«Geraffineerd.» – André Oyen

coverE19voorDEF.inddOver ‘Extaze 19 – Vrouw en Literatuur’ op Ansiel, 29 december 2016:
(…) ‘Extaze’ is er op een geraffineerde maar niet te drammige manier in geslaagd om belangrijke vrouwelijke literatoren in de schijnwerpers te plaatsen. (…) Marlene de Vries geeft een pittige schets van Betje Wolff en Aagje Deken. (…) Elisabeth Leijnse beperkt zich hier tot Cécile de Jong van Beek en Donk, die de ‘encyclopedische’ tendensroman ‘Hilda van Suylenburg’ schreef waarin alle aspecten van de vrouwenkwestie werden belicht. (…) Jacques Sicking confronteert ons met het wel aparte werk van Carry van Bruggen, schrijversnaam van Caroline Lea de Haan, zuster van Jacob Israël de Haan. (…) Joke Linders heeft de dankbare taak om grootheid Annie M.G. Schmidt, die spot met van bovenaf opgelegde regels en opvattingen, te doorlichten. (…) Michiel van Kempen duidt op de hang naar vrijheid van de Surinaamse Bea Vianen (…) zij beschrijft Suriname lyrisch, maar is uiterst kritisch over de sfeer van benauwenis.
Lees hier en hier de recensie
Meer over Extaze 19

«Opmerkelijk nummer over Nederlandse schrijvende vrouwen aller tijden.» – Wim Noordhoek

coverE19voorDEF.inddOver ‘Extaze 19’ op Avondlog, 14 oktober 2016:
Het tijdschrift Extaze heeft een opmerkelijk nummer uitgebracht over Nederlandse schrijvende vrouwen aller tijden. Van Hadewijch tot Carry van Bruggen, van Annie Schmidt tot Aya Zikken. (…) Wolff en Deken en seks? Er was in hun tijd geen andere decente weg dan langs het huwelijk. Maar toch. Marleen de Vries legt het bondig uit: ‘Al even libido verlagend zijn enkele gravures waarop de auteurs oud, tandeloos en met kanten huismutsen zijn afgebeeld. Dat de eerste seksuele revolutie plaatsvond in de achttiende eeuw, en dat die eeuw in essentie libertijns was wordt licht vergeten.’ (…) Van Annie M.G. is er de regel die een generatie vormde: ‘Ik ben lekker stout’ (1954). Zonder Annie geen Provo, denk ik dan. De bibliothecaresse die Nederland omkeerde. Toepasselijke tekeningen van Wendela de Vries door het nummer heen!
Lees hier het bericht
Meer over Extaze 19

Presentatie Extaze 19 in de Houtrustkerk

ExtazeinHoutrustkerk19Def.indd
Programma 6 oktober 2016:
Onlosmakelijk verbonden aan het papieren literaire tijdschrift Extaze, en aan het digitale supplement, zijn de publieke, thematische presentaties van elk afzonderlijk nummer die een waardevolle aanvulling zijn op de inhoud van het betreffende nummer, in dit geval van Extaze 19 over vrouwen die baanbrekend zijn geweest in de Nederlandstalige literatuur, maar deze avond ook in de politiek, de beeldende kunst en de muziek.

Een multidisciplinair programma met:
Charlotte D’Eer: Over Hadewijch en het project ‘Agents of Change: Women Editors and Socio-Cultural Transformation in Europe, 1710-1920’, waaraan zij meewerkt.
Arhur Ebeling gitaar en zang. Nummers van zangeressen die baanbrekend zijn geweest: Billie Holiday e.a.
Ingrid Rollema: ‘Ingrid en Bertha’, een film van Gerard Holthuis. Ingrid maakt een beeld van Bertha von Suttner (1843–1914), schrijfster van o.m. ‘Die Waffen nieder’ (1889). Ingrid leidt de film in.
Pauze
Heidi Koren: kort verhaal
Joke Linders: over Annie MG Schmidt
Arthur Ebeling speelt en zingt composities van Harry Bannink op teksten van Annie MG Schmidt.
Presentatie: Cor Gout Licht en geluid: Harold Verra
Locatie: Houtrustkerk, Beeklaan 535, Den Haag (hoek Houtrustweg). Aanvang 20.15 uur precies, deur open om 19.45 uur. Entree: € 10,00. Reserveren: redactie@extaze.nl

Meer over Extaze 19

Literair tijdschrift Extaze 19 ‘Vrouw en Literatuur’ [Jrg. 5, nr. 3]

coverE19voorDEF.inddExtaze 19 – Vrouw en Literatuur
vijfde jaargang nr. 3
Gebrocheerd, geïllustreerd, 112 blz.
€ 15,00
Presentatie 6 oktober 2016
ISBN 978-90-6265-940-1

De rode draad in dit nummer van literair tijdschrift Extaze: vrouwen in de Nederlandstalige literatuur die de gemoederen van hun lezers in beroering hebben gebracht en in verschillende opzichten baanbrekend zijn geweest. Uit negen eeuwen literatuurgeschiedenis koos de redactie in acht essays:

Hadewijch, de dertiende-eeuwse schrijfster en mystica, die de balans zoekt tussen ketterij en christelijke verering (Charlotte D’Eer);

Anna Maria van Schurman (1607–1678), vrouw van de wetenschap en de letteren, die in woord geschrifte haar onvrede uit over stad (Utrecht), kerk en universiteit (Pieta van Beek);

Betje Wolff (1738–1804) en Aagje Deken(1741–1804), die strijden tegen intolerantie en dogma’s van gereformeerd Nederland (Marleen de Vries);

Johanna Grobbelaar, de Zuid-Afrikaanse (begin negentiende eeuw), die wil meehelpen aan de opbouw van haar land (Annemarié van Niekerk, Pieta van Beek);

Cécile de Jong van Beek en Donk (1866–1944), die een ‘encyclopedische’ tendensroman schrijft waarin alle aspecten van de vrouwenkwestie moeten worden belicht (Elisabeth Leijnse);

Carry van Bruggen (1881–1932), die zich verzet tegen groepsgedrag en groepsdenken (Jacques Sicking);

Annie M.G. Schmidt (1911–1995)) die spot met van bovenaf opgelegde regels en opvattingen (Joke Linders);

Bea Vianen (1935), die in haar poëzie smacht naar vrijheid, waarbij het Surinaamse een niet weg te denken element vormt (Michiel van Kempen).

Korte verhalen van Marc Colsen, Elke De Klerk, Heidi Koren, Trudy van Rooij-van Mil, John Toxopeus, Ilona Verhoeven, Jan Zwaaneveld. In Archief gedichten van Lorine Niedecker (1903–1970) vertaald door Jeroen van den Heuvel en een selectie uit de dagboeken en brieven van Aya Zikken (1919–2013), gekozen en ingeleid door Kees Ruys. Gedichten van Jos Versteegen. Het beeld in dit nummer is van
Wendela de Vries.

De presentatie van Extaze 19 zal plaatsvinden op donderdag 6 oktober 2016 in de Houtrustkerk in Den Haag (hoek Houtrustweg/Beeklaan).
Lees ook nieuwe verhalen, gedichten (o.a. van Astrid H. Roemer), interviews en recensies op het digitale supplement van Extaze
Meer over Extaze

Opening expositie ‘Roemers Drieling’ op zondag 10 januari om 14 uur.

AstridOp zondag 10 januari 2016 wordt in de openbare Bibliotheek van Den Haag van 14:00 tot 16:30 de expositie Roemers Drieling geopend. Beeldende kunstenaars als: Marlene Dumas, Esiri Erheriene-Essi, Farhad Foroutanian, Fabrice Hünd, Iris Kensmil, Christian Nyampeta, Urok Shirhan, Wendela de Vries en Marga Weimans lieten zich inspireren door Astrid H. Roemers romantrilogie Gewaagd leven, Lijken op liefde en Was Getekend, een literaire verbeelding van een tribunaal dat nooit heeft plaatsgevonden: de berechting van de daders van de Decembermoorden. Sprekers op de opening zijn: Wethouder Rabin Baldewsingh, wethouder SWWS (Sociale zaken, Werkgelegenheid, Wijkaanpak en Sport), Marlene Dumas en Jaap Goedegebuure (neerlandicus). Gedichten van Astrid H. Roemer, afkomstig van de CD Omhels mij, worden gezongen door Fleur Tolman op muziek van gitarist Frank Ong-Alok. De tentoonstelling is een eerbetoon aan de schrijfster, aan wie op 19 mei 2016 de P.C. Hooftprijs wordt uitgereikt en is een onderdeel van de door Stichting Cimaké Foundation georganiseerde hommage aan Astrid H. Roemer met als hoogtepunt de première in december 2015 van de documentaire De wereld heeft gezicht verloren van regisseur Cindy Kerseborn. Cindy Kerseborn zoekt als documentairemaker naar aansprekende visuele elementen en probeert daarmee een brug te slaan tussen literatuur, kunst en haar eigen stijl, in documentaire en film. De film maakt deel uit van haar drieluik over Caraïbisch-Nederlandse schrijvers die literair en politiek van betekenis zijn voor hun land van herkomst en hun land van aankomst, Nederland. De vorige projecten van Stichting Cimaké Foundation waren gewijd aan Edgar Cairo en Frank Martinus Arion. De tentoonstelling Roemers Drieling loopt van 7 januari 2016 tot 8 februari 2016. Locatie: Centrale Bibliotheek, Spui 68, 2511 BT Den Haag, 070 – 353 44 55, centralebibliotheek@bibliotheekdenhaag.nl
Meer over Astrid H. Roemer op deze site

Roemers Drieling: tentoonstelling in Centrum voor Beeldende Kunst Amsterdam

astrid-h-roemer-copyrigth-nicolaas-porterFoto: Nicolaas Porter

Feestelijke opening van Astrid H. Roemer’s romantrilogie verbeeld door 9 kunstenaars, donderdag 18 juni 2015, 17.00 uur:
Onder de titel ‘Roemers Drieling’ organiseert Stichting Cimaké Foundation een tentoonstelling in samenwerking met het Centrum voor Beeldende Kunst Amsterdam Oost. Aan de tentoonstelling werken mee: . Marlene Dumas, Esiri Erheriene , Farhad Foroutanian, Fabrice Hünd, Iris Kensmil, Christian Nyampeta, Urok Shirhan, Wendela de Vries, Marga Weimans. Roemer gaf met haar romans Gewaagd leven, Lijken op liefde en Was Getekend een literaire verbeelding van een tribunaal dat nooit heeft plaats gevonden: de berechting van de daders van de Decembermoorden. Aan de 9 kunstenaars om rond dit imaginair proces, zoals Roemer dat heeft opgeroepen, hun heel eigen visuele verbeelding te tonen. Cindy Kerseborn zoekt als documentairemaker naar aansprekende visuele elementen en probeert daarmee een brug te slaan tussen literatuur, kunst en haar eigen stiel, in documentaire film, waarin het beeldmateriaal van bovengenoemde kunstenaars van pas zal komen. Gerda Havertong draagt gezongen poëzie voor van Astrid H. Roemer uit haar bundel NoordzeeBlues onder begeleiding van percussioniste Hellen J. Gill. De tentoonstelling zal geopend worden door Astrid H. Roemer. ‘Roemers Drieling’ is een onderdeel van het project ‘Hommage aan Astrid H. Roemer’ dat op 7 december 2015 resulteert in ‘De wereld heeft gezicht verloren’, de derde aflevering in een gefilmd drieluik van regisseur Cindy Kerseborn over Caraïbisch-Nederlandse schrijvers die literair en politiek van betekenis zijn voor hun land van herkomst en hun land van aankomst, Nederland. De vorige projecten waren gewijd aan Edgar Cairo en Frank Martinus Arion.
Locatie: Oranje-Vrijstaatkade 71, 1093 KS Amsterdam
Meer over ‘Roemers Drieling’
Meer over Astrid H. Roemer bij Uitgeverij In de Knipscheer

Olga Orman – Cas di biento / Doorwaaiwoning. Gedichten

VoorplatDoorwaaiwoning72OLGA ORMAN
Cas di biento / Doorwaaiwoning

Gedichten. Aruba, Nederland
Vertaling en voorwoord Fred de Haas
Gebrocheerd, 112 blz., € 17,50
maart 2015
ISBN 978-90-6265-870-1

Op 14-jarige leeftijd verliet Olga Ursinda Orman (1943) haar geboorteland Aruba om verder te studeren in Nederland. Hiermee trad zij in het voetspoor van vele andere Antilliaanse jongeren die de eilanden van hun geboorte – meestal tijdelijk verwisselden voor een studieverblijf in Nederland. In die tijd waren de zes Caribische eilanden Aruba, Curaçao, Bonaire, Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba nog verenigd binnen het Koninkrijk der Nederlanden onder de naam Nederlandse Antillen. Na haar studie was zij jarenlang als leerkracht werkzaam op Curaçao.

De gedichten die in deze tweetalige bloemlezing zijn verzameld onder de titel Cas di biento / Doorwaaiwoning zijn voornamelijk geschreven in Nederland en voor een deel in Aruba en Curaçao. Zij stralen een grote betrokkenheid en verbondenheid uit met het wel en wee van haar geboorteland Aruba.

Haar gedichten verschenen in Bentana Habri (2004), in Met de wil elkander bij te staan (2004), in Fruta Hecho / Rijpe vruchten (2006), op de CD Cosecha / Oogst (2006), Kinderen van het heelal (2008), Symbiose tussen pen en penseel (2008), Topa ontmoet Tula (Amrit, 2012) en in de bundel Wie ik ben / Ta ken mi ta (In de Knipscheer, 2011).

Meer over Fred de Haas bij Uitgeverij In de Knipscheer

Simia Literario – Wie ik ben ? Ta ken mi ta

SIMIA LITERARIO (red. Fred de Haas)
Wie ik ben / Ta ken mi ta

Nieuwe Antilliaanse gedichten en
verhalen uit Nederland.
Antillen / Nederland

Ingenaaid, 72 blz. € 15,00
september 2011

ISBN 978-90-6265-680-6

Met bijdragen van: Hilli Arduin, Frida Doma-cassé, Giselle Ecury, Eugènie Herlaar, Alida Kock, Joan Leslie, T. Martinus, Olga Orman, Collin Schorea, Lambertha Souman, Richard de Veer, Wendela de Vries en Natalie Wanga.

De Antilliaanse schrijversgroep Simia Literario onderneemt in Wie ik ben / Ta ken mi ta een indringende zoektocht naar identiteit. De 13 gebloemleesde auteurs zetten hiermee een tocht voort die zowel in het Caribisch gebied als in de Antilliaanse ‘diaspora’ in Nederland al vele decennia geleden is begonnen en nog steeds niet ten einde is, niet in de laatste plaats omdat de naweeën van de koloniale en postkoloniale tijd nog altijd voelbaar zijn.
Vanwege het feit dat zij in Nederland leven en niettemin een verbondenheid voelen met het vaderland overzee overschrijden zij in hun werk op natuurlijke wijze de diffuse scheidslijnen van de culturen die zij in zich meedragen.
Hun situatie verschilt in hoge mate van Antilliaanse dichters die altijd ‘thuis’ zijn gebleven, in hun Caribisch vaderland. Dichters als Pierre Lauffer en Elis Juliana hebben immers niet de cultuurschok hoeven ondergaan van migranten, die zich op ‘vreemde’ bodem met een andere cultuur hebben moeten verzoenen en, tot op zekere hoogte, identificeren.

Wie ik ben / Ta ken mi ta draagt alle kenmerken van een complexe, Creoolse creatie. Het steeds van kleur en sfeer wisselende existentiële landschap wordt ontsloten door wegen die, dankzij de zeer toegankelijke en uitnodigende literaire bijdragen, de met zorg gemaakte vertalingen/bewerkingen uit het Papiaments, de inleidende tekst en de verklarende noten, de lezer mee zullen nemen op een verrassende verkenningstocht van de Antilliaanse migrantenziel.