F. Starik – Simpele Ziel met CD

F. StarikF. STARIK
Simpele Ziel

Nederlands Poëzie
Paperback, 120 blz., CD 42 minuten, 17,90
Eerste druk 2002
90-6265-531-9

In Simpele Ziel stelt F. STARIK genadeloos en humorvol als altijd zijn vragen naar houding en identiteit: hoe moet ik leven en wie ben ik? Hij zoekt zijn antwoorden in de bedrieglijke eenvoud van het alledaagse. Simpele Ziel bevat toegankelijke gedichten, die laten zien dat zelfs de meest onbeduidende zaken nooit zonder samenhang of betekenis kunnen, nee, mógen zijn.
Op de cd Simpele Ziel zingt F. Starik twaalf gedichten uit de bundel, op muziek van Cor Vos en Von der Möhlen Geluidswerken. Op de cd staan klassieke chansons, liederen met orkestbegeleiding en loungenummers. In het titelnummer wordt F. Starik bijgestaan door het vijftigkoppig Voerendaals Mannenkoor.

De pers over Simpele Ziel
Starik is een beeldend kunstenaar en ‘performing poet’ die onlangs het prachtige Simpele Ziel uitbracht, een van de zeldzame geslaagde voorbeelden van poëzie die op muziek is gezet omdatje aan alles merkt dat Starik beide genres beheerst. Een must. Maria Barnas in VPRO-gids

F. StarikHier is de bundel die de Nederlandstalige popmuziek eindelijk van tekst voorziet.

“Ook een must zijn FRANK STARIK en het Voerendaals mannenkoor. Starik is een beeldend kunstenaar en ‘performing poet’ die onlangs een prachtige cd heeft uitgebracht: Simpele ziel. Ik vind die cd een van de zeldzame geslaagde voorbeelden van poëzie die op muziek is gezet, omdat je aan alles merkt dat Starik beide genres beheerst.” – VPRO gids

Walter Palm – Met lege handen ging ik slapen…

Walter PalmWALTER PALM
Met lege handen ging ik slapen, met een gedicht werd ik wakker

Poëzie
Nederland / Curaçao
Ingenaaid, royaal formaat, 128 blz.
€ 16,90
Eerste druk 2002, uitverkocht
ISBN 90 6265 537 8

“Met de bundeling van deze gedichten presenteert een van de belangrijkste moderne Antilliaanse dichters zich nu voor het eerst aan een Nederlands lezerspubliek.” – uit het Voorwoord van Wim Rutgers

WALTER PALM (Curaçao, 1951), sinds 1980 in Nederland, debuteerde op twintigjarige leeftijd in het Antilliaanse tijdschrift WATAPANA en schrijft en publiceert sindsdien gedichten in het Papiaments, het Engels en het Nederlands. Zijn Nederlandse gedichten brengt hij nu voor het eerst in 6 afdelingen bijeen.

Over de bijna honderd gedichten die in deze bundel verzameld zijn schrijft Wim Rutgers: “Een klein poëzisch oeuvre [waarin] de woordprecisie vergezeld gaat van talrijke metaforen in een rijkdom aan beelden die het karige woordgebruik compenseert.”

De pers over Met lege handen ging ik slapen, …
Dichters liegen

Aan Bertus Aaafjes wordt de uitspraak toegeschreven Dichters liegen de waarheid. Hij wilde daarmee een essentieel verschil tussen proza en poëzie aangeven.
Proza berust op waarheid, of om het sterker uit te drukken, proza dient om de waarheid vorm te geven. En als proza leugenachtig zou zijn, verwerpen we het. Dat houdt niet in dat proza niet een fantasiebeeld zou mogen weergeven, maar dan weten we dat. Als iemand een sprookje vertelt, denken we er niet aan om het verhaaltje af te keuren en als leugenachtig te bestempelen.
Met poëzie is het anders gesteld. Poëzie schept via taal een andere wereld, een tweede werkelijkheid wordt die wel eens genoemd, waarvan de waarde berust op het feit dat we ons bewust zijn van het feit dat die in de eerste werkelijkheid niet bestaat.
Het verschijnen van de nieuwe bundel poëzie van de Antilliaanse dichter Walter Palm, getiteld Met lege handen ging ik slapen, met een gedicht werd ik wakker, toont de geldigheid van het aforisme van Aafjes aan. We kunnen het ook anders formuleren. Poëzie heft de tegenstellingen op, of nog beter poëzie verzoent de tegenstellingen. Dat is in de wereld van de werkelijkheid van het proza niet mogelijk, dat zou de geloofwaardigheid van het proza aantasten.
Op blz. 76 staat een voorbeeld van wat we bedoelen met de bewering dat poëzie tegenstellingen verzoent.

De hemel is zee, de zee is hemel

In zeeblauwe hemel.
trekken straaljagers schuimwitte strepen.
In hemelsblauwe zee
trekken spierwitte zeilschepen als wolken voorbij.

De tegenstelling zee – hemel wordt hier ontkend en verzoend. Speels gebruikt de dichter in r. 1 als versierend bijvoeglijk naamwoord bij het woord hemel zeeblauwe. en in regel 3 wordt zee hemelsblauwe genoemd. Die twee woorden bepalen het gedicht. Door de hemel zeeblauw te noemen en de zee hemelsblauw is de tegenstelling op poëtische wijze opgeheven.
Het is een gedicht waar de lezer lang bij stil blijft staan. Regel 2 is een voorbeeld van poëtische klankverwerking. Niet alleen de alliteratie van de s in drie woorden, maar ook de assonantie van de tr in trekken en straaljagers brengt een welluidende harmonie, die in het laatste woord van de regel zijn voltooiing vindt. Eerst zit je als lezer te luisteren en te kijken naar die twee regel tot je opeens de alliteratie en de assonantie toegepast ziet en hoort. Een regel om nooit te vergeten. De afsluitende regel van dit kwatrijn completeert het klankenspel. De w in wolken, stoort niet, omdat die w al voorkomt in de tweede regel. Schuimwitte in r. 1 en spierwitte in r. 4 bereiden de w als eerste letter in wolken al voor. Trouwens de w in zeeblauwe zorgt in r. 1 en r. 3 ervoor dat in elke regel de w-klank aanwezig is.
Misschien denken sommige lezers nu dat dat allemaal wel vergezocht is, dat je een gedicht zo niet moet lezen. Als echter na deze kleine klankanalyse al blijkt hoe vernuftig de klanken zijn opgebouwd, groeit wel de bewondering voor de dichter.
Naast dit gedicht, dat zal nu wel duidelijk zijn, blijken ook de andere met grote zorg geschreven. De dichter zelf zegt het al in het gedicht van blz. 47

Geschenk van dromen, maanlicht en ochtenddauw

Met lege handen
ging ik slapen,
met een gedicht
werd ik wakker.

Ik koesterde het,
poetste het,
tot het glom
als de eerste ochtendstraal.

Niet voor niets is de titel van dit gedicht gekozen tot de titel van de hele bundel. De eerste strofe geeft aan dat de inspiratie uit het onbewustzijn de bron is van de gedichten. De tweede strofe omschrijft in een metafoor de werkwijze van de dichter. Het gedicht wordt pas voltooid na zijn intensieve, ambachtelijke werk.
Het gebruik van beeldspraak is ontleend aan elementen die te maken hebben met wind, water, lucht en hemel, en die de mens op een eiland sterker aanspreken dan de bewoner van een groot continent. Dat ligt voor de hand, zijn we achteraf geneigd te concluderen. Telkens komt de verbondenheid van die elementen weer ter sprake. Een groot uitgestrekt land wordt een zee van land genoemd, bergen zijn versteende golven. Geen wonder dat de dichter in het openingsgedicht reeds getuigt van het besef dat de mens, die zich het centrum voelt van het levende, later ontdekt dat hij toeschouwer is die op een afstand waarnemer wordt. Het voortdurende besef in de gedichten van de onvolmaaktheid van de mens verhoogt de geloofwaardigheid van de bundel.
Wim Rutgers leidt deze gedichten in met een voorwoord, waarin hij onder meer stelt dat Walter Palm zich nu voor het eerst richt tot een Nederlands lezerspubliek. Daarom is het verantwoord dat een aantal oudere gedichten van Walter Palm in deze bundel zijn opgenomen. Elke poëzieliefhebber, waar dan ook in het koninkrijk, kan nu kennis nemen van deze rijke aanwinst van Nederlandstalige poëzie. In de moderne Nederlandse poëzie ben ik nog geen bundel tegengekomen die zozeer de aandacht verdient van lezers van diverse pluimage of die nu in het Europese deel of het Antilliaanse deel van het Koninkrijk wonen. Juist de universele gerichtheid zal een diversiteit van lezers aanspreken.

Pim Heuvel

Walter Palm: Met lege handen ging ik slapen, met een gedicht werd ik wakker Deze bundel Verzamelde gedichten, kwam in 2002 uit bij uitgeverij In de Knipscheer te Haarlem, Nederland, ISBN 90 6265 5378 NUR 306. De bundel is gelukkig ook verkrijgbaar op Curaçao.

Meer over Walter Palm bij Uitgeverij In de Knipscheer

José Lezama Lima – Mijn ziel rust niet in een asbak

José Lezama LimaJOSÉ LEZAMA LIMA
Mijn ziel rust niet in een asbak
Cuba, Poëzie
Vertaling : Stefaan van den Bremt
Paperback, 120 blz. € 17,90
ISBN 90-6265-523-8
Eerste druk 2001

De Cubaan José Lezama Lima (1910-1976) is een van de topauteurs uit de Spaans-Amerikaanse literatuur: hij wordt nu eens de Caribische Joyce genoemd, dan weer de Caribische Proust. Niet eerder werd van hem een boek in Nederlandse vertaling uitgebracht. Zoals vaak bracht proza hem de wereldroem die hij als dichter al verdiende.

In Mijn ziel rust niet in een asbak brengt vertaler Stefaan van den Bremt een belangrijke keuze van Lezama Lima’s poëzie en poëtisch proza bijeen uit elk van zijn vijf van 1941 tot 1977 uitgebrachte gedichtenbundels, zijn debuut uitgezonderd: ‘Zijn eerste dichtbundel was een revelatie. De tweede was een revolutie. De overvloed aan beelden is getemperd om een hogere vlucht te gunnen aan hyperbolische taferelen die werkelijkheid en droom laten fuseren.’ (Max Henriaquez Urena in Panorama historico de la literatura cubana).

Voor Lezama’s is poëzie een antwoord op de uitdaging van de werkelijkheid. De dichter transformeert alles wat tot het rijk van zijn verbeelding wordt toegelaten. Het onderscheid tussen mythe en wetenschappelijk feit is snel opgeheven.

Stefaan van den Bremt (1941, Aalst), sinds 2000 lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, is een erkend dichter van een 15-tal bundels (waarvan deels vertalingen verschenen in het Duits, Frans, Engels, Italiaans en Spaans) en vertaler van een dozijn werken uit het Frans (o.m. Ségou I van Maryse Condé), Spaans (o.a. Octavio Paz) en Duits (Bertolt Brecht en Franz Kafka). Zijn werk is meermalen bekroond, o.a. met de prijs voor het beste literaire debuut in 1968 en met de Belgische staatsprijs voor literair vertaalwerk in 1988.

John Leefmans – Retro. Gedichten

John LeefmansJohn Leefmans
Retro. Gedichten

Suriname, Poëzie
Ingenaaid, 104 blz., 15,75
ISBN 90 6265 498 3
Eerste druk 2001

John Leefmans (Suriname, 1933) verliet op 15-jarige leeftijd Suriname. Maakte carrière als diplomaat en woont pas sinds 1995 weer definitief in Nederland. Hij is secretaris van het Surinaamse Forum, voorzitter van de stichting Surinaams Muziek Collectief en lid van de redactieraad van OSO, tijdschrift van het Instituut ter Bevordering van de Surinamistiek. Hij was met onder andere Pim de la Parra, Rudi Kross en Ronald Venetiaan redacteur van/publicist in het Surinaamse tijdschrift Mamjo, en mede-oprichter van het toentertijd in Leiden geruchtmakende (anti)-literaire blad Kat t-t kaf. Bij Radio Nederland had hij eind jaren vijftig een wekelijkse rubriek Fa un tan.
In 1981 verscheen zijn eerste dichtbundel Intro onder het pseudoniem Jo Löffel. Retro, nu onder zijn eigen naam, beschouwt hij als zijn tweede bundel. Hij nam in 2000 deel aan Poetry International en vertaalde poëzie van onder meer Jules Deelder in het Sranan.

De pers over Retro
“Sisyphus hak ik dagelijks hier rust / vlecht kransen ongevraagd onbesteld / in ’t grauwe vlak, codes voor archeologen / en dagelijks de dullen moor / de muur bestormend met zijn hoofd / maar alle stenen blijven boven / gereserveerd voor de donder” (uit ‘Nocturne’).

De bundel zelf wil ik kort en krachtig samenvatten onder het motto ‘Genieten voor erudieten’. De gedichten van Leefmans voeren de lezer mee naar verre landen, Tantalus wisselt even snel met Xenophoon als Angelen plaatsmaken voor Saksen. De gedichten stomen verder en gunnen je geen enkele moment rust.

“Hier zijn we dan, mijn vrouw en ik / net levend, een werk van Westerik / Wij praten vol wijsheid met elkaar / en worden wat ouder met het jaar / Soms vliegen we uit, uit de duiventil / maar keren terug, als de melker het wil” (uit ‘Ecce’).» – geciteerd uit Yves Joris in Meander 196

Klaas Jager – Windwakken in de tijd

Klaas JagerKlaas Jager
Windwakken in de tijd. Gedichten

Nederland, Poëzie
Ingenaaid, 80 blz., 13,50
ISBN 90 6265 528 9
Eerste druk 2001

Een jeugd in het bos en open veenweidegebied van Oranjewoud en het Lage Midden vlakbij Heerenveen brengt Klaas Jager, (Luinjeberd, 1961) dichter tot zichzelf. Hij ontwikkelt een grote passie voor de natuur en gaat in dialoog met zijn omgeving, waarin het dode en het levende bij waarneming tot leven komen en als het ware een bewustzijn krijgen: alles verkeert in zijn eigen tijd en heeft zijn eigen beleving. Zijn professie als veldbioloog, specifiek gericht op vogelonderzoek, zorgt voor de kennis en ervaringen die de voedingsbodem vormen voor zijn poëzie. Tijdens het langdurige verblijf in de natuur denkt hij in sterk naar de tijd verwijzende metaforen na over het leven, de dood en het dichten.

Zijn passie voor de natuur heeft hij goed binnen een breed kader weten te verwoorden met een eigen invulling die zijn waarnemingen uit hun beperktheid tillen. (Het Nederlandse boek). Met zijn poëzie is iets bijzonders aan de hand: die is namelijk behoorlijk goed. (VPRO, Anton de Goede). Natuurliefde wordt in de stapel recente bundels het meest overtuigend in beeld gebracht met Windwakken in de tijd. Door neologismen en vakjargon (bijvoorbeeld woordledig, uitvlieggat en zondagmorgenik) plus typografische wendingen en een niet aflatende soms bezwerende toon weet hij een origineel ervaringsveld te scheppen. Onverwachte sprongen van de ene werkelijkheid in de andere kom je niet vaak tegen bij een debutant. (Haagsche Courant)

De pers over Windwakken in de tijd
«Zijn professie als veldbioloog, specifiek gericht op vogelonderzoek, zorgt voor de kennis en ervaringen die de voedingsbodem vormen voor zijn poëie, lees ik op de achterflap. Hij ontwikkelt een grote passie voor de natuur en gaat in dialoog met zijn omgeving, waarin het dode en het levende bij waarneming tot leven komen en als het ware een bewustzijn krijgen. De dichtbundel bestaat uit een grillig samengaan van verschillende dichtvormen: een eigen geschapen natuur die doorheen de pagina’s woekert en zich niet laat temmen door vaste vormen.
Een fragment als “Woord, ternauwernood / geschreven, dun / drijvend kroos over / het oppervlak, door / een zwakke bries / uiteengedreven / zo goed als los / van waar het was / in het niet te zeggen / niets vooraf.” (uit ‘WOORDEN’) staat in schril contrast met de voortwoekerende woordenstroom in ‘Contact’: “Ook vandaag weer, een hand van het licht / Zoekt en betast de dingen / In de kamer, // Veert op tegen de muur, rekt zich uit.”

Bij momenten krijgt men de indruk de natuurdichter Alberto Caeiro (een alter ego van F. Pessoa) aan het woord te horen:

Pessoa: “(…) ik zag dat er geen Natuur is, / dat Natuur niet bestaat, / Dat er bergen zijn, valleien, vlakten, / Dat er bomen zijn, bloemen en grassen, / dat er stenen zijn, rivieren, / Maar dat er geen geheel is waartoe dit behoort, / dat een ware, werkelijke samenhang / een ziekte van ons denken is”

Klaas Jager: “in de hartslag / van de tijd, het / peristaltische ogenblik // brekend op de rand / van een volgend weer / uiteen tot een ander” (uit ‘Denken dat het waar kan zijn).

Dit is geen dichtbundel die je even op een rustige namiddag doorleest, tenzij je een groot deel van de woordenkracht niet wilt proeven. Elke keer weer wordt de aandacht van de lezer getrokken naar nieuwe details in de tekst. Gelukkig wisselen hermetische teksten af met lichtvoetige natuurobservaties, want wie de ganse tijd door het dichte struikgewas moet wringen, dreigt immers al snel het geheel van de natuur uit het oog te verliezen.» – Yves Joris in Meander 196

Carel de Haseth – Zolang er kusten zijn. Gedichten

Carel de HasethCAREL DE HASETH
Zolang er kusten zijn

Curaçao, Gedichten
Ingenaaid, 40 blz. 12,50
ISBN 90-6265-524-6
Eerste druk 2001

langs de zoom van de zee
zullen wij hem ongetwijfeld vinden
mensen van onbekende streken
langs kusten van goud, ivoor of slaven
of al was het maar in simpele hutten
aan de monding van een modderrivier
of op overigens nutteloze eilanden

mensen zullen wij zeker vinden
zolang er kusten zijn
waar vis uit het water spoelt
waar schepen komen

en waar wij mensen treffen
zullen wij met hen spreken
in taal, gebaar of daad
: van mens tot mens

Carel de Haseth (Curaçao, 1950 debuteerde in 1969 met de dichtbundel 2 dagen vóór Eva. Hij schrijf zowel in het Papiaments als in het Nederlands. Zolang er kusten zijn is zijn vijfde (en tweede geheel Nederlandstalige) bundel. Over Bida na koló/Kleuren van Leven (1981) schreef Jos de Roo in Trouw: ‘onafhankelijkheidspoëzie van hoog gehalte.’
Voor zijn prozadebuut Katibu di Shon ontving De Haseth in 1989 de Cola Debotprijs van het Eilandgebied Curaçao.

Chawwa Wijnberg – Matses en monsters. Gedichten

Chawwa WijnbergCHAWWA WIJNBERG
Matses & monsters

Nederland / Poëzie
Paperback, 76 blz., 13,50
ISBN 90-6265-491-6
Eerste druk 2001

‘Ik probeer een ademhaling te schrijven, lucht tegen het stikken.’ – Chawwa Wijnberg in een interview in de PZC 2001.

Welke woorden kunnen beschrijven wat overlevenden van de holocaust nog dagelijks ervaren. Chawwa Wijnberg vond ze en schreef een bundel aangrijpende poëzie. In deze gedichten draait alles om dit ene thema. het is het onaanvaardbare, het onbespreekbare dat iedere keer weer om woorden vraagt. Telkens wanneer een lege plek of een brief datgene oprakelt wat nooit had mogen gebeuren, maar ook nooit vergeten mag worden.
Chawwa Wijnberg (1942) is beeldend kunstenaar en dichter. Ze was een onderduikkind. Haar vader zat in het verzet en werd in de oorlog gefusilleerd. Zij debuteerde in 1989 met Aan mij is niets te zien.

De pers over Matses en monsters
‘Zang en dans dus, tot op de laatste bladzijde. De poëzie van Chawwa Wijnberg is onontkoombaar uitnodigend. Wie haar leest gaat met haar mee op reis.’ – Paul Gellings

‘Deze bundel is meer; meer doorleefd, met meer verfijning en tederheid, maar ook harder.’ – Margriet Hogewind

Zoals de titel Matses & Monsters reeds doet vermoeden, wordt de lezer in de derde bundel van Chawwa Wijnberg geconfronteerd met de pijn en het lijden van de joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het is het onaanvaardbare, het onuitspreekbare dat iedere keer weer om woorden vraagt, telkens wanneer een lege plek of een brief datgene oprakelt wat nooit had mogen gebeuren, maar ook nooit vergeten mag worden. Als enig kind van joodse ouders overleefde zij alleen met haar moeder, een oom en een tante de oorlog. In korte, heldere verzen tracht de auteur de pijn van dit verleden van zich af te schrijven. De gedichten willen een antwoord bieden op de vraag naar het waarom van dit lijden.

“(…) want als we het vergeten, begint het weer opnieuw (…)”, zingt Stef Bos in ‘Hier vertrok de trein’. Nadeel is dat wie in herhaling valt, de boodschap aan zijn neus ziet voorbijgaan. Deze bundel beschrijft bij momenten heel mooi de vreselijke oorlogsjaren, maar na een aantal bladzijden treedt verzadiging op.

“Morgen staat de krant vol honger / uitgebrand en weggefikt / morgen is de oorlog van soldaten / heer en meesters en hun jongens / morgen is de dag van generaals / morgen zal je sterven van de honger / slaap maar zacht / slaap is je galgenmaal”
(fragment uit ‘Morgen’).

Chawwa Wijnberg debuteerde in 1989 met de bundel ‘Aan mij is niets te zien’. – Yves Joris in Meander 196

Hugo Pos – Het talmen van de tijd

Hugo PosHUGO POS
Het talmen van de tijd

Nederland – Suriname Poëzie
96 blz., paperback, € 15,75
illustraties Rita van der Vegt
ISBN: 90-6265-492-4
Eerste uitgave 2000

Het talmen van de tijd is de vierde bundel kwatrijnen van Hugo Pos. Over zijn vorige bundel Tot in de nde, nde graad schreef de pers:

«Zoveel zekerheid in nog geen 100 bladzijden! Meer kan en mag niet worden verlangd.» – Algemeen Dagblad

«Hugo Pos beoefent het ‘dichten’ van de woorden tot ze tot een pregnante uitdrukking met grote zeggingskracht samengebald zijn met schijnbaar gemak, waaraan het slijpen en schaven voor een dergelijke kleine vorm bereikt wordt niet meer zichtbaar is. Er is in de poëzie van Pos heel wat te beleven, zowel naar vorm als inhoud.» – Wim Rutgers

«Pos’ toon is melancholiek en berustend, wijs ook. Zijn gedichten zijn helder en verstaanbaar, parlando-achtig. Achter de lichtheid gaat een montere wanhoop schuil, die zich pas bij herlezing echt laat gelden. Hier is een dichter aan het woord die weet wat taal is, wat de spankracht van heel precies gekozen woorden betekent.» – NRC

Cándani – een zoetwaterlied

CándaniCANDANI
een zoetwaterlied

Surinaams Poëzie
Paperback, 64 blz., 12,50
ISBN 90-6265-495-9
Eerste druk 2000

In een zoetwaterlied, geheel geschreven in het Nederlands, maakt de lezer kennis met het district Nickerie in Suriname, het district van de ‘rijstesmart’. De 35 kortere en langere gedichten vormen samen een cyclus van het leven van de immigrant, de contractant.

Cándandi (pseudoniem van Asha van den Bosch-Radjkoemar, Paramaribo, 1965) hindoestaanse, kwam in 1990 naar Den Haag ter gelegenheid van de publicatie door de NBLC van haar eeste dichtbundel (‘een nieuw ijkpunt in de jonge literaire ontwikkeling van het Sarnami’ Michiel van Kempen) en is sindsdien in Nederland gebleven.
In 1993 werd zij als een van de jongste Surinaamse auteurs in woord en beeld als een natuurtalent geportretteerd in Woorden op de westenwind (tien Surinaamse schrijvers buiten hun land van herkomst) en al in 1995 opgenomen in Meulenhoffs Spiegel van de Surinaamse poëzie.

De pers over een zoetwaterlied
Haar pregnante beelden en taalreflecties zijn uniek. Vooral met de onuitputtelijke stroom intuïtieve beelden lonkt Cándani naar een plaats in de eregalerij van onze literatuur. – De Ware Tijd

Amos Tutuola – Mijn leven in het land der geesten

Amos TutuolaAMOS TUTUOLA
Mijn leven in het land der geesten

vertaling: Peter Abspoel, Hans Plomp
Paperback, 160 blz., € 14,50
ISBN 978-90-6265-453-6
Eerste druk 1999

Een achtjarig Afrikaans jongetje raakt op wonderbaarlijke wijze in de geestenwereld verzeild wanneer hij op de vlucht is voor slavenjagers. Op zijn tocht ontmoet hij de meest afstotelijke en angstaanjagende wezens, maar doordat hij de taal van de geesten leert spreken, dringt hij steeds dieper in hun wereld door, zoals in die van ‘De geest met de televisiehand’.

«De jongen ervaart meer gedaanteveranderingen dan Alice in Wonderland.» – Grove Press, New York

De Nigeriaanse schrijver Amos Tutuola overleed in 1997 op 77-jarige leeftijd. Zijn debuutroman The Palm-Wine Drinkyard werd in 1952 bejubeld door Dylan Thomas en door Raymond Queneau in het Frans vertaald.

Hoewel onbekend met elkaar doet Tutuola’s gebruik van het groteske en het obscene denken aan Lautréamont of Artaud.» – Kofi Awoonor

In 1954 verscheen My Life in the Bush of Ghosts dat uitgroeide tot een ‘cult-classic’ en decennia lang een inspiratiebron bleef voor uiteenlopende kunstenaars onder wie popmusici als Talking Heads’ Dyvid Byrne of Brian Eno met hun gelijknamige album.

Ons album is als de roman, een reeks van omzwervingen in Afrika.» – Brian Eno

Bijna een halve eeuw na dato verschijnt My Life in the Bush of Ghosts postuum in Nederlandse vertaling.

Er is geen twijfel over de grootheid van Mr. Tutuola’s talent, waarbij de doorsnee ‘moderne roman’ verbleekt.» – Kingsley Amis

Jerome Rothenberg en Pierre Joris namen het fragment ‘De geest met de televisiehand’ uit Mijn leven in het land der geesten op in het tweede deel (1998) van hun poëziebundel Poems for the Millenium.

«Alleen een sul of een tuthola die zijn kindertijd begraven heeft onder stapels bestsellers kan ongevoelig zijn voor Tutuola’s naïeve poëzie.» – Selden Rodman in The New York Times