Annel de Noré voegt met ‘Lambarosa’ een schitterende roman toe aan de wereldliteratuur. – Ezra de Haan

VoorplatLambrosa-75Over ‘Lambarosa’ van Annel de Noré op Caraibisch Uitzicht, 5 september 2019:
Echt goede boeken zorgen er al snel voor dat ik aan andere romans en schrijvers ga denken. Ik ga vergelijken, herken er iets in en vraag mij desondanks af of ze uniek zijn. ‘Lambarosa’ deed mij bijvoorbeeld meteen aan Nabokovs debuutroman ‘Masjenka’ denken. In beide boeken is er sprake van een duisternis waarin de karakters elkaar leren kennen. Je spreekt dus over een meesterproef, want hoe beschrijf je jouw personages als je ze amper kunt beschrijven? Slechts dialoog en actie staan immers tot je beschikking… Ook moest ik denken aan een andere Nobelprijswinnaar, William Golding, door ‘De grot’, het eerste deel van de roman. Als in Goldings ‘Heer der vliegen’ worden kinderen, door omstandigheden gedwongen, tot elkaar veroordeeld. Bij De Noré krijgen drie tieners, na het overleven van het neerstorten van hun vliegtuig, de verantwoordelijkheid over drie kinderen. Machtsstrijd, puberale liefdes en een geheimzinnige ziekte maken de toch al onmogelijke situatie waarin ze verkeren tot een nachtmerrie. Het plateau waarop hun vliegtuig in brokstukken ligt, verlaten ze al snel om voor de beschutting van een grottenstelsel te kiezen. Honger, dorst en wanhoop vallen hen ten deel. (…) Naarmate de roman vordert blijkt echter steeds duidelijker dat de auteur over alles heeft nagedacht. Zo is Lambarosa een figuur die door Ramon in de grot gespeeld wordt om de kinderen even af te leiden. Jonathan is een van hen en ziet Ramon nadien nog slechts als Lambarosa en geeft hem de schuld van al hun onheil en zelfs van het brengen van de dood. (…) Wederom sleurt Annel de Noré je mee in situaties die pijnlijk en onverkwikkelijk zijn. Ze doet het zo goed dat je door blijft lezen en elke letter laat binnenkomen. (…) Ze hanteert daarbij schitterende regels en metaforen. (…)
Lees hier de recensie
Meer over ‘Lambarosa’
Meer over Annel de Noré bij Uitgeverij In de Knipscheer

Literair tijdschrift Extaze 31 ‘De eeuw van Gisèle’ [Jrg. 8, nr. 3]

coverE31voorExtaze 31– De eeuw van Gisèle
achtste jaargang nr. 3, september 2019
redactie Cor Gout, Els Kort (vormgeving)
genaaid gebrocheerd, geïllustreerd, 104 blz.,
€ 15,00
presentatie 5 september 2019
ISBN 978-90-6265-780-3

Het onderwerp van Extaze 31 zijn de thema’s die voorkomen in Annet Mooij’s bijzondere boek ‘De eeuw van Gisèle. Mythe en werkelijkheid van een kunstenares’, waarin de omstreden literaire kring Castrum Peregrini een belangrijke plaats inneemt. In haar essay beschrijft Annet Mooij hoe Gisèle van haar leven een kunstwerk maakte waarbij ze fictie en verfraaiing niet schuwde. Vooral haar relatie met Castrum zag ze graag gecorrigeerd. Want, hoewel zij de pelgrims (peregrini) onderdak bood, werd het haar verboden bij vriendenfeesten en leesavonden aanwezig te zijn. Onno Schilstra herkent deze situatie in een kleine gouache, getiteld ‘De Aspirant’ (tevens de titel van zijn essay), die hij aantrof in Gisèle’s atelier: drie personen staan, dicht bij elkaar, te smoezen, terwijl een vierde schuchter en nieuwsgierig toekijkt. Castrum Peregrini was het geesteskind van Wolfgang Frommel. Van de Duitse dichter Stefan George had hij een opvatting van pedagogie overgenomen die inhield dat oudere mannen jongens moesten uitkiezen om ze in te wijden in de geheimen van de poëzie en het leven. Plato’s ‘Symposion’ diende als een van de voorbeelden van deze relatie. Piet Gerbrandy belicht in zijn bespreking van deze dialoog hoe Sokrates de priesteres Diotema volgt in haar opvatting dat erotiek, mits op de juiste wijze bedreven, tot diepe filosofische inzichten leidt. Maar, als het hier gaat om het contact tussen een oudere leraar en een jonge leerling, wie leert er dan meer? De eerste, zo interpreteert Gerbrandy Sokrates’ voortgaand betoog. Hij zal ondervinden dat innerlijke schoonheid waardevoller is dan de vergankelijke fysieke aantrekkelijkheid (‘Pedagogische eros’). Het is een visie die dicht bij Arjen Mulder’s interpretatie van het tweede deel van Stefan George’s gedicht ‘In der Stern des Bundes’ komt. Niet de jongen is hier degene die in de liefdesinitiatie getraumatiseerd raakt (dus: een ander mens wordt), het is de dichter zelf die door de overgave aan zijn godheid voorgoed is veranderd (‘Het eeuwige ogenblik van Stefan George’).
Los van de ‘Gisèle-thema’s staat Hans Muiderman’s essay over de filmische schrijfstijl van Marguerite Duras (‘De verbeelding van Duras’): de pen is als een camera.

In dit nummer voorts korte verhalen van Annika van Bodegraven, Guido Eekhaut, Judith de Graaf, Ines Nijs en Inge Schollen. De gedichten zijn van Jonas Bruyneel, Maria van Oorsouw en Martine van der Reijden en het beeldend werk is van Florence Marceau-Lafleur.

De presentatie van ‘Extaze 31’ vindt plaats op donderdag 5 september 2019. Locatie: Houtrustkerk, Beeklaan 535, Den Haag (hoek Houtrustweg). Parkeren kan gratis op het erf van de internationale school aan de overzijde. Aanvang: 20.15 uur precies. Deur open van 19.45 uur tot 20.10 uur, dus graag op tijd aanwezig zijn. Entree: € 10,00 (alleen contant te betalen). Reserveren: redactie@extaze.nl. Presentatie: Cor Gout. Licht en geluid: Anton Simonis (Adesign).
Meer over presentatie Extaze 31
Lees ook het digitale supplement van ‘Extaze’
Meer over ‘Extaze’

«Zoektocht naar de ‘waarheid’ is thriller.» – Dominic Schijven

Opmaak 1Over ‘De blinde kamer’ van Meine Fernhout in Noodhollands Dagblad/Alkmaarsche Courant, 13 januari 2016:
Van Plato, naar kerkvader Augustinus tot Søren Kierkegaard. Wat de ‘waarheid’ is, is de klassieke vraag van de filosofie. Zo ook voor hoofdpersoon Rick Alting von Gesau in debuutroman ‘De blinde kamer’ van Bergenaar Meine Fernhout. (…) Alting von Gesau’s missie is ook die van schrijver Fernhout. “Zijn wantrouwen heb ik ook. Al is het niet zo dramatisch”, bekent de schrijver. “Het wantrouwen is niet naar de wetenschap zelf, maar naar het doortrekken van conclusies.” ‘De blinde kamer’ zit vol met autobiografische elementen. Fernhouts oude natuurkundeleraar zit in het verhaal. Door de leraar ging het conflict tussen waarheid en wetenschap voor het eerst jeuken bij een nog puberende Fernhout, die later als socioloog is afgestudeerd. (…) Met het natuurkundig vangen van het licht, wat inmiddels quantummechanica genoemd wordt, zag Fernhout, zelf het licht. Toen hij over dat onderzoek las, vielen de puzzelstukjes in elkaar. De filosofische kwesties, het spookhuis in Bergen aan Zee en het vangen van licht kon hij kwijt in een verhaal. Uiteindelijk neemt Alting von Gesau net als Fernhout genoegen met een soort ‘halve waarheid.’ “Het is richtinggevend, er zijn altijd dingen die zich laten verbergen.”
Lees hier of hier het artikel
Meer over ‘De blinde kamer’