«De tekst is belangwekkend omdat er zo weinig over de Tula-opstand is geschreven. Vooral de psychologische nuances in het slaaf/meester-verhaal worden getoond.» – Michiel van Kempen

VoorplatSlaaf75Over ‘Slaaf en meester – Katibu di shon’ van Carel de Haseth voor NBD/Biblion, 04-09-2013:
Op 17 augustus 1795 vond op Curaçao een grote slavenopstand plaats onder leiding van de inmiddels legendarische Tula en Karpata. In die tijd speelt deze korte roman, die wordt verteld vanaf het moment dat de slaaf Louis wacht op zijn berechting in het fort in Willemstad. Hij en zijn meester Wilmoe vertellen om beurten hun versie van de gebeurtenissen. Zij zijn exact even oud, hebben hun jeugd samen doorgebracht en hebben beiden gedongen naar de gunsten van de mooie Anita. Wilmoe wint dankzij zijn overwicht als meester, maar verkracht het meisje toch. De tekst is belangwekkend omdat er zo weinig over de Tula-opstand is geschreven. Vooral de psychologische nuances in het slaaf/meester-verhaal worden getoond: zowel slaaf als meester kennen goede en slechte trekken. Beiden kennen woede, onredelijkheid en trots. Uiteindelijk biedt de meester, bewogen door het lot van de slaaf die hij zelf zo gruwelijk behandelde, hem een mes om zelfmoord te plegen en zo de galg te ontlopen. De meester blijft in wroeging achter, moederziel alleen, want zijn vrouw Anita en kind sterven. In deze herdruk is nu ook (op de linkerbladzijden) de tekst in het Papiaments opgenomen.

Meer over Katibu di shon

«Huiveringwekkende geschiedenis van Curaçao. » – Ezra de Haan

Over ‘Porto Marie. 1738- 1795- 1888’ van Els Langenfeld op Literatuurplein.nl, 15 mei 2013:
De combinatie van feitenkennis en liefde voor Curaçao vormt de basis voor de drie novellen. Het resultaat is imponerend. ‘1888’is het derde deel van dit drieluik in novellen. De slavernij is voorbij. Uit alles in dit verhaal blijkt dat de ‘vrijgemaakten’ nog net zo afhankelijk van hun vroegere meesters waren als vóór de emancipatie. (…) Els Langenfeld heeft met haar Porto Marie een bijzonder boek geschreven. De drie novellen vormen tezamen een roman rond de oude Curaçaose plantage. Waarschijnlijk hebben de gebouwen en de grond haar dit verhaal ingefluisterd. Langenfeld heeft de kleine, dode takjes van de wabi op het zanderige pad dat naar haar verhaal leidt, weggeveegd. Drie fonkelende verhalen kwamen tevoorschijn. Drie juweeltjes die de soms huiveringwekkende geschiedenis van Curaçao vertellen.

Lees hier de recensie

Meer over Porto Marie

Alejo Carpentier – Het koninkrijk van deze wereld

Alejo CarpentierALEJO CARPENTIER
Het koninkrijk van deze wereld
Cuba, Haïti, Roman
Vertaling Arthur H. Seelemann
Paperback, 176 blz., 12,50
ISBN 90-6265 478-9
Eerste druk 1997
Tweede druk 2001

Het koninkrijk van deze wereld (1949) is het fascinerende verhaal van de gebeurtenissen op Haïti in het begin van de negentiende eeuw. De slavenopstand leidt tenslotte tot het eerste zwarte koninkrijk met een zwarte koning. Maar de tirannie blijkt slechts van kleur te zijn veranderd… In deze korte historische roman, waarin naast veel ellende en strijd ook erotiek, voodoo, pracht en praal een rol spelen, geeft Carpentier blijk van zijn visie op het kwaad van de macht en van zijn schitterende, soms poëtische verteltechniek, die hij lo ral maravilloso noemde en waarmee hij grondlegger werd van het magisch realisme.

Het koninkrijk van deze wereld kwam voor het eerst in 1997 uit in Nederlandse vertaling. Deze heruitgave in Reprise Literair is uitgebreid met Carpentiers beroemde proloog Het wonderbaarlijke werkelijke die, hoewel tot dusver alleen gepubliceerd in de eerste Spaanstalige editie, wordt beschouwd als een baanbrekend document.

In 2000 verscheen zijn novelle De achtervolging, voorafgegaan door drie verhalen in de door hem zelf samengestelde uitgave Tijdoorlog.

De pers over Het koninkrijk van deze wereld
Alejo Carpentier werd in 1904 op Curba geboren als zoon van een Franse architect en een Russische moeder. Hij zat enige tijd in de gevangenis wegens zijn verzet tegen de Cubaanse dictator Machado. Vanaf 1966 woonde hij in Parijs, waar hij tot zijn dood in 1980 een belangrijke diplomatieke betrekking had. Carpentier wordt algemeen beschouwd als Cuba’s grootste romanschrijver. In 1977 kreeg hij de Premio Cervantes, de grote Spaanse prijs voor de letteren.

«Het wonderbaarlijke werkelijke van de verbeelding enerzijds en de pijnlijke historische feiten anderzijds vinden in dit indrukwekkende boek een juiste balans.» – Vrij Nederland

«Een verrassing deze Nederlandse vertaling. De beschrijvingen zijn tastbaar, de oorsprong legendarisch. Daarenboven is het boek ongenadig ontroerend.» – De Groene

«Zelfs na een halve eeuw blijft dit boek overeind als een waardevolle aanvulling op de literatuur over Haïti.» – NRC

«Het is een tijdloze fabel die nog steeds indruk maakt. Uitgesproken literair, beeldrijk en sensueel.» – Trouw

«Al lezende wordt al snel duidelijk waarom deze roman nog altijd genoemd wordt. Carpentier is de wegbereider voor García Márquez, Vargas Llosa en Fuentes.» – Leeuwarder Courant

«Een verbijsterend boek, een triomfzang op de heldhaftige stijd en de vrijmaking van de slaven.» – Martin Ros

«Carpentiers Haïti is doorlopend bijna tastbaar concreet en de ondertoon van het relaas onweerstaanbaar ironisch.» – De Morgen

«Eerlijk gezegd vind ik de boeken van Carpentier veel beter en vooral dieper dan die van García Márquez.» – Robert Lemm