voorplatOverdegrens-75Bea Vianen
Over de grens. Gedichten 1976-1986

Gedichten
Suriname
ISBN 978 90 6265 231 0
€ 15,00
Eerste uitgave 1986

Bea Vianen (Paramaribo, 1935 – RK Hindu) debuteerde in 1966 met het dichtbundeltje Cautal. In de periode 1969-1974 publiceerde zij vier romans en een dichtbundel: Sarnami, hai (1969), Strafhok (1970), Ik eet, ik eet, tot ik niet meer kan (1972, 1984) Het paradijs van Oranje (1973, 1985) en Liggend stilstaan bij blijvende momenten (1974). In 1979 verscheen nog de roman Geen onderdelen.

Vanaf 1976 heeft Bea Vianen, met enkele korte onderbrekingen, in Zuid-Amerika gereisd en gewoond: Bolivia, Columbia, Peru, (vanwaar zij in 1979 een uitgebreide reportage schreef, die als speciale bijlage in Avenue werd gepubliceerd) en Ecuador. Medio 1986 kwam ze weer terug naar Nederland, met een schat aan gedichten en verhalen.

Over de grens. Gedichten 1976-1986, haar eerst publicatie sinds 1979, bestaat uit twee delen: Caribisch Reliëf met in hoofdzaak gedichten die herinneringen aan en gedachten over Suriname omvatten – en Zuidamerikaans Reliëf – met registraties van waarnemingen en ervaringen over de grens van landen en werelden. Poëzie met krachtige, soms fascinerende beelden, sprankelende details en onverwachte associaties, die een tweede bloeiperiode in het literaire leven van Bea Vianen lijkt in te luiden.

Shrinivasi – Een weinig van het andere

SHRINIVASI
Een weinig van het andere
Suriname / Poëzie
Gebonden, 183 blz., 17,90
ISBN 978-90-6265-174-0
Eerste druk 1984
Uitverkocht

Shrinivasi (ps. van M.H. Lutchman) is een van Surinames belangrijkste dichters, Hij heeft – zoals velen in Suriname zijn bundels tot nu toe in eigen beheer uitgegeven, waardoor hij in Nederland nooit de erkenning heeft gekregen die hem toekomt. Met de uitgave van Een weinig van het andere – een door Geert Koefoed ingeleide en samengestelde bloemlezing – komt daar hopelijk verandering in.
Shrinivasi’s poëzie is bij uitstek Surinaamse poëzie, Derde Wereldpoëzie dus, maar niet in de beperkte zin van politiek geëngageerd. Zijn werk omvat weliswaar geëngageerde gedichten – wanneer hij zijn pijn en bitterheid uit over alle vormen van buitenlands en binnenlands kolonialisme (uitbuiting, corruptie, discriminatie op de kaste, kleur en godsdienst) – maar laat ook zien welke winst het samenwonen van verschillende culturen in één samenleving kan opleveren. Zijn taak als dichter is niet alleen de ‘vervuilende’ machtsmechanismen bloot te leggen en aan te klagen, maar ook de grandioze mogelijkheden die er desondanks zijn, om schoonheid, eenheid, het verhevene in mens en cultuur te ervaren, in poëzie gestalte te geven.

Bea Vianen – Ik eet, ik eet, tot ik niet meer kan

Bea Vianen
Ik eet, ik eet, tot ik niet meer kan

Roman
Suriname
Tweede druk oktober 1984
ISBN 978 90 6265 172 6
€ 15,00

Ik eet, ik eet, tot ik niet meer kan is de eerste van een reeks heruitgaven van de vroege romans van de Surinaamse schrijfster Bea Vianan (Paramaribo, 1935). Deze, haar derde na Sarnami hai en Strafhok dateert uit 1972 en vertelt de geschiedenis van enkele schooljongens in een stadsinternaat. In heel treffende bewoordingen laat Bea Vianen zien hoe de dubbele moraal en de armoede hun invloed hebben op het doen en laten van de schooljongens – die uit verschillende bevolkingsgroepen afkomstig zijn – en hoe de vooroordelen verdwijnen in gezamenlijk verzet tegen de ouderen.

Dit schrijnende, sombere, maar aan het slot toch enigszins hoopvolle verhaal krijgt er een dimensie bij doordat men al spoedig beseft dat Bea Vianen met het internaat, waarin men de jeugd tracht klein te houden, een situatie heeft beschreven die op heel Suriname van toepassing is.

Aldert Walrecht schreef over deze roman: ‘In dit “eetboek” zit voor de fijnproever een maaltijd verborgen, waarin hij steeds meer ingredienten ontdekt.’ En Rabin Gangadin over haar oevre: ‘Vianen geeft in haar werken, die de indruk wekken van aan het werkelijke leven ontleende verhalen, de kleur, het aanschijn en de bewogenheid van het ware Suriname.’

Edgar Cairo – Dat vuur der grote drama’s

90-6265-117-8EDGAR CAIRO
Dat vuur der grote drama’s

Suriname/Nederland Roman
Paperback, 474 blz.,
ISBN 90-6265-117-8
Eerste druk 1982

In een heerlijke taal die even gemakkelijk leest als het Nederlands en toch net zo virtuoos klinkt als Cairo’s eigenljke taal (het Surinaams-Nederlands), neemt Dat vuur der grote Drama’s de lezer mee naar twee wonderlijke werelden: Nederland anno 1982 en een voormalige Nederlandse kolonie – ver weg in de ‘gouden’ zeventiende eeuw.

In een Nederlandse stadswijk vol minderheden zorgen een zwarte jongen en een blank meisje in sprankelende scènes voor tal van conflictsituaties. Met hun humor en tederheid belichamen zij de liefde op menselijke wijze en brengen daardoor onweerstaanbaar een veelomvattender emancipatieproces op gang waaraan niet één van de vele bevolkingsgroepen in die fascinerenee wijk zich kan onttrekken en dat tevens haarscherp de onmenselijke kanten van een moderne maatschappij blootlegt. En één van die minderheden is die Nederlandse oorspronkelijke bewonder, de ‘inboorling’.
Drie eeuwen vroeger in de Berbice, zou een van zijn voorvaderen een ‘aanboorling’ geweest kunnen zijn, toen de Vereenigde Provinciën de scepter zwaaide over het huidige land Guyana.

Zo worden twee spannende verhalen over leven en liefde tussen zwart en blank – daar en hier, toen en nu – versmolten tot een meeslepend leesavontuur dat grote historische verbanden tussen naties en culturen zichbaar maakt, in een stijl die westerse literair tradities met Caribische vertelkunst verenigt.

Edgar Cairo – Als je hoofd is geboord. Krantencolumns 2

90-alsjehoofdisgeboordEdgar Cairo
Als je hoofd is geboord. Krantencolumns 2

Suriname/Nederland. Columns
Paperback, 160 blz.
ISBN 90-6265-089 9
Eerste druk 1981
Uitverkocht; nog beperkt leverbaar rechtstreeks bij de uitgever

Van iemand die slecht z’n dinges onthoudt, iemand die niet in de gaten heeft, waar mensen ’t in een bepaalde kwestie over hebben, zegt men Zijn hoofd is geboord – hij heeft als het ware een gat in z’n verstand.

Zo begint Edgar Cairo zijn inleiding tot deze tweede bundeling Volkskrant-columns, waarin hij andermaal ingaat op de Surinaams-Nederlandse taalsituatie, o.a. middels het uitgebreide essay ‘Een bufferkultuur voor minderheden’ dat in 1981 werd gepubliceerd in het weekblad De Groene Amsterdammer.

Enkel al ‘die vrijpostige, heerlijksappige, hoofdbrekerige, schandaalbarige, ogenopende, krasdadige, allemachtig wreedadig mooie stukjes uit de Volkstrant’ waarin de Surinaamse en Nederlandse actualiteit op de voet gevolgd wordt, zijn een bundeling waard. Maar juist de combinatie met de inleiding, waardoor theorie en praktijk samengaan, maakt Als je hoofd is geboord tot een volwaardig boek en een ideale introductie voor hen die zich niet eerder aan een roman van Edgar Cairo hebben ‘gewaagd’!