Poëziedebuut Inge Nicole verwacht in 2019

Inge Bak foto Maurice Hof

Voorpublicatie uit ‘Maanbrief aan het getij’ van Inge Nicole in MeanderMagazine, 11 september 2018:
Inge Nicole dicht al vanaf het begin van haar schrijverschap. Ze heeft inmiddels vijf romans en novellen op haar naam staan waaronder het bekroonde ‘De tranen van de zeegans’. In het jaar van haar prozadebuut ‘Zon in het haar’ behoorde ze onder de naam Inge Bak al tot de prijswinnaars van de poëzie- en voordrachtsprijs Het Gebroken Hart in het Haarlemse Teylers Museum. Bij het overlijden van Menno Wigman begin dit jaar citeert ze op Facebook een zin uit een briefje van hem als talentscout bij In de Knipscheer uit 1994: ‘Ik hoop dan ook dat je je niet door mijn brief laat ontmoedigen – een aantal gedichten vond ik zeer sterk geschreven – en zou later graag meer van je willen lezen.’ 25 Jaar later zal bij deze uitgeverij haar poëziedebuut verschijnen met de titel ‘Maanbrief aan het getij – de belofte van het komen en gaan’. Meander Magazine neemt in haar jongste editie een voorpublicatie op van drie gedichten.
Lees hier de voorpublicatie in MeanderMagazine
Lees hier het bericht over Het Gebroken hart (2004)
Lees hier het bericht over Menno Wigman (1994, 2018)
Meer over Inge Nicole bij Uitgeverij In de Knipscheer

Inge Nicole – De blauwdruk van Capgras. Roman

VoorplatCapgras75Inge Nicole
De blauwdruk van Capgras. Roman

Nederland
Tekeningen Juliet Koppedraijer
Gebrocheerd in omslag met flappen,
180 blz., € 17,50
Eerste uitgave 2017
ISBN 978-90-6265-947-0

Is het mogelijk om jezelf vorm te geven? Juliet, een beeldend kunstenaar meent van wel als zij zich in Heiland vestigt, een vrijplaats voor artiesten en paria’s. Wanneer plotseling haar zus Gusta en de, inmiddels volwassen geworden, jongen Boy verschijnen, slaat de twijfel toe.

Ik vraag haar naar wat zij nou het pijnlijkst heeft gevonden.
‘Die tattoo, Juliet, zo vlak boven mijn schaamstreek.’ In een enkele zin schampt Gusta de zere plek. Het is op de kop af negentien jaar en tien maanden geleden.

Juliets tot nu toe succesvolle bestaan wankelt; haar relatie met de veertien jaar jongere songwriter Wolf Noorderland begint barstjes te vertonen juist nu ze met Boy een band probeert op te bouwen. Haar enige houvast in deze roerige periode is de kunst; een liefde die ze met de jongen deelt.

Rond middernacht nestelen we ons met een paar kussens op het nieuwe kleed en aanschouwen een blauwe baby met groene voeten, het mondje in een halve maan gebogen. Aan de muur lijkt de boreling minder doods dan in de zandkuil van zijn geboorte.

Door de komst van Boy is Greetje, haar voorheen onzichtbare moeder in beeld gekomen. Ze heeft het syndroom van Capgras en woont al bijna een halve eeuw in Sonneheuvel, een psychiatrische instelling. Juliet ontdekt dat de appel niet ver van de boom valt. Langzaam wordt duidelijk welk gevaarlijk spel zij en haar zus hebben gespeeld. Met alle gevolgen van dien.

‘Is mijn oma echt zo gek als ze zeggen?’
‘Mijn moeder?’
‘Wie anders?’
‘Geen idee. Ik ken haar niet.’

De blauwdruk van Capgras wordt indringend en zorgvuldig verteld in 30 hoofdstukken met evenzovele illustraties van Juliet Koppedraijer. Inge Nicole publiceerde eerder twee romans, maar maakte vooral indruk met de novellen De tranen van de zeegans (in 2012 bekroond met de Rabobank Cultuurprijs Letteren) en Aardappelbloed (2014).
Meer over Inge Nicole op deze site

Winnares publieksprijs Rabobank Cultuurprijs

Inge Nicole Bak schrijft eindejaarsverhaal ‘Watergruwel’ in Alkmaarsche Courant/Noordhollands Dagblad, 29 december 2012:
Schrijfster Inge Nicole Bak was in 2012 één van de negen genomineerden voor de Rabobank Cultuurprijs en één van de drie in de categorie Letteren. Zij won die categorie in september met haar novelle ‘De Tranen van de Zeegans’. Tevens ontving zij de Alkmaarsche Courant Publieksprijs, onderdeel van de Rabobank Cultuurprijs 2012. Deel van die prijs was een pagina in de Alkmaarsche Courant/Noordhollands Dagblad, waarop zij een nieuw verhaal mocht publiceren. Dat verhaal, ‘Watergruwel’, werd afgedrukt in de editie van zaterdag 29 december 2012.

Lees hier het verhaal Watergruwel

Meer over Inge Nicole Bak en Rabobank Cultuurprijs

Netty Simons wint met gedicht tweede prijs

465px-AnneldeNorePoëzie- en voordrachtsprijs Het Gebroken Hart in Teylers Museum Haarlem, 4 juli 2004:
Onder haar eigen naam Netty Simons is de Surinaamse schrijfster Annel de Noré (‘De bruine zeemeermin’ en ‘Het kind met de grijze ogen’) tweede geworden op de poëzie- en voordrachtsprijs Het Gebroken Hart. De finale vond zondag 4 juli plaats op De Dag van het Gebroken Hart in het befaamde Teylers Museum in Haarlem rondom de tentoonstelling ‘Het hart, een teken van leven’. Uit de meer dan honderd inzendingen uit Nederland, België, Zuid-Afrika en Suriname nomineerde de jury twintig dichters voor tien eervolle vermeldingen plus oorkonde. Onder de tien prijswinnaars bevonden zich onder meer de bekende dichteres Carla Bogaards en schrijfster Inge Bak, die dit voorjaar bij Uitgeverij In de Knipscheer debuteerde met de roman ‘Zon in het haar’. De prijzen werden overhandigd door de Haarlemse stadsdichter en juryvoorzitter George Moormann. De eerste prijs ging naar dichteres Sylvia Hubers, van wie in oktober een tweede bundel uitkomt bij de Amsterdamse uitgeverij Fagel. Netty Simons, die nog niét eerder poëzie publiceerde, werd verrassend tweede.

Gebroken: een oeroud stenen hart

Wekker, computer, afwasmachien,
douche, haardroger, wasmachien,
sleutel in slot, pinpas in automaat,

roltrap op,
trein in.
Fluit!

Rust…

Omlijst door driedimensionaal dagduister
reist in vlakke, onthullende, flitsvlagen
een ijl, vreemdbekend spiegelbeeld mee…

en ’t gisternacht doorgeseind noodsignaal
wreekt de gigabeet links onder het borstbeen
die eerst in, nu door de wind wordt geslagen.

Gevangen in technologie, digitaal en staal
breekt verweerd, oeroud, ’t hart van steen
alsnóg en weigert – uiterst banaal – dienst.

Meer over Annel de Noré bij Uitgeverij In de Knipscheer

Inge Bak – Zon in het haar

inge bak zon in het haarINGE BAK
Zon in het haar

Nederland / Indiaans, Roman
Ingenaaid, 224 blz., € 15,00
ISBN 90-6265-544-0
Eerste druk 2004

Linn probeert zich staande te houden in de chaos van het dagelijks bestaan. Een alternatieve levensstijl vormt een cocon die haar moet beschermen tegen de buitenwereld. Dan ontmoet ze Kit die haar in zijn greep krijgt. Hun verhouding is louter gebaseerd op lichamelijke aantrekkingskracht. Linn raakt meer en meer verstrikt in deze verstikkende relatie. Om te overleven vlucht ze steeds vaker in herinneringen van ver voor haar geboorte. Als de Navajo Todacheene verschijnt, beginnen levens door elkaar te lopen. Neemt de tijd een loopje met haar of haalt het verleden haar in?

Opgerold lag ze in de houten trog te stoven. Wij kwamen net terug van ons veldje. De leren riemen sneden me onder het gewicht van de oogst in de schouders. Ik boog me voorover om me van mijn zware last te ontdoen. De maïskorrels vielen over mijn hoofd heen de trog in en maakten de slapende slang wakker. Ik hoorde de bulderende lach van mijn vader….

In haar debuutroman Zon in het haar beschrijft Inge Nicole Bak (1968) het ‘dubbelleven’ van Linn op zoek naar zichzelf; twee verhalen die dichter en dichter bij elkaar komen. Uiteindelijk neemt Linn het lot in eigen hand, neemt op een verrassende wijze wraak op Kit en komt thuis.

‘Maar ik snap nog niet wat er met je gebeurt als je dood bent. Waar gaan al die andere stukjes van jou naartoe, pap?’ ‘Nergens. De wormen ruimen mijn restjes op,’ zei hij en hij keek naar een overvliegende blauwe reiger.

De pers over Zon in het haar:
‘ZON IN HET HAAR’, ROMANDEBUUT VAN INGE BAK

STILSTAND IS STERVEN

In het romandebuut ‘Zon in het Haar’ van Inge Bak (1968) vlucht een jonge vrouw in een fantasiewereld om het hoofd te bieden aan de ondraaglijke alledaagse werkelijkheid.

Hoofdpersoon Linn is een onafhankelijke jonge vrouw die zich niettemin gemakkelijk bindt. Ze is een dromer die zichzelf opsluit in een cocon van fantasieën: “Ik wil dat de wolken een geheim blijven, ook al weet ik dat ze uit waterdamp bestaan.” Ze ontmoet ene Kit, bij wie ze tamelijk snel intrekt. Ze laat zich door deze heerszuchtige man, deze ‘knurft’, kleineren en koeioneren. “Linn trekt voortdurend de verkeerde mannen aan”, stelt haar schoonzuster dan ook fijntjes vast. Pas na enige tijd slaat ze van zich af, probeert hem subtiel af te troeven, wat hem razend maakt.
Onderwijl idealiseert ze de wereld van de Navajo-indianen, geïnspireerd op de verhalen die haar vader haar vroeger heeft verteld. Pas als ze met haar vriend breekt, het heft in eigen hand durft te nemen en in Amerika terechtkomt bij de Navajo-indianen, komt ze tot rust en verzoent zich met het leven. Ze voelt zich eindelijk ‘thuis’, alsof ze het spoor van een vroeger leven terugvindt. Dat laatste klinkt nogal zweverig, en soms is het dat ook, maar doorgaans weet Inge Bak die klippen behendig te imzeilen.
‘Zon in het Haar’, genoemd naar de indiaanse ‘naam’ van de hoofdpersoon, is een boek dat zich langzaam laat veroveren. Het doet in dat opzicht denken aan de romans van Willem Brakman. Bij hem heb je vaak het idee dat je verzeild bent geraakt in een labyrint en niet weet of je nu gebeurtenissen, herinneringen of de hersenschimmen van de hoofdpersoon leest. In het debuut van Inge Bak gaan surrealisme en realisme ook moeiteloos samen. Ook hier is soms nauwelijks verschil tussen wat de hoofdpersoon werkelijk beleeft en de spoken in haar hoofd.

STOF
In het begin werkt dat storend; dat geldt vooral voor de cursief gedrukte verhalen over de gedroomde Navajo-indianen. Gaandeweg krijgt de schrijfster echter meer vat op haar stof. Het verhaal wordt dwingender, ze gaat ook beter schrijven. Dat demonstreert ze met treffende observaties en pregnante zinnen die veel zeggen over de drijfveren van de hoofdpersoon: “Ik hield van het kind in mij en wilde daar geen afstand van doen.” Of als ze zich weer door haar ex-minnaar dreigt te laten inpalmen: “Onze lippen raken elkaar vluchtig, alsof ze het nog niet helemaal vertrouwen.”
Uiteindelijk gaat ‘Zon in het Haar’ vooral over de vrije wil, over keuzes maken. En over het volgen van je hart, al blijf je – of je wilt of niet – afhankelijk van anderen; je moet weer verder ondanks alle ellende en rottigheid die je op je pad vindt. Want ‘stilstand is sterven’. “Je allerdiepste gevoelens kun je niet omzetten in taal”, zegt Linn ergens. Naar die woorden is Inge Bak wél op zoek gegaan. Het resultaat is een boek dat intrigeert.
– Nico de Boer in Noordhollands Dagblad, 22 april 2004

Mooie Woorden

Opvallende debuutroman over reïncarnatie.
De jonge vrouw Linn voelt zich een buitenbeentje – en buitenstaander – in de maatschappij. Ze leidt een teruggetrokken leven zonder moderne gemakken. Bij het uitlaten van haar hond ontmoet ze Kit, industrieel vormgever, wel aangepast, met wie ze in een dwangmatige, seksuele relatie belandt. Geprikkeld door zijn overheersende gedrag zoekt Linn meer dan ooit haar ware identiteit, en focust op ‘een vorig leven’ waarin ze deel uitmaakte van de Navajo-indianenstam. Ze maakt zich met geweld los van Kit, waarbij de grens tussen fantasie en werkelijkheid vaag blijft. Een dramatische debuutroman van Inge Bak (1968) die in elk geval tot denken aanzet, met name over reïncarnatie. – Biblion

Zon in het haar: Verrassende debuutroman van Inge Bak

In ‘Zon in het haar’ volgen we drie jaar van het leven van de dertigjarige Linn Overzee; omdat dat gebeurt in 32 hoofdstukken en een epiloog komen aan het eind van het boek vorm en inhoud niet toevallig samen in het getal 33: de leeftijd van de aardse voleinding, het getal dus dat bij uitstek de afronding, de geslotenheid vertegenwoordigt. Het is één voorbeeld uit vele hoe in dit boek alles met alles samenhangt.
Linn is een kwetsbare persoonlijkheid, met een grote mate van authenticiteit. Tijdens het uitlaten van haar hond komt ze in contact met een zekere Kit. De relatie die ontstaat blijkt in geen enkel opzicht gelijkwaardig en vooral in seksueel opzicht wordt zij geïntimideerd. Naarmate zij haar eigen leven meer en meer verliest, gaan passages in het boek die verhalen over ingrijpende gebeurtenissen die honderd jaar geleden bij een Navajovolk plaatsvonden, een steeds belangrijkere rol spelen en wordt het duidelijk dat de personages uit beide verhaallijnen op een mysterieuze wijze verbonden zijn, dat de gebeurtenissen elkaar zonder de beperkingen van plaats en tijd spiegelen. Als de verhouding met Kit, die haar alles afneemt en geestelijk en lichamelijk kapot maakt, haar noodlottige ontknoping dreigt te krijgen, nemen de verhalen over het Diné-volk steeds meer de vorm aan van hallucinaties en wordt de lezer als het ware voor de keuze gesteld Linn te zien als iemand die psychotisch is, in ieder geval een schijnwereld opbouwt, of als iemand voor wie regressieve ervaringen uit een vorig leven werkelijkheid worden. Het is knap hoe het boek beide mogelijkheden openhoudt en de lezer zelf laat kiezen hoe hij het dramatische slot en Linns uiteindelijke ‘bevrijding’ moet zien.
Inge Bak heeft het zichzelf met deze roman over een ‘dubbelleven’ niet gemakkelijk gemaakt, maar ze slaagt erin om ook de meer rationeel ingestelde lezer mee te trekken in een beslist vlot en onderhoudend geschreven verhaal. Aanvankelijk lijkt ze in haar drang alles in parallellen en spiegelingen ‘kloppend’ te maken sterk te overdrijven, maar daarmee zet ze de lezer ook bewust op het verkeerde been. Of het goede, want het is een intrigerend boek. – geciteerd uit ‘Verrassende debuutroman van Inge Bak’ door Joop Leibbrand in Meander, 6 juni 2004

www.ingebak.nl

«Interessant thema en een verrassend einde.»

“De alternatieve Linn heeft er moeite mee zich staande te houden in het dagelijkse leven. Ze gaat een relatie aan met de gewelddadige Kit. Door dit verhaal heen lopen haar herinneringen aan een vroeger leven waarin zij een Indiaanse was. Zon in het haar heeft een interessant thema en een verrassend einde.” – geciteerd uit: Vrouw & Kultuur Debuutprijs 2006 in Nieuwsbrief Vrouw & Kultuur, jrg 17-br 1, januari 2005