Quito Nicolaas – Argus. Gedichten

VoorplatArgus-75Quito Nicolaas
Argus
gedichten / poems

tweetalig Nederlands / Engels
Aruba /Nederland
Engelse vertaling Mildred Antonius
Inleiding / Introduction Sara Florian, Ph. D.
gebrocheerd in omslag met flappen,
108 blz., € 18,50
ISBN 978-90-6265-757-5
eerste druk 2019

In Argus lijkt Nicolaas de verschillende levensfasen af te wisselen van zijn kindertijd naar volwassenheid, waarin zich de botsing weerspiegelt tussen emotie en logica. Het taalkundige swingen en zingen van Nederlandse, Engelse, Spaanse en Papiamento woorden – die de sociale transformatie van het individu en de maatschappij weerspiegelen – klinken eveneens door in deze bundel. Zijn wortels vindt de dichter in zijn sterke band met de natuur, doch zijn urbane stem is ingebed in de regenachtige straten van sommige Noord-Europese steden, rokerige coffeeshops en bordelen in Amsterdam. In deze bundel volgen we de dichter, de flâneur, wandelend door de straten van een metropool en zijn voorsteden, het centrum en de periferie, wisselend tussen zijn twee huiden, gekleed in de kleren van de verschoppeling of die van flâneurs zoals Rubén Darío en Fernando Pessoa.

Quito Nicolaas heeft tot nu toe dertien boeken gepubliceerd: zeven dichtbundels, drie romans, een verhalenbundel en een verzameling columns. Zijn korte verhalen en gedichten zijn in tien verschillende bloemlezingen in het Caribisch gebied en Nederland opgenomen. Ook zijn essays over Caribische literatuur zijn in tal van internationale publicaties verschenen. In 2006 werd in het handboek literatuurgeschiedenis van Aruba en de voormalige Nederlandse Antillen, aandacht besteed aan zijn werk. Zijn gedichten zijn verschenen in verschillende anthologieën in Albanië, Argentinië, Chili, Colombia, China, Verenigde Staten en Roemenië. In juni 2016 werd zijn oeuvre opgenomen in de prestigieuze The Dictionary of Caribbean and Afro-Latin American biography van de Oxford University. Eerder verscheen van Quito Nicolaas de dichtbundel Als de aloë sluimert / Cucuisa cabisha. Het gedicht Windmolen uit deze bundel werd opgenomen in de bloemlezing Grenzenloos – 40 jaar Knipscheer Poëzie.

Click here for the English presentation
Meer over Quito Nicolaas bij Uitgeverij In de Knipscheer
Meer over ‘Grenzenloos’

«De werkelijkheid benoemen met dat machtige instrument taal.» – Frans August Brocatus

VoorplatSchoonspringer75MetRandOver ‘De schoonspringer’ van Jos van Daanen op De Boekhouding, december 2018:
(…) De bundel is onderverdeeld in twee stukken: ‘De schoonspringer’ en ‘Indexering’. (…) De dichter sleurt je vervolgens mee en fileert de hem omringende wereld. Hij verpakt zijn observaties en feiten in een stortvloed van woorden. Hij legt er geen vinger maar hele handen op. Je ontkomt er niet aan. Er is zoiets als een gevoel van gewurgd worden maar dan net niet want de laatste sprong hangt in de lucht. Intrigerend is voor mij deze bundel. Om fragmentarisch te lezen om vervolgens terug te keren naar het begin. Het dak voor de sprong. Te kiezen voor trappen of een lift. De werkelijkheid in de ogen te kijken en te benoemen met dat machtige instrument taal. Terwijl in het eerste deel gekozen is voor één lang gedicht wordt in ‘Indexering’ bladzijde na bladzijde met verwijzing naar pagina’s een wereld in kaart gebracht waarop wij onze greep verliezen. (…) ‘De schoonspringer’ is een confronterende bundel die niet vanzelfsprekend is maar voortdurend tot nadenken stemt, tot reflectie over onszelf en de ons omringende wereld.
‘De Boekhouding’ is een blog van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen.
Lees hier de recensie
Meer over ‘De schoonspringer’
Meer over Jos van Daanen bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Ze zwijgt niet, Chawwa Wijnberg.» – Hans Franse

VoorplatOntbreken75Over ‘Het ontbreken hoor je niet’ van Chawwa Wijnberg op Meander Magazine, 17 juni 2019:
(…) Na een dichterschap van dertig jaar ontmoeten we in deze mooi uitgegeven bundel Chawwa Wijnberg als een oude strijdbare dame, die nog steeds bij de maatschappij betrokken is, maar tegelijkertijd de problemen van het ouder worden verdicht, zich afvragend hoeveel tijd er nog is, duidelijk de slijtage ervarend. (…) Er zijn meerdere gedichten over de onmacht en de acceptatie van het ouder worden. Onder andere een gedicht over een bezoek aan een arts: ’Het spreekuur / heeft constipatie / en zeven kwalen / wachten op hun beurt’. Het blijkt echter uit de rest van de bundel dat het leven haar nog steeds tot liefdesgedichten inspireert, die ze deelt met haar oud geworden lief. (…) Ze zwijgt niet, Chawwa, het nieuws biedt haar inspiratie. De weerzin tegen vluchtelingen levert een gedicht op, waarin ze het opneemt voor die bedreigde groep: ’je gaat toch niet voor de lol / weg van de bakker om de hoek / je gaat niet voor de pret / met een rubberbootje / op de zee waarin/al zoveel doden’. (…) De bundel eindigt met een gedicht waarin de hoop en de wanhoop elkaar naderen. Ze weet niet hoe lang nog, maar ze wacht het trillend af, het lijkt dood tij. (…) Het vat een leven van dichten samen, het geeft aan waar ze staat, het geeft ook aan dat er steeds nieuwe groei komt, dat het leven, niet het menselijk leven, oneindig is en steeds opnieuw kan beginnen en dat wij allen dit moeten ondergaan. (…)
Lees hier de recensie
Meer over ‘Het ontbreken hoor je niet’
Meer over Chawwa Wijnberg bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Strijdbaar engagement met de onderdrukten en de bedreigden.» – Hans Franse

VoorplatAanmij1-75Over ‘Aan mij is niets te zien’ van Chawwa Wijnberg op Meander Magazine, 17 juni 2019:
(…) Haar eerste bundel Aan mij is niets te zien geeft in de titel weer dat ze als persoon hier en nu leeft en het beste ervan maakt, maar niemand kan aan haar zien welke emotionele strijd zich bij haar afspeelt, want aan haar is ‘niets te zien’, ze is ‘eigenlijk niet geschikt voor deze wereld’. Ze vertelt over haar zware nachten, de droombeelden, want hoewel ‘het’ over is: ‘veertig jaar voorbij / hitler is een oude wolk geworden / maar nog altijd stormt en regent het in mij’. (…) De bundel bestaat uit drie afdelingen waarin steeds de dreiging van de spoken, het spinnenweb waarin ze zichzelf vastkleeft, leesbaar is. Gelukkig zijn er veel mooie liefdesgedichten, gedichten over de natuur. Het laatste deel vertelt over de kracht van de muze: met haar woorden in een gedicht gevat leeft ze dit leven en zoekt zich een plaats. Wat mij opvalt is dat de ‘woede’, misschien de ‘angst’ van dit in 1942 geboren onderduikkind zich ontwikkelt tot een strijdbaar engagement met de onderdrukten en de bedreigden. Dit is al zichtbaar in de eerste bundel. (…)
Lees hier de recensie
Meer over ‘Aan mij is niets te zien’
Meer over Chawwa Wijnberg bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Uiterst originele poëzie.» – Peter de Rijk

VoorplatHoorneDikkemeisje-75Over ‘Het dikke meisje en de ziener’ van Philip Hoorne op Paperback Radio, 21 mei 2019:
Kortrijks trots Philip Hoorne reisde af naar Amsterdam om met Peter de Rijk op Paperback Radio te praten over zijn net verschenen dichtbundel ‘Het dikke meisje en de ziener’. Hij debuteerde in de Sandwich-reeks van Gerrit Komrij. Philip Hoorne schrijft gedichten zoals alleen hij dat kan. Soms doen ze aan Jan Arends denken, graag gebruikt hij readymades, maar altijd is hij origineel. Een ananas in detentie, popbands als ABBA en Gruppo Sportivo, paling en de begrafenis van tante Cecile, letterlijk alles kan bij Hoorne tot ogenschijnlijk grappige gedichten leiden. Wie beter leest komt achter een vaak bittere waarheid in deze uiterst originele poëzie. Het interview werd uitgezonden op woensdag 10 april van 14.00 tot 15.00 op de vierde etage van Boekhandel Scheltema Amsterdam.
Luister hier naar het interview
Meer over ‘Het dikke meisje en de ziener’
Meer over Philip Hoorne op deze site

«Alfa en omega van Chawwa Wijnbergs meesterschap.» – Paul Gellings

VoorplatOntbreken75Over ‘Het ontbreken hoor je niet’ en ‘Aan mij is niets te zien’ van Chawwa Wijnberg op PaulGellings.nl, 29 april 2019:
Geen betere manier om de ontwikkeling van een dichter in beeld te brengen dan een eerste en laatste bundel naast elkaar te leggen. (…) ‘Het ontbreken hoor je niet’ is zeker zo vitaal, speels, krachtig, grappig, lichtvoetig, getormenteerd, oorspronkelijk, sprankelend, betoverend en verrassend als haar eerste: ‘Aan mij is niets te zien’. Alleen de titels al, in het eerste geval verwijzend naar iets wat niet te zien is, in het tweede naar iets wat niet te horen valt. (…) Daar ligt de grondslag om in taal dingen zichtbaar en hoorbaar te maken die dat anders niet zijn. Kortom, pure magie. Toch zijn er verschillen – en hier komt het begrip ontwikkeling om de hoek kijken – tussen deze alfa en omega van dit meesterlijke dichterschap, tussen 1989 en 2019, aan te wijzen. Onder alle speelsheid heb je in ‘Aan mij is niets te zien’ nog een schrijnende, pulserende laag van angst, pijn en woede die in ‘Het ontbreken hoor je niet’ weliswaar eveneens voelbaar is maar: anders. (…) Haar spel met natuur, seizoenen, dieren, kinderen, taal (vaak zelf verzonnen of omgetoverd), liefde, herinneringen is en blijft weergaloos. Net als haar tekeningen – die er ook niet om liegen – zijn haar verzen flitsende schetsen, waarin woorden de perfecte lijnen vormen. (…)
Lees hier de bespreking ‘Hoe het moet en hoe mooi het is’
Meer over ‘Het ontbreken hoor je niet’
Meer over Chawwa Wijnberg bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Een fascinerende bundel.» – Frank Decerf

VoorplatHoorneDikkemeisje-75Over ‘Het dikke meisje en de ziener’ van Philip Hoorne op De Schaal van Digther, 28 april 2019:
(…) Hoorne is in wezen een woordgoochelaar met heel diepe mouwen. Hij tovert en zet ons steeds op het verkeerde been. Bij hem veel verrassende wendingen. Zijn gedichten zijn volgroeid en vrij van banaliteiten. Hij duffelt zijn verzen zeer goed in. Ze moeten elke aanval doorstaan. Wat banaal lijkt, wordt eigenlijk speciaal. Wat voorspelbaar schijnt, wordt een heerlijke verrassing. Hij creëert afstandelijke personages in een even afstandelijke setting. Alter ego’s die een cryptische boodschap meedragen. Hoorne voelt zich aangetrokken tot al wie geen contact wil. Hij doorboort het harnas van de oppervlakkigheid. Het absurde mag wel welig tieren. Hoorne staat – gewapend met zijn vakmanschap – ten dienste van de taal. Daarnaast hanteert hij vaak humor en ironie als bovenlaag voor verdere diepgang. (…) Philip Hoorne is de meester van de poëtische hypnose; zijn lezers zullen hem volgen. Zij weten nooit waar het zal eindigen. Dat is een sterkte die aanzet tot meer. Het verhalende karakter wentelt als een tornado. Deze poëzie zit vol schijnbewegingen. Het begint simpel, maar eens op die roetsjbaan, snel je naar een einde dat onvoorspelbaar was. (…).
Lees hier de recensie ‘Goed gecamoufleerd en in oorlogskleuren’
Meer over ‘Het dikke meisje en de ziener’
Meer over Philip Hoorne op deze site

«Taalgebruik compact en trefzeker.» – Felix Monter

DaanenSoldatenOver ‘Soldaten’ van Jos van Daanen op Extaze, 20 april 2019:
“Deze bundel bevat vijf paren gedichten waarin telkens twee lyrische ikken in hun eigen taal eenzelfde situatie beschrijven. Alle gedichten zijn afzonderlijk te lezen. Per paar fungeren ze als 1 + 1 =3.” Aldus de toelichting op de titelpagina van deze bundel. In het eerste paar maakt Van Daanen meteen duidelijk wat hij beoogt: De Soldaat begint aldus: ‘Ik heb moeten sterven/ voor mijn vaderland/ Onder het licht lag ik/ klaar voor de dood/ onder de bomen/ de bodem was zo zacht’. En tegenhanger Der Soldat: ‘Ich mußte schießen/ für mein Vaterland/ Im Dunkeln habe ich gewartet/ eingericht auf den Tod/ zwischen stillen Zeugen/ der Boden löste sich’. Net als in de rest van de bundel is het taalgebruik compact en trefzeker. Over het algemeen zijn de metaforen en andersoortige beelden goed getroffen. Het volgende koppel beschrijft Priest en Chorsänger. Terwijl zwalkende hoogwaardigheidsbekleders van organisaties waarin misbruik structureel lijkt te zijn (kerkgenootschappen, sektes, strijdkrachten) steeds dringender ter verantwoording worden geroepen, verdiept van Daanen zich met subtiel inlevingsvermogen in de daders. (…)
Lees hier de recensie
Meer over ‘Soldaten’
Meer over Jos van Daanen bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Direct aansprekende verteltrant.» – Albert Hagenaars

VoorplatSevenster-75Over ‘Bloemen in de regen’ van Arjen Sevenster voor NBD / Biblion, 27 april 2019:
Arjen Sevenster (1946-2019) studeerde wiskunde en Japans, werd wetenschappelijk uitgever en debuteerde in 2016 met de bundel ‘Ogenblik’. Tijdens zijn jarenlange verblijf in Japan werd hij geïnspireerd door het zenboeddhisme. Deze blijvende invloed bepaalde ook zijn gedichten, die dus een overgang kennen van de waarneembare werkelijkheid naar de door meditatie te winnen ervaringen daarachter: dhamma. De spirituele inzichten worden eerder op alledaagse beelden en situaties geënt dan direct beschreven. De verbeelding speelt gelukkig een grote rol, vooral bij tegenstellingen: ‘Onder zand / bedolven / ligt de drempel / van de voordeur / van mijn woning. / En daar wacht ik op u / om u te bevrijden / van uw oude vormen / en vandaar zal ik u leiden / naar mijn diepte, onbereikbaar / voor de stormen / van het land.’ De direct aansprekende verteltrant maakt deze poëzie juist bereikbaar voor veel lezers. Die hoeven zeker niet van een levensbeschouwelijk bewustzijn uit te gaan – het draait tenslotte om de poëzie – maar feit is dat Sevensters geestelijke perspectief desgewenst een meerwaarde is.
Meer over Arjen Sevenster bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Ze trekken de lezer het gedicht in, waarna geen ontsnappen meer mogelijk is.» – Hettie Marzak

VoorplatHoorneDikkemeisje-75Over ‘Het dikke meisje en de ziener’ van Philip Hoorne op Literair Nederland, 24 april 2019:
(…) Het mooie titelgedicht is kenmerkend voor de poëzie van Hoorne: een gedicht dat grappig lijkt, krijgt in de staart een tikje venijn mee, waardoor het hele beeld op zijn kop komt te staan. Vooral in de openingszinnen is Hoorne ijzersterk: ze trekken de lezer het gedicht in, waarna geen ontsnappen meer mogelijk is. (…) Elk gedicht is een afgerond geheel waarin de spanning samengebald is tot aan het einde. (…) Zoals met echte humor altijd het geval is, is ze nooit alleen maar grappig. Ook bij Hoorne is er ondanks alle hilariteit altijd een ondertoon te bespeuren van onvrede met de wereld en van teleurstelling. (…) Maar Hoorne laat de lezer niet te dicht bijkomen: zodra er sprake lijkt te zijn van persoonlijke emoties of confidenties, werpt hij een barricade op door een vergelijking of een uitdrukking toe te voegen die de lezer op een ander spoor zet; zo ging ook Gerrit Komrij te werk. Deze vergelijkingen zijn heel origineel en dragen sterk bij aan het komische effect dat de dichter wil bereiken om de lezer af te leiden. (…) Hoorne hanteert de taal doelgericht: geen woord te veel of te weinig om een goed afgerond verhaal neer te zetten. (…)
Lees hier de recensie ‘Grappig en absurdistisch als buffer voor andere emoties in gelaagde bundel’
Meer over ‘Het dikke meisje en de ziener’
Meer over Philip Hoorne op deze site
Op Literair Nederland staat een lang interview (2008) met Philip Hoorne naar aanleiding van de publicatie van zijn tweede dichtbundel.