«Doorleefde poëzie, in een trefzekere stijl. Een meesterlijke bundel.» – Ko van Geemert

VoorplatEiland-75Over ‘Het eiland en andere gedichten’ van Michiel van Kempen in Parbode, 1 maart 2021:
De meeste mensen zullen bij het horen van de naam Michiel van Kempen (1957), hoogleraar Nederlands-Caraïbische literatuur aan de Universiteit van Amsterdam, niet direct aan de dichter Van Kempen denken. Hij is toch vooral bekend geworden met publicaties als het standaardwerk over de Surinaamse literatuur (2003) en de biografie van Albert Helman (2016) en als onvermoeibare promotor van Surinaamse en Caraïbische literatuur. Toch publiceert hij wel degelijk ook poëzie, zo verscheen in 2012 de dichtbundel ‘Wat geen teken is maar leeft’. De onlangs verschenen bundel ‘Het eiland en andere gedichten’ opent met het indrukwekkende titelgedicht ‘Het eiland’, over Aruba. Het telt zeven pagina’s, zit boordevol beelden. (…) De toon is gezet. Er volgen vijf afdelingen (de bundel telt totaal 37 verzen). (…) De een na laatste afdeling heet ‘Genen’, met daarin onder meer twee ontroerende gedichten over Van Kempens vader en zijn moeder. De laatste afdeling, met de rake titel ‘Verzoeke geen rouwbeklag’, is een prachtig eerbetoon aan acht mensen die Van Kempen tijdens hun leven geraakt hebben en die in 2018 en 2019 overleden, zoals de Surinaamse schrijvers Bea Vianen, Shrinivási, Orlando Emanuels, Bhai, Michaël Slory. (…) Van Kempen schrijft doorleefde poëzie, in een trefzekere stijl. Een meesterlijke bundel.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Het eiland en andere gedichten’
Meer over Michiel van Kempen bij Uitgeverij In de Knipscheer

W.A. Jonker – de pose en het model. Gedichten

VoorplatPose-75W.A. Jonker
De pose en het model

gedichten
Nederland
gebrocheerd in omslag met flappen,
geïllustreerd, 78 blz., € 17,50
ISBN 978-94-93214-30-9
Eerste uitgave maart 2021

In een tijdperk waarin de pose haast vanzelfsprekend is geworden, roept het model vooral vragen op. Waarom geeft het zich bloot en wat gaat er door hem of haar heen? Observeert het model niet net zo goed de bekijker en wordt hij of zij dus bekeken? W.A. Jonker maakt ons deelgenoot van zijn, soms cynische, gedachten in gedichten die door vrij abstracte illustraties worden begeleid en leert ons dat we allemaal een levenshouding hebben aangemeten. Die presenteren we vol trots met teksten op T-shirts, tatoeages, een afgetraind lijf of juist door een lichaam in verval te durven tonen. In het dagelijks leven blijft de pose gehandhaafd. Een bezoek aan de kapper blijkt ineens stukken intiemer dan het tekenen van een naakt mens. De pose en het model portretteert zowel de samenleving als de dichter zelf. Genadeloos, maar op afstand van de geportretteerde, zoals het een goed kunstenaar betaamt.

Ik kan alleen naar mijn
eigen gedachten luisteren
zo stil klinkt het
af en toe een kuch
of iemand verschuift een stoel
het lijkt wel een museum

W.A. (Pim) Jonker (1955) debuteerde met de geïllustreerde gedichtenbundel Schuld (1986). Tevens publiceerde hij gedichten in Maatstaf en in de Volkskrant. Na afgestudeerd te zijn aan de Academie voor beeldende kunsten te Arnhem koos hij voor een organisatorische loopbaan naast zijn kunstenaarschap. Zo was hij, onder andere, parttime programmeur bij de Balie, artistiek leider van de Brakke Grond en directeur van het poppodium Het Paard van Troje in Den Haag. Driemaal stelde W.A. Jonker, halverwege de jaren negentig, de geruchtmakende, underground tentoonstellingen samen van het festival Triple X. Jarenlang was hij lid van de Amsterdamse Kunstraad en de adviescommissie Cultuur en Cultuurhistorie Noord Holland. In 2016 verscheen van hem bij Uitgeverij In de Knipscheer de bundel Kijkgaten naar binnen.

«De kracht van de versmelting van woord met beeld.», volgens André Oyen (Antwerpen Leest), «Op het eerste gezicht lijken de gedichten uit Kijkgaten naar binnen heel conventioneel, maar niets is minder waar.»

W.A. Jonker over enige voorbeelden van de verspreiding:
«Toen mijn vorige gedichtenbundel Kijkgaten naar binnen in 2016 een week in de boekwinkel lag, trof ik een exemplaar aan op de toog van café De Zuid. Iemand had het gekocht, gelezen en teleurgesteld achtergelaten. Waarschijnlijk omdat de koper verwacht had als persoon zich in een van de gedichten tegen te komen. Een maand later stond mijn bundel op een display bij de Amsterdamse boekhandel Scheltema onder het kopje aanrader poëzie. Die zomer nam ik deel aan een verkoopexpositie in het verpleeghuis Sarphatihuis waar ook mijn boekjes te koop waren. Twee werden er gejat. In september heb ik in de boekhandel De Slegte te Antwerpen eigenhandig een Kijkgaten naar binnen in de afdeling poëzie gezet naast bundels van de Zuid-Afrikaanse dichter Ingrid Jonker. Als aanvulling op het aanbod.»
Meer over W.A. Jonker bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Lyriek van een zelden aangetroffen soort en een zeldzame onnadrukkelijke intensiteit.» – Wilbert Voets

VoorplatEiland-75Over ‘Het eiland en andere gedichten’ van Michiel van Kempen op De Leesclub van Alles, 23 februari 2021:
(…) Dichten is het soortelijk gewicht van de taal zo veranderen dat er uitdrukkingsmogelijkheden ontstaan die voorheen onbekend waren. Ik noem hier twee werkwijzen die scharnieren rond een door de dichter beoogd effect. In de eerste modus operandi zoekt de dichter naar het unieke woord of beeld dat perfect uitdrukt wat hij wil zeggen, door precieze selectie uit het woordenboek, door combinatie, door ‘externe’ nadruk via rijm, ritme, ruimtelijke positie en typografie. De tweede modus doet in feite het tegenovergestelde: het laat zoveel mogelijk ruimte vrij die door de lezer zelf ingevuld moet worden, door verbreking van de syntaxis, het weglaten van elementen, semantische ongerijmdheid, niet inlossen van gedane suggesties. Michiel van Kempen beheerst beide technieken, in afwisseling en in combinatie. (…) De mooiste gedichten in deze tweede, eclectische bundel zijn ongetwijfeld die waarin de dichter op de valreep het wezen en eigene van zijn ouders aftast en probeert te doorgronden (…) Het levert (…) lyriek op van een zelden aangetroffen soort en een zeldzame onnadrukkelijke intensiteit waarin de beaamde versmelting van het eigen bestaan met het eeuwig voort wentelen van de evolutie op het moment suprême betrapt wordt. (…)
Lees hier de recensie
Meer over ‘Het eiland en andere gedichten’
Meer over Michiel van Kempen bij Uitgeverij In de Knipscheer

«De gedichten over de vader en de moeder lieten mij als lezer sprakeloos. Zo origineel van opzet en vooral ontroerend.» – Brede Kristensen

VoorplatEiland-75Over ‘Het eiland en andere gedichten’ van Michiel van Kempen in Ñapa / Amigoe, 30 januari 2021:
(…) In zijn nieuwste dichtbundel is zijn verbeelding soms knap extreem en regelmatig steekt hij de draak met onze verwachtingen. Te beginnen met een lang beschrijvend gedicht over Aruba. Ik heb ervan genoten. Jammer dat het slechts 7 pagina’s lang is. Wat mij betreft had hij nog wel wat pagina’s door kunnen schrijven. (…) Na het overrompelende prozagedicht over Aruba, volgt een reeks kleinere gedichten, getiteld ‘Eilanden’. Ze bevatten verbeelde herinneringen aan de eilanden en vooral Suriname. (…) Na de reeks ‘Eilanden’, volgen nieuwe reeksen en dan krijgt de bundel weer vaart en diepgang. Dat begint al met de reeks ‘Stupor Mundi’: verbazing der wereld. Tussen haakjes, naar mijn gevoel had de hele bundel zo getiteld mogen zijn. (…) Dan volgt, bijna logischerwijze, de reeks ‘Efemeer’. Het kortstondige. Hier gaat het over liefde en relaties, o zo kwetsbaar, o zo vluchtig. (…) Wat hierna volgt zijn herinneringen, van familie in ‘Genen’ en van vrienden in ‘Verzoeke geen rouwbeklag’. Hier lijken schijn en verbeelding te zijn weggeblazen door de verhevigde werkelijkheid van verlies. De gedichten over de vader en de moeder lieten mij als lezer sprakeloos. Zo origineel van opzet en vooral ontroerend. (…). In de laatste reeks probeert hij in de geest van de overleden dichters zijn herinneringen aan hen te verwoorden. Daarin slaagt hij wonderwel. Het is alsof ze zelf nog even spreken door Van Kempens pen. (…) Misschien geldt dit het sterkst voor Shrinivási, die bescheiden dichter die met een minimum aan woorden zoveel wist te zeggen. Het korte kwatrijn van Van Kempen drukt het feilloos uit, de herinnering aan hem. (…) Wat een onvergetelijk inzicht in vriendschap. Alles overziende denk ik dat deze bundel van Van Kempen inderdaad een gedenkwaardig voorbeeld van ‘ultraïsme’ is in zijn diverse gedaanten. Eerst het scheutje surrealisme dat onze beleving van de vreemde werkelijkheid verhevigt en dan, geleidelijk aan, het besef van een ‘ stupor mundi’, om te besluiten met verlies en de ervaring van het niets dat ons bewustzijn van het ongrijpbare verhevigt, van dat ‘iets’ dat niet meer is.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Het eiland en andere gedichten’
Meer over Michiel van Kempen bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Er valt veel te genieten bij het lezen van deze schilderachtige bundel.» – Herbert Mouwen

VoorplatEiland-75Over ‘Het eiland en andere gedichten’ van Michiel van Kempen op MeanderMagazine, 29 januari 2021:
Michiel van Kempen is naast hoogleraar Nederlands-Caraïbische Letteren aan de Universiteit van Amsterdam ook dichter. Zijn grote kennis van en zijn liefde voor deze boeiende én bloeiende zijtak van de Nederlandse letterkunde vinden we terug in zijn poëzie, zeker in zijn bundel ‘Het eiland en andere gedichten’. (…) De thema’s van de afdelingen zijn zo verschillend, dat ‘Het eiland en andere gedichten’ meer is dan een dichtbundel over de Nederlandstalige Caraïbische gebieden. (…) De dichter heeft in een aantal verzen een aantrekkelijke lichtvoetige, humoristische toon. (…) Er is veel plaats ingeruimd voor nauwkeurige, zintuiglijke waarnemingen en reflectieve gedachten over allerhande onderwerpen. Dierbare herinneringen sturen ook het denken van de dichter. De woordkeus in zijn poëzie is bijzonder. (…) Een ander in het oog springend kenmerk van de poëzie van Michiel van Kempen is de ogenschijnlijk speelse terloopsheid, maar pas op: oppervlakkig zijn deze gedichten zeker niet. ‘Het eiland en andere gedichten’ geeft de lezer op een andere wijze toegang tot de veelkleurige literatuur, cultuur en samenleving van het Caraïbisch gebied dan we in het algemeen via de nieuwsmedia gewend zijn. Er valt veel te genieten bij het lezen van deze schilderachtige bundel, die soms rumoerig en opwindend, dan weer rustig en verstild is. (…)
Lees hier de recensie
Meer over ‘Het eiland en andere gedichten’
Meer over Michiel van Kempen bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Schudt schijnbaar achteloos jamben rond in een kwatrijn met omarmend rijm.» – Jeroen Heuvel

VoorplatEiland-75Over ‘Het eiland en andere gedichten’ van Michiel van Kempen in Antilliaans Dagblad, 9 januari 2021:
(…) ‘Het eiland en andere gedichten’, 75 bladzijden, 6 afdelingen. (…) Versregels die opvallen bij deze letterkunstenaar zijn ‘die natie kent noch taal’ en ‘verraderlijk glad / voor wie de tekens niet verstaat’, wat verdomd lijkt op de titel van Van Kempens eerste dichtbundel ‘Wat geen teken is maar leeft’ van acht jaar geleden. Daarin ook al prachtige regels, ‘Hoe toch kan een taal die wij beiden / vanaf de eerste aai blindelings spraken / met open ogen zo ontregeld raken.’ over de tragedie van de onbegrepen communicatie tussen een letterkundige en zijn geaaide. Wat heb je er aan om literatuur zo grondig te begrijpen, of dat te vermoeden in ieder geval, maar de huistaal mis te verstaan? (…) Van Kempen heeft een eigen stijl, is zeer belezen en kent alle kneepjes van het ambt, schudt schijnbaar achteloos jamben rond in een kwatrijn met omarmend rijm voor Shrinivási, maar is ook vrij om te experimenteren – met vorm en inhoud – wanneer hij in de donkere kamer filmpjes en foto’s ontwikkelt en fixeert. Van Kempen hoort als artiest thuis in de categorie Hieronymus Bosch, en als poëet tussen de twee dichters (…) Lucebert en Jan Campert. In de zesde en laatste afdeling, ‘Verzoeke geen rouwbeklag’ 8 afscheidsgedichten voor vrienden, al dan niet artiesten, van Michiel die in 2018 of 2019 zijn overleden, bijvoorbeeld het eerder genoemde kwatrijn voor de van oorsprong Surinaamse maar lang in Curaçao geleefd hebbende Shrinivási. Bijzondere gedichten, die beklijven. (…).
Lees hier of hier de recensie ‘Een ACB van Michiel van Kempen’
Meer over ‘Het eiland en andere gedichten’
Meer over Michiel van Kempen bij Uitgeverij In de Knipscheer

Gedicht van Alja Spaan bij ‘Matthijs gaat door’.

AljaSpaangeen rijmwoord voor’ van Alja Spaan voorgedragen door Joost Prinsen bij Matthijs gaat door, 31 december 2020:
Matthijs van Nieuwkerk was op oudejaarsdag terug op de buis (BNNVARA NPO 1) om 2020 door te nemen in een programma vol muziek. Zijn ‘tafelheer’ was acteur Joost Prinsen die o.a. het gedicht ‘geen rijmwoord voor’ voordroeg (door hem hertiteld als ‘zij sterft alleen’) van Alja Spaan, verwijzend naar het ‘coronajaar’ 2020: «Een prachtig gedicht; bedankt dat ik het hier voor mocht dragen.» Alja Spaan publiceerde het gedicht op haar website op 15 maart 2020. Dagelijks verschijnt er sinds 8 april 2006 een gedicht op deze blog. Van Alja Spaan verscheen bij Uitgeverij In de Knipscheer in 2018 de bundel ‘Tegen het vergeten en voor de behoedzaamheid’.

geen rijmwoord voor

Zij sterft alleen. Achter glas het wuivend handje dat ze niet meer
ziet, in de gang schaduwen die niet meer bewegen,

rammelende karren die zij niet meer hoort. Ze had altijd heel veel
mensen om haar heen zoals er heel veel pannen

van het aanrecht naar de eettafel werden gedragen, ze duwde de
deuren open met haar heupen, ze kon zich

herinneren dat iedereen haar hielp, opstond, verschoof, rook onder
het deksel. Zij aan het hoofd van de tafel, het glas

in de lucht, de fles bij de tafelpoot, stemmen door elkaar, het ene
verhaal nog mooier dan het andere. Halverwege

vielen ze elkaar in de armen, kinderen lagen op schoot en droomden
en de warmte van buiten liep over in die van

binnen. Misschien dat ze dat nog gevoeld heeft die laatste uren. Lang
was dat natte kleverige handje nog zichtbaar op het raam.

Lees hier het gedicht op de site van Alja Spaan
Kijk hier naar Joost Prinsen bij ‘Matthijs gaat door’ op de tijdlijn vanaf 21.00 tot 23.00
Meer over Alja Spaan bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Er is weer een jaar voorbij.» – Bert Vissers

VoorplatVissersWereld1-75

Uit ‘De wereld wacht op mij’ van Bert Vissers op dewereldwachtopmij.nl, 30 december 2020:

 

 

 

 

Zit er nog water in het bad?

Er is weer een jaar voorbij
ik hoop dat ie nooit weerkeert
we begraven ’m onder de grootste steen
het vuurwerk dampt nog na
en wij gaan vrolijk verder
al weet ik al lang niet meer waarheen

Zing mijzelf een weg
wat houdt me tegen
fiets onverstoorbaar door de stad
zie geen gevaar als ik door rood rijd
zolang je leeft, wie maakt je wat

De rampspoed van vandaag
is morgen weer vergeten
we leren maar zelden van weleer
de hoekbank zit te goed of zoiets moet ’t wezen
wat je nú niet voelt doet nog lang geen zeer

Het gaat vanzelf voorbij
’t loopt vast zo’n vaart niet
men zegt zoveel, men zegt maar wat
we springen van de hoogste duikplank
zit er nog water in het bad?

we springen van de hoogste duikplank
zit er nog water in het bad?

Lees het gedicht op Columns+ of klik hier
Meer over ‘De wereld wacht op mij’
Meer over Bert Vissers bij Uitgeverij In de Knipscheer

Jos van Daanen – De heilige cohesie van water. Poëzie

DaanenJos van Daanen
De heilige cohesie van water

gedichten
Nederland
geniet in omslag, 12 blz., € 7,50
ISBN 978-94-93214-09-5 NUR 306
december 2020

In De heilige cohesie van water loopt een man, een millennial met hipsterbaard, veertig weken over de zeven zeeën. De wereld die hij aanschouwt komt sterk overeen met de huidige. Bootvluchtelingen, massaconsumptie, plasticsoep en windmolens trekken aan hem voorbij. ‘De selfmade man zou het even fixen, het weer/ honger, de politiek, het geld en ongelijkheid/ het noodlot van alle verwachtingen.’ De heilige ‘bidt om welvaart, een boot/ een uitgestoken hand.’ Maar ruis krijgt de overhand in zijn geest. Hem resten nog slechts vragen aan zijn vader. Overpeinzingen en machteloosheid vullen zijn dagen. Wanneer een wonder soelaas lijkt te bieden, wijst hij het af. Hij wil immers loskomen, zich een vrije geest tonen in een wereld vol slaven, op zoek naar inzicht.

De heilige cohesie van water telt tien samenhangende gedichten van elk 14 versregels plus het gedicht ‘Hij is de Millennial’ op het achterplat van het omslag.

Hij is de Millennial
Aan hem kleven veel te hoge verwachtingen.
Ze drijven hem tot wanhoop.
Maken dat hij zich wil verdrinken.

Hij is Jezus. Hij loopt over water.
Schuilt daar onder bomen.
Ontwijkt vluchtelingen. Bouwt kampvuren.
Vermaakt zijn volk.

Hij is de Illusionist.

Jos van Daanen (Kerkrade, 1959) studeerde Nederlands en Algemene Literatuurwetenschap. Vanaf 1988 verschijnen met enige regelmaat gedichten van zijn hand in gerenommeerde literaire tijdschriften, in 2016 deels gebundeld in een bibliofiele uitgave ‘Tot er woorden waren, waren we niets’ bij Kleinood & Grootzeer. In 2018 volgt zijn officiële debuutbundel ‘De Schoonspringer’ bij Uitgeverij In de Knipscheer, waarmee hij in 2019 door de jongerenjury werd genomineerd voor de ‘Grote Poëzieprijs 2019’. In 2019 verschijnt in samenwerking met Uitgeverij Van Groningen de bundel ‘Soldaten’. Lutijn (2019) is zijn prozadebuut.
Meer over Jos van Daanen bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Het is soms benauwend hoe dichtbij je ermee verwikkeld bent.» – Reza Madhar

voorplatFluit1-75Over ‘Het verdriet van de fluit’ van Saya Yasmine Amores in De Ware Tijd Literair, 12 december 2020:
(…) De dichter schrijft vooral vanuit zichzelf, en je ervaart hoe ze groeit tussen het eerste gedicht en het laatste. (…) Het boek vertelt een verhaal: er is een protagonist, er zijn tegenstanders en er is een omgeving en een cultuur. De eerste gedichten zijn verwijtend naar iemand op wie ze gesteld is, maar in wie ze steeds wordt teleurgesteld. Ze schrijft vastberaden: “waarom zou ik mijn poëzie/ in verlegenheid brengen/ om jouw ontrouw?” (…) Het gedicht, Hindostaan-zijn/ Hindustani, waarin ze zichzelf herinnert aan haar afkomst als Surinaamse Hindostaanse, heeft de felheid van een punk-rocklied. (…) Mijn favoriet van dit gedeelte is Surinaamse Hollander waarmee iedereen wel eens ervaring mee heeft gehad iedereen kent wel zo een persoon; “met geleend geld / ging hij naar Holland / vandaag, / vandaag heeft hij / enkele woorden / geleerd in Holland / en nu komt hij ons / vertellen hoe / wij moeten leven”. Een groot deel van de bundel gaat over het gevoel het zwarte schaap van de familie te zijn. (…) De ik-persoon is in de hele bundel aan het woord en prominent aanwezig, maar langzamerhand wordt het een “wij” en “zij” en zelfs “jij”. Er komt een kind bij kijken en de isolatie wordt erger. (…) Het wordt steeds pijnlijker om door te lezen. En hoewel het er hopeloos uitziet is de schrijfster toch niet overwonnen. (…) Denk niet dat dit een boek alleen voor Hindostanen is. (…) Het is soms benauwend hoe dichtbij je ermee verwikkeld bent. (…)
Lees hier of hier de recensie
Meer over ‘Het verdriet van de fluit’
Meer over Saya Yasmine Amores bij Uitgeverij In de Knipscheer