«De lokroep van de taal waaraan Shrinivāsi gehoor gaf.» – Bertram Mourits

267-shrinivasienastridroemer1977_5c73c5b806dfd-1024x800 Shrinivási en Astrid H.Roemer in 1977

Over Shrinivási in artikel in ‘Ademloos voordragen in vele talen’ op Literatuurmuseum, 3 februari 2019:
Het is nieuws in augustus 1966, voor Amigoe di Curaçao, het ‘dagblad voor de Nederlandse Antillen’: ‘Dichter M. Lutchman terug op Antillen.’ Drie jaar lang had Martinus Lutchman in Nederland geleefd. Het bericht meldt onder andere dat hij daar een lerarenopleiding Nederlands heeft gevolgd. Niet afgemaakt, maar dat zit hem niet dwars: ‘Ik ben nu veel rijper en gelukkiger en kan meer doen.’ In Nederland had hij lezingen gegeven over Surinaamse en Antilliaanse literatuur, hij hield vijf radiolezingen over Hindoestaanse feesten en in Arnhem gaf hij tijdens de oecumenische conferentie van wereldgodsdiensten voor de Vrijzinnige Protestante Gemeente een inleiding over de islam. Hij is bekender onder de naam Shrinivāsi, die hij gebruikte voor zijn gedichten. Hij overleed 26 januari 2019.
Lees hier verder
Meer over Shrinivási bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Shrinivási’s belangrijkste schrijftaal bleef toch het Nederlands.» – Michiel van Kempen

shrinivasi nov 2012(foto Bea Moedt)
Over Shrinivási (12 december 1926 – 26 januari 2019) in De Groene Amsterdammer, 20 februari 2019:
(…) Shrinivási was een Hindostaan maar werd katholiek opgevoed. Hij bleef altijd een districtsjongen die ‘met koemest aan de hielen de drempel van de Stad overschreed’. Hij schreef het allereerste gedicht ooit in het Sarnami, de taal van de Surinaamse Hindostanen: het prachtig-intrigerende ‘Buláhat/De roep in de nacht’, maar het leverde hem toch weinig eer op. Het besef dat het Sarnami een taal was en geen dialect van het Hindi, was in de jaren zestig nog maar tot weinigen doorgedrongen en dringt bij het sterk op India georiënteerde deel van de Hindostanen nog steeds moeilijk door. En bovendien: Shrinivási’s belangrijkste schrijftaal bleef toch het Nederlands. (…) Hij zou alleen al onsterfelijk zijn geworden met die ene, door geen enkele andere Nederlandstalige Caribische dichter ooit geëvenaarde bundel Om de zon (1972), 125 pagina’s pure liefdeslyriek die schittert tegen het diabaas van doodsbenauwing en existentieel verdriet. (…) Shrinivási streefde ernaar even verstaanbaar te zijn als zijn heldere, verzorgde handschrift. In zijn allerbeste gedichten bereikte hij die soberheid en toch verbaas je je telkens weer over alle betekenislagen die hij weet op te roepen. (…)
Lees hier het artikel van Michiel van Kempen
Meer over Shrinivási bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Mooie mix van Nederlandse nuchterheid en Caribische passie.» – André Oyen

VoorplatWaarbenjedaar75Over ‘Waar ben je daar / Báte huwán tu kahán’ van Jit Narain op Lezers tippen lezers, 4 februari 2019:
Citaat: “hij bestond in vele gehelen soms vielen ze deels samen soms lagen ze ver uit elkaar”. (…) In zijn latere werk is Jit Narain een ‘denkend dichter’ geworden, die langs de weg van de poëzie de geschiedenis en het leven van de mens probeert te begrijpen en tegelijkertijd voortdurend de taak en de begrenzingen van poëzie onderzoekt. Een mooie mix van Nederlandse nuchterheid en Caribische passie.
Lees hier de signalering
Meer over ‘Waar ben je daar/Báte huwán tu kahán’
Meer over Jit Narain op deze site

«Deze poëzie blijft de moeite waard.» – C.H. Gajadin

VoorplatWaarbenjedaar75Over ‘Waar ben je daar / Báte huwán tu kahán’ van Jit Narain voor NBD / Biblion, 20 november 2018:
Deze tweetalige poëziebundel is een herziene herdruk van gedichten die in 1987 in Paramaribo werden uitgegeven. De recente uitgave verscheen naar aanleiding van de ‘Jit Narain Cultuurprijs’ die dit jaar voor het eerst werd uitgereikt in Den Haag. Jit Narain (1948) heeft zich enorm ingezet voor het literaire gebruik van het Sarnami: de spreektaal van Hindoestanen in Suriname en Nederland. In 1977 verscheen zijn eerste bundel ‘Dal Bhat Chatni’. In zijn voorwoord van deze heruitgave heeft Michiel van Kempen het over ‘tweetalig dichterschap’ van Jit Narain. De Nederlandse versie zou als bundel zelfstandige gedichten volstaan. (…) Niettemin is de uitgave van een bundel gedichten in het Sarnami van grote betekenis. Deze poëzie blijft de moeite waard. Onderwerpen zijn de voorouders van de dichter die zich als landbouwers uit de modder omhoog werkten, de tweede emigratie (naar Nederland) en een gevoel van ontworteling dat daaruit ontsproot.
Meer over ‘Waar ben je daar/Báte huwán tu kahán’
Meer over Jit Narain op deze site

Jit Narain ontvangt Sarnámi Cultuurprijs en krijgt ‘vijf jaren Hindostaanse geschiedenis’ cadeau.

Jit Narain Suriname 2017 (137)Over Jit Narain op Caraïbisch Uitzicht, 2 september 2018:
Op vrijdag 31 augustus j.l. mocht de dichter Jit Narain uit handen van de Haagse burgemeester de eerste Sarnámi Cultuurprijs ontvangen. Deze prijs is ook naar hem vernoemd: de Jit Narain Cultuurprijs. De prijs omvatte een bronzen beeldje van een Brits-Indische contractarbeiders, een oorkonde en een bedrag van 5.000 euro. Voorafgaand aan de uitreiking in de volle en sfeerrijke Nieuwe Kerk aan het Spui in Den Haag, hield prof. dr Michiel van Kempen de eerste Jit Narain Lezing. De Jit Narain Cultuurprijs wordt uitgereikt voor iemand die zich buitengewoon verdienstelijk heeft gemaakt voor de taal Sarnámi of voor de Surinaams-Hindostaanse Cultuur. Jit Narain was de grote voortrekker van de Sarnámi emancipatiebeweging in de tweede helft van de jaren ’70. (…) Hij zette bovenal het Sarnámi als volwaardige literaire taal op de kaart met diepgravende poëzie, die is verzameld in inmiddels 11 bundels. Bij gelegenheid van deze prijsuitreiking bracht uitgeverij In de Knipscheer de eerste bundel van Narain in tientallen jaren in Nederland uit: een herziene herdruk van de bundel ‘Waar ben je daar/Báte huwán tu kahán’. De dichter zelf reikte de eerste exemplaren ervan uit aan burgemeester Pauline Krikke en aan de voorzitter van het curatorium van de prijs, Naushad Boedhoe. (…) In zijn eerste Jit Narain Lezing ging Michiel van Kempen diep in op de positie van Hindostanen aan beide zijden van de oceaan in het krachtenveld India-Suriname-Nederland. Aan het eind bood hij de laureaat een opmerkelijk cadeau aan: hij deed hem ‘vijf jaren Hindostaanse geschiedenis’ cadeau, omdat de immigratie volgens hem niet begonnen is met de Lalla Rookh op 5 juni 1873 maar al vijf jaar eerder, op 5 mei 1868 met het schip Crickett. (…) Bij een drukke receptie konden de aanwezigen de nieuwe bundel aanschaffen alsook tal van andere publicaties op het gebied van de Hindostaanse cultuur. Alle aanwezigen kregen ook de gedrukte tekst van de Eerste Jit Narain Lezing mee.
Lees hier het verslag van de uitreiking
Meer over ‘Waar ben je daar/Báte huwán tu kahán’
Meer over Jit Narain op deze site

1e Jit Narain Lezing 2018

VoorplatWaarbenjedaar75Vrijdag 31 augustus 2018 in de Nieuwe Kerk, Den Haag:
De 1e Jit Narain Lezing zal worden verzorgd door prof. dr. Michiel van Kempen. Tijdens deze Lezing zal de Jit Narain Cultuurprijs worden uitgereikt aan de dichter Jit Narain. De Jit Narain Lezing is een jaarlijks terugkerende lezing over de Sarnámi cultuur in Nederland en Suriname. De Lezing zal alternerend worden georganiseerd in Nederland (Den Haag) en in Suriname (Paramaribo). De lezing zal gaan over onderwerpen die de Sarnámi cultuur in de meest brede zin raken. Hierbij zal de nadruk worden gelegd op taal, literatuur, cultuur, politieke emancipatie en geschiedenis van de Surinaamse Hindostanen in Nederland en Suriname. Het gaat dan niet alleen om de balans tot nu toe, maar vooral ook om de focus op toekomstige ontwikkelingen, gestoeld op de verdiensten uit het verleden en het heden. Aan deze lezing is ook de uitreiking van de Jit Narain Cultuurprijs gekoppeld. Bij deze gelegenheid zal door Jit Narain een exemplaar van zijn dichtbundel ‘Waar ben je daar / Báte huwán tu kahán’ worden aangeboden aan de burgemeester van Den Haag en een exemplaar aan de voorzitter van het curatorium van de Jit Narain Cultuurprijs. Uitgeverij In de Knipscheer is aanwezig met een boekentafel waarop de opnieuw uitgebrachte bundel Van Jit Narain te koop zal zijn. Toegang uitsluitend op uitnodiging van Het Curatorium van de Jit Narain Lezing. Vooraf aanmelden verplicht op jitnarainlezing@gmail.com. Locatie Nieuwe Kerk, Spui 175, 2511 BM Den Haag. Aanvang 20.00 uur precies (inloop vanaf 19.15 uur).
Klik hier voor de flyer
Klik hier voor de routebeschrijving
Meer over ‘Waar ben je daar / Báte huwán tu kahán’
Meer over Jit Narain op deze site
Meer Surinaams-Hindostaanse literatuur bij Uitgeverij In de Knipscheer

Jit Narain – Waar ben je daar/ Báte huwán tu kahán. Gedichten

VoorplatWaarbenjedaar75Jit Narain
Waar ben je daar/ Báte huwán tu kahán

gedichten
Suriname – Nederland
voorwoord Michiel van Kempen
gebrocheerd in omslag met flappen,
60 blz., € 15,00
ISBN 978-90-6265-618-9
eerste druk september 2018

Jit Narain (Livorno, Suriname, 1948) is opgeleid als huisarts in Leiden. In de jaren ’70 ontpopte hij zich als groot voorvechter van het Sarnámi, de taal van de Surinaamse Hindostanen. Hij debuteerde als dichter met ‘Dal Bhat Chatni’ [Gele erwten, rijst, chutney] (1977), waarna een tiental bundels volgde, ook in het Nederlands, als laatste ‘Rahan/Bestaan’ (2017). Ze verschenen hoofzakelijk in eigen beheer in Suriname.

In zijn poëzie bezingt hij de voorouders die van India kwamen en die zich als landbouwers uit de modder omhoog wisten te werken. Voorts is de tweede emigratie (naar Nederland) en het gevoel van ontworteling dat daaruit ontsproot een constante in zijn poëzie. Zijn rijpste werk onttrekt zich meer en meer aan het anekdotische, maar blijft dankzij de metafora sterk beeldend.

In 1988 verscheen zijn tot dan verzamelde poëzie in India. In 1991 ging Jit Narain definitief terug naar zijn geboorteland, waar hij in het district Saramacca een polikliniek opende en ook maatschappelijk en literair actief werd. In 1987 ontving Jit Narain de Ráhman Khán-prijs voor zijn poëzie. Michiel van Kempen ontving dezelfde prijs voor literatuurstudie. Bij die gelegenheid verscheen in Suriname de bundel Waar ben je daar/ Báte huwán tu kahán, Nederlandstalige poëzie met een vertaling in het Sarnámi. Bij gelegenheid van de eerste Jit Narain Cultuurprijs verschijnt van deze titel nu in Nederland een herziene editie. Daarmee is voor het eerst werk van Jit Narain ‘officieel’ in Nederland uitgegeven.

Meer over Jit Narain op deze site
Meer Surinaams-Hindostaanse literatuur bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Het onderstreept voor mij de urgentie, noodzakelijkheid en relevantie van ‘Ademhalen’.» – Peter Westenberg

Opmaak 1Over ‘Ademhalen’ van Karin Lachmising voor Routes-routibes, 28 juni 2018:
(…) ‘Ademhalen’ mengt talen. Sommige liedjes zijn in het Sarnami en het Nederlands wordt besproeid met Sranantongo. En ook al is het Nederlands de taal die door iedereen op het podium gesproken wordt, ze wordt niet gebracht als een homogene taal. Ze verbindt omdat er ruimte is voor diversiteit en alternatief. Omdat ze ruimte laat voor individuele verwoordingen. Meerdere mantra’s brengen meerstemmigheid binnen. De vrouwen vermengen hun stemmen tot één vocale expressie. Eén vrouw zingt, neuriet. Een andere vrouw praat daar overheen. Ik versta niet alles, maar dat is juist fijn. Een dans pauzeert het gesprek. Met ritmische, beheerste klassiek Indische Bharata Natyam bewegingen creëert een danseres een moment van vervoering. Dat schept belangrijke ruimte voor reflectie, het geeft de toeschouwer een moment om de indrukken te verwerken, om de tekst te koppelen aan haar of zijn eigen belevingswereld. Even diep inademen en rustig uitademen. (…) ‘Ademhalen’ zet aan tot spreken. Spreken laat ventileren, het laat toe ervaringen te delen. Spreken is ook een begin van actie, het mobiliseert en zet aan tot bewustwording, tot verandering. Het stuk legt de maatschappij aan een artistiek beademingsapparaat en geeft de nodige zuurstof om moeilijke zaken naar voren te brengen en bespreekbaar te maken.
Lees hier of hier de column
Meer over ‘Ademhalen’
Meer over Karin Lachmising op deze site

Videoclip van lied ‘Kantráki/Contractarbeider’ van Raj Mohan

Raj Mohan brengt met ‘Kantráki/Contractarbeider’ een ode aan de miljoenen Indiërs die tussen 1833 en 1920 werden meegenomen naar Britse, Nederlandse en Franse koloniën zoals Suriname, Fiji en Mauritius om er te werken op de suikerrietplantages. Deze video is gemaakt ter nagedachtenis aan hen die nooit meer zouden terugkeren naar hun vaderland. Jaarlijks vindt in Suriname en in Nederland op 5 juni de herdenking en viering plaats van de Hindostaanse immigratie, in 2017 144 jaar geleden. De tekst werd als gedicht gepubliceerd in de bundel ‘Bapauti / Erfenis’. De song verscheen oorspronkelijk op de cd ‘Kantráki/Contract Labourer’ (PAN Records 213). Hieronder volgt de Nederlandse tekst.

contractarbeider

de zeven zeeën overgestoken
een droomland nieuw voorgespiegeld
hoe verleid door de arkáti
beland in het verre Suriname

kleding voedsel sieraden
alle hoop saamgebonden in een knapzak
met de zegen van God Rama
in onze handen
van vreemden afhankelijk op onze zeereis
overmand door spijt en verdriet
hopend op betere tijden
en ontvangen na lang dorsten
een vleugje warmte van zon

in opeenvolgende maanden
ontstaan er natuurlijke banden
het contract is veilig en diep weggeborgen
met vele gedachten telkens opduikend
wat voor mensen gaan wij ginds ontmoeten
zal het land een vruchtbare oogst bergen
de winst van vijf jaren sloven en slaven
zal ons verrijkt terugvoeren
naar het dorp dat wij eens verlieten

in Suriname wonen en leven
maakt ons één en verknocht aan zijn grond
geen laat in de steek wat verworven
zijn ziel dwingt hem er te blijven
nu de staat zorgt voor erf en grond
maar in het diepst van ons hart
leeft de droom om –wie weet– eens
terug te keren naar het dorp
van mijn jeugd

Meer over Raj Mohan op deze site

«Sporadisch duiken er toch nieuwe namen op in het Surinaamse schrijverslandschap.» – Pieter van Maele

VoorplatGeenwegterug75 VoorplatLachmisingOver o.a. Karin Lachmising en Iraida van Dijk-Ooft in Trouw, 18 mei 2016:
Terwijl Astrid H. Roemer morgen de prestigieuze P.C. Hooftprijs voor letterkunde in ontvangst neemt, verkeert de literaire wereld in haar geboorteland Suriname in crisis. Er zijn amper schrijvers, amper lezers, en er is amper literair vuur. (…) Karin Lachmising: ‘Ik heb veel respect voor de auteurs uit de jaren zestig en zeventig, maar op zich was dat vanuit literair oogpunt een makkelijke tijd. Er was één duidelijke vijand, de witte man. Hoe geweldig is het niet om als schrijver een kolonisator te hebben, te kunnen schrijven over de zucht naar vrijheid en zo grote massa’s ter been te brengen? Nu die staatkundige onafhankelijkheid is verwezenlijkt, moeten we nog van zoveel andere dingen vrijkomen. We moeten vooral leren vrijkomen van onszelf, we moeten durven met elkaar het conflict aan te gaan en de gevestigde orde te veranderen. Als ik een alomvattend thema moet noemen waar de Surinaamse literatuur mee aan de slag moet gaan, dan is dat het wel.’ (…) Iraida van Dijk-Ooft: ‘Het klinkt ontzettend idealistisch, maar zelfs in zulke tijden van grote twijfel heeft de literatuur een taak te vervullen. Het zal mij niet lukken het systeem te veranderen. Dat is ook niet mijn bedoeling. Ik wil door te schrijven wat veranderen bij de mens, al is het maar bij één lezer. Ik wil Surinamers doen inzien dat we in deze multi-etnische samenleving veel te veel langs elkaar heen leven, we leven erop los, zonder na te denken over het waarom. Wat zijn de oorzaken van onze angsten, ons verdriet, ons gebrek aan zelfvertrouwen? Daar wil ik het over hebben. Mij maakt het niet uit dat ik niet aan de wieg zal staan van een massabeweging. Als er bij iemand maar een vonkje is.’
Lees hier het artikel/interview
Meer over Karin Lachmising
Meer over Iraida van Dijk-Ooft
Meer over Astrid H. Roemer