«De eenzaamheid heel poëtisch getekend.» – André Oyen

VoorplatGeenoorlog75metkaderOver ‘Geen oorlog’ van Ton van Reen op Ansiel, 5 september 2016:
‘Oorlog is alleen maar haat. Haat ken ik allang. Mijn vader heeft het me geleerd. Hij haatte alles wat getekend was. Ik weet alleen nog niet wat de tekens van deze oorlog zijn. Misschien is het wel de ster!’ Deze roman speelt zich af in Nederland, afwisselend in de levensfasen: 1940-’45, 1960-’62 en 1965. In de oorlog duikt het joodse jongetje Jarde onder in een dorp. Zijn moeder blijkt aan het eind van de oorlog gestorven. Vader komt in een psychiatrische inrichting. In 1960 is Jarde soldaat. Wegens insubordinatie wordt hij van officier gedegradeerd tot gewoon soldaat. In 1965 gaat Jarde naar zijn vader, maar die is juist gestorven. Jarde heeft een korte maar onstuimige liefdesverhouding met Eliane, maar ze verlaat hem. Het boek is een aanklacht tegen jodenvervolging, oorlog en tegen vervreemding. In ‘Geen Oorlog’ tekent de auteur heel poëtisch de eenzaamheid van een jongen, later een man, die door zijn genetische afkomst wordt geminacht en vernederd.
Lees hier en hier de recensie
Meer over ‘Geen Oorlog’
Meer over Ton van Reen op deze site

Albert Hagenaars – Intriges

90-6265-216-6ALBERT HAGENAARS
Intriges

Nederland Poëzie
Paperback, 56 blz., € 12,50
ISBN 90-6265-216-6
Eerste druk 1986

Albert Hagenaars (1955, Bergen op Zoom) publiceerde eerder de dichtbundels ‘Stadskoorts’ (1979) en ‘Spertijd’ (1982) bij uitgeverij WEL. De resultaten van deze ontwikkeling die hij sindsdien als dichter heeft doorgemaakt, zijn nu te boek gesteld in Intriges in zijn eigen woorden: het definitieve afscheid van een voornamelijk ik-gerichte lyriek.
Nog sterker dan bij zijn vorige bundels het geval was, ligt aan Intriges een strak concept ten grondslag. De vier cycli waaruit de bundel opgebouwd is tellen elke tien gedichten, waarin het thema van de vervreemding en het bezweren daarvan centraal staat. Inhoudelijk hebben deze cycli betrekking op respectievelijk: de relatie met de grote stad (Parijs), de jeugdperiode en haar obsederende invloed op het heden, de vraag naar de mogelijkheden van de poëzie, en, uiteindelijk, de taal als beperkt en daarom onbetrouwbaar medium.