Chawwa Wijnberg – Matses en monsters. Gedichten

Chawwa WijnbergCHAWWA WIJNBERG
Matses & monsters

Nederland / Poëzie
Paperback, 76 blz., 13,50
ISBN 90-6265-491-6
Eerste druk 2001

‘Ik probeer een ademhaling te schrijven, lucht tegen het stikken.’ – Chawwa Wijnberg in een interview in de PZC 2001.

Welke woorden kunnen beschrijven wat overlevenden van de holocaust nog dagelijks ervaren. Chawwa Wijnberg vond ze en schreef een bundel aangrijpende poëzie. In deze gedichten draait alles om dit ene thema. het is het onaanvaardbare, het onbespreekbare dat iedere keer weer om woorden vraagt. Telkens wanneer een lege plek of een brief datgene oprakelt wat nooit had mogen gebeuren, maar ook nooit vergeten mag worden.
Chawwa Wijnberg (1942) is beeldend kunstenaar en dichter. Ze was een onderduikkind. Haar vader zat in het verzet en werd in de oorlog gefusilleerd. Zij debuteerde in 1989 met Aan mij is niets te zien.

De pers over Matses en monsters
‘Zang en dans dus, tot op de laatste bladzijde. De poëzie van Chawwa Wijnberg is onontkoombaar uitnodigend. Wie haar leest gaat met haar mee op reis.’ – Paul Gellings

‘Deze bundel is meer; meer doorleefd, met meer verfijning en tederheid, maar ook harder.’ – Margriet Hogewind

Zoals de titel Matses & Monsters reeds doet vermoeden, wordt de lezer in de derde bundel van Chawwa Wijnberg geconfronteerd met de pijn en het lijden van de joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het is het onaanvaardbare, het onuitspreekbare dat iedere keer weer om woorden vraagt, telkens wanneer een lege plek of een brief datgene oprakelt wat nooit had mogen gebeuren, maar ook nooit vergeten mag worden. Als enig kind van joodse ouders overleefde zij alleen met haar moeder, een oom en een tante de oorlog. In korte, heldere verzen tracht de auteur de pijn van dit verleden van zich af te schrijven. De gedichten willen een antwoord bieden op de vraag naar het waarom van dit lijden.

“(…) want als we het vergeten, begint het weer opnieuw (…)”, zingt Stef Bos in ‘Hier vertrok de trein’. Nadeel is dat wie in herhaling valt, de boodschap aan zijn neus ziet voorbijgaan. Deze bundel beschrijft bij momenten heel mooi de vreselijke oorlogsjaren, maar na een aantal bladzijden treedt verzadiging op.

“Morgen staat de krant vol honger / uitgebrand en weggefikt / morgen is de oorlog van soldaten / heer en meesters en hun jongens / morgen is de dag van generaals / morgen zal je sterven van de honger / slaap maar zacht / slaap is je galgenmaal”
(fragment uit ‘Morgen’).

Chawwa Wijnberg debuteerde in 1989 met de bundel ‘Aan mij is niets te zien’. – Yves Joris in Meander 196

Leslie Marmon Silko – Ceremonie. Indiaanse roman

Leslie Marmon SilkoLESLIE MARMON SILKO
Ceremonie. Indiaanse roman

Amerika, Indiaans, roman
Vertaling Marijke Emeis
Paperback, 312 blz., € 12,50
ISBN 90-6265-085-6
Derde editie 1997, als eerste druk in Reprise Literair

«Ceremonie verhaalt over de Indiaan Tayo die geheel ontwricht is teruggekeerd uit de Tweede Wereldoorlog, waar hij in het Amerikaanse leger diende. Met weergaloos talent schildert Silko ons het genezingsproces dat voor deze Indiaan begint als hij zich overgeeft aan een oude ceremonie van zijn volk. In contact met de natuur herstelt hij zijn eigen verhaal waarin de duistere herinneringen uit de oorlog en de momenten van diepe vernedering daarna hun vernietigende kracht verliezen. Het boek ontroert vooral door de harmonieuze vervlechting en concrete vertelling over eigentijds verval (kroegen, hoeren, high-ways) en een beschouwing die geïnspireerd wordt door de verbondenheid van mens en natuur. Een wonderlijk mooi boek.» – De Volkskrant

«Een schitterende roman waarin het beste uit twee culturen harmonieus samengaat.» – Trouw

«Ceremonie roept de macht van het woord op tegen het kwaad.» – NRC Handelsblad

Leslie Marmon Silko (1948) heeft een klein maar zeer bijzonder oeuvre op haar naam staan. In 1977 debuteerde zij opzienbarend met deze roman Ceremonie. Pas vijftien jaar later verscheen in Amerika haar tweede, uiterst omvangrijke roman The Almanac of the Dead. Haar verhalen en gedichten zijn opgenomen in de bundels De aarde is ons vlees, Zend ons regenwolken en Hoe de verhalen in de wereld kwamen.

Betty Roos – Bonsai-kinderen. roman

978-90-6265-412-3BETTY ROOS
Bonsai-kinderen. Roman

Genaaid gebonden, 252 blz., € 18,50
Eerste druk maart 1995
ISBN 90-6265-412-3

Bonsai-kinderen is de naam die Betty Roos gegeven heeft aan de kinderen, die zoals zijzelf, hun kinderjaren in een jappenkamp doorbrachten en na de oorlog naar Nederland kwamen. Net als bij bonsaiboompjes waren er zoveel wortels gesnoeid, dat ze wel konden blijven leven, maar niet konden groeien.

Betty Roos was vijf – toen ze samen met haar moeder, zusjes en broertje – geïnterneerd werd in het kamp Tjihapit in voormalig Nederlands-Indië. In simpele, directe bewoordingen beschrijft ze de bombardementen, de transporten, en het leven in het jappenkamp in Indië.

Na de bevrijding keert de moeder met de kinderen (de vader heeft het kamp niet overleefd) terug naar het ontredderde Nederland om een nieuw bestaan op te bouwen. Pas hier hoort Betty voor het eerst over Hitler, joodse onderduikers en gaskamers, en wordt ze haar eigen joods-zijn bewust. Tegelijkertijd ervaart ze de onwetendheid en het onbegrip over wat zij heeft meegemaakt aan de andere kant van de wereld.

Betty Roos emigreerde naar Israël en woont en werkt in Jeruzalem. 45 jaar lang zweeg ze over haar kampervaringen, maar de Intifada was voor haar de directe aanleiding om eindelijk te gaan vertellen.

‘Een gloednieuwe schrijfster met een verslag van hoe het was, geschreven door het kind dat ze was (…) met het gestolde verdriet dat lotgenoten kennen, maar waarvoor zij opnieuw woorden heeft gevonden.’ Joop van Tijn in het Voorwoord.

‘De waanzin van de oorlog, gezien door de ogen van een kind, maken het tot een ontroerend document.’ – Haagsche Courant

‘De benadering van Betty Roos maakt indruk door de onderkoelde, feitelijke weergave van de gebeurtenissen. Betty Roos heeft een bijzonder boek toegevoegd aan de reeks kamplitaratuur.’ – Intermediair

Albert Helman – Mijn aap lacht

Albert HelmanALBERT HELMAN
Mijn aap lacht

Suriname, Roman
Pocket, 280 blz. € 8,50
ISBN 90-6265-702-8
Eerste druk als Globe Pocket 1991
Nog beperkt leverbaar bij uitgever

«Zelfs al had Albert Helman na de Tweede Wereldoorlog nooit meer een boek geschreven, zijn naam in de Nederlandse literatuur zou toch wel gevestigd zijn.
In zijn roman De Stille Plantage (1931) toonde de toen pas zevenentwintigjarige schrijver, met een zeldzame beeldende kracht en grote historische precisie, voorgoed zijn meesterschap.» – NRC Handelsblad

Albert Helman heeft die plaats in de Nederlandse literatuur omdat hij met zijn ‘Hollandse’ collega’s de taal gemeen heeft; maar de ‘Indiaanse’ schrijver Helman (Suriname, 1903) is bovenal kosmopoliet (hij was journalist in de Spaanse burgeroorlog, minister in Suriname, diplomaat bij de Verenigde Naties, langdurig woonachtig in Mexico en Tobago en zijn literair werk is daar de neerslag van: romans met universele thema’s die ver boven het tijdelijke uitgaan.

In zijn grandioze satire Mijn aap lacht vertelt Albert Helman in prachtig proza door de ogen van een aap diens levensverhaal, eerst vrij in het oerwoud daarna in gevangenschap van de mens. De aap weet echter te ontvluchten en keert terug naar het oerwoud waar hij met zijn nieuw verworven menselijke denkbeelden zijn argeloze soortgenoten verbaast. Deze verklaren hem evenwel voor gek en nemen een gepaste maatregel.

Ernst Jansz – De overkant (1985)

ERNST JANSZ
De Overkant

Nederland, Roman
Paperback, 304 blz.
ISBN 90-6265-204-2
Eerste druk 1985

De Overkant is na Gideons droom (1983) het tweede boek van Ernst Jansz (1948). Ook in dit boek staat de Indische vader centraal. Ging het in Jansz’ eersteling vooral om een zoektocht naar de eigen identiteit, in De Overkant wordt gepoogd een zo oprecht en zo volledig beeld te geven van de vader – de wereld waarin hij leefde, zijn idealen, zijn liefde en zijn lijden.

Het boek bestaat uit drie delen. Het eerste deel bevat de briefwisseling van de in Holland studerende Rudi met zijn in Indië achtergebleven ouders, broertjes en zusjes, vanaf 1935 tot vlak na de Tweede Wereldoorlog.
In het tweede deel vertelt de moeder over haar leven, haar ontmoeting met Rudi, hun rol in het verzet, het gezinsleven na de oorlog, en de ziekte en ten slotte de dood van haar echtgenoot.
Het derde deel is het verslag van de reis die de auteur maakte in het land van zijn vader, gelardeerd met persoonlijke herinneringen, anekdotes en bespiegelingen – een reis die uiteindelijk de aanzet gaf tot het onderzoek dat resulteerde in dit diepdoorleefde, belangwekkende document.

De Overkant is een boek dat, veertig jaar nadat de Republiek Indonesië werd uitgeroepen, veel belangstelling verdient, juist ook door de visie die erin naar voren komt op de positie van de Indo’s toen en nu.