«Onherroepelijk dringt de verwantschap zich op met de bluesmuziek die opkwam in het zuiden van de Verenigde Staten.» – Eric de Brabander

Over o.a. ‘Sierlijke golven krullen van plezier’ van Walter Palm in Noord & Zuid, jrg. 3 nr. 5, september 2020:
(…) Curaçao, sinds de zeventiende eeuw onderdeel van de Zeven Provinciën en nu autonoom onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden, hoort langer bij Nederland dan de Waddeneilanden. (…) Het gedicht ‘Spoken van slaven’ uit de bundel ‘Sierlijke golven krullen van plezier’ (2009) van de Curaçaoënaar Walter Palm toont hoe de multiculturele en meertalige samenleving van Curaçao tot nu toe worstelt met het koloniale verleden, een verleden dat heden ten dage op elke straathoek nog waarneembaar is. Onherroepelijk dringt de verwantschap zich op met de bluesmuziek die opkwam in het zuiden van de Verenigde Staten in de negentiende en twintigste eeuw. De woordkunstenares Lucille Berry-Haseth (…) is begaan met de Curaçaoënaar die heeft leren leven met misstanden die onlosmakelijk met het eiland verweven zijn. “Permanent naar de bliksem”, zo beschrijft Boeli van Leeuwen zijn eiland in de verhalenbundel ‘Geniale Anarchie’. “Niemand leeft ongestraft onder de palmen”, zo stelt hij. Wie daarover klaagt is een zeurkous. De verbondenheid van mens en natuur is universeel, op Curaçao echter lijkt deze in de poëzie meer beleefd te worden dan in het moederland. De Amsterdamse dichter Ko van Geemert, een regelmatige passant op onze eilanden, begrijpt die weemoedige band met de natuur. Hij schrijft: (…) Mocht u er ooit eens komen, draag dan een strooien / hoed, een wit gewaad / van linnen of papier, als pantser / voor de lichtheid van een niet te dragen last. (…)
Lees hier en hier het artikel
Meer over ‘Sierlijke golven krullen van plezier’
Meer over Geniale anarchie
Meer over Eric de Brabander bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Een onbewuste, onuitgesproken diepe trouw en liefde als hier weergegeven, is haast niet te vatten.» – Els Ruijsendaal


Over ‘Nerf en flanken’ van Chawwa Wijnberg in Noord & Zuid, jrg. 3 nr. 5, september 2020:
(…) Het gedicht ‘Nerf en flanken’ uit de gelijknamige bundel van Chawwa Wijnberg is het eerste gedicht dat ik van haar las. Het raakte mijn ziel. De ontroering die ik voelde, is me altijd bijgebleven. Een onbewuste, onuitgesproken diepe trouw en liefde als hier weergegeven, is haast niet te vatten. (…) In diezelfde bundel staat ook een heel ander gedicht, ‘Wat dan?’, dat zo aangrijpend de angst en wanhoop van een mens beschrijft als de dood nadert en er geen liefde om je heen is, dat ik achteraf begreep welke gang Chawwa Wijnberg door het leven gemaakt moet hebben om tot een zo liefderijk gedicht als ‘Nerf en flanken’ te komen. En dat is geen wonder, als je in 1942 bent geboren, in oorlogstijd, wat je als kind al snel kon voelen, maar nog niet echt beseffen: de angst, de dood, het verlies waarmee je, als je er nog bent, moet leren doorgaan. (…) Uiteindelijk moest haar oerangst vanuit het verleden een veiliger plaats krijgen. Dat kan het beste door die angst als volwassene aan te kijken, toe te staan en daarna, met woorden, een veiliger plaats te geven in je gevoel. Wijnberg deed dat onder meer in het zo schrijnende gedicht ‘Wat dan?’, waarin zij een oude vrouw beschrijft, die in wanhoop en eenzaamheid haar dood tegemoet gaat. Het is een beeld dat helaas ook in onze coronatijd past. Zo, al dichtend, poogde Chawwa Wijnberg de wanhoop in de ogen te kijken en een plaats te geven. (…)
Lees hier en hier het artikel
Meer over ‘Nerf en flanken’
Meer over Chawwa Wijnberg bij Uitgeverij In de Knipscheer

Michiel van Kempen – Het eiland en andere gedichten

VoorplatEiland-75Michiel van Kempen
Het eiland en andere gedichten

Nederland
gebrocheerd in omslag met flappen, 78 blz.,
€ 18,50
ISBN 978-90-6265-796-4 NUR 306
eerste uitgave oktober 2020
presentatie 18 oktober 2020

Sprankelend als de Caribische wereld waarvan Michiel van Kempen de kenner is, opent Het eiland en andere gedichten met het titelgedicht. Een waaier van impressies schetst Aruba en haar bewoners. Makamba’s, vissers, vrouwen, troepialen, ezels en zelfs spotlijsters spelen een rol. Vervolgens komen meer ‘eilanden’ aan bod in de bundel. Ieder bezoek aan Bonaire of Suriname roept nieuwe gedachten op, zowel over de wonden die de koloniale geschiedenis sloeg als over de rol van de dichter aldaar. De strofen die ontstaan gaan diep, zoals in het gedicht Ver.

Want wat in sprakeloze ogen peillood diep kan zijn
schiet naar boven en dobbert op die zee die woelig is
en blijft en voeden kan, maar ook verraderlijk glad
voor wie de tekens niet verstaat en wentelt naar zijn graf.

In Genen<\em> en Verzoeke geen rouwbeklag wordt afscheid genomen van ouders, dichters en schrijvers. Het zijn uiterst persoonlijke, zeer goed ingeleefde afscheidsgedichten, waarbij de stijl van het gedicht aansluit op die van ontvallen auteurs als Shrinivási, Bhai, Michaël Slory en Bea Vianen. Diversiteit levert dat op, zoals we die in de hele bundel tegenkomen. De autobiografische elementen, de gekozen versvorm en thematiek, toon en kleur, weten steevast de lezer te verrassen. Efemeer als de liefde blijkt het leven, ideaal materiaal voor de dichter. Het zijn dankbare onderwerpen in handen van Michiel van Kempen die met Het eiland en andere gedichten zijn vorige dichtbundel Wat geen teken is maar leeft weet te overtreffen.

Langzaam begon ik te begrijpen
dat het zwijgen tussen de letters
ook betekenis heeft.

Poëzie uit zijn dichtersdebuut Wat geen teken is maar leeft werd opgenomen in de bloemlezing De 100 beste gedichten voor de VSB Poëzieprijs 2014. Over deze bundel schreef Wilbert Voets in de Poëziekrant: «De nihiliserende verloren liefde, schrijnende herhaling van de teloorgang van de ‘onvoorschadelijke beschutting’, en het tastend schikken in het echec. Het is niet voor het eerst dat dit thema bewerkt wordt. Michiel van Kempen destilleert met het talent van zijn pen zijn eigen medicinale elixir uit deze literaire oerbron. Hij voert bepaald geen homeopathische apotheek. Wij prijzen ons gelukkig een hartversterkende teug mee te mogen drinken.»

Michiel van Kempen (1957) is docent Nederlands en bijzonder hoogleraar Nederlands-Caraïbische literatuur aan de Universiteit van Amsterdam. Hij ontving voor zijn werk onder meer de ANV Visser Neerlandia Prijs en werd zowel door Suriname als door Nederland geridderd. Als schrijver van fictie heeft hij diverse romans en verhalenbundels op zijn naam staan.

Meer over ‘Het eiland en andere gedichten’
Meer over Michiel van Kempen bij Uitgeverij In de Knipscheer

Gedicht van Inge Nicole vertaald in het Indonesisch

VoorplatMaanbrief-75Uit ‘Maanbrief aan het getij’ van Inge Nicole op Nederlandse poëzie in het Indonesisch, 7 augustus 2020:
Op ‘Suara suara dari utara’ (‘Stemmen uit het noorden’), het blog Puisi Belanda, is op 7 augustus 2020 het gedicht ‘Stuk gaan’ in een Indonesische vertaling van Siti Wahyuningsih en Albert Hagenaars geplaatst. Het gedicht is afkomstig uit de bundel ‘Maanbrief aan het getij’. Het is het 203de gedicht in een almaar groeiende digitale poëziereeks van een keur van Nederlandstalige dichters.
Lees hier het gedicht ‘Ik schrijf je’ in het Nederlands en in het Indonesisch.
Meer over ‘Maanbrief aan het getij’
Meer over Inge Nicole bij Uitgeverij In de Knipscheer

‘Menigte’. Gedicht van Michaël Slory

Opmaak 1In zijn bijna dagelijkse Facebookbericht memoreert Wim van Til, oprichter van en coördinator bij Poëziecentrum Nederland, de geboorte- en sterfdagen van Nederlandstalige dichters. Vandaag (4 augustus 2020) is het de geboortedag van onder anderen Rutger Kopland (1934-2012) en Michaël Slory (1935-2018) uit Suriname. Bij wijze van felicitatie/gedenken kiest Wim van Til voor een gedicht van Rutger Kopland; uitgeverij In de Knipscheer kiest voor het gedicht ‘Menigte’ van Michaël Slory uit zijn bij deze uitgeverij verschenen bundel die zijn afscheidsbundel werd: ‘Alsof men alles loslaat’ (2018).

Menigte

Verward geroep.

Mijn stem
die niet wil opgaan
in dat rumoer,
maar blinken wil,
een zon
op stille paden.
Een zoektocht
naar meer eerbied
en meer vrede.

Meer over Michaël Slory op deze site

‘Laatste woord’ van Bernardo Ashetu

Bernardo AshetuWim van Til is oprichter van en coördinator bij Poëziecentrum Nederland. Hij plaatste op zijn blog onderstaand gedicht van Bernardo Ashetu (Paramaribo 1929-Den Haag 1982) ter gelegenheid van zijn diens sterfdag. Het gedicht ‘Laatste woord’ (uit ‘Yanacuna’) is opgenomen in de bloemlezing ‘Dat ik je liefheb’ (2011) verschenen bij Uitgeverij In de Knipscheer. Ashetu publiceerde bij leven één poëziebundel ‘Yanacuna’. In zijn nalatenschap werden 31 ongepubliceerde bundels aangetroffen, samen meer dan duizend gedichten.

Laatste woord

Dat ik je liefheb
staat buiten twijfel,
dat ik je liefheb
is m’n laatste woord.
Ach, de witte vlammen
en de naakte Brahma,
de woeste tempel en ’t
slap akkoord,
geen naakte Boeddha speelde
ooit piano maar zie de
meeuwen buiten en hoor mijn
laatste woord.

Zie
Meer over ‘Dat ik je liefheb’
Meer over Bernardo Ashetu op deze site

Saya Yasmine Amores – Bánsuri ke gam / Het verdriet van de fluit. Gedichten

voorplatFluit1-75Saya Yasmine Amores
Bānsuri ke gam / Het verdriet van de fluit

tweetalige poëzie
Nederland – Suriname
voorwoord ds. Simon van der Lugt
gebrocheerd in omslag met flappen,
100 blz., € 17,50
ISBN 978-94-93214-02-6
eerste uitgave september 2020

Bānsuri ke gam / Het verdriet van de fluit zijn gedichten van een dromerige tiener. Een stem uit het verleden, een land in het ongewisse. De uitzichtloze tienerjaren. De onzekere tijden op de kunstacademie, het erbij willen horen. Tijden waarin racisme hoogtij vierde. Geen zakgeld om eten te kopen. Altijd dezelfde goedkope kleren. Wachten op de grote toekomst en gedichten schrijven vormden de enige troost. ‘De taal is een parsād, heilig voedsel. Iedere bevolkingsgroep heeft zijn eigen parsād. Schrijf in het Sarnāmi en deel onze parsād uit; laat ook anderen ervan proeven,’ zei Jan Soebagh. Moestafa Nabibaks wees Saya Yasmine Amores de weg naar het publiceren. Een Sarnāmi-dichter was geboren.

Ek nayá jiwan – Een nieuw leven

[…]
ciryā gāwe-bolāwe
suraj ugal
ceharā par roshni paral

milal āj hamme
ek nayā jiwan

[…]
een vogel zingt en roept
de zon rijst
op het gezicht valt licht

vandaag heb ik
een nieuw leven gekregen

Saya Yasmine Amores is dichter, schrijver en beeldend kunstenaar. Zij publiceerde eerder gedichten en romans onder het pseudoniem Cāndani.

Meer over Saya Yasmine Amores op deze site
Meer over Cāndani bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Ik zou zeggen: leest u dit prachtige boek zelf.» – Betty Keizer

Opmaak 1Over ‘De wind van morgen’ van Arjan Sevenster op Humanistisch Verbond, 29 juli 2020:
“De wind van morgen blaast morgen.” Een deel van dit prachtige Japanse gezegde is gebruikt voor de titel en geeft de levensvisie van de schrijver weer. Arjen Sevenster, wiskundige, Japanoloog, uitgever, schrijver en dichter, krijgt de diagnose: uitgezaaide prostaatkanker. Een donderslag bij heldere hemel. Hij heeft nog weinig jaren meer te gaan. Hij houdt zijn familie en vrienden via zijn ‘levenskronieken’ precies op de hoogte van het verloop van zijn ziekte. Hij deelt hierin zijn gedachten, observaties en gevoelens met zijn dierbaren via proza ondersteund door gedichten van eigen hand. (…) Zijn stijl in het boek is zeer precies en analytisch, samenhangend met zijn wiskundeachtergrond, maar tegelijkertijd ook gericht op de spirituele aspecten van het leven. Zijn creativiteit en verbeelding spreken voor zichzelf. (…) Zijn vrouw Lydia staat in dit hele proces aan zijn zijde, zij is de organisator rond zijn ziekte. (…) Ze proberen ‘met de stroom mee te gaan’ , ‘in het nu te blijven’. Het mooie is dat hen dat nog lukt ook. Tot bijna de laatste dag blijft Arjen trouw aan zichzelf en zijn werk als schrijver en dichter. (…) Zijn beschrijvingen zijn doorspekt met prachtige gedichten, die hij aanvankelijk bespreekt met Kieki, de dichteres Margaretha Vasalis, waarin de dood vaak voorbij komt: de dood van zijn vader, zijn moeder, de poes, vrienden en natuurlijk zijn eigen dood. De manier waarop hij de dood in zijn gedichten beschrijft, is altijd weer verschillend. (…) De manier waarop Arjen naar de gebeurtenissen om zich heen kijkt, zijn vlijmscherpe observaties en zijn humor hebben altijd de toon van mildheid met de dingen om zich heen. (…) Het boek heeft mijzelf een gevoel van troost in leven en leren sterven gegeven. (…) Ik zou zeggen: leest u dit prachtige boek zelf.
Lees hier de recensie
Meer over ‘De wind van morgen’
Meer over Arjen Sevenster bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Oké, als jij nog maar twee jaar hebt, dan ga je nu precies doen wat jij wil. Zoals het schrijven van de kronieken.»

Opmaak 1Lydia Sevenster–van der Lelie in interview over ‘De wind van morgen’ van Arjen Sevenster op Humanistisch Verbond, 28 juli 2020:
(…) De brieven waren in eerste instantie bedoeld als mededeling, zodat we niet iedereen moesten bellen. Daar kreeg Arjen zoveel reacties op, dat dat hem stimuleerde om meer brieven te schrijven en er herinneringen van vroeger aan te koppelen. Het kostte veel concentratie en energie, maar Arjen genoot ervan en groeide erin. Hij ging naar Den Haag om te schrijven, maar typte het thuis af. Dan las ik zijn eindversie en dan stelde hij het weer bij. Het was zo een gezamenlijk proces. (…) Toen hij ziek werd en ze daarna zeiden dat hij nog twee jaar had, heb ik gedacht: oké, als jij nog maar twee jaar hebt, dan ga je nu precies doen wat jij wil. Zoals het schrijven van de kronieken. (…) Nadat Arjen overleden was, ben ik allemaal Arjen-projecten gaan doen. En als die dan klaar zouden zijn, moest ‘het’ over zijn. Wat dat ook was. Zo heb ik onder andere zelf een verslag geschreven van wat ik heb meegemaakt en de kronieken voor publicatie voorbereid. (…) Hij zei tot het einde: ‘Ga door met je eigen dingen, blijf je eigen werk doen’. En dat bevalt me goed. (…)
Lees hier het interview met Margot Dekker
Meer over ‘De wind van morgen’
Meer over Arjen Sevenster bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Een prettig en herkenbaar boek voor lotgenoten en hun omgeving.» – Ranne Hovius

Opmaak 1Over ‘De wind van morgen’ van Arjan Sevenster in De Volkskrant, 24 juli 2020:
De klap van een ernstige diagnose kan worden verzacht door over het ziekteproces te schrijven. Maar hoe zorg je dat zo’n boek het persoonlijke overstijgt en voor een breed publiek interessant is? (…) Niet praten over emoties en ziekten was voor de vooroorlogse generatie vrij normaal. Dat deed je niet, en zeker niet over kanker, vaak fluisterend ‘k’ genoemd. Met die zwijgzaamheid is in de laatste decennia korte metten gemaakt. (…) En dat krijgt gehoor. (…) Als de wiskundige, japanoloog en dichter Arjen Sevenster in 2017 de diagnose uitgezaaide prostaatkanker krijgt, gaat hij voor familie en vrienden al snel over op groepsmails, omdat de belangstelling voor zijn wel en wee te overstelpend is om iedereen apart bij te praten. Zijn aanvankelijke update over diagnose, prognose en behandeling, breidt hij al snel uit met een terugblik op zijn leven, zijn gedichten en een verslag van zijn dagen en vooral van zijn overpeinzingen. Zoals zijn verbaasde constatering dat het hele traject voor zijn vrouw veel angstiger blijkt te zijn dan voor hemzelf: ‘Het blijft een wonder dat mijn ziekte me zo onberoerd laat, ik, die al bang was voor het jaarlijkse darmkankeronderzoek.’ Omdat je Sevenster gedurende de jaren van zijn updates volgt, leef je mee met alle momenten van hoop en vooral van tegenslag: de voorspelde acht tot tien jaar blijken er uiteindelijk maar twee te zijn. De verslagen zijn na zijn dood samengebracht in ‘De wind van morgen’, een prettig en herkenbaar boek voor lotgenoten en hun omgeving.
Lees hier het artikel
Meer over ‘De wind van morgen’
Meer over ‘Bloemen in de regen’