Bruna en de boeken van Eric de Brabander.

BrunaEric2-10-15Over de romans van Eric de Brabander in Bruna Curaçao, 4 juni 2017:
Winkelketen Bruna heeft ook een ‘filiaal’ op Curaçao, vooral gericht op de toerist uit Nederland. Het is bijzonder te merken dat die Nederlanders in de Curaçaose context gemakkelijker een Nederlandse roman willen lezen van een Curaçaoënaar dan zij dat zouden doen in Nederland. Natuurlijk, de romans van de grote drie van de Curaçaose literatuur, Frank Martinus Arion, Tip Marugg en Boeli van Leeuwen en in wat mindere mate ook van Erich Zielinski (allen overleden) vinden of hebben hun weg ook wel naar de Nederlandse lezer in Nederland gevonden, maar hun opvolgers, zoals Eric de Brabander, zijn nog bezig hun vaste plek in de Nederlandse boekhandel te veroveren. De ons gemailde foto laat zien hoe prominent de in Nederland minder bekende Nederlandse literatuur op Curaçao kan zijn. In de display ziet u op de plekken 1 t/m 4 achtereenvolgens de volgende romans van Eric de Brabander: ‘Het dilemma van Otto Warburg’, ‘De supermarkt van Vieira’, ‘Hot Brazilian Wax’, ‘Het hiernamaals van Dona Lisa’. Op een gedeelde 5de rij ‘Dubbelspel’ van Frank Martinus Arion en ‘De koloniale speeltuin’ van Miriam Sluis.
Klik hier voor grotere afbeelding
Meer over ‘Het dilemma van Otto Warburg’
Meer over ‘De supermarkt van Vieira’
Meer over ‘Hot Brazilian Wax’
Meer over ‘Het hiernamaals van Dona Lisa’

«Ik ga, na al die jaren, álles van Van Leeuwen lezen.» – Chrétien Breukers

BoelivanLeeuwen8‘Van boek naar boek: Boeli van Leeuwen’ op Weblog van Chrétien Breukers, 3 mei 2017:
Ik herinner mij een gesprek met Jos Knipscheer. Eind jaren tachtig (van de vorige eeuw). Het ging over de romans van Tip Marugg en Boeli van Leeuwen. Volgens mij was Marugg net genomineerd voor een grote prijs. Dat vond Jos Knipscheer weliswaar terecht, maar toch beviel het hem niet dat Van Leeuwen niet genomineerd was. (…) Drie boeken las ik van Boeli van Leeuwen: Schilden van leem, De rots der struikeling en De eerste Adam. Jaren had ik niet aan hem, of aan zijn werk gedacht, tot gisteren. (…) Ik bekeek het slotstuk van de trilogie: De indiaan baarde een neger ( hier is een en ander terug te zien ) en haalde de boeken van Van Leeuwen tevoorschijn. Ik hoorde de stem van Knipscheer weer mopperen. (…) Gisteravond herlas ik Schilden van leem bijna helemaal. In één ademtocht, desgewenst. Ik ga, na al die jaren, alles van Van Leeuwen lezen. Het is zo ver. Lezen is iets vreemds: je springt van boek naar boek, zonder plan of systeem, en hoe je precies bij schrijvers terechtkomt, of om welke reden: het blijft een raadsel.
Lees hier het betreffende blog
Meer van Chrétien Breukers op deze site
Meer over Boeli van Leeuwen op deze site

«Het carnaval van Ricardo Bonifacio.» – Ko van Geemert

Opmaak 1Interview met Chesley Rach over ‘De terugkeer van Ricardo Bonifacio’ in Ñapa Literatuur (Amigoe), 11 maart 2017:
En dan verscheen een paar maanden geleden uit het niets een roman. ‘Ik teken en schilder eigenlijk al veel langer dan dat ik schrijf, maar dat schilderen heb ik lang niet meer gedaan. Het schilderij dat op het omslag van het boek staat, dateert uit 1994. Ik begon rond die tijd met een drietal verhalen over uiteenlopende onderwerpen, maar het verhaal over Ricardo Bonifacio boeide mij het meest. Daar ben ik mee doorgegaan. Het was een figuur die ik bedacht had, een jongen die in een wijk op Curaçao opgroeit en allemaal avonturen beleeft, om mijn kinderen verhaaltjes te vertellen voor het slapen gaan toen ze nog klein waren. Mijn oudste dochter merkte als tiener een keer op dat ze benieuwd was hoe het de kinderen uit de verhalen vergaan was. Toen was het zaadje geplant.’
Lees hier het interview
Meer over ‘De terugkeer van Ricardo Bonifacio’

«Een belangrijk thema in het boek is magie.» – Ko van Geemert

Opmaak 1Over ‘Duizend leugens bruidstaart’ van Diana Lebacs in Ñapa Literatuur (Amigoe), zaterdag 11 februari 2017:
Ik koos voor de bruidstaart als beeld voor verwachting, liefde en teleurstelling. (…) Je hebt witte magie die uitgaat van het spirituele, en zwarte magie, beter bekend als brua, die gericht is op wraak, afrekening, genoegdoening. Mijn opa was kruidendokter, kurandero, hij gaf ook consult. (…) In deze wereld ben ik opgegroeid. Niet dat ik dit onmiddellijk in mijn boeken verwerkte. Maar op een zeker moment, in 2008, ontmoette ik de schrijver Erich Zielinski. Hij zei tegen me: je zou die magisch-realistische kant op moeten gaan, lees ‘De doem van de maïs’ van Miguel Angel Asturias uit Guatamala, in 1967 kreeg hij de Nobelprijs voor literatuur. Ik deed dat en was verkocht. Die magie is onlosmakelijk verbonden met Zuid-Amerika, met Curaçao. Of ik daar nu echt zelf in geloof weet ik niet. Wel in intuïtie, ik verdiep me in boeddhisme, katholicisme. Er is meer dan deze harde wereld, ik geloof in spiritualiteit.
Lees hier het interview
Meer over Diana Lebacs op deze site

«Knappe debuutroman.» – Eric C. de Brabander

Opmaak 1Over ‘De terugkeer van Ricardo Bonifacio’ van Chesley Rach op Caraïbisch Uitzicht, 14 december 2016:
Vele families hebben hun eigen gedoetjes, gebouwd op jaloezie, ziekelijke geheimen en zaken die onuitgesproken blijven. Vaak zijn ze het sop van de kool niet waard, uiteindelijk zijn het allemaal maar mensen. Maar is het geval van Ricardo’s familie zijn de gebeurtenissen zo heftig geweest dat de haat, nijd en jaloezie die overgebleven is, allesvernietigend blijkt. Ricardo Bonifacio wordt er nu, als volwassen man, in ondergedompeld tegen wil en dank. Zijn kersverse relatie met Marlies is hier niet tegen bestand. Ricardo zelf ook niet, hij belandt in een ‘Boeliaanse’ wereld, vol zwarte gal, eenzaamheid en uitzichtloosheid, terwijl hij geconfronteerd wordt met de demonen uit zijn verleden. Zijn gescheiden ouders blijken anderen te zijn dan dat hij altijd gedacht had. Tijdens het carnaval, subliem gebruikt als metafoor voor het louteringsproces waar Ricardo Bonifacio doorheen gaat, komt hij met zichzelf in het reine. De roman meandert vanaf de eerste bladzijde traag door de familiehistorie heen. Op de helft is er een versnelling merkbaar, als een rivier die door een ondiepe bedding moet, totdat hij sneller en sneller begint te lopen op weg naar de waterval, de waterval die zo hard nodig is om alle viezigheid van Ricardo af te spoelen zodat hij zijn leven uit de brokstukken weer kan opbouwen.
Lees hier de recensie
Meer over ‘De terugkeer van Ricardo Bonifacio’

«Prettige en ontspannende leesuurtjes.» – Els Willems

Over ‘Onder de watapana. Arubaanse verhalen’ van Jacques Thönissen op WelkBoek, 5 november 2016:
Verhalen die je in de sfeer van Aruba brengen. Een wereld van magie, Arubaans natuurschoon maar ook de realiteit van alledag, zoals bijvoorbeeld de drugssmokkel en de verblijfsvergunningen. Door de variatie in lengte en de onderwerpen in deze bundel had ik een paar prettige en ontspannende leesuurtjes.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Onder de watapana’
Meer over Jacques Thönissen bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Boeli van Leeuwen mag niet worden vergeten.» – Job van Schaik

Vreemdeling op aardeOver ‘Een vreemdeling op aarde’ van Boeli van Leeuwen in Dagblad van het Noorden/Leeuwarder Courant, 6 november 2015:
Nu ik het opnieuw gelezen heb, begrijp ik weer iets beter waarom het oeuvre van Van Leeuwen me zo aanspreekt: het is – afgezien van de grote stilistische en compositorische kwaliteiten – op een heel vanzelfsprekende manier tegelijk uitbundig aards-lichamelijk en diepreligieus-filosofisch. Dat is een combinatie die je in de Nederlandse literatuur nauwelijks tegenkomt (alleen bij die andere grote Curaçaose schrijver, Tip Marugg, vind je hetzelfde). In de romans van Van Leeuwen wordt altijd groots gedacht en geleefd. Naast een heftig gevoelsleven tref je een intellectuele diepgang die zeldzaam is in de schone letteren. Maar de filosofische en religieuze bespiegelingen zijn altijd heel concreet; er wordt een verhaal van gemaakt. Het denken is ingebed in het leven. En dat leven is voor de personages in zijn werk doorgaans een worsteling, met op de achtergrond altijd de dood als diepste waarheid. De mens is in eenzaamheid op aarde geworpen, gedoemd om te verlangen naar een paradijselijke staat van zijn, die voor altijd verloren is gegaan.
Lees hier of hier de recensie
Meer over ‘Een vreemdeling op- aarde’

« Zinderende roman. Onze literatuur is nog lang niet afgelopen na Boeli van Leeuwen, Tip Marugg en Frank Martinus Arion.» – Eric de Brabander

VoorplatSchutkleur_Opmaak 1.qxdOver ‘Schutkleur’ van Bernadette Heiligers in Antilliaans Dagblad, woensdag 11 november 2015:
Het boek eindigt met de onthulling van een verrassend (voor wie ‘Mijn zuster de negerin’ niet gelezen heeft) familiegeheim, waarmee de vele pijnlijkheden en frustraties verklaard worden. Bernadette Heiligers is een metaforenkoningin. Ik heb het niet zo op het te pas en te onpas gebruiken van metaforen. (…) Maar Bernadette Heiligers vergeef ik al haar metaforen. (…) Het is Nederlands van grote klasse. (…) Bernadette Heiligers beschrijft op een gevoelige manier in prachtig proza de verborgen pijnlijkheden die zo kenmerkend zijn voor de Curaçaose gemeenschap.
Lees hier of hier de recensie
Meer over ‘Schutkleur’
Meer over Bernadette Heiligers bij Uitgeverij In de Knipscheer

Hans Vaders – Bij wijze van In Memoriam

HansVaders1(foto Jan-Reinier van der Vliet)

Het is nog geen twee maanden geleden dat het bericht kwam dat Hans Vaders was overleden. Als afscheid werd op 1 augustus in landhuis Bloemhof een In Memoriam georganiseerd. Ik stuurde als condoleance een brief die bij die gelegenheid werd voorgelezen door Jeroen Heuvel.

Beste aanwezigen,

U allen van harte gecondoleerd met het overlijden van uw mede-Curaçaoënaar Hans Vaders. U zult hem vooral kennen als krantenmaker pur sang: de journalist, de eindredacteur, de hoofredacteur, net zo’n gigant als zijn ‘voorganger’ Johan van de Walle een generatie eerder was. Beiden vertrokken als twintigers naar ‘de West’ en bleven er als journalist én als schrijver. Hans Vaders is de journalist die zowel verslag doet van een staatsgreep op Haïti als een rubriek over eten schrijft, want de krant komt elke dag en moet gevuld. Ik wist wie Hans Vaders was. Hij was voor de uitgeverij In de Knipscheer de man die in 1988 en 1989 van Boeli van Leeuwen een columnist maakte, een geniale zet die in 1990 zou resulteren in Boeli van Leeuwens meest succesvolle boek Geniale anarchie. Alleen al om die reden heeft Hans Vaders zich een blijvende plek veroverd in het literaire landschap van Curaçao en Nederland.
Toch was en is Hans Vaders voor mij vooral de schrijver. Het zal in 2000 zijn geweest toen ik hem ontmoette. Hij was in Nederland op familiebezoek, ik meen in Alkmaar. En dan is Haarlem dichtbij. Onder zijn arm een manuscript, Tropische winters. Ik viel als een blok voor die roman. Het boek voldeed bepaald niet aan de literaire spelregels en structuren die doorgaans gelden in het huis van vooral de Europese literatuur. Hans Vaders vraagt namelijk wel wat van zijn lezers, daagt hen uit. Hij laat de lezer alle hoeken van zijn kamer zien. Maar wát een rijk beeld wordt in amper 128 bladzijden geschetst van de hoofdpersoon Alex Lee, die Hans Vaders op het lijf geschreven moet zijn, de observerende oorlogsverslaggever in de turbulente Cariben van grofweg de jaren tachtig van de vorige eeuw, die zijn verhalen in de plaatselijke kroeg schrijft, het romantische archetype van wat ooit ‘de journalist’ was. Dat was een niet al te vrolijke tijdgeest. Die somberte resoneert in Tropische winters, maar is voor de lezer goed te verteren door de plezierige manier van schrijven. Tropische winters wordt in Nederland opvallend veel gerecenseerd. Hans Vaders is een nieuwe naam die met zijn thematiek en schrijfstijl in de traditie lijkt te staan van Curaçaose schrijvers als Boeli van Leeuwen en Tip Marugg. Erich Zielinski en Eric de Brabander moeten dan hun eerste boeken nog schrijven. Misschien maakte Hans Vaders wel de weg vrij voor hen.

In zijn tweede boek, het in de Caribische regio bekroonde Otrobanda, meer journalistiek dan fictie, is de hoofdpersoon Hans Vaders zelf die zijn veelkleurige stadsgenoten met liefde portretteert. Otrobanda wordt in Nederland nauwelijks besproken in de literaire media, want van oorsprong columns en dus – kennelijk – geen ‘echte’ literatuur. Niettemin roemt Michiel van Kempen Vaders’ verhalen in Otrobanda. Hij noemt ze ‘juweeltjes van beschrijvingskunst’ en schrijft: ‘Als stadsschrijver moet Tip Marugg zijn meerdere erkennen in Hans Vaders’. Otrobanda zal zijn weg naar de Nederlandse lezer uiteindelijk wel vinden als hét literaire handboek voor elke Curaçaoganger.
Hans Vaders was ook dichter. Hij debuteert als dichter in 2005 in het Nederlandse literaire tijdschrift De Tweede Ronde en het Curaçaose literair tijdschrift Kristòf. Zes jaar later, in 2011, komt zijn eerste dichtbundel uit, Kate Moss in Mahaai, een co-productie van Mon Art Productions en Uitgeverij In de Knipscheer, weergaloos geïllustreerd door Herman van Bergen. In deze bundel zingt ook een zekere zwaarmoedigheid. In ‘Terugkeer’, het slotgedicht, vertelt de ik waarschijnlijk ooit begraven te worden in ‘het mistig land van overzee/ dat niet en nooit meer het mijne zal zijn.’
[…]
Maar wie zal mijn begrafenis bekostigen?

En welke verloren zoon wrikt het zilver
voor de veerman op mijn kille tong en
ontsteekt het vagevuur van mijn brandstapel?

Het doet poëziecriticus Joop Leibbrand in MeanderMagazine verzuchten: ‘Lezers, help Vaders nu het nog kan, koop die bundel. Hij stort je midden in de andere wereld die Curaçao is en verloochent de Nederlandse wortels niet. Het levert een boeiende synthese op.’

Hans Vaders zou in september 2012 naar Amsterdam komen voor de presentatie van zijn novelle Terug tot Tovar. Een ernstige val een paar maanden daarvoor gooit roet in dit publicitaire eten, waardoor de novelle in Nederland tussen wal en schip raakt. En dat is zó jammer, want Terug tot Tovar is misschien wel Hans Vaders beste en meest ambitieuze boek en zal mettertijd uitgroeien tot een Antilliaanse klassieker. Hoe beknopt van omvang, hoe boordevol van inhoud: een net van verhalen waarin alles en iedereen, hoe uitgewaaierd ook over de wereld, een relatie heeft met Curaçao. Curaçao als het middelpunt van de wereld en de wereldgeschiedenis waarin oude en nieuwe continenten over elkaar heenschuiven, een Boeliaanse dimensie.
In datzelfde jaar, herstellend van die ernstige val, schrijft hij ook het verhaal De vodkadrinker, dat alleen op Curaçao als gelegenheidsuitgave bij Mon Art Productions verschiint en inmiddels ook gepubliceerd is in Nederland op de digitale evenknie van het literair tijdschrift Extaze. Het lijkt een voorbode te zijn, van wat nog in het vat zit. Dat is het niet geworden. Mogelijk is de val een klap geweest die hij nooit echt meer te boven is gekomen.
Hans Vaders heeft te lang van pen moet wisselen, te vaak die van de journalist moeten kiezen, immers het brood op de plank, en te weinig die van de schrijver kunnen hanteren. Begint Boeli van Leeuwen na zijn pensionering nog een rijk derde schrijversleven met Schilden van leem, Het teken van Jona en Geniale anarchie, dié mogelijkheid om vól voor zijn schrijverschap te gaan, is Hans Vaders niet gegund geworden. En dat is een gemis.
Rest in peace, Hans.
franc knipscheer

Meer over Hans Vaders bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Giselle Ecury is in dit opzicht illustratief.» – Eric Mijts en Wim Rutgers

VoorplatRodeAppel75dpiKleinOver o.a. ‘De rode appel’ van Giselle Ecury in ‘De diaspora van de identiteit’ in Ons Erfdeel, augustus 2014:
Er is in deze eeuw weer een groep auteurs ontstaan die op de ABC-eilanden en in Nederland werk van kwaliteit afleveren in het Nederlands: een nieuwe generatie Nederlands-Caribische auteurs. (…) In het werk van Giselle Ecury lezen we de dominante want steeds terugkerende thema’s als gemengde afkomst, interculturele relaties, het raadsel van de oorsprong en de zoektocht naar identiteit. We zien de steeds terugkerende dubbele setting in Nederland en het Caribisch gebied. Het perspectief ligt bij de uit dat gebied afkomstige personages. Ze vertellen hun levensverhaal in een taal die tegen het Papiaments aanleunt door het gebruik van met de eilanden gebonden specifieke woorden. Uit de thematiek vloeit een dubbelstructuur voort, waarbij verleden en heden elkaar raken en verzoend moeten worden. (…) ‘De rode appel’ (2013), is inhoudelijk opgebouwd als een tweeluik met de dubbelgeschiedenis van de twee hoofdpersonen Elisabeth en Nicki, die beiden het product zijn van een interculturele relatie, waarmee ze in het reine moeten zien te komen. Verleden en heden blijken onlosmakelijk met elkaar verbonden door een dubbele terugblik: die van Elisabeth op haar au-pairtijd als jong meisje in Zuid-Frankrijk, waarnaartoe ze na dertig jaar terugreist om opheldering te krijgen over wat er toentertijd precies gebeurd is, en vervolgens van haar vriend Nicki, die haar zijn levensverhaal over zijn Curaçaose jeugd toevertrouwt, waarna ze dat opschrijft. (…) Voorlopig [zal deze groep] hun kracht nog zoeken in eigen kring om via die positie een brug te slaan, ook al worden deze auteurs nog (te) weinig opgemerkt of hooguit weggezet in het minderhedencircuit.
Lees hier het artikel
Meer over Giselle Ecury bij Uitgeverij In de Knipscheer