Betty Roos – Bonsai-kinderen. roman

978-90-6265-412-3BETTY ROOS
Bonsai-kinderen. Roman

Genaaid gebonden, 252 blz., € 18,50
Eerste druk maart 1995
ISBN 90-6265-412-3

Bonsai-kinderen is de naam die Betty Roos gegeven heeft aan de kinderen, die zoals zijzelf, hun kinderjaren in een jappenkamp doorbrachten en na de oorlog naar Nederland kwamen. Net als bij bonsaiboompjes waren er zoveel wortels gesnoeid, dat ze wel konden blijven leven, maar niet konden groeien.

Betty Roos was vijf – toen ze samen met haar moeder, zusjes en broertje – geïnterneerd werd in het kamp Tjihapit in voormalig Nederlands-Indië. In simpele, directe bewoordingen beschrijft ze de bombardementen, de transporten, en het leven in het jappenkamp in Indië.

Na de bevrijding keert de moeder met de kinderen (de vader heeft het kamp niet overleefd) terug naar het ontredderde Nederland om een nieuw bestaan op te bouwen. Pas hier hoort Betty voor het eerst over Hitler, joodse onderduikers en gaskamers, en wordt ze haar eigen joods-zijn bewust. Tegelijkertijd ervaart ze de onwetendheid en het onbegrip over wat zij heeft meegemaakt aan de andere kant van de wereld.

Betty Roos emigreerde naar Israël en woont en werkt in Jeruzalem. 45 jaar lang zweeg ze over haar kampervaringen, maar de Intifada was voor haar de directe aanleiding om eindelijk te gaan vertellen.

‘Een gloednieuwe schrijfster met een verslag van hoe het was, geschreven door het kind dat ze was (…) met het gestolde verdriet dat lotgenoten kennen, maar waarvoor zij opnieuw woorden heeft gevonden.’ Joop van Tijn in het Voorwoord.

‘De waanzin van de oorlog, gezien door de ogen van een kind, maken het tot een ontroerend document.’ – Haagsche Courant

‘De benadering van Betty Roos maakt indruk door de onderkoelde, feitelijke weergave van de gebeurtenissen. Betty Roos heeft een bijzonder boek toegevoegd aan de reeks kamplitaratuur.’ – Intermediair

Albert Helman – Mijn aap lacht

Albert HelmanALBERT HELMAN
Mijn aap lacht

Suriname, Roman
Pocket, 280 blz. € 8,50
ISBN 90-6265-702-8
Eerste druk als Globe Pocket 1991
Nog beperkt leverbaar bij uitgever

«Zelfs al had Albert Helman na de Tweede Wereldoorlog nooit meer een boek geschreven, zijn naam in de Nederlandse literatuur zou toch wel gevestigd zijn.
In zijn roman De Stille Plantage (1931) toonde de toen pas zevenentwintigjarige schrijver, met een zeldzame beeldende kracht en grote historische precisie, voorgoed zijn meesterschap.» – NRC Handelsblad

Albert Helman heeft die plaats in de Nederlandse literatuur omdat hij met zijn ‘Hollandse’ collega’s de taal gemeen heeft; maar de ‘Indiaanse’ schrijver Helman (Suriname, 1903) is bovenal kosmopoliet (hij was journalist in de Spaanse burgeroorlog, minister in Suriname, diplomaat bij de Verenigde Naties, langdurig woonachtig in Mexico en Tobago en zijn literair werk is daar de neerslag van: romans met universele thema’s die ver boven het tijdelijke uitgaan.

In zijn grandioze satire Mijn aap lacht vertelt Albert Helman in prachtig proza door de ogen van een aap diens levensverhaal, eerst vrij in het oerwoud daarna in gevangenschap van de mens. De aap weet echter te ontvluchten en keert terug naar het oerwoud waar hij met zijn nieuw verworven menselijke denkbeelden zijn argeloze soortgenoten verbaast. Deze verklaren hem evenwel voor gek en nemen een gepaste maatregel.

Ernst Jansz – De overkant (1985)

ERNST JANSZ
De Overkant

Nederland, Roman
Paperback, 304 blz.
ISBN 90-6265-204-2
Eerste druk 1985

De Overkant is na Gideons droom (1983) het tweede boek van Ernst Jansz (1948). Ook in dit boek staat de Indische vader centraal. Ging het in Jansz’ eersteling vooral om een zoektocht naar de eigen identiteit, in De Overkant wordt gepoogd een zo oprecht en zo volledig beeld te geven van de vader – de wereld waarin hij leefde, zijn idealen, zijn liefde en zijn lijden.

Het boek bestaat uit drie delen. Het eerste deel bevat de briefwisseling van de in Holland studerende Rudi met zijn in Indië achtergebleven ouders, broertjes en zusjes, vanaf 1935 tot vlak na de Tweede Wereldoorlog.
In het tweede deel vertelt de moeder over haar leven, haar ontmoeting met Rudi, hun rol in het verzet, het gezinsleven na de oorlog, en de ziekte en ten slotte de dood van haar echtgenoot.
Het derde deel is het verslag van de reis die de auteur maakte in het land van zijn vader, gelardeerd met persoonlijke herinneringen, anekdotes en bespiegelingen – een reis die uiteindelijk de aanzet gaf tot het onderzoek dat resulteerde in dit diepdoorleefde, belangwekkende document.

De Overkant is een boek dat, veertig jaar nadat de Republiek Indonesië werd uitgeroepen, veel belangstelling verdient, juist ook door de visie die erin naar voren komt op de positie van de Indo’s toen en nu.