«‘Te leven op duizend plaatsen’ is het lezen zeker waard.» – Joost van der Vleuten

Rob GroenewegenOver ‘Te leven op duizend plaatsen. Jo Otten 1901 – 1940’ van Rob Groenewegen op Literair Nederland, 26 januari 2012:
Groenewegen doet alle moeite doet om de wereld van de schrijver tot leven te wekken. Hij geeft een beeld van Rotterdam in de eerste decennia van de twintigste eeuw, dat zich schoksgewijs ontwikkelde tot wereldhaven. Hij beschrijft het culturele leven: het was de tijd van de filmliga, de charleston en de grammofoonplatenfeestjes, de tijd ook van nieuwe zakelijkheid, vitalisme en futurisme. Groenewegen schetst de gecompliceerde veelvormigheid van de Nederlandse literatuur uit die tijd, met allerlei avant-gardebewegingen die over elkaar heen tuimelen. En hij doet een verdienstelijke poging de waardering van Otten en vele anderen voor het fascisme en andere autoritair-populistische stromingen te begrijpen in de context van hun tijd. (…) Rob Groenewegen heeft het allemaal grondig uitgezocht, opgeschreven en met gulle hand van illustraties voorzien.

Lees hier de recensie

Meer over deze biografie

Didi de Paris op gedichtendag 2005

Erfgoedhuis AntwerpenUitgerekend in het fraaie interieur van de Hofkamer van het Erfgoedhuis, door de fiere stad Antwerpen in 1772 verbouwd om er belangrijke gasten te ontvangen, en met de rijkdom de buitenwereld te overbluffen, zullen op de avond van 27 januari, Nationale Gedichtendag, vier vreemde vogels neerstrijken: Eva Cox, Didi de Paris, Han van der Vegt en Peter Holvoet-Hanssen.

De deelnemers/sters zullen er hun poëticaal werk confronteren met het begin van de moderne Nederlandstalige poëzie: Paul van Ostaijen. Als deze een vrouw geweest was dan zou hij geklonken hebben als Eva Cox. Het voorbije jaar debuteerde ze ijzersterk met “Pritt.stift.lippe”. Op papier tast ze of er inkt er in haar vingers zit en op een podium zet ze letters op stem. Hoe je het draait of keert, Cox on stage is een sensatie.

Didi de Paris portretteert Van Ostaijen als die eind 1918 als banneling in Berlijn verblijft. Tussen de diepe wonden die een wereldoorlog slaat en de wreedheid waarmee een revolutie de kop ingedrukt wordt, zoekt de dichter asiel in een dadaïstisch no man’s land. Aan een gelijkaardige vrijstaat bouwt de dichter. De voorbije 25 jaar zwierf De Paris als een troubadour door de lage landen en door de literatuur. Dit jaar hoopt hij rust te vinden in een dichtbundel.

Peter Holvoet-Hanssen verraste het voorbije jaar met zijn prozadebuut ‘De vliegende monnik’, leest voor de gelegenheid oorlogsgedichten voor uit zijn alom gewaardeerd poëticaal drieluik Strombolicchio, Dwangbuis van Houdini en Santander, legt linken met Van Ostaijen en breng ook verzen van de grootmeester. ‘Gedichten moeten / een belevenis zijn, niet geschreven lijken.’ zegt hij. Wellicht krijgen we ook materiaal te horen krijgen uit zijn nieuwste poëzieproject : Spinalonga. Bij elk nieuw werk van deze auteur horen we Van Ostaijen zeggen “Allen daar heen!”

De Last Post wordt geblazen door Han van der Vegt. Als opwarmertje brengt hij een hommage aan Baader. Hiermee katapulteert hij u naar de Berlijnse Dada Club van oktober 1918. Van hieruit vertrekt u in pole position door een bezwerend gedicht. Het voorbije jaar publiceerde Van der Vegt het magistrale “Ratel”. Hij wordt bijgestaan door Filip Vandebril op contrabas. Engelen, duivels, of gewoon een interventie van het ruimteschip Exorbitans? De combinatie was onaards. The perfect poem to blow your mind.

27 januari 2005,
Erfgoedhuis Den Wolsack, Hofkamer, Oude Beurs 27, 2000 Antwerpen. 03/212.29.73
Toegang €3 Deuren 20u – aanvang 20u30 Duur 90 minuten

Didi de Paris confronteert samen met drie andere deelnemers zijn poëtisch werk met het begin van de moderne Nederlandstalige poëzie: Paul van Ostaijen.