«Diana Tjin schreef een boek over haar tienerjaren in de Bijlmer.» – Andrea Huntjes

VoorplatBijlmerliedje-75Over ‘Een Bijlmerliedje’ van Diana Tjin in Folia, 19 februari 2019::
‘Amstel was voor mij een belangrijk station. Dit was het scharnierpunt tussen de Bijlmer en de stad. Vanaf hier stapte ik van de bus over op de tram en ging ik het centrum in. Ik heb hier vaak gewacht na feestjes, denkend aan de leuke jongens die er waren.’ Tegenwoordig werkt Diana Tjin bij de Universiteitsbibliotheek als erfgoed-catalograaf. Ze heeft klassieke talen gestudeerd aan de UvA. ‘Een Bijlmerliedje’ is haar tweede roman, nadat ze in 2017 debuteerde met ‘Het geheim van mevrouw Grünwald’. Haar tienerjaren speelden zich af in de Bijlmer. Een fijne tijd, vond ze, en dat wilde ze in haar boek duidelijk maken. Vandaag leg ik met haar de weg af die zij in de jaren zeventig dagelijks maakte: vanaf Amstel naar station Strandvliet, richting de flats van Dennenrode en eindigend bij de Bibliotheek aan het Bijlmerplein. ‘Een Bijlmerliedje’ gaat over Sheila, een pubermeisje dat opgroeit in de Bijlmer van de jaren zeventig. Dat klinkt bekend, ‘maar het is niet helemaal autobiografisch, hoor’, zegt Diana. Het boek is opgebouwd rondom muziek, de Bijlmerliedjes. ‘Mijn broers en ik gaven die naam vroeger aan muziek die we leuk vonden. Dan hoorden we een nieuw nummer op de radio en zeiden we: “Dit is echt een Bijlmerliedje!” Het is lichte soulmuziek, lekker vrolijk. Het moet een beetje dansbaar zijn.’ (…) Folia is het journalistieke medium van de Universiteit van Amsterdam (UvA).

Lees hier het hele artikel/interview
Meer over ‘Een Bijlmerliedje’
Meer over Diana Tjin

«Mooie mix van Nederlandse nuchterheid en Caribische passie.» – André Oyen

VoorplatWaarbenjedaar75Over ‘Waar ben je daar / Báte huwán tu kahán’ van Jit Narain op Lezers tippen lezers, 4 februari 2019:
Citaat: “hij bestond in vele gehelen soms vielen ze deels samen soms lagen ze ver uit elkaar”. (…) In zijn latere werk is Jit Narain een ‘denkend dichter’ geworden, die langs de weg van de poëzie de geschiedenis en het leven van de mens probeert te begrijpen en tegelijkertijd voortdurend de taak en de begrenzingen van poëzie onderzoekt. Een mooie mix van Nederlandse nuchterheid en Caribische passie.
Lees hier de signalering
Meer over ‘Waar ben je daar/Báte huwán tu kahán’
Meer over Jit Narain op deze site

‘En vindt in vrede rust tallentijd’: Shrinivási overleden

Shrinivasi75

Het leven van een mens
is als een luchtbel op de rivier
zonet nog zondoortinteld
is het plots uiteengespat

Op 26 januari 2019 overleed in Willemstad op Curaçao op 92-jarige leeftijd de in 1926 geboren Surinaamse dichter Shrinivási (Martinus Lutchman), nestor van de Surinaamse literatuur. Shrinivási was bij mijn weten het laatst in Nederland rond de jaarwisseling 2008/2009. In januari 2009 ontmoetten we hem op een bijeenkomst van vrienden, een plezierig weerzien nadat hij een paar jaar daarvoor een bezoek aan de uitgeverij had gebracht om de puntjes op de Hindoestaanse i te zetten van het manuscript Bapauti/Erfenis waarmee muzikant Raj Mohan in 2008 zou debuteren als dichter. Op die januaridag in 2009 overhandigde Shrinivási mij een gedicht, weliswaar aan mij gericht, maar in feite een eerbetoon aan de pleitbezorgers van literatuur uit verre contreien in onze westerse wereld. Het is Shrinivási ten voeten uit, bescheiden, nederig haast. Hij bedankt ons terwijl wij hém dank verschuldigd zijn voor al het dichterlijk moois dat hij ons gaf. En wat hij me nog in 2017 schreef, wens ik hem vandaag toe: ‘En vindt in vrede rust tallentijd’.

Van Shrinivási mocht de uitgeverij in 1984 een grote verzamelbundel uitgeven van 184 bladzijden, Een weinig van het andere, een prachtige door Geert Koefoed samengestelde bloemlezing uit zijn tot dan veelal in eigen beheer in Suriname uitgegeven dichtbundels. Het zou hem eindelijk ook in Nederland de erkenning opleveren die hem als dichter toekwam. Geert Koefoed bezorgde ook Shrinivási’s tweede door In de Knipscheer uitgegeven – en warm onthaalde – bundel Hecht en Sterk uit 2013. In 2014 zijn gedichten van Shrinivási en van Dobru en Trefossa op muziek gezet door Dave MacDonald en op DVD meegeleverd met de door Robert Sordam geëntameerde publicatie De stilte van het ongesproken woord.

Toen realiseerde bij zich
dat de rivier
toch maar één oever had
waarop hij stond
en naar de verte keek
waarin een beeld
uit vroegere dagen
langzaam maar zeker
was opgelost
zodat er toekomst
noch verleden was
verlangen niet
en eindelijk geen verdriet

franc knipscheer

Lees ook het IM van Michiel van Kempen op Caraïbisch Uitzicht
Meer over Shrinivási bij Uitgeverij In de Knipscheer

Etchica Voorn – Dubbelbloed (3de druk)

VoorplatDubbelbloed3dedruk-75Etchica Voorn
Dubbelbloed

biografische roman
Suriname – Nederland
gebrocheerd in omslag met flappen,
178 blz., € 17,50
Eerste druk 2017
Derde druk 2019
ISBN 978-90-6265-969-2

Bekroond met OPZIJ Literatuurprijs 2018

‘Voorn heeft het vermogen om in ragfijne trefzekere miniatuurtjes te schetsen wat het voor haar betekent om niet wit en niet zwart te zijn. Nergens larmoyant of sentimenteel tekent ze openhartig haar herinneringen op. Het schrijnt en schuurt in dit boek. Voorn hunkert, maar ze veroordeelt nooit. Dit plus haar vermogen om naast haar pijn, de rijkdom te zien van haar dubbele afkomst, maakt dat haar verhaal voor alle dubbelbloedigen maar ook voor enkelbloedigen invoelbaar wordt.’ – uit: Juryrapport OPZIJ Literatuurprijs 2018 in Opzij

‘Met haar roman Dubbelbloed won Etchica Voorn tot haar grote verrassing de Opzij Literatuurprijs 2018. Haar roman gaat over de rijkdom van een dubbele identiteit, maar ook over je nergens helemaal thuis voelen. De boodschap is universeel: je mag zijn wie je bent. Zwart, wit of iets ertussenin. ‘Ik heb het boek nooit als statement bedoeld’, besluit Voorn. ‘Maar dat is het toch geworden.’ En ‘halfbloed’ gaat wat haar betreft de geschiedenis in als het woord dat we in 2018 vervingen door ‘dubbelbloed’.’ – Sander Becker in Trouw

Meer over ‘Dubbelbloed’

Afscheid en uitvaart Bea Vianen

BeaVianen2 Foto Els Kirst

Op woensdag 16 januari 2019 vindt in Paramaribo de uitvaart plaats van de op zondag 6 januari overleden schrijfster Bea Vianen in de Congreshall aan het Onafhankelijkheidsplein. Van 14.30 uur tot 15.30 uur is er gelegenheid tot afscheid nemen. Aansluitend de uitvaartplechtigheid tot 16.00 uur met toespraken door Robby Parabirsing, voorzitter van S’77, en door drs. Lilian Ferrier, minister van OWC, een In Memoriam door Jerry Dewnarain en een dankwoord van de familie Vianen. Van 16.00 tot 16.30 uur is de uitvaartdienst o.l.v. ds. Michel Steward. De teraardebestelling is vanaf 17.00 uur op de RK Begraafplaats aan de Schietbaanweg. In Nederland vindt een bijeenkomst plaats op vrijdagavond 15 maart bij Vereniging Ons Suriname in Amsterdam ter herdenking van Bea Vianen, Michaël Slory en de dichter James ‘Bhai’ Ramlall (1935–2018), die eveneens op 83-jarige leeftijd overleed op 29 december 2018.
Meer over Bea Vianen op deze site

Bea Vianen is niet meer

data39982651-d7cddd Foto Els Kirst

Angst

Schrijven en dan wachten tot de schemering is ingetreden
Minder beschaamd om wat er mis ging met mimiek
En dat went. Misschien doe ik de kamer aan kant.
Haal ik wat boodschappen zoals twee eieren.
Misschien wel drie. Kan ik daarna vertrekken
Of zou het kunnen dat het mij nooit meer lukt?

De Surinaamse schrijfster Bea Vianen, geboren op 6 november 1935, is op 6 januari 2019 op 83-jarige leeftijd in Suriname overleden. Ik kreeg het vandaag te horen, zo kort nog na het overlijden van leeftijd- en landgenoot Michaël Slory. En toch schrik ik weer. Van 1969 t/m 1973 beleefde ze haar grote periode bij Uitgeverij Querido met de publicatie van vier romans waarin de Hindoestaanse migratie tot en met haar eigen komst naar Nederland een voornaam thema is. Vanaf 1984, toen we al tal van jongere Surinaamse schrijvers in ons fonds hadden, tot en met 1988 gaven we drie van deze vroege romans opnieuw uit. Immers, zij was een belangrijk schrijver, de vrouwelijke stem in de Surinaamse literatuur, die niet in de vergetelheid mocht raken. En natuurlijk in de hoop dat het heruitgeven van die drie romans tot nieuw proza zou kunnen leiden. Dat proza kwam er niet, wel twee dichtbundels Over de grens in 1986 en Op het laatst krijgen we met z’n allen donderop in 1989. De relatie tussen deze uitgeverij en haar was niet een heel gelukkige. In die jaren tachtig was zij nergens thuis en reisde ze in veel Zuid-Amerikaanse landen, Curaçao incluis, en raakte daar keer op keer in problemen. Dan werd ik midden in de nacht door de marechaussee gebeld of ik haar kon ophalen van Schiphol. En ik heb wat met haar in lange rijen voor loketten gestaan om het zoveelste paspoort of woonvergunning of uitkering te regelen. In de jaren negentig, toen de uitgeverij aan het Singel in Amsterdam huisde, stond ze ineens op de stoep met naast haar al haar schamele bezittingen. Nergens thuis, zeker niet meer in Nederland. Misschien dan toch het beste terug naar de moederschoot in Suriname. Strafhok of paradijs? Ik verscheepte haar gasfornuis, koelkast en andere huisraad naar Paramaribo en bracht haar letterlijk tot aan de deur van het vliegtuig. Ze was met mij te ver gegaan, over de grens. Dat voelde toen al als een noodzakelijk definitief afscheid en dat bleek het ook te zijn. Ik reageerde allergisch op haar, kon de telefoon niet opnemen als ze belde. Ik ben er niet fier op. Zo vervaagde ons rechtstreekse contact, zoals haar vele faxen hun kleur en leesbaarheid zijn kwijtgeraakt. Niet meer gesproken, niet meer gezien. Wél nog steeds gelezen: twee gedichten met trots gebloemleesd door Klaas de Groot in Grenzenloos, dat nog geen maand geleden het licht zag. Want wat een schrijfster was ze! En met recht verklaren vele van haar inmiddels talrijke opvolgers van latere generaties zich schatplichtig aan haar. Niet voor niets was Bea Vianen een van de auteurs aan wie Astrid H. Roemer in 2016 haar P.C. Hooftprijs opdroeg.

franc knipscheer

Meer over Bea Vianen bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Jaren 70-familie op een rake manier beschreven.» – André Oyen

VoorplatBijlmerliedje-75Over ‘Een Bijlmerliedje’ van Diana Tjin op Lezers tippen lezers, 1 november 2018:
(…) Een van de eersten die besloot om de onbekende geschiedenis van de Bijlmer in een roman te verwerken was Murat Isik, omdat hij het heersende clichébeeld wil doen kantelen, en omdat hij duidelijk wilde maken waarom de wijk is mislukt. (…) In haar tweede roman ‘Een Bijlmerliedje’ schildert ook schrijfster Diana Tjin een portret van de beginjaren van de Amsterdamse Bijlmer. (…) In kleine hoofdstukken schetst Tjin de coming of age van een jong meisje. (…) Daarnaast slaagt ze er goed in om het gezinsleven van een jaren 70 familie op een rake manier te beschrijven. Heel aangenaam is dat de rode draad in het boek de muziek, de zogenaamde ‘Bijlmerliedjes’, bovenal de soulmuziek uit de jaren 70 is. (…)
Lees hier de recensie
Meer over ‘Een Bijlmerliedje’
Meer over Diana Tjin

Speellijst Bijlmerliedjes in ‘Een Bijlmerliedje’

VoorplatBijlmerliedje-75Van Diana Tjin verscheen najaar 2018 ‘Een Bijlmerliedje’, haar tweede roman. Soulmuziek speelt een belangrijke rol in de roman, gesitueerd in de jaren zeventig van de vorige eeuw in een nog prille Bijlmer. In totaal 44 liedjes worden geciteerd en vormen samen de soundtrack bij deze roman over het leven van tiener Sheila en het gezin waarin ze opgroeit.
Klik hier voor chronologisch overzicht van in de roman genoemde/geciteerde muzieknummers
Luister hier naar deze soundtrack op Spotify
Meer over Een Bijlmerliedje
Meer over Diana Tjin bij Uitgeverij In de Knipscheer

Michiel van Kempen, de auteur, gedenkt Michaël Slory met gedicht

SloryPeterdeRijk foto Peter de Rijk

Bij het overlijden van Michaël Slory op Caraïbisch Uitzicht, 21 december 2018:
Behalve taalwetenschapper (hoogleraar Bijzondere leerstoel Nederlands-Caraïbische Letteren aan de Universiteit van Amsterdam) en in die hoedanigheid bezorger van de bij deze uitgeverij verschenen drie bloemlezingen van Michaël Slory, is Michiel van Kempen ook schrijver en dichter. Op de dag dat Slory stierf schreef hij het gedicht ‘De boom is gevallen’.
Lees hier of hier het gedicht
Meer over Michaël Slory bij Uitgeverij In de Knipscheer
Meer over Michiel van Kempen bij Uitgeverij In de Knipscheer

Michaël Slory bij In de Knipscheer

36114324_2010328522614938_8427580670682857472_n
24-06-2018

In alle overzichten van de Surinaamse letteren komt zijn naam voor. Zeven literaire onderscheidingen kreeg hij, waaronder de Literatuurprijs van Suriname. De sterkste keuze uit het omvangrijke en veelzijdige oeuvre van Michaël Slory (1935), een van Surinames grootste dichters, is gebloemleesd in drie verzamelbundels. ‘Ik zal zingen om de zon te laten opkomen’ (1991) bevat een selectie uit zijn ruim twintig bundels die Slory publiceerde in de eerste dertig jaar van zijn dichterschap. De sociale en politieke actualiteit, in Suriname en daarbuiten (Afrika, Viëtnam), de natuur en de schoonheid van de zwarte vrouw zijn steeds terugkerende thema’s in deze gedichten.

In ‘Torent een man hoog met zijn poëzie’ (2012) is een ruime keuze opgenomen van vooral zijn Nederlandstalige werk dat hij met name sinds 1995 heeft geschreven. Deze gedichten kenmerken zich door een veel persoonlijker thematiek. «Dichters als Michaël Slory leven om te dichten. Eigenlijk is de man niets anders dan poëzie. De twee bloemlezingen vormen een ode aan de liefde en Suriname en behoren tot de beste poëzie die in Zuid-Amerika is geschreven.» – Ezra de Haan op Literatuurplein

In het jaar dat Slory in Suriname aan de bundel ‘Torent een man hoog met zijn poëzie’ werkte, sprak radioprogrammamaakster Rogeria Burgers uitgebreid met Michaël Slory aan De Waterkant, de straat in Paramaribo langs de Surinamerivier. Het werd een fascinerend gesprek waarin Slory ‘niet boos maar ontgoocheld’ honderduit vertelt over wat hem in zijn lange dichtersleven geraakt heeft en hem tot op de dag vandaag bezighoudt. Aan de cd ‘Aan De Waterkant’ (2013) is een geïllustreerde booklet toegevoegd waarin Michiel van Kempen, bezorger van de bloemlezingen ‘Ik zal zingen om de zon te laten opkomen’, ‘Torent een man hoog met zijn poëzie’ en ‘Alsof men alles loslaat’ Michaël Slory portretteert. «Het blijft boeiend om naar Slory te luisteren, vanwege zijn poëtische toon, de voordrachten en de muziekfragmenten van Ronald Snijders. Slory’s verstrooidheid ontroert en zorgt regelmatig voor een lach. Al met al een pijnlijk relaas van de dichter des vaderlands, wiens naam vele malen groter is dan de waardering die hij ervaart en die gewild had dat zijn liefdespoëzie meer praktijk was.» – Iwan Brave in De Ware Tijd Kunst & Cultuur

«‘Zoeken naar Slory’ van E. de Haan (2014) is een lyrische documentaire waar een publiek van kan genieten dat veel breder is dan alleen de literaire fijnproevers.» – Albert Hagenaars op De Verborgen Hoek. «Als een echte Stanley is De Haan op zoek naar zijn Livingstone, de dichter Slory. Vlak voor zijn terugkeer naar Nederland ontmoet De Haan zijn idool dan toch op het terras van een restaurant. Hij ontdekt spoedig dat Slory eigenlijk Suriname is! Het water van de rivieren is zijn bloed, zijn stem de wind en zijn lichaam de aarde. Zijn geest zou je het ideaal kunnen noemen waaraan Suriname zou moeten werken, maar dat door de omstandigheden in de ijskast terecht is gekomen. » – Karel Wasch op Leestafel

45 van de 50 gedichten in ‘Alsof men alles loslaat’ (2018) werden niet eerder gepubliceerd. Proza schreef Michaël Slory maar heel weinig. Hij heeft een aantal korte prozaschetsen aan het Surinaamse dagblad De Ware Tijd bijgedragen. Daaruit is in deze bundel een kleine selectie opgenomen

978-90-6265-339-3 Ik zal zingen om de zon te laten opkomen (1991)
978-90-6265-806-0 Torent een man hoog met zijn poëzie (2012)
978-90-6265-612-7 Aan de Waterkant. Rogeria Burgers praat met Michaël Slory. docu-cd (2013)
978-90-6265-869-2 Zoeken naar Slory. Een reis door verrassend Suriname. E. de Haan (2014)
978-90-6265-993-7 Alsof men alles loslaat (2018)

Meer over Michaël Slory bij Uitgeverij In de Knipscheer