Jan Arends vrijgezel. Gedicht van René Stoute

Kale TijdIn zijn bijna dagelijkse Facebookbericht memoreert Wim van Til, oprichter van en coördinator bij Poëziecentrum Nederland, de geboorte- en sterfdagen van Nederlandstalige dichters. Vandaag (26 oktober 2020) is het de geboortedag van onder anderen Jan Wolkers, Harry van de Vijfeijke, Renée Stoute (1950-2000), Janine Jongsma, Sacha Blé en Anna de Bruyckere. Bij wijze van felicitatie/gedenken kiest Wim van Til voor een gedicht van Sacha Blé; uitgeverij In de Knipscheer kiest voor het gedicht ‘Jan Arends vrijgezel’ van Renée Stoute (1950-2000) uit zijn (toen nog René Stoute) bij deze uitgeverij verschenen bundel ‘De kale tijd’ (1987). Dit gedicht werd ook geselecteerd door Klaas de Groot in zijn bloemlezing ‘Grenzenloos; 40 jaar Knipscheer Poëzie’ (2018).

Jan Arends vrijgezel

een oude man
in een kale kamer
staart verbitterd
op zijn leven
dat verpulverd
in de asbak
tot het laatst
nog schaamte geeft

met een afgebrande lucifer
roert hij dode peuken om
en schrijft de eerste letters
van zijn naam
ze klinken niet
er blijft niets dan
grijze as

oude man
kale kamer
een
venster in de muur
hoe lang, hoe vaak geaarzeld
tot die allerlaatste zin?

vandaag verschijnt zijn tweede boek
de prijs van as en schaamte
leugens proeft hij aan zijn lippen
strenge winters in zijn hart
geen saxofoon geen romantiek
zijn hoofd is zwart en vol
oude kale man aan
venster
stapt de leegte in

Meer over René Stoute bij Uitgeverij In de Knipscheer
Meer over ‘Grenzenloos’

«Rogi Wieg heeft een godgegeven talent om jaloers op te zijn.» – Ezra de Haan

VoorplatAfgekaptDichtwerk75Over ‘Afgekapt dichtwerk’ van Rogi Wieg op Literatuurplein.nl, 16 juli 2014:
Rogi Wieg kijkt naar zichzelf en schetst de wereld als een God. Wanneer je het gedicht ‘Datering 2013’ leest denk je aan Willem Kloos en aan T.S. Eliot. Hun stemmen en ideeën klinken door, worden onderdeel van weer zo’n typisch Rogi Wieg gedicht, vol verwijzingen, fijne metaforen en onlogische logica. Kortom de dingen die je alleen met poëzie duidelijk kunt maken. Wieg legt de vinger op de pijnlijke plek(ken), klinkt als een profeet en is tegelijkertijd modern en uiterst tijdloos. Hij geeft vorm aan het vormeloze, maakt het abstracte tastbaar. Gedurende het tijdsbestek van een gedicht krijgt de lezer inzage in de wereld van Rogi Wieg. (…) Zijn gedichten blijven van uitzonderlijke klasse.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Afgekapt dichtwerk’
Meer over Rogi Wieg bij In de Knipscheer

« ‘Afgekapt Dichtwerk’ herbergt werkelijk pareltjes.» – André Oyen

VoorplatAfgekaptDichtwerk75Over ‘Afgekapt Dichtwerk’ van Rogi Wieg op Ansiel, 7 april 2014:
Ik schrijf al meer dan dertig jaar mijn verzen./ Het is zo gegaan, ik ben tussen woorden/ in gaan staan en heb gedacht dat ik naast zwart/ gele puntjes in de ruimtelijke en van tijd/ gemaakte letters zag. Ik werd kleur-en/ groottemeter en daarmee literaire sterrenwacht.
De gedichten van Rogi Wieg (Robert Gabor, Hongarije 1963) leerde ik kennen en waarderen door zijn bundel ‘Het boek van de beminnelijkheid’, waarin ik poëzie trof die ongewoon van klank was maar wel degelijk gestileerd werd. Dit geldt ook weer voor zijn pas verschenen bundel ‘Afgekapt Dichtwerk’ die werkelijk pareltjes herbergt. Rogi etaleert in zijn gedichten maar al te graag zijn meestal dwarse zienswijze op de dingen des levens. (…) ‘Afgekapt Dichtwerk’ is een bijzondere bundel (…) die een rijkdom aan nieuwe en herwerkte gedichten bevat.

Lees hier de recensie of hier
Meer over ‘Afgekapt Dichtwerk’
Meer over Rogi Wieg bij Uitgeverij In de Knipscheer

Arthur Lava – Maximaal. Werk van 11 Nederlandse en Vlaamse dichters

906265-277-8Arthur Lava
Maximaal
Werk van 11 Nederlandse en Vlaamse dichters

Bloemlezing
120 blz., € 12,00
ISBN 90-6265-277-8
Eerste druk 1988
Uitverkocht

Onaangekondigd, maar luidruchtig werd vlak voor de zomer in het Amsterdamse Roxy de poëziebloemlezing Maximaal gelanceerd. ‘It’s official now,’ schreef Joost Niemöller later in De Held. Artikelen van Arthur Lava in dat zelfde blad en van Joost Zwagerman in de Volkskrant hadden al heel wat stof doen opwaaien en duidelijk gemaakt dat er na de fletse stilleven-poëzie van de jaren zeventig en tachtig dringend behoefte was aan de poëzie van de klauwhamer, aan bravoure en grilligheid, aan robuuste romantiek, én dat zulke poëzie ook al geschreven werd. Maar pas toen de bundel Maximaal (met door Arthur Lava gekozen en ingeleide gedichten van Pieter Boskma, Bart Brey, Dalstar, Johan Joos, René Huigen, Tom Lanoye, Arthur Lava, K. Michel, Frank Starik, René Stoute en Joost Zwagerman) eenmaal verschenen was, bleek hoezeer die behoefte aan verandering leefde: ruime aandacht in dag- en weekbladen en op radio en tv.

En de discussie woedt voort. Wie zich aangevallen voelt uit schampere kritiek. Maar intussen is het aanzien van de poëzie al veranderd: er verschijnt geen recensie meer of er wordt aan de Maximalen gerefereerd. En nu al wordt duidelijk dat het om meer dan alleen de poëzie gaat.

Het wachtwoord is ‘maximaal’. En dat blijft het ook het komende seizoen.

«Als het niet zo voor de hand zou liggen, zou je veronderstellen dat de Nederlandse poëzie binnenkort van aanzien gaat veranderen.» – Guus Middag in Vrij Nederland

Wil de nieuwe Gorter of Lucebert (m/v eindelijk opstaan om van al die ‘stilstand in beweging’ eindelijk eens echte beweging te maken.» – Ton Anbeek in Eslevier

Nu zijn we waar we moeten wezen. Een debat over de stand van de poëzie blijft namelijk in de lucht hangen zolang er geen namen worden genoemd.» – Jaap Goedegebuure in De Haagse Post.