«Tijdens de tropenjaren van Doe Maar (1981-1984) werd Neerkant een bedevaartsoord voor fans.» – Frank van den Muijsenberg

NeerkantVoorplat1_Opmaak 1.qxdOver ‘De Neerkant’ van Ernst Jansz, 30 september 2017:
(…) Zijn liefde voor het dorp in de Peel komt tot uiting in zijn vijfde boek en album, simpelweg De Neerkant getiteld, met de toevoeging Kronieken 1970-1980. In de autobiografische roman haalt hij herinneringen op aan het hippie- en muzikantenbestaan in de Neerkantse boerderij en de beginjaren van Doe Maar. De pop/reggae-band groeide uit tot een van Nederlands meest populaire en invloedrijke groepen ooit. (…) De inwoners van Neerkant hadden de vrijbuiter zien uitgroeien tot een landelijke ster. Hij woont – om precies te zijn- sinds 29 december 1969 in het dorp. Samen met de muzikanten van folkgroep CCC Inc. (Capital Canal City) betrokken ze een boerderij. (…) De commune hield vier jaar stand. (…) Vanuit Neerkant formeerde Jansz eerst de Slumberlandband en daarna Doe Maar. Uiteindelijk werd hij de enige bewoner van de boerderij. Doe Maar ging medio jaren 80 aan zijn eigen roem ten onder, waarna Jansz in relatieve luwte begon aan een carrière als schrijver en solo-muzikant. (…)
Lees hier ‘Verliefd op Neerkant: Ernst Jansz 50 jaar in het vak’
Meer over ‘De Neerkant’

«Ernst Jansz treedt weer op met Doe Maar en speelt in het Concertgebouw.» – Jan Vollaard

Ernst1Foto Roger Cremers

Over zijn leven en het artiestenbestaan aan de hand van tien nummers, NRC Next, 21 april 2016:
Thuis in zijn boerderij in De Peel, dezelfde waar hij in 1969 neerstreek met de band CCC Inc. om er een hippiecommune te stichten, bespreekt Ernst Jansz (67) de liedjes die zijn muzikantenleven vormgaven. De zanger, pianist en gitarist die naast de muziek vier autobiografische boeken schreef, vertelt aan de hand van tien songs over zijn artiestenbestaan. (…) ‘Mijn liefde voor reggae had ik meegenomen uit de band Rumbones. Bij de Slumberlandband was ik steeldrum gaan spelen. Dat had melodie en ritme in één. Toen we met Doe Maar op tournee gingen naar de Antillen, nam ik mijn steeldrum mee. Antillianen begonnen te lachen toen ze me dat ding zagen uitpakken. Ze konden het niet geloven. Totdat ik er een van mijn razendsnelle riedeltjes op speelde. Toen wilden ze me meteen op de schouders tillen.’ (…) ‘Het was mijn droom om concertpianist te worden. Dat is me nooit gelukt. Nu speel ik mijn eigen muziek in het Concertgebouw. Een deel van mijn jongensdroom komt uit.’ (…) ‘Opeens hadden we bodyguards nodig. Als je een muzikant ongelukkig wilt maken, moet je hem een bodyguard geven. We dachten dat we nooit meer bij elkaar zouden komen.’ (…) ‘Maar het publiek komt nog steeds. Dat is ons grootste cadeau.’
[Ernst Jansz speelt zaterdagavond 23 april in Concertgebouw Amsterdam]
Lees hier het interview
Kijk hier vanaf 3:27 tot 3:58 op de tijdlijn naar Ernst Jansz op steeldrum (Curaçao 1983). Een betere weergave is te vinden op dvd nr. 3 in ‘De doos van Doe Maar
Meer over Ernst Jansz op deze site