«Mijn ziel zie ik als een lijntje met het universum.»

VoorplatDubbelbloed3dedruk-75Interview met Etchica Voorn n.a.v. ‘Dubbelbloed’ in De Volkskrant, 20 mei 2019:
(…) Nabijheid is wat mijn leven zin geeft. (…) Mijn boek gaat over identiteit en daarmee ook over nabijheid. Met identiteit weet je je geborgen bij je ¬familie of bij een groep en dat helpt je nabij te zijn. Zo heeft het boek ook gewerkt – veel mensen met dubbelbloed herkennen zich erin. Maar ik ben er ook mensen door aan het kwijtraken. Die merken dat ze iets moeten opgeven van hun perceptie van kleur, maar willen dat niet. Het is niet dat ze racistisch zijn, het is eerder: niet bewust. (…) Want mijn kleur is verbonden met de Surinaamse cultuur. (…)
Lees hier en hier het interview
Meer over ‘Dubbelbloed’

‘Waren zij de trieste erfgenamen van het Nederlandse kolonialisme?”- John Jansen van Galen

BeaVianenMichaelSlory
Bij het overlijden van Michaël Slory en Bea Vianen in Argus (nr. 46), 22 januari 2019:
Kort na elkaar overleden twee iconen van de Surinaamse literatuur: dichter Michael Slory en schrijfster Bea Vianen, beiden 83 jaar oud, nazaten van de jaren zestig. Weerspiegelt zich in hun tragische levensloop de geschiedenis van hun geboorteland? John Jansen van Galen heeft hen gekend. (…) Slory bleef dichten, over het alledaagse leven in Suriname, over straatvuil en stakingen, over Nelson Mandela en Hillary Clinton, over kokospalmen en de onbereikbare schoonheid van de zwarte vrouw. (…) Gedichten als het poëtisch commentaar op de actualiteit van een ‘absolute dichter’, die zijn levensprogram samenvatte als ‘Ik zal zingen om de zon te laten opkomen’. Maar ook in de verzuchting, die de titel is van een documentaire over hem: ‘Als de droom over is….’. (…) Bea Vianen was in 1957 als 21-jarige onderwijzeres naar Nederland vertrokken. (…) Uit haar debuutroman ‘Sarnami hai’ blijkt wel hoe goed ze ook het verstikkende Hindoestaanse milieu kende. In ‘Strafhok’ heeft ze heel Suriname beschreven als een wemeling van volksgroepen waarbinnen men elkaar voortdurend controleert en beloert. De benauwenis slaat de lezer tegemoet. (…). Ze was in die tijd bevriend met Adriaan Morriën en Marte Röling, later geremigreerd en opnieuw uit Suriname gevlucht, altijd opgejaagd, rusteloos zwervend, cirkelend om het land heen, om er niet heen terug te hoeven keren en er uiteindelijk toch eindigend in een schamel hospitaal.
Lees hier het artikel
Meer over Bea Vianen op deze site
Meer over Michaël Slory op deze site

Bea Vianen is niet meer

data39982651-d7cddd Foto Els Kirst

Angst

Schrijven en dan wachten tot de schemering is ingetreden
Minder beschaamd om wat er mis ging met mimiek
En dat went. Misschien doe ik de kamer aan kant.
Haal ik wat boodschappen zoals twee eieren.
Misschien wel drie. Kan ik daarna vertrekken
Of zou het kunnen dat het mij nooit meer lukt?

De Surinaamse schrijfster Bea Vianen, geboren op 6 november 1935, is op 6 januari 2019 op 83-jarige leeftijd in Suriname overleden. Ik kreeg het vandaag te horen, zo kort nog na het overlijden van leeftijd- en landgenoot Michaël Slory. En toch schrik ik weer. Van 1969 t/m 1973 beleefde ze haar grote periode bij Uitgeverij Querido met de publicatie van vier romans waarin de Hindoestaanse migratie tot en met haar eigen komst naar Nederland een voornaam thema is. Vanaf 1984, toen we al tal van jongere Surinaamse schrijvers in ons fonds hadden, tot en met 1988 gaven we drie van deze vroege romans opnieuw uit. Immers, zij was een belangrijk schrijver, de vrouwelijke stem in de Surinaamse literatuur, die niet in de vergetelheid mocht raken. En natuurlijk in de hoop dat het heruitgeven van die drie romans tot nieuw proza zou kunnen leiden. Dat proza kwam er niet, wel twee dichtbundels Over de grens in 1986 en Op het laatst krijgen we met z’n allen donderop in 1989. De relatie tussen deze uitgeverij en haar was niet een heel gelukkige. In die jaren tachtig was zij nergens thuis en reisde ze in veel Zuid-Amerikaanse landen, Curaçao incluis, en raakte daar keer op keer in problemen. Dan werd ik midden in de nacht door de marechaussee gebeld of ik haar kon ophalen van Schiphol. En ik heb wat met haar in lange rijen voor loketten gestaan om het zoveelste paspoort of woonvergunning of uitkering te regelen. In de jaren negentig, toen de uitgeverij aan het Singel in Amsterdam huisde, stond ze ineens op de stoep met naast haar al haar schamele bezittingen. Nergens thuis, zeker niet meer in Nederland. Misschien dan toch het beste terug naar de moederschoot in Suriname. Strafhok of paradijs? Ik verscheepte haar gasfornuis, koelkast en andere huisraad naar Paramaribo en bracht haar letterlijk tot aan de deur van het vliegtuig. Ze was met mij te ver gegaan, over de grens. Dat voelde toen al als een noodzakelijk definitief afscheid en dat bleek het ook te zijn. Ik reageerde allergisch op haar, kon de telefoon niet opnemen als ze belde. Ik ben er niet fier op. Zo vervaagde ons rechtstreekse contact, zoals haar vele faxen hun kleur en leesbaarheid zijn kwijtgeraakt. Niet meer gesproken, niet meer gezien. Wél nog steeds gelezen: twee gedichten met trots gebloemleesd door Klaas de Groot in Grenzenloos, dat nog geen maand geleden het licht zag. Want wat een schrijfster was ze! En met recht verklaren vele van haar inmiddels talrijke opvolgers van latere generaties zich schatplichtig aan haar. Niet voor niets was Bea Vianen een van de auteurs aan wie Astrid H. Roemer in 2016 haar P.C. Hooftprijs opdroeg.

franc knipscheer

Meer over Bea Vianen bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Etchica Voorn veranderde 180 graden van standpunt over huidskleur.» – Marjon Bolwijn

Dubbelbloed_01Over ‘Dubbelbloed’ van Etchica Voorn in De Volkskrant, 5 oktober 2018:
(…) ‘Voor sommigen doet je huidskleur er namelijk wel toe.’ (…) ‘Het inzicht dat ik een dubbelbloed ben, heeft mijn identiteit verrijkt. Ik ben mijn Surinaamse kant gaan ontdekken en voel mij nu bij beide groepen thuis. Ik ben nog wel zoekende, want ik ben niet opgegroeid met Surinaamse codes en vergis me weleens in de mores. In plaats van door te fladderen in het leven wil ik – met een dosis humor – mijn bijdrage leveren aan meer openheid en verdraagzaamheid in de discussie over identiteit. Mijn persoonlijke ervaringen heb ik opgeschreven in het boek ‘Dubbelbloed’, waarvoor ik de Opzij Literatuurprijs heb gekregen. Het is wel jammer dat ik mijn onbevangenheid kwijt ben. Ik ben gevoeliger geworden voor discussies waarin het over ‘wij’ en ‘zij’ gaat, over ‘wit’ en ‘zwart’. Je kunt jezelf gevangen zetten in die discussies, maar ik ga voor verbinding.’
Lees hier en hier het interview

«Nieuwe ster aan het literair firmament.» – Marieke Visser

Dubbelbloed_01Over ‘Dubbelbloed’ van Ethica Voorn op Goodreads, 29 september 2018:
De eerste ontmoeting, live, in Paramaribo, voelde al meteen goed. Wanneer ik eindelijk in haar boek duik wordt dat alleen maar bevestigd. Wat een ontwapenende vrouw, Etchica Voorn. Haar debuut roept bij mij een gevoel van herkenning op. Waarover ik dan meteen weer aarzel: mag ik wel herkenning voelen? Zij groeit op met haar Drentse moeder in een heel Nederlandse omgeving. Dat deel van haarzelf dat bij haar Surinaamse vader hoort krijgt pas later in haar leven meer ruimte. En gaandeweg wordt Etchica steeds vaker geconfronteerd met die Kafkaëske situatie: waar hoort zij bij? Nergens? Een beetje van alles, maar nergens helemaal? Of lukt het haar beide culturen te omarmen, als dubbelbloed? Ik ben heel blij met deze nieuwe ster aan het literair firmament. Dit is een stukje hemel waaronder ik mij thuis voel. Een prachtige uitgave dus, van Uitgeverij In de Knipscheer.
Meer over ‘Dubbelbloed’
Meer van Marieke Visser op deze site

Diana Tjin – Een Bijlmerliedje. Roman

VoorplatBijlmerliedje-75Diana Tjin
Een Bijlmerliedje

roman
Nederland – Suriname
gebrocheerd in omslag met flappen,
184 blz., € 17,50
978-90-6265-505-2
presentatie 30 september 2018
eerste druk oktober 2018

Een Bijlmerliedje verschijnt in het jaar dat de Bijlmer 50 jaar bestaat. Op 25 november 2018 is het precies 50 jaar geleden dat de eerste bewoners in de Bijlmer de sleutel van hun nieuwe huis kregen. Vanaf dat moment heeft de Bijlmer zich ontwikkeld tot een levendige, diverse, veelzijdige buurt voor de vele nieuwe bewoners.
Elke keer als de naald de groef in het vinyl raakt, klinken broeierig en zwoel soulstemmen op van de pagina’s in ‘Een Bijlmerliedje’. Ze geven lucht aan de twijfel, de hoop, de boosheid en het verlangen van hoofdpersoon Sheila. Deze coming of age roman speelt in de Bijlmer en het Amsterdam van de jaren zeventig. Minutieus observerend schetst Diana Tjin hoe haar heldin zich bewust wordt van wie ze is, van wat ze wil en denkt. ‘Een Bijlmerliedje’ vertelt in helder proza het verhaal van een tienermeisje in fragmentarische hoofdstukken. Een verhaal over vriendschap die onder druk komt, over rivaliteit met een arrogante klasgenote, het verlangen naar een onbereikbare nieuweling op school bij wie zelfs “Bowie zijn glans verliest” en het zoeken naar erkenning als meisje met een Surinaamse achtergrond. En dat onder de permanente begeleiding van de soulmuziek waar zij en de rest van het gezin zo van houden.

Met precisie en aandacht laat Diana Tjin zien hoe Sheila opgroeit in een warm gezin en zich afvraagt waarom ze “typisch Aziatische benen” en steil haar heeft. Een meisje dat de grenzen aftast van wat mag van haar ouders, dat zich verzet tegen discriminerende taal, klassenverschil haarscherp aanvoelt, zich ergert aan leugens en afwijzing omdat ze echt wil leven en de wereld wil ontdekken. ‘Een Bijlmerliedje’ is een boek voor jonge lezers die willen proeven hoe het was om op te groeien voor een vorige generatie. Maar ook is het een boek voor oudere lezers die zichzelf in het verhaal en het tijdsbeeld zullen herkennen. Verre van nostalgisch gaat Diana Tjin terug in de tijd. Zonder vals sentiment zet zij een helder en persoonlijk beeld neer van een tiener op zoek naar een plek in de groep op school en in het Amsterdam van Bijlmer tot Paradiso.

Diana Tjin is geboren in Amsterdam (1961). Haar beide ouders zijn afkomstig uit Suriname. Ze heeft Klassieke Talen gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam en is werkzaam als Erfgoed-catalografe bij de Universiteitsbibliotheek. Zij debuteerde bij uitgeverij In de Knipscheer met ‘Het geheim van mevrouw Grünwald’ in 2017. ‘Een Bijlmerliedje’ is haar tweede roman.

Over ‘Het geheim van mevrouw Grünwald’:
‘… dit is meer dan een historische roman, het is ook een aangrijpend boek over kindermishandeling, van generatie op generatie. Over zwijgen en vluchten, over verdenkingen en beschuldigingen. Het is het huiveringwekkende relaas van het meisje Anna dat houvast zoekt, maar zelf moet uitzoeken hoe het allemaal zit, met gevaar voor lijf en leden.’ – Wim Bossema in de Volkskrant

‘… de auteur kiest niet voor de politieke, maar voor de menselijke kant. Zij levert op rustige en ook spannende wijze een interessant, universeel verhaal over oorlog en hoe mensen in de slechtste omstandigheden met elkaar om kunnen gaan.’ – Sonja Schulte in Dagblad van het Noorden

Het geheim van mevrouw Grünwald is een prachtige roman die een uiterst wrange geschiedenis beschrijft met soms haast surrealistische beelden. Hierdoor krijgen sommige scènes een betoverende schoonheid en gaat de roman verder dan een in meerdere landen spelend levensverhaal. Diana Tjin is een schrijfster waar we nog veel van mogen verwachten.’ – Ezra de Haan op Werkgroep Caraïbische Letteren

‘Diana Tjin weet met een eigen, karakteristieke stijl te schrijven en doet hopen dat er meer van dit soort boeiende, gelaagde boeken van haar hand zullen komen.’ – Estefania Pampin Zuidmeer in Het Latijns Amerika Magazine

Meer over Diana Tjin bij Uitgeverij In de Knipscheer

1e Jit Narain Lezing 2018

VoorplatWaarbenjedaar75Vrijdag 31 augustus 2018 in de Nieuwe Kerk, Den Haag:
De 1e Jit Narain Lezing zal worden verzorgd door prof. dr. Michiel van Kempen. Tijdens deze Lezing zal de Jit Narain Cultuurprijs worden uitgereikt aan de dichter Jit Narain. De Jit Narain Lezing is een jaarlijks terugkerende lezing over de Sarnámi cultuur in Nederland en Suriname. De Lezing zal alternerend worden georganiseerd in Nederland (Den Haag) en in Suriname (Paramaribo). De lezing zal gaan over onderwerpen die de Sarnámi cultuur in de meest brede zin raken. Hierbij zal de nadruk worden gelegd op taal, literatuur, cultuur, politieke emancipatie en geschiedenis van de Surinaamse Hindostanen in Nederland en Suriname. Het gaat dan niet alleen om de balans tot nu toe, maar vooral ook om de focus op toekomstige ontwikkelingen, gestoeld op de verdiensten uit het verleden en het heden. Aan deze lezing is ook de uitreiking van de Jit Narain Cultuurprijs gekoppeld. Bij deze gelegenheid zal door Jit Narain een exemplaar van zijn dichtbundel ‘Waar ben je daar / Báte huwán tu kahán’ worden aangeboden aan de burgemeester van Den Haag en een exemplaar aan de voorzitter van het curatorium van de Jit Narain Cultuurprijs. Uitgeverij In de Knipscheer is aanwezig met een boekentafel waarop de opnieuw uitgebrachte bundel Van Jit Narain te koop zal zijn. Toegang uitsluitend op uitnodiging van Het Curatorium van de Jit Narain Lezing. Vooraf aanmelden verplicht op jitnarainlezing@gmail.com. Locatie Nieuwe Kerk, Spui 175, 2511 BM Den Haag. Aanvang 20.00 uur precies (inloop vanaf 19.15 uur).
Klik hier voor de flyer
Klik hier voor de routebeschrijving
Meer over ‘Waar ben je daar / Báte huwán tu kahán’
Meer over Jit Narain op deze site
Meer Surinaams-Hindostaanse literatuur bij Uitgeverij In de Knipscheer

Jit Narain – Waar ben je daar/ Báte huwán tu kahán. Gedichten

VoorplatWaarbenjedaar75Jit Narain
Waar ben je daar/ Báte huwán tu kahán

gedichten
Suriname – Nederland
voorwoord Michiel van Kempen
gebrocheerd in omslag met flappen,
60 blz., € 15,00
ISBN 978-90-6265-618-9
eerste druk september 2018

Jit Narain (Livorno, Suriname, 1948) is opgeleid als huisarts in Leiden. In de jaren ’70 ontpopte hij zich als groot voorvechter van het Sarnámi, de taal van de Surinaamse Hindostanen. Hij debuteerde als dichter met ‘Dal Bhat Chatni’ [Gele erwten, rijst, chutney] (1977), waarna een tiental bundels volgde, ook in het Nederlands, als laatste ‘Rahan/Bestaan’ (2017). Ze verschenen hoofzakelijk in eigen beheer in Suriname.

In zijn poëzie bezingt hij de voorouders die van India kwamen en die zich als landbouwers uit de modder omhoog wisten te werken. Voorts is de tweede emigratie (naar Nederland) en het gevoel van ontworteling dat daaruit ontsproot een constante in zijn poëzie. Zijn rijpste werk onttrekt zich meer en meer aan het anekdotische, maar blijft dankzij de metafora sterk beeldend.

In 1988 verscheen zijn tot dan verzamelde poëzie in India. In 1991 ging Jit Narain definitief terug naar zijn geboorteland, waar hij in het district Saramacca een polikliniek opende en ook maatschappelijk en literair actief werd. In 1987 ontving Jit Narain de Ráhman Khán-prijs voor zijn poëzie. Michiel van Kempen ontving dezelfde prijs voor literatuurstudie. Bij die gelegenheid verscheen in Suriname de bundel Waar ben je daar/ Báte huwán tu kahán, Nederlandstalige poëzie met een vertaling in het Sarnámi. Bij gelegenheid van de eerste Jit Narain Cultuurprijs verschijnt van deze titel nu in Nederland een herziene editie. Daarmee is voor het eerst werk van Jit Narain ‘officieel’ in Nederland uitgegeven.

Meer over Jit Narain op deze site
Meer Surinaams-Hindostaanse literatuur bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Het onderstreept voor mij de urgentie, noodzakelijkheid en relevantie van ‘Ademhalen’.» – Peter Westenberg

Opmaak 1Over ‘Ademhalen’ van Karin Lachmising voor Routes-routibes, 28 juni 2018:
(…) ‘Ademhalen’ mengt talen. Sommige liedjes zijn in het Sarnami en het Nederlands wordt besproeid met Sranantongo. En ook al is het Nederlands de taal die door iedereen op het podium gesproken wordt, ze wordt niet gebracht als een homogene taal. Ze verbindt omdat er ruimte is voor diversiteit en alternatief. Omdat ze ruimte laat voor individuele verwoordingen. Meerdere mantra’s brengen meerstemmigheid binnen. De vrouwen vermengen hun stemmen tot één vocale expressie. Eén vrouw zingt, neuriet. Een andere vrouw praat daar overheen. Ik versta niet alles, maar dat is juist fijn. Een dans pauzeert het gesprek. Met ritmische, beheerste klassiek Indische Bharata Natyam bewegingen creëert een danseres een moment van vervoering. Dat schept belangrijke ruimte voor reflectie, het geeft de toeschouwer een moment om de indrukken te verwerken, om de tekst te koppelen aan haar of zijn eigen belevingswereld. Even diep inademen en rustig uitademen. (…) ‘Ademhalen’ zet aan tot spreken. Spreken laat ventileren, het laat toe ervaringen te delen. Spreken is ook een begin van actie, het mobiliseert en zet aan tot bewustwording, tot verandering. Het stuk legt de maatschappij aan een artistiek beademingsapparaat en geeft de nodige zuurstof om moeilijke zaken naar voren te brengen en bespreekbaar te maken.
Lees hier of hier de column
Meer over ‘Ademhalen’
Meer over Karin Lachmising op deze site

Interview met Karin Lachmising over ‘Ademhalen’

Opmaak 1Puwema Podcast (Paramaribo), 11 februari 2018:
In deze aflevering een gesprek met Karin Lachmising over haar boek ‘Ademhalen’. Haar jongste werk gaat over de kwetsbare tweederangspositie die vrouwen vaak bekleden in de samenleving.
Luister hiernaar de podcast
Meer over ‘Ademhalen’
Meer over Karin Lachmising op deze site