Nederlandse dichtkunst – komt van F. Starik. Andere bijdragen zijn van bekende dichters als Pieter Boskma, Maria Barnas, Menno Wigman en Joost Zwagerman. De laatste dichtte vlak voor Wiegs dood: ‘Ik probeer, mijn / vriend hij gaat niet dood. Rogi / komt in een gedicht terecht.’ Wieg zelf komt ook aan het woord: ‘Hier is het verhaal uit, / het was geen oefening / in doodmaken, maar / iets anders.’ Over dat ‘iets anders’ gaan alle gedichten: de demon in het hoofd. Zeer verzorgd uitgegeven hommage.
Lees hier de recensie
Meer over ‘In de kring van menselijke warmte. Hommage aan Rogi Wieg’
Meer over Rogi Wieg bij Uitgeverij In de Knipscheer

JP Den Tex stelt zich voor. Genomineerde Rabobank Cultuurprijs Letteren

filmpje

Opmaak 1Iedere twee jaar wordt de Cultuurprijs uitgereikt aan een kunstenaar of een groep van kunstenaars die zich in bijzondere mate heeft onderscheiden in zijn of haar discipline. Zondag 2 oktober vindt de uitreiking van de Cultuurprijs 2016 in de categorie Letteren plaats in de Ruïnekerk in Bergen. Genomineerden zijn Amir Chitzan, JP den Tex en Pieter Boskma . JP den Tex stelt zich hierbij voor. De jury noemt hem een boeiende ‘outsider’ door de combinatie van proza met muziek. Hij bracht een groot deel van zijn jeugd door in Bergen, waar een aanzienlijk aantal verhalen zich afspeelt.
Meer over Rabobank Cultuurprijs 2016
Meer over ‘Morgen Wordt Het Beter’

JP den Tex genomineerd voor de Rabobank Cultuurprijs 2016

Nominatie categorie Letteren Rabobank Cultuurprijs 2016 voor ‘Morgen Wordt Het Beter’ van JP den Tex:
Tijdens een feestelijke bijeenkomst op het Alkmaarse stadhuis heeft juryvoorzitter burgemeester Piet Bruinooge de genomineerden voor de Rabobank Cultuurprijs 2016 bekendgemaakt in de categorieën Letteren, Visuele Kunsten en Podiumkunsten. De prijs wordt eens in de twee jaar toegekend. Een vakjury, bestaande uit 7 mensen die dagelijks in hun werk met kunst en cultuur bezig zijn, kwam unaniem tot haar voordracht. De genomineerden in de categorie Letteren (literatuur, proza, poëzie, songteksten, toneelteksten) zijn: dichter Pieter Boskma en schrijvers Amir Chitzan en JP den Tex. De jury noemt JP den Tex een boeiende ‘outsider’ door de combinatie van proza met muziek in zijn debuutbundel met cd ‘Morgen Wordt Het Beter’. Hij bracht een groot deel van zijn jeugd door in Bergen, waar een aanzienlijk aantal verhalen zich afspelen. De categorieprijzen worden in de periode augustus – oktober op drie aparte bijeenkomsten bekendgemaakt en uitgereikt. De hoofdprijs, de Rabobank Cultuurprijs, de Jong Talentprijs en de Alkmaarsche Courant publieksprijs volgen op 20 november 2016 tijdens een feestelijke slotbijeenkomst in de Cultuurkoepel in Heiloo.
Meer over Rabobank Cultuurprijs 2016
Meer over ‘Morgen Wordt Het Beter’

Joost Zwagerman

Maximalen-75(Foto Arthur Bajazzo)

Joost Zwagerman (51) overleden op 8 september 2015 in Haarlem.
1988. Een jaar voordat Joost Zwagerman met ‘Gimmick!’ doorbrak, stelde Howard Krol, op dat moment redacteur bij Uitgeverij In de Knipscheer, onder zijn pseudoniem Arthur Lava de bloemlezing ‘Maximaal’ samen. Het zou een hausse aan aandacht betekenen voor de dichters die zich tot de Maximalen rekenden: Pieter Boskma, Bart Brey, Dalstar, Johan Joos, René Huigen, Tom Lanoye, Arthur Lava, K. Michel, Frank Starik, René Stoute en Joost Zwagerman. De bundel, in de opvallende vormgeving van Henrik Barends, werd een jaar later bekroond als een van De Best Verzorgde Boeken van dat jaar. In die jaren mocht Uitgeverij In de Knipscheer de uitgever zijn van het op maximaal formaat uitgegeven literaire tijdschrift ‘De Held’, waaraan Joost Zwagerman diverse keren bijdroeg.

2015. Rogi Wieg publiceert zijn laatste gedichten op het digitale supplement van het literair tijdschrift ‘Extaze’. Joost Zwagerman antwoordt op 20 juni met een gedicht ‘God, de zijne’, mogelijk ook het laatste gedicht van Joost Zwagerman: Klik
Meer over ‘Maximaal’

In Memoriam Rogi Wieg

Rogi en Abysfoto: Stephan Raaijmakers

Begraafplaats Buitenveldert, 21 juli 2015:

“Beste aanwezigen,
Allen van harte gecondoleerd met het verlies van Rogi Wieg, 52 jaar oud. Onwillekeurig gaan mijn gedachten terug naar die dag in februari 1997, toen mijn broer Jos Knipscheer overleed, ook 52 jaar, ook decennialang noodgedwongen volgepropt met medicatie, in zijn geval om zijn nieren aan de gang te houden, die uiteindelijk zijn hoofd inwendig deed uiteenspatten. Rogi met heel lang de doodswens, Jos met heel lang de levenswens.

Rogi kende de uitgeverij al vanaf de begintijd. In 1978 , 1979, 1980 en 1981 gaf de uitgeverij verschillende Hongaarse dichters en schrijvers in Nederlandse vertaling uit. Rogi, als zoon van Hongaarse ouders, wist dat, volgde dat. Rogi kende ook het eerste literaire tijdschrift van de uitgeverij, Mandala, waarvan het eerste nummer in voorjaar 1975 verscheen. Hij vroeg aan Jos Knipscheer of hij in Mandala gedichten kon publiceren, nét op het moment dat, na vier uitgerekte jaargangen, het allerlaatste nummer van Mandala in 1981 al was afgesloten. De paden van In de Knipscheer en Rogi Wieg kruisten elkaar sindsdien vaker, al was het alleen maar omdat In de Knipscheer vanaf eind jaren tachtig voor langere tijd de uitgeverij was van enkele van zijn dichtersvrienden zoals Frank Starik en Pieter Boskma.

Uitgeverij In de Knipscheer heeft Rogi in overtreffende trap mogen meemaken vanaf april 2011. Het was een overdachte keuze die Rogi maakte in een e-mail aan de uitgeverij: ‘Ik heb genoeg van Amsterdam met zijn uitgevers. Jullie uitgeverij is klein maar goed en bevalt me wel. Ik wil graag bij jullie uitgeven.’ Hij wilde kennelijk de luwte in. In de Knipscheer heeft nooit echt deel uitgemaakt van wat ‘hét literaire wereldje’ heet, toen niet, nu niet. Twee weken later, nadat we zijn gedichten-in-portefeuille hadden gelezen, zaten we in Haarlem gevijfen aan de tafel: Rogi, Abys, Peter de Rijk, mijn partner Anja en ik, en werd de herstart beklonken. En geen van ons heeft die betreurd. In die paar jaren maakten we diverse crises van Rogi mee. Ik herinner me de keer dat hij me vroeg naar Amsterdam te komen om afscheid te nemen. Ik zag de wanhoop in zijn ogen. Ik kreeg handgeschreven notitieboekjes mee, die ik later, toen het weer wat beter ging, heb teruggegeven. Ik kwam die avond aangeslagen terug in Haarlem. Bij een volgende afspraak bij hem thuis, alweer een paar jaar later, reisde ik met lood in de schoenen af, maar keerde met een glimlach terug, want Rogi bleef, toch, met de pijn op het gezicht, inmiddels ook van lichamelijk lijden, een gemakkelijk en vermakelijk verteller.

De wederzijdse loyaliteit was vanzelfsprekend en totaal. Het was ‘lieve vrede, verre liefde’ om een dichtregel van lang geleden van Huub Oosterhuis te citeren. De uitgeverij heeft het genoegen gehad in die jaren Rogi uitsluitend mee te maken als een hoffelijk een beminnelijk man. In goede en in slechte tijden. Dat zal, dat moet een reden hebben: de liefde. En is liefde niet ook een oefening in beheersen? Twee mensen, Rogi en Abys, die verliefd op elkaar worden — voor het eerst bijna twintig jaar geleden — elkaar enkele keren jarenlang uit het oog verliezen door de loop van het leven, maar elkaar toch weer vinden en dan vasthouden ondanks de pijnlijke mechanismen van aantrekken en afstoten die een relatie met een man met dwangneurose, met paniekaanvallen en met depressies onvermijdelijk kenmerken. Veel gedichten heeft Rogi aan zijn Abys opgedragen, zoals het tweede deel in de bundel Khazarenbloed, de bundel Afgekapt dichtwerk en de gedichten die in overtijd werden geschreven en opgenomen werden in de catalogus De kleine schepper.

Ik eindig, uiteraard, met een gedicht. Want de begrafenis van Rogi Wieg kan niet anders zijn dan ook een viering van de poëzie. Het is een gedicht van Rogi voor Abys uit Afgekapt dichtwerk. Het heet ‘Iets anders’. Rogi schreef het twee jaar geleden.

Hier is het verhaal uit,
het was geen oefening
in doodmaken, maar
iets anders. Ik wacht op
haar, eet dan iets met haar
en slaap, later in de nacht,
met haar. Ze leest op bed, in
de woonkamer doe ik Taak.

Zij wacht daar op mij, is bij mij,
zoals haar en mijn uitgestrekte
God op ons wacht en bij ons is,
hoog en laag. Ik schrijf vandaag

al 32 jaar mijn verzen. Dat is
64% van tijd die ik tot aan deze
avond toe besta. Zij weet hiervan,
kent procenten, volgemaakt getal.

En ik heb geen verbrijzeld, gekapt,
of afgebroken werk gemaakt.
Niet over haar, of onze God.
En ook niet over al dat andere.

Rogi, bedankt dat je bij ons was en blijft.
Abys, fijn dat je bij ons bent en blijft.”

franc knipscheer

Meer over Rogi Wieg bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Wat doe je als je op tv ziet dat het sneeuwt?» – Wim Noordhoek

Extaze13VoorplatOver ‘Extaze 13’ op Avondlog, 7 april 2015:
Wat doe je als je op tv ziet dat het sneeuwt? Je gaat naar buiten om te kijken of het sneeuwt. ‘Echt / Onecht’ is het thema van het nieuwe nummer van tijdschrift Extaze. Verhelderend is de samenspraak in dichtvorm waarin Pieter Boskma zichzelf laat praten met een uit de dood opgestane Gerrit Achterberg. Vooral over de twee ‘opgedoken’ Achterberg-gedichten die Boskma in 2002 plaatste in het tijdschrift Awater. Menigeen trapte erin. (…) En Maarten Doorman, geïnterviewd in Extaze, zegt in zijn ‘De romantische orde’: ‘Het bleek, hoezeer het romantisch streven naar authenticiteit telkens juist in kunstmatigheid ontaardde. De hang naar zelfverwerkelijking van het individu bracht het besef van vervreemding mee.’
Lees hier het betreffende log
Meer over inhoud Extaze 13
Meer over Extaze

Presentatie van ‘Extaze 13’ in De Vereeniging op donderdag 2 april 2015

ExtazeinDV13Affiche Els Kort, vergroot de afbeelding door te klikken.

Echt | onecht. Extaze in Sociëteit De Vereeniging, 2 april 2015:
Programma met medewerking van Huub Koch, Boudewijn van Houten, Pieter Boskma, Klaas Trapman (piano). Presentatie Cor Gout, licht en geluid Harold Verra.
Locatie: Sociëteit De Vereeniging, Kazernestraat 38b, Den Haag.
De zaal is open vanaf 19.45 uur (de deuren sluiten om 20.10 uur), het programma begint om 20.15 uur precies en loopt door (zonder pauze) tot 22.00 uur.
Entree: € 10,00 inclusief pauzedrankje
Meer over inhoud Extaze 13
Meer over Extaze in De Vereeniging
Meer over Extaze

Literair tijdschrift Extaze 13 ‘Echt / onecht’ [Jrg. 4, nr. 1]

Extaze13VoorplatExtaze 13 – Echt | onecht
vierde jaargang nr. 1
Genaaid gebrocheerd, geïllustreerd, 96 blz.
€ 15,00
april 2015
ISBN 978-90-6265-879-4

‘Extaze 13’ wordt op donderdag 2 april 2015 gepresenteerd in Sociëteit De Vereeniging in Den Haag. Rode draad in dit nummer is het thema ‘Echt | onecht’.
Essays
Jean-Jacques Rousseau’s verlangen naar natuurlijkheid en authenticiteit vind je terug in tal van hedendaagse levensgebieden. Net als bij Rousseau constateer je dat daar paradoxen optreden. In een gesprek met Cor Gout analyseert en ontmaskert Maarten Doorman het begrip ‘echtheid’ als dubbelzinnig, maar hij vindt ook dat een cultuurfilosoof meer moet doen dan kritiseren. Het begrip herbergt daarvoor te veel mooie idealen, die hij onderschrijft en zinvol vindt.
In Waarom schrijven wij? Echter dan echt onderscheidt Boudewijn van Houten ‘schrijven’ van ‘echt schrijven’, en echte schrijvers van zelfbenoemde schrijvers: ‘Schrijvers met een roeping, echte schrijvers, kon je vroeger op één hand tellen. Nu zijn er honderden zelfbenoemde schrijvers in ons taalgebied, toegejuicht door redactrices op alle uitgeverijen, dames die al moeite hebben een naam als Houellebecq te spellen.’
Peter de Bruijn, Fabian Stolk en Pieter Boskma herinneren zich de stormen die de publicatie van twee onbekende gedichten van Gerrit Achterberg veroorzaakten. Waren het ‘echte Achterbergjes’ die het tijdschrift Awater had gepubliceerd? De Bruijn en Stolk begonnen aan een onderzoek. Awater-redacteur Boskma hulde zich vooralsnog in stilzwijgen.
‘Visueel strateeg’ Huub Koch weigert de tegenstelling echt-onecht te problematiseren: ‘Het is hoe je de dingen waarneemt, hoe je ze ziet. We worden door duizenden prikkels gedwongen om de realiteit door een bepaalde bril te bekijken. Marketing heet dat. Of communicatie. De verborgen verleiders maken het moeilijk een grens te trekken tussen wat echt is en wat niet.

Korte verhalen van Lisette Erdtsieck, Hein van der Hoeven, Luuk Imhann, Christien Kok, Wim Noordhoek, Christian Oerlemans, Ellen van Pelt, Monika Sauwer en Elvira Werkman. Gedichten van Pieter Boskma, Kees ’t Hart, Jan Holtman en Jeanet Kingma. Beeld Anne-Mie Van Kerckhoven.
Meer over Extaze
Meer over Extaze in De Vereeniging

Arthur Lava – Maximaal. Werk van 11 Nederlandse en Vlaamse dichters

906265-277-8Arthur Lava
Maximaal
Werk van 11 Nederlandse en Vlaamse dichters

Bloemlezing
120 blz., € 12,00
ISBN 90-6265-277-8
Eerste druk 1988
Uitverkocht

Onaangekondigd, maar luidruchtig werd vlak voor de zomer in het Amsterdamse Roxy de poëziebloemlezing Maximaal gelanceerd. ‘It’s official now,’ schreef Joost Niemöller later in De Held. Artikelen van Arthur Lava in dat zelfde blad en van Joost Zwagerman in de Volkskrant hadden al heel wat stof doen opwaaien en duidelijk gemaakt dat er na de fletse stilleven-poëzie van de jaren zeventig en tachtig dringend behoefte was aan de poëzie van de klauwhamer, aan bravoure en grilligheid, aan robuuste romantiek, én dat zulke poëzie ook al geschreven werd. Maar pas toen de bundel Maximaal (met door Arthur Lava gekozen en ingeleide gedichten van Pieter Boskma, Bart Brey, Dalstar, Johan Joos, René Huigen, Tom Lanoye, Arthur Lava, K. Michel, Frank Starik, René Stoute en Joost Zwagerman) eenmaal verschenen was, bleek hoezeer die behoefte aan verandering leefde: ruime aandacht in dag- en weekbladen en op radio en tv.

En de discussie woedt voort. Wie zich aangevallen voelt uit schampere kritiek. Maar intussen is het aanzien van de poëzie al veranderd: er verschijnt geen recensie meer of er wordt aan de Maximalen gerefereerd. En nu al wordt duidelijk dat het om meer dan alleen de poëzie gaat.

Het wachtwoord is ‘maximaal’. En dat blijft het ook het komende seizoen.

«Als het niet zo voor de hand zou liggen, zou je veronderstellen dat de Nederlandse poëzie binnenkort van aanzien gaat veranderen.» – Guus Middag in Vrij Nederland

Wil de nieuwe Gorter of Lucebert (m/v eindelijk opstaan om van al die ‘stilstand in beweging’ eindelijk eens echte beweging te maken.» – Ton Anbeek in Eslevier

Nu zijn we waar we moeten wezen. Een debat over de stand van de poëzie blijft namelijk in de lucht hangen zolang er geen namen worden genoemd.» – Jaap Goedegebuure in De Haagse Post.