Jit Narain – Waar ben je daar/ Báte huwán tu kahán. Gedichten

VoorplatWaarbenjedaar75Jit Narain
Waar ben je daar/ Báte huwán tu kahán

gedichten
Suriname – Nederland
voorwoord Michiel van Kempen
gebrocheerd in omslag met flappen,
60 blz., € 15,00
ISBN 978-90-6265-618-9
eerste druk september 2018

Jit Narain (Livorno, Suriname, 1948) is opgeleid als huisarts in Leiden. In de jaren ’70 ontpopte hij zich als groot voorvechter van het Sarnámi, de taal van de Surinaamse Hindostanen. Hij debuteerde als dichter met ‘Dal Bhat Chatni’ [Gele erwten, rijst, chutney] (1977), waarna een tiental bundels volgde, ook in het Nederlands, als laatste ‘Rahan/Bestaan’ (2017). Ze verschenen hoofzakelijk in eigen beheer in Suriname.

In zijn poëzie bezingt hij de voorouders die van India kwamen en die zich als landbouwers uit de modder omhoog wisten te werken. Voorts is de tweede emigratie (naar Nederland) en het gevoel van ontworteling dat daaruit ontsproot een constante in zijn poëzie. Zijn rijpste werk onttrekt zich meer en meer aan het anekdotische, maar blijft dankzij de metafora sterk beeldend.

In 1988 verscheen zijn tot dan verzamelde poëzie in India. In 1991 ging Jit Narain definitief terug naar zijn geboorteland, waar hij in het district Saramacca een polikliniek opende en ook maatschappelijk en literair actief werd. In 1987 ontving Jit Narain de Ráhman Khán-prijs voor zijn poëzie. Michiel van Kempen ontving dezelfde prijs voor literatuurstudie. Bij die gelegenheid verscheen in Suriname de bundel Waar ben je daar/ Báte huwán tu kahán, Nederlandstalige poëzie met een vertaling in het Sarnámi. Bij gelegenheid van de eerste Jit Narain Cultuurprijs verschijnt van deze titel nu in Nederland een herziene editie. Daarmee is voor het eerst werk van Jit Narain ‘officieel’ in Nederland uitgegeven.

Meer over Jit Narain op deze site
Meer Surinaams-Hindostaanse literatuur bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Het onderstreept voor mij de urgentie, noodzakelijkheid en relevantie van ‘Ademhalen’.» – Peter Westenberg

Opmaak 1Over ‘Ademhalen’ van Karin Lachmising voor Routes-routibes, 28 juni 2018:
(…) ‘Ademhalen’ mengt talen. Sommige liedjes zijn in het Sarnami en het Nederlands wordt besproeid met Sranantongo. En ook al is het Nederlands de taal die door iedereen op het podium gesproken wordt, ze wordt niet gebracht als een homogene taal. Ze verbindt omdat er ruimte is voor diversiteit en alternatief. Omdat ze ruimte laat voor individuele verwoordingen. Meerdere mantra’s brengen meerstemmigheid binnen. De vrouwen vermengen hun stemmen tot één vocale expressie. Eén vrouw zingt, neuriet. Een andere vrouw praat daar overheen. Ik versta niet alles, maar dat is juist fijn. Een dans pauzeert het gesprek. Met ritmische, beheerste klassiek Indische Bharata Natyam bewegingen creëert een danseres een moment van vervoering. Dat schept belangrijke ruimte voor reflectie, het geeft de toeschouwer een moment om de indrukken te verwerken, om de tekst te koppelen aan haar of zijn eigen belevingswereld. Even diep inademen en rustig uitademen. (…) ‘Ademhalen’ zet aan tot spreken. Spreken laat ventileren, het laat toe ervaringen te delen. Spreken is ook een begin van actie, het mobiliseert en zet aan tot bewustwording, tot verandering. Het stuk legt de maatschappij aan een artistiek beademingsapparaat en geeft de nodige zuurstof om moeilijke zaken naar voren te brengen en bespreekbaar te maken.
Lees hier of hier de column
Meer over ‘Ademhalen’
Meer over Karin Lachmising op deze site

Videoclip van lied ‘Kantráki/Contractarbeider’ van Raj Mohan

Raj Mohan brengt met ‘Kantráki/Contractarbeider’ een ode aan de miljoenen Indiërs die tussen 1833 en 1920 werden meegenomen naar Britse, Nederlandse en Franse koloniën zoals Suriname, Fiji en Mauritius om er te werken op de suikerrietplantages. Deze video is gemaakt ter nagedachtenis aan hen die nooit meer zouden terugkeren naar hun vaderland. Jaarlijks vindt in Suriname en in Nederland op 5 juni de herdenking en viering plaats van de Hindostaanse immigratie, in 2017 144 jaar geleden. De tekst werd als gedicht gepubliceerd in de bundel ‘Bapauti / Erfenis’. De song verscheen oorspronkelijk op de cd ‘Kantráki/Contract Labourer’ (PAN Records 213). Hieronder volgt de Nederlandse tekst.

contractarbeider

de zeven zeeën overgestoken
een droomland nieuw voorgespiegeld
hoe verleid door de arkáti
beland in het verre Suriname

kleding voedsel sieraden
alle hoop saamgebonden in een knapzak
met de zegen van God Rama
in onze handen
van vreemden afhankelijk op onze zeereis
overmand door spijt en verdriet
hopend op betere tijden
en ontvangen na lang dorsten
een vleugje warmte van zon

in opeenvolgende maanden
ontstaan er natuurlijke banden
het contract is veilig en diep weggeborgen
met vele gedachten telkens opduikend
wat voor mensen gaan wij ginds ontmoeten
zal het land een vruchtbare oogst bergen
de winst van vijf jaren sloven en slaven
zal ons verrijkt terugvoeren
naar het dorp dat wij eens verlieten

in Suriname wonen en leven
maakt ons één en verknocht aan zijn grond
geen laat in de steek wat verworven
zijn ziel dwingt hem er te blijven
nu de staat zorgt voor erf en grond
maar in het diepst van ons hart
leeft de droom om –wie weet– eens
terug te keren naar het dorp
van mijn jeugd

Meer over Raj Mohan op deze site

«Sporadisch duiken er toch nieuwe namen op in het Surinaamse schrijverslandschap.» – Pieter van Maele

VoorplatGeenwegterug75 VoorplatLachmisingOver o.a. Karin Lachmising en Iraida van Dijk-Ooft in Trouw, 18 mei 2016:
Terwijl Astrid H. Roemer morgen de prestigieuze P.C. Hooftprijs voor letterkunde in ontvangst neemt, verkeert de literaire wereld in haar geboorteland Suriname in crisis. Er zijn amper schrijvers, amper lezers, en er is amper literair vuur. (…) Karin Lachmising: ‘Ik heb veel respect voor de auteurs uit de jaren zestig en zeventig, maar op zich was dat vanuit literair oogpunt een makkelijke tijd. Er was één duidelijke vijand, de witte man. Hoe geweldig is het niet om als schrijver een kolonisator te hebben, te kunnen schrijven over de zucht naar vrijheid en zo grote massa’s ter been te brengen? Nu die staatkundige onafhankelijkheid is verwezenlijkt, moeten we nog van zoveel andere dingen vrijkomen. We moeten vooral leren vrijkomen van onszelf, we moeten durven met elkaar het conflict aan te gaan en de gevestigde orde te veranderen. Als ik een alomvattend thema moet noemen waar de Surinaamse literatuur mee aan de slag moet gaan, dan is dat het wel.’ (…) Iraida van Dijk-Ooft: ‘Het klinkt ontzettend idealistisch, maar zelfs in zulke tijden van grote twijfel heeft de literatuur een taak te vervullen. Het zal mij niet lukken het systeem te veranderen. Dat is ook niet mijn bedoeling. Ik wil door te schrijven wat veranderen bij de mens, al is het maar bij één lezer. Ik wil Surinamers doen inzien dat we in deze multi-etnische samenleving veel te veel langs elkaar heen leven, we leven erop los, zonder na te denken over het waarom. Wat zijn de oorzaken van onze angsten, ons verdriet, ons gebrek aan zelfvertrouwen? Daar wil ik het over hebben. Mij maakt het niet uit dat ik niet aan de wieg zal staan van een massabeweging. Als er bij iemand maar een vonkje is.’
Lees hier het artikel/interview
Meer over Karin Lachmising
Meer over Iraida van Dijk-Ooft
Meer over Astrid H. Roemer

«In deze bundel zijn de verhalen af.» – Marjo van Turnhout

VoorplatLottowinnaarOmslag75Over ‘De lottowinnaar’ van Sakoentela Hoebba op Leestafel, 1 april 2016:
Elf inkijkjes in het Surinaamse leven, meer specifiek in de Hindoestaanse bevolkingsgroep. (…) Het overkoepelend thema: Wat niet weet, wat niet deert. Dat niet iedereen alles hoeft te weten, uit zich in zwijgen. (…) Wat de verhalen nog meer gemeen hebben zijn de armoede, het overspel, de werkeloosheid, waar de hoofdpersonen mee moeten leren leven. Ook de minderwaardige rol van de vrouw is vaak aan de orde. Hoebba schrijft vlot, beeldend, en gebruikt vaak woorden uit het Sarnami, de taal die Hindoestaanse Surinamers spreken. Woorden (…) die een exotische sfeer oproepen. (…) In deze bundel zijn de verhalen compleet, ze zijn af. Met weinig maar doeltreffende woorden wordt een sfeer opgeroepen, een kenschets van een situatie, waarna een vaak verrassende wending volgt.
Lees hier de recensie en hier vanaf 1 mei 2016
Meer over ‘De lottowinnaar’

«Deze auteur weet aan ieder verhaal spanning mee te geven.» – Ezra de Haan

VoorplatLottowinnaarOmslag75Over ‘De lottowinnaar’ van Sakoentela Hoebba op Literatuurplein, 4 november 2015:
Sakoentela Hoebba is een auteur die het schrijven van korte verhalen verbluffend goed beheerst. Soms zijn ze melancholisch, soms schrijnend, hier en daar zelfs komisch. Verhalen als het titelverhaal ‘De lottowinnaar’, maar ook het verhaal ‘Mijn zesde’, doen aan Roald Dahl denken. De elf verhalen die deze bundel telt, leveren een leeservaring op die je niet snel zal vergeten. Vaak hoop je dat een verhalenschrijver zich ook eens aan een roman zal gaan wagen. Bij Sakoentela Hoebba komt die vraag niet bij mij op. Haar verhalen zijn romans in een notendop. Ieder verhaal is precies lang genoeg, met aandacht voor details geschreven en telkens verrassend. Wat wil je nog meer? Hoogstens nog zo’n prachtbundel!
Lees hier de recensie of op Caraïbisch Uitzicht
Meer over ‘De lottowinnaar’

Interview met componist Dave MacDonald, de geestelijke vader van ‘Silence of the Unspoken Word’

DaveMcDonaldOver ‘De stilte van het ongesproken woord’ op newmediaplatform.nl, 4 februari 2015 in Art:
Sinds mijn tijd als gitarist voor bands als ‘Liberation of Man’ ben ik een groot liefhebber van poëzie. Op zeker moment ben ik enorm gegrepen door de teksten van drie belangrijke dichters uit Suriname, Dobru, Trefossa en Shrinivási. Het werk van deze dichters is gedeeld cultureel literair erfgoed. De gedichten zijn geschreven in verschillende talen, Nederlands, Sranantongo, Sarnami, Hindi en Engels. Van die gedichten heb ik muzikale composities gemaakt. We hebben verschillende artiesten gevraagd mee te werken aan een tv-registratie die we op dvd hebben uitgebracht. De dvd zit in een boek waarin achtergronden van de dichters worden beschreven door middel van interviews met familie van de dichters en personen die de dichters goed hebben gekend. Door deze benadering maakt het publiek op een laagdrempelige manier kennis met het werk van deze dichters. (…) Ook met het Silence-project ben ik, behalve door het radioprogramma ‘Met het oog op morgen’ nergens voor gevraagd en heeft er niet één journalist mij ook maar één vraag gesteld. Als je als artiest vanuit je eigen kracht en authenticiteit werkt, dus bijvoorbeeld vanuit je culturele bagage, dan kom je in Nederland niet bij het establishment binnen.
Lees hier het interview
Kijk hier naar ‘The making of Silence’
Meer over ‘De stilte van het ongesproken woord’

«De trots en kracht die uit de taal spreken weerspiegelen die van een natie, een volk.» – Mark Weenink

voorplatSilence75Over ‘De stilte van het ongesproken woord/ Tiri fu den wortu… di no taki’ op La Chispa, het Latijns Amerika Magazine, 29 januari 2015:
Goede poëzie kan klinken als muziek. En klanken zijn universeel. In De stilte van het ongesproken woord (Tiri fu den wortu… di no taki/Silence of the Unspoken Word), een initiatief van de Surinaamse gitarist en songwriter Dave MacDonald, worden beide gecombineerd. In deze mooi vormgegeven dichtbundel lees je een aantal gedichten van Trefossa , Dobru en Shrinivási. Deze drie poëten hebben aan de wieg gestaan van de Surinaamse literatuur. (…) Het boek en de dvd, die elkaar aanvullen, zijn een eerbetoon aan de grondleggers van de Surinaamse cultuur en identiteit. Naast de gedichten schittert het boek met smaakvolle tekeningen, oude handgeschreven teksten en zwart-witfoto’s die je in de tijd mee terug nemen.
Lees hier de recensie
Meer over ‘De stilte van het ongesproken woord’

Concert ‘De stilte van het ongesproken woord’ op 30 januari in de OBA

voorplatSilence75De gedichten van Trefossa (Henni de Ziel), Dobru (Robin Raveles) en Shrinivasi (Martinus Lutchman) maken deel uit van het Surinaamse collectieve geheugen. Hun gedichten beperken zich nooit tot het papier, ze waren geschreven om gehoord te worden. Componisten Dave MacDonald en Robin van Geerke namen het initiatief om de poëzie opnieuw op muziek te zetten en vroegen een groep zeer diverse muzikanten, vocalisten en spoken-word-artiesten om medewerking. Het resultaat is in de de OBA (Theater van ‘t Woord) te Amsterdam op vrijdag 30 januari vanaf 20.00 uur te horen. De gedichten worden vertolkt in het Hindi, Sranan, Sarnami en Engels door een elfkoppige band (met zang in combinatie met Spoken Word en beeldprojecties). Alle ten gehore gebrachte gedichten/songs zijn na te lezen en te beluisteren in het gelijknamige boek met dvd dat na afloop te koop is. De muziek wordt gebracht in verschillende stijlen, wereldmuziek, kaseko, R&B, jazz en soul door Sanguita Akkrum, Brenda Frans, Robert Harman en Lucas Shepherd (zang), Raj Mohan (spoken word/zang), Dave MacDonald (gitaar), Robin van Geerke (toetsen), Suresh Sardjoe (tabla), Pat Winterdal (bas), Roy Bhagwandin (drums), Sanne Landvreugd (sax), Antoinette van Maarschalkerwaart (beeld).
Klik hier voor Locatie en bereikbaarheid
Klik hier voor het bestellen van kaarten
Meer over ‘De stilte van het ongesproken woord’

Shrinivási: “Wat zijn woorden eigenlijk? De woonplaats van de dichters.”

Shrinivasi januari 2009 - 2 - Copyright foto Usha MarheFoto Usha Marhé

Shrini is 88! Schrijven en blijven’ door Thea Doelwijt (Willemstad) in Antilliaans Dagblad, 30 december 2014 :
Op Curaçao vieren wij dat onze dichter Shrinivási vrijdag 12 december 88 jaar is geworden. Het is woensdag de 10de en in de Openbare bibliotheek Curaçao houdt de Neerlandicus Geert Koefoed de lezing ‘Over het transcendente in de poëzie van Shrinivási’, terwijl schrijfster en dichteres, mijn nicht Diana Lebacs, af en toe een gedicht van Shrini voorleest. Shrini is blij dat het publiek meer dan één aanwezige telt. Daar zijn mijn zes nichten bij en juf Marijke van Geest, lerares Nederlands, en intussen volgend jaar 50 jaar mijn metgezel. Shrini wil achter mij plaatsnemen, maar ik vraag hem naast mij te zitten, op de eerste rij. Het is zo prettig toevallig op Curaçao te zijn, om twee weken uit te rusten voor wij zondag 14 december voor langere tijd naar Sranan komen. Shrini fluistert af en toe in mijn oor zijn reacties op de voordracht. Wij kennen elkaar sinds 1963, waren actief in de schrijversgroep Moetete, maakten samen een bloemlezing met gedichten van jongeren, voor Carifesta in… Tyek Facebook! Het mooiste van de friyaribijeenkomst vond ik toen Shrini fluisterde dat ik belangrijk was geweest, naast Dobru en Slory, met het gedicht ‘Zwarte regen’. En het belangrijkste: dat hij voor het eerst in het Sarnami een gedicht schreef, dat hij nu heeft vertaald in het Nederlands: “De dichter en het woord (Kavi aur shabd)… Wat zijn woorden eigenlijk? Een land. Het vaderland van de dichters. De woonplaats van de dichters.” Ik fluister terug: “Dat moet je presenteren.” Hij zucht: “Ik heb de tekst niet bij mij…” Als Diana mij aan het publiek voorstelt, zeg ik dat Shrini voor Suriname het eerste gedicht in het Surinaams-Hindoestaans schreef. Ik wil het horen. Geert Koefoed graait direct in zijn tas en haalt er een boek uit waarin het gedicht staat. Shrini leest het zeer ritmisch voor. De avond kan niet meer stuk. Wat zou hij zijn Surinaamse lezers willen zeggen? “Mi e wensi yu wan switi kresneti nanga wan bun nyunyari. God’s blessings te wi miti èn si makandra! Yu mati Shrini.”
Klik hier voor ‘Antilliaans Dagblad’ (eerder verschenen in ‘De Ware Tijd’, Paramaribo)
Meer over Shrinivási bij Uitgeverij In de Knipscheer
Lees hier het gedicht ‘Zwarte regen’ van Thea Doelwijt