Gedicht van Peter Abspoel

TeruglopendwaterIn zijn bijna dagelijkse Facebookbericht memoreert Wim van Til, oprichter van en coördinator bij Poëziecentrum Nederland, de geboorte- en sterfdagen van Nederlandstalige dichters. Het is vandaag (5 maart 2021) de geboortedag van onder anderen Arthur van Schendel, Koos van Zomeren, Herlinda Vekemans en Jurre van den Berg. Niét in dit rijtje staat vertaler en dichter Peter Abspoel (1962). Bij wijze van felicitatie kiest Wim van Til voor een gedicht van Herlinda Vekemans; uitgeverij In de Knipscheer kiest in dit bericht voor het gedicht ‘Frequenter dan de maan’ van Peter Abspoel uit zijn bij deze uitgeverij verschenen bundel ‘Teruglopend water’ (In de Knipscheer, 1991).

Frequenter dan de maan

Frequenter dan de maan
werd ik opgeslokt
en ook vandaag
stond ik weer op,

vond een nieuw
imaginair theater,
een onwennig lichaam,
een voorwereldlijke boekenkast.

Ging ik zitten in mijn stoel,
voelde, duizelend, ik
hem draaien om mijn as
en zeewaarts drijven.

Meer over ‘Teruglopend water’
Meer over Peter Abspoel bij Uitgeverij In de Knipscheer

Peter Abspoel – Teruglopend water, Gedichten

TeruglopendwaterPeter Abspoel
Teruglopend water
Gedichten 1982-1986

Nederland
ingenaaid, 128 blz., € 17,50
ISBN 978 90 6265 343 0 NUR 306
eerste uitgave 1991

De gedichten in Teruglopend water zijn de bouwstenen van een soort innerlijke geschiedenis. Men kan hieronder twee dingen verstaan: de registratie van wat er in een persoon omging gedurende een bepaalde tijd, maar ook de innerlijke weerspiegeling van de geschiedenis van een tijdvak. Teruglopend water is beide. De tijdgeest grijpt het individu aan, om precies te zijn die van de Koude oorlog. Het klimaat van die periode wordt gekenschetst in regels als:

In den beginne
was een stap;
de rest is de loper
die losschoot van de trap.

Maar het individu worstelt ook met de tijdgeest, en dat is een ander verhaal. De gedichten vormen het verslag, zegt de dichter, ‘van een van de pogingen om, hoewel er weinig te verinnerlijken viel dan het kale landschap van de macht, ergens een onderkomen voor de ervaring te vestigen dat niet bij voorbaat uitgewoond zou zijn.’ Dat onderkomen vindt hij niet de poëzie zelf, maar de poëzie sterkt hem wel als hij tracht de tijdgeest een beschouwingswijze te ontfutselen die trouw is aan de dimensies van de menselijke existensie. Via een soort osmose neemt bij betekenissen op waarvoor elk kind van zijn tijd terugdeinst, maar die desalniettemin voor elk mens voor zich blijven spreken. De poëzie helpt de dichter zo tot de slotsom te komen: ‘slechts iets onwaarschijnlijks / kan nog waar worden.’
De bundel bestaat uit een aantal cycli en één episch gedicht: lyrisch, ironisch, kritisch, ingekeerd, beschouwelijk, betogend…
Meer over Peter Abspoel op deze site