Bea Vianen – Op het laatst krijgen wij met z’n allen donderop

Vianen-Op-het-laatstBea Vianen
Op het laatst krijgen wij met z’n allen donderop

Gedichten
Suriname
ISBN 978 90 6265 309 6
€ 15,00
Eerste uitgave 1989
(verkrijgbaar bij uitgever)

In Op het laatst krijgen wij met z’n allen donderop zet Bea Vianen de lijn van haar vorige bundel, Over de grens. Gedichten 1976-1986, consequent voort. Ook deze gedichten zijn de persoonlijke, door cultuur, achtergrond, historie en milieu bepaalde, observaties van een rusteloze vrouw op zoek naar vrijheid maar bestookt door angst, verwarring en vervreemding – indringende, soms aangrijpend poëzie, met in sfeertekening en woordgebruik de onmiskenbare signatuur van Bea Vianen.

Bea Vianen (Paramaribo, 1935 – RK Hindu) leefde in Suriname, Nederland, Bolivia, Columbia, Peru en Ecuador. Tot nu toe publiceerde zij drie dichtbundels en vijf romans.

Bea Vianen – Sarnami, hai

90-6265-289-1Bea Vianen
Sarnami, hai.

Roman, Suriname
Uitgebreid met Nawoord van Jos de Roo
Paperback, 176 blz., € 13,50
ISBN 90-6265-289-1
Derde, verbeterde druk november 1988
Uitgeverij In de Knipscheer, uitverkocht

Sarnami, Hai (Suriname, ik ben) is een klassieke roman over volwassen worden en het zoeken naar identiteit. De hoofdpersoon, het meisje Sita, is de kleindochter van de uit India afkomstige contractarbeiders, maar veel meer over haar verleden weet ze niet. Het zoeken naar haar eigen geschiedenis wordt in de loop van het verhaal (via gewone gebeurtenissen in het ongewone Suriname van de jaren vijftig) steeds meer een gevecht voor een toekomst, die met een studie in Nederland moet beginnen.
Bea Vianen (Paramaribo, 1935 – RK Hindu) debuteerde in 1966 met het dichtbundeltje Cautal. In de periode 1969-1974 publiceerde zij behalve Sarnami, Hai drie romans en een dichtbundel: Strafhok (1970), Ik eet, ik eet, tot ik niet meer kan (1972, 1984*), Het paradijs van Oranje (1973, 1985*) en in 1974 Liggend stilstaan bij blijvende momenten. In 1979 verscheen nog de roman Geen onderdelen en in 1986 en 1989 de dichtbundels Over de grens* en Op het laatst krijgen wij met z’n allen donderop*.]

(*) Ook verschenen bij Uitgeverij In de Knipscheer

Meer over Bea Vianen op deze site

Bea Vianen – Over de grens. Gedichten 1976-1986

voorplatOverdegrens-75Bea Vianen
Over de grens. Gedichten 1976-1986

Gedichten
Suriname
ISBN 978 90 6265 231 0
€ 15,00
Eerste uitgave 1986

Bea Vianen (Paramaribo, 1935 – RK Hindu) debuteerde in 1966 met het dichtbundeltje Cautal. In de periode 1969-1974 publiceerde zij vier romans en een dichtbundel: Sarnami, hai (1969), Strafhok (1970), Ik eet, ik eet, tot ik niet meer kan (1972, 1984) Het paradijs van Oranje (1973, 1985) en Liggend stilstaan bij blijvende momenten (1974). In 1979 verscheen nog de roman Geen onderdelen.

Vanaf 1976 heeft Bea Vianen, met enkele korte onderbrekingen, in Zuid-Amerika gereisd en gewoond: Bolivia, Columbia, Peru, (vanwaar zij in 1979 een uitgebreide reportage schreef, die als speciale bijlage in Avenue werd gepubliceerd) en Ecuador. Medio 1986 kwam ze weer terug naar Nederland, met een schat aan gedichten en verhalen.

Over de grens. Gedichten 1976-1986, haar eerst publicatie sinds 1979, bestaat uit twee delen: Caribisch Reliëf met in hoofdzaak gedichten die herinneringen aan en gedachten over Suriname omvatten – en Zuidamerikaans Reliëf – met registraties van waarnemingen en ervaringen over de grens van landen en werelden. Poëzie met krachtige, soms fascinerende beelden, sprankelende details en onverwachte associaties, die een tweede bloeiperiode in het literaire leven van Bea Vianen lijkt in te luiden.

Hugo Pos – De ziekte van Anna Printemps

90-6265-257-3HUGO POS
De ziekte van Anna Printemps

Nederland – Suriname Verhalen
144 blz., paperback € 12,50
ISBN: 90-6265-257-3
Eerste uitgave 1987

Twee jaar na zijn enthousiast onthaalde debuut Het doosje van Toeti verrast Hugo Pos (Paramaribo, 1913) met een nieuwe verhalenbundel, De ziekte van Anna Printemps.
Was in zijn eersteling de herinnering aan zijn jongensjaren in Paramaribo het uitgangspunt voor de verhalen, in De ziekte van Anna Printemps heeft Pos meer variatie nagestreefd. Niet alleen omspant het boek een langere periode (van Paramaribo in de jaren twintig, via Europa vóór en Zuidoost-Azië aan het eind van de Tweede Wereldoorlog, naar het Suriname van de jaren vijftig en zestig), bovendien speelt de factor fictie een grotere rol, ook in de verhalen die in de ik-vorm zijn geschreven.

Maar natuurlijk zijn er vooral overeenkomsten: de ‘toevallige’ details,, de speels-filosofische ondertoon en de subtiele verteltrant. Wat over Het doosje van Toeti is geschreven gaat dan ook niet minder op voor De ziekte van Anna Printemps: `Slechts zelden zijn in de Nederlandse literatuur de grote thema’s uit het leven zo lichtvoetig en schijnbaar achteloos, maar daardoor niet minder indringend beschreven… Stuk voor stuk briljante verhalen die ertoe uitnodigen de ander deelgenoot te maken van je leesgenot.’

Hugo Pos / Jos de Roo – Oost en West en Nederland

90-6265-229-8HUGO POS/JOS DE ROO
Oost en West en Nederland

Nederland – Suriname Episodes
176 blz., paperback € 13,50
ISBN: 90-6265-229-8
Eerste uitgave 1986

Door een aaneenschakeling van toevalligheden was Hugo Pos (Paramaribo, 1913) ooggetuige van bijzondere historische gebeurtenissen: de evacuatie van de Engelsen bij Duinkerken in 1940, de aankomst van het eerste Nederlandse schip op Java na de oorlog, de berechting van oorlogsmisdadigers en de confrontatie met het pas verslagen Japan, het begin van het onafhankelijkheidsstreven in Suriname.
Vooral zijn ervaringen in het Verre Oosten illustreren de persoonlijke dilemma’s van de enkeling die in de maalstroom van grote historische processen terechtkomt. Als lid van de geallieerde strijdkrachten in de Stille Oceaan werd Hugo Pos aanklager bij processen tegen Indonesiërs die zich in de oorlog niet loyaal tegenover hun voormalige Nederlandse meesters hadden opgesteld. Met het besef dat de koloniale politiek hem van bevrijder tot bezetter dreigde te maken, vertrok Hugo Pos uit het oosten, om in Suriname en Nederland als rechter te gaan werken.
In 1985 debuteerde hij op 71-jarige leeftijd als schrijver met de verhalenbundel Het doosje van Toeti, gebaseerd op zijn vroege jeugd in Paramaribo.

Jos de Roo publiceerde eerder het Antilliaans literair logboek en De tijd zal het leren (over Sarnami hai van Bea Vianen). Hij heeft met Hugo Pos een serie gesprekken gevoerd over diens leven, die door Radio Nederland Wereldomroep – met name voor het publiek in Suriname – zijn uitgezonden. Oost en West en Nederland is een bewerking van deze gesprekken, met de nadruk op de oorlogsjaren.

voorplatOverdegrens-75Bea Vianen
Over de grens. Gedichten 1976-1986

Gedichten
Suriname
ISBN 978 90 6265 231 0
€ 15,00
Eerste uitgave 1986

Bea Vianen (Paramaribo, 1935 – RK Hindu) debuteerde in 1966 met het dichtbundeltje Cautal. In de periode 1969-1974 publiceerde zij vier romans en een dichtbundel: Sarnami, hai (1969), Strafhok (1970), Ik eet, ik eet, tot ik niet meer kan (1972, 1984) Het paradijs van Oranje (1973, 1985) en Liggend stilstaan bij blijvende momenten (1974). In 1979 verscheen nog de roman Geen onderdelen.

Vanaf 1976 heeft Bea Vianen, met enkele korte onderbrekingen, in Zuid-Amerika gereisd en gewoond: Bolivia, Columbia, Peru, (vanwaar zij in 1979 een uitgebreide reportage schreef, die als speciale bijlage in Avenue werd gepubliceerd) en Ecuador. Medio 1986 kwam ze weer terug naar Nederland, met een schat aan gedichten en verhalen.

Over de grens. Gedichten 1976-1986, haar eerst publicatie sinds 1979, bestaat uit twee delen: Caribisch Reliëf met in hoofdzaak gedichten die herinneringen aan en gedachten over Suriname omvatten – en Zuidamerikaans Reliëf – met registraties van waarnemingen en ervaringen over de grens van landen en werelden. Poëzie met krachtige, soms fascinerende beelden, sprankelende details en onverwachte associaties, die een tweede bloeiperiode in het literaire leven van Bea Vianen lijkt in te luiden.

Shrinivasi – Een weinig van het andere

SHRINIVASI
Een weinig van het andere
Suriname / Poëzie
Gebonden, 183 blz., 17,90
ISBN 978-90-6265-174-0
Eerste druk 1984
Uitverkocht

Shrinivasi (ps. van M.H. Lutchman) is een van Surinames belangrijkste dichters, Hij heeft – zoals velen in Suriname zijn bundels tot nu toe in eigen beheer uitgegeven, waardoor hij in Nederland nooit de erkenning heeft gekregen die hem toekomt. Met de uitgave van Een weinig van het andere – een door Geert Koefoed ingeleide en samengestelde bloemlezing – komt daar hopelijk verandering in.
Shrinivasi’s poëzie is bij uitstek Surinaamse poëzie, Derde Wereldpoëzie dus, maar niet in de beperkte zin van politiek geëngageerd. Zijn werk omvat weliswaar geëngageerde gedichten – wanneer hij zijn pijn en bitterheid uit over alle vormen van buitenlands en binnenlands kolonialisme (uitbuiting, corruptie, discriminatie op de kaste, kleur en godsdienst) – maar laat ook zien welke winst het samenwonen van verschillende culturen in één samenleving kan opleveren. Zijn taak als dichter is niet alleen de ‘vervuilende’ machtsmechanismen bloot te leggen en aan te klagen, maar ook de grandioze mogelijkheden die er desondanks zijn, om schoonheid, eenheid, het verhevene in mens en cultuur te ervaren, in poëzie gestalte te geven.

Bea Vianen – Ik eet, ik eet, tot ik niet meer kan

Bea Vianen
Ik eet, ik eet, tot ik niet meer kan

Roman
Suriname
Tweede druk oktober 1984
ISBN 978 90 6265 172 6
€ 15,00

Ik eet, ik eet, tot ik niet meer kan is de eerste van een reeks heruitgaven van de vroege romans van de Surinaamse schrijfster Bea Vianan (Paramaribo, 1935). Deze, haar derde na Sarnami hai en Strafhok dateert uit 1972 en vertelt de geschiedenis van enkele schooljongens in een stadsinternaat. In heel treffende bewoordingen laat Bea Vianen zien hoe de dubbele moraal en de armoede hun invloed hebben op het doen en laten van de schooljongens – die uit verschillende bevolkingsgroepen afkomstig zijn – en hoe de vooroordelen verdwijnen in gezamenlijk verzet tegen de ouderen.

Dit schrijnende, sombere, maar aan het slot toch enigszins hoopvolle verhaal krijgt er een dimensie bij doordat men al spoedig beseft dat Bea Vianen met het internaat, waarin men de jeugd tracht klein te houden, een situatie heeft beschreven die op heel Suriname van toepassing is.

Aldert Walrecht schreef over deze roman: ‘In dit “eetboek” zit voor de fijnproever een maaltijd verborgen, waarin hij steeds meer ingredienten ontdekt.’ En Rabin Gangadin over haar oevre: ‘Vianen geeft in haar werken, die de indruk wekken van aan het werkelijke leven ontleende verhalen, de kleur, het aanschijn en de bewogenheid van het ware Suriname.’

Edgar Cairo – Dat vuur der grote drama’s

90-6265-117-8EDGAR CAIRO
Dat vuur der grote drama’s

Suriname/Nederland Roman
Paperback, 474 blz.,
ISBN 90-6265-117-8
Eerste druk 1982

In een heerlijke taal die even gemakkelijk leest als het Nederlands en toch net zo virtuoos klinkt als Cairo’s eigenljke taal (het Surinaams-Nederlands), neemt Dat vuur der grote Drama’s de lezer mee naar twee wonderlijke werelden: Nederland anno 1982 en een voormalige Nederlandse kolonie – ver weg in de ‘gouden’ zeventiende eeuw.

In een Nederlandse stadswijk vol minderheden zorgen een zwarte jongen en een blank meisje in sprankelende scènes voor tal van conflictsituaties. Met hun humor en tederheid belichamen zij de liefde op menselijke wijze en brengen daardoor onweerstaanbaar een veelomvattender emancipatieproces op gang waaraan niet één van de vele bevolkingsgroepen in die fascinerenee wijk zich kan onttrekken en dat tevens haarscherp de onmenselijke kanten van een moderne maatschappij blootlegt. En één van die minderheden is die Nederlandse oorspronkelijke bewonder, de ‘inboorling’.
Drie eeuwen vroeger in de Berbice, zou een van zijn voorvaderen een ‘aanboorling’ geweest kunnen zijn, toen de Vereenigde Provinciën de scepter zwaaide over het huidige land Guyana.

Zo worden twee spannende verhalen over leven en liefde tussen zwart en blank – daar en hier, toen en nu – versmolten tot een meeslepend leesavontuur dat grote historische verbanden tussen naties en culturen zichbaar maakt, in een stijl die westerse literair tradities met Caribische vertelkunst verenigt.

Edgar Cairo – Als je hoofd is geboord. Krantencolumns 2

90-alsjehoofdisgeboordEdgar Cairo
Als je hoofd is geboord. Krantencolumns 2

Suriname/Nederland. Columns
Paperback, 160 blz.
ISBN 90-6265-089 9
Eerste druk 1981
Uitverkocht; nog beperkt leverbaar rechtstreeks bij de uitgever

Van iemand die slecht z’n dinges onthoudt, iemand die niet in de gaten heeft, waar mensen ’t in een bepaalde kwestie over hebben, zegt men Zijn hoofd is geboord – hij heeft als het ware een gat in z’n verstand.

Zo begint Edgar Cairo zijn inleiding tot deze tweede bundeling Volkskrant-columns, waarin hij andermaal ingaat op de Surinaams-Nederlandse taalsituatie, o.a. middels het uitgebreide essay ‘Een bufferkultuur voor minderheden’ dat in 1981 werd gepubliceerd in het weekblad De Groene Amsterdammer.

Enkel al ‘die vrijpostige, heerlijksappige, hoofdbrekerige, schandaalbarige, ogenopende, krasdadige, allemachtig wreedadig mooie stukjes uit de Volkstrant’ waarin de Surinaamse en Nederlandse actualiteit op de voet gevolgd wordt, zijn een bundeling waard. Maar juist de combinatie met de inleiding, waardoor theorie en praktijk samengaan, maakt Als je hoofd is geboord tot een volwaardig boek en een ideale introductie voor hen die zich niet eerder aan een roman van Edgar Cairo hebben ‘gewaagd’!