Frans Lopulalan – Onder de sneeuw een Indisch graf

Frans Lopulalan
Onder de sneeuw een Indisch graf

Roman.
Nederland-Indonesië
Paperback,
168 blz., € 13,50
formaat 130 x 200 mm
ISBN 978-90-6265-184-9
eerste t/m derde druk 1985.
uitverkocht
ook verschenen als Bulkboek en Geuzenpocket.

Eigenlijk pas sinds zij het aandurfden de wapens op te nemen ‘bestaan’ Zuidmolukkers – en dan nog in hoofdzaak als item in de media of als studieobject voor sociaal-academici. De twee verhalen van Onder de sneeuw een Indisch graf door de Molukse schrijver Frans Lopulalan gunnen ons nu voor het eerst van binnenuit een blik op het leven van de Molukkers, zoals zich dat drie decennia lang in Nederland heeft afgespeeld.
In beide verhalen speelt de vaderfiguur, een militair van het voormalige KNIL, een vooraanstaande rol. Hij staat model voor alle Molukse vaders die in de kracht van hun leven naar Nederland werden getransporteerd en in de kamen geprobeerd hebben hun kinderen in de strenge oosterse traditie op te voeden.
De schrijver trekt zich het lot aan van die stoere mannen van weleer, die hun jaren van ouderdom lijdzaam uitzitten in Hollandse doorzonwoningen, wachtend op het einde dat meedogenloos afrekent met elke illusie.

«Hier wordt de essentie van het schrijven geraakt, en van het feit een Molukker te zijn.» – Vrij Nederland

«Moeiteloze beheersing van het literaire métier… Een voortreffelijk boek.» – de Volkskrant

«Onder de sneeuw een Indisch graf laat niets te raden over omtrent Lopulalans stilistische gaven.
Eenvoudig, rechtdoorzee en toch geraffineerd. Echt een pret om te lezen.» – Intermagazine

«Een verschrikkelijk trots en verschrikkelijk mooi boek. Het beste literaire debuut van 1985.» – Leidsch Dagblad

Bea Vianen – Het paradijs van Oranje. Roman

ParadijsvanoranjeBea Vianen
Het paradijs van Oranje

roman
Suriname /Nederland
gebrocheerd, 157 blz.
ISBN 978-90-6265-187-0
Tweede druk november 1985
Uitgeverij In de Knipscheer, uitverkocht

Deze roman speelt kort voor de onafhankelijkheid van Suriname. Via de hoofdfiguur, een in Nederland wonende Surinaamse schrijver, wordt een beeld gegeven van de moeilijke situatie van Suriname, door de slechte samenwerking van de verschillende groeperingen en de onverschilligheid van Nederland. Net als haar eerdere romans gaat ook dit boek over wat de schrijfster zelf het ‘ophangen van de vuile was’ genoemd heeft. Maar deze keer wordt Suriname-in-Nederland beschreven, vanaf de aankomst met de Bijmerexpres op Schiphol tot en met het werkelijke beeld van de Surinamer in Nederland: de binnenkant van de Surinaamse mens, vol heimwee en frustraties. De ik-figuur, een mannelijke auteur van Surinaams-hindostaanse origine, laat ons achter de schermen van het schijngeluk kijken, schrijvend en piekerend over vriendschap, familiebetrekkingen, woontoestanden, tolerantie en eerlijkheid, maar vooral over het zoeken naar zichzelf in een vreemde omgeving.

«De Surinaamse schrijver Sirdjal Singh gaat met zijn neef naar Schiphol om een familielid af te halen. Op Schiphol wordt Sirdjal geconfronteerd met de schijnwereld waarin veel Surinamers in Nederland leven. Firoz, een vroegere leerling van hem, is vrijwel de enige waarmee Sirdjal contact heeft. Als Firoz naar Suriname vertrekt en binnen 3 weken weer terug is in Nederland, beseft Sirdjal dat ook hij, ondanks zijn heimwee, vermoedelijk nooit naar Suriname zal terugkeren. Bea Vianen is een Surinaamse schrijfster, die vanaf 1969 een aantal romans heeft gepubliceerd. Haar boeken hebben alle als centraal thema: het vinden van een eigen identiteit. Deze roman probeert een beeld te geven van de gedachtewereld van Surinamers (Hindostanen) in Nederland, waarbij deze gedachtewereld vaak wat verwrongen overkomt. Bepaalde situaties echter zullen veel Surinaamse lezers zeer bekend voorkomen.» – Marijke van Geest, NBD | Biblion

Meer over Bea Vianen bij Uitgeverij In de Knipscheer

Astrid H. Roemer – Nergens ergens. Tweede druk

Nergens ergens tweede drukASTRID ROEMER
Nergens ergens

Roman
Nederland – Suriname
Genaaid gebrocheerd, 180 blz.
Tweede, herziene druk 1984
ISBN 90-6265-127-5
Uitverkocht

Na het verrassende succes van Over de gekte van een vrouw presenteert Astrid H. Roemer een roman waarvoor zij ruim acht jaar eerder de basis legde met de publicatie van ‘Neem mij terug Suriname’. Het centrale thema van dat boek heeft zij nu uitgewerkt en geactualiseerd in deze nieuwe roman, Nergens ergens.
Terwijl Paramaribo in toom wordt gehouden door militairen reist een jonge Surinamer naar Nederland: Zijn droomvrouw is verliefd geraakt op een buitenlandse diplomaat en de politieke machtsstrijd wordt hem te beklemmend. In de vervreemdende Hollandse steden houden herinneringen aan zijn geboorteland hem overeind. De frustraties van vrienden en familie drijven hem echter ongemerkt naar de zelfkant van de maatschappij, waar het leven is overgestroomd en de nood natuurlijke, staatkundige en culturele wetten breekt.
Met Nergens ergens heeft Astrid Roemer een eigentijdse klassieke roman geschreven: Een politieke en diep-persoonlijke verbeelding van het rusteloze vliegen van Surinamers tussen Zanderij en Schiphol.

«Een ontroerende roman… De wijze waarop Astrid Roemer erin geslaagd is de gevoelswereld van een Surinamer ook voor een Nederlands publiek zo overtuigend te schilderen, wijst op een groot schrijftalent.» Haarlems Dagblad, Joke Linders-Nouwens
«Een aanwinst voor de Nederlandse literatuur.» De Volkskrant, August Hans den Boef)

Francisco Carrasquer – Vespers – Vísperas

CarrasquerFRANCISCO CARRASQUER
Vespers / Vísperas. Gedichten

Spanje
Voorwoord Lucebert
Paperback, 176 blz., € 13,50
Geïllustreerd met pentekeningen van Marcos Carrasquer
Tweede druk 1984. Uitverkocht
ISBN 978-90-6265-148-1

De Spaanse dichter Francisco Carrasquer verwierf faam door zijn vertalingen van Nederlandse en Vlaamse auteurs in het Spaans. In Nederland ontving hij de Martinus Nijhoffprijs en in België de Staatsprijs voor vertaalde letterkunde.
Carrasquer was vanaf de Spaanse Burgeroorlog tot in de jaren zestig gedwongen balling en tot eind jaren zeventig vrijwillig balling in Nederland. Zijn poëzie – in deze bundel zowel in het Spaans als in het Nederlands bijeengebracht – getuigt van deze verscheurdheid: de pijn die begon met de Burgeroorlog en de hoop op verandering sedertdien. De titel Vespers moet dan ook gelezen worden in de betekenis ‘aan de vooravond van’. In december 1984 keerde Carrasquer definitief terug naar Spanje.
In 1976 schreef Luceber (die zelf eind 1983 uit handen van koning Boudewijn voor zijn gehele oeuvre de Staatsprijs der Nederlandse letteren ontving) een essay over het werk van Carrasquer dat als voorwoord in deze bundel is opgenomen, en dat eindigt met : ‘De taal van Carrasquer mag nog niet helemaal het volk hebben bereikt, de vijanden van dat volk heeft ze in ieder geval al vrees aangejaagd.

Leo van der Zalm – Hollands-Oostersch. Gedichten

VoorplatHollandsOosterschLeo van der Zalm
Hollands-Oostersch

gedichten
paperback, 96 blz., € 13,50
eerste uitgave 1984
ISBN 90-6265-175-5 / 978-90-6265-175-7
uitverkocht

Leo van der Zalm (Noordwijk, 1942) vervreemdde van zijn studie Nederlands tijdens Provo, nam deel aan artistieke uitvloeiselen ervan als Eksoties Kietsj Konservatorium, Insektensekte, Deskundologies Laboratorium en Amsterdams Ballongezelschap, en reisde langdurig door India en Nepal en door Zuid- en Midden-Amerika. Intussen schreef hij gedichten, waarvan, na enkele publikaties in eigen beheer, in Hollands-Oostersch voor het eerst een keuze te boek is gesteld.
In deze bundel bepalen de weerslag van dagelijkse gebeurtenissen én verre horizonten de toonhoogte van de gedichten: eenvoudig en helder, op een bijna-ambachtelijke wijze geschreven met een relativerende, oosterse, inslag, ontstaan vanuit de visie dat zelfs grote gevoelens met weinig woorden zijn weer te geven.

Shrinivasi – Een weinig van het andere

SHRINIVASI
Een weinig van het andere
Suriname / Poëzie
Gebonden, 183 blz., 17,90
ISBN 978-90-6265-174-0
Eerste druk 1984
Uitverkocht

Shrinivasi (ps. van M.H. Lutchman) is een van Surinames belangrijkste dichters, Hij heeft – zoals velen in Suriname zijn bundels tot nu toe in eigen beheer uitgegeven, waardoor hij in Nederland nooit de erkenning heeft gekregen die hem toekomt. Met de uitgave van Een weinig van het andere – een door Geert Koefoed ingeleide en samengestelde bloemlezing – komt daar hopelijk verandering in.
Shrinivasi’s poëzie is bij uitstek Surinaamse poëzie, Derde Wereldpoëzie dus, maar niet in de beperkte zin van politiek geëngageerd. Zijn werk omvat weliswaar geëngageerde gedichten – wanneer hij zijn pijn en bitterheid uit over alle vormen van buitenlands en binnenlands kolonialisme (uitbuiting, corruptie, discriminatie op de kaste, kleur en godsdienst) – maar laat ook zien welke winst het samenwonen van verschillende culturen in één samenleving kan opleveren. Zijn taak als dichter is niet alleen de ‘vervuilende’ machtsmechanismen bloot te leggen en aan te klagen, maar ook de grandioze mogelijkheden die er desondanks zijn, om schoonheid, eenheid, het verhevene in mens en cultuur te ervaren, in poëzie gestalte te geven.

Bea Vianen – Ik eet, ik eet, tot ik niet meer kan

VianenIkeet-75Bea Vianen
Ik eet, ik eet, tot ik niet meer kan

Roman
Suriname
Tweede druk oktober 1984
ISBN 978 90 6265 172 6
€ 15,00

Ik eet, ik eet, tot ik niet meer kan is de eerste van een reeks heruitgaven van de vroege romans van de Surinaamse schrijfster Bea Vianan (Paramaribo, 1935). Deze, haar derde na Sarnami hai en Strafhok dateert uit 1972 en vertelt de geschiedenis van enkele schooljongens in een stadsinternaat. In heel treffende bewoordingen laat Bea Vianen zien hoe de dubbele moraal en de armoede hun invloed hebben op het doen en laten van de schooljongens – die uit verschillende bevolkingsgroepen afkomstig zijn – en hoe de vooroordelen verdwijnen in gezamenlijk verzet tegen de ouderen.

Dit schrijnende, sombere, maar aan het slot toch enigszins hoopvolle verhaal krijgt er een dimensie bij doordat men al spoedig beseft dat Bea Vianen met het internaat, waarin men de jeugd tracht klein te houden, een situatie heeft beschreven die op heel Suriname van toepassing is.

Aldert Walrecht schreef over deze roman: ‘In dit “eetboek” zit voor de fijnproever een maaltijd verborgen, waarin hij steeds meer ingredienten ontdekt.’ En Rabin Gangadin over haar oevre: ‘Vianen geeft in haar werken, die de indruk wekken van aan het werkelijke leven ontleende verhalen, de kleur, het aanschijn en de bewogenheid van het ware Suriname.’

Craig Strete – Met de pijn die het liefheeft en haat. Jeugdroman

90-6265-145-3CRAIG STRETE
Met de pijn die het liefheeft en haat

Amerika, Indiaans, Jeugdroman
Vertaling: Jos Knipscheer
Gebonden, 92 blz.,
ISBN 90-6265-145-3
Eerste druk 1983
UITVERKOCHT

Op een dag vindt het meisje Natina bij het bessen plukken een kreupele jonge witkophavik. Zij verzorgt het gewonde dier liefdevol en al snel blijkt dat de vogel ‘goede medicijn’ is en voorspoed brengt aan Natina’s door armoe en ziekte getroffen familie.
Maar niet iedereen is blij voor Natina: Blauwe Sneeuw voelt alleen maar afgunst en haat. Hij steelt de witkophavik uit Natina’s hut en maakt de vogel dood…
Dan duikt daar opeens weer die geheimzinnige oude man op, die al vanaf het begin van het verhaal een rol speelt en voor wie iedereen bang is omdat hij nooit een woord zegt en alleen maar, dag in dag uit, naar de spelende kinderen kijkt…

Ewald Vanvugt – Brief aan een nieuwe werkloze. Essay

90-6265-072-4EWALD VANVUGT
Brief aan een nieuwe werkloze

Nederland, essay
Paperback, 136 blz., uitverkocht
ISBN 90-6265-072-4
Eerste druk 1983

Honderdduizenden mensen zijn werkloos gemaakt, zij zijn van de ene dag op de andere uit hun positie gemikt. Zo komt het dat niet alleen bejaarden, invaliden en zieken, maar honderdduizenden gezonde mensen de hele dag en elke dag zijn verplicht te niksen. Zij mogen lanterfanten en klaplopen, en baliekluiven en slabakken, suffen, klunzen, stilzitten, pierewaaien en duimendraaien – en voor de rest moeten ze maar zien wat ze doen.
Misschien vind jij het niet eens zo’n grote rotstreek dat naar willekeur met je wordt omgesprongen. Misschien ben je uit gewoonte al bereid je aan de nieuwe omstandigheden aan te passen, en voel je je vooral zo beroerd omdat je graag een wat belangrijker bijdrage aan de samenleving zou willen leveren dan twee keer per week een volle vuilniszak.
Nu ook jou je werk is afgenomen en ook jij tot een lichamelijke en maatschappelijke kneus dreigt te worden gemaakt, moet ik met alle hartstocht die in me is je vertellen, dat de opvatting van arbeid als de zin van het leven misschien niet eens de halve waarheid, maar juist een vuile leugen is. De ontmaskering van die leugen is de bedoeling van dze brief.

De Ervaren Lanterfanter aan Zijn Broer die Werkloos is geworden:
‘Jij schijnt je goed de pleuris te zijn geschrokken nu je zonder werk zit. Ik heb gehoord dat je de dag na je ontslag ziek in bed bent gebleven en nu ’s avonds zelfs je borrel laat staan. Nu wil ik de vrijheid nemen je een riem onder het hart te steken…’

Mark Insingel – Een meisje nam de tram. Roman

Een meisje nam de tramMARK INSINGEL
Een meisje nam de tram

Roman
België
Genaaid, gebrocheerd, met flappen 112 blz., € 12,50
1983
ISBN 90-6265-143-7
Verkrijgbaar bij uitgever

Zoals de dagen elkaar in steeds dezelfde reeks opvolgen, maar tegelijk in hun inhoud omwisselbaar zijn, zo volgen in Een meisje nam de tram de levensperioden vande personages elkaar op en gaan die personages in elkander over: het meisje dat ook de vrouw is (en ook de andere vrouw), de jongen die de man is (en ook de andere), en beiden gaan ze door hetzelfde heen: de onrust, de verwachting, de rivaliteit, de haat en de verlatenheid – de slingerbeweging van gevoelens die het leven door niet aflaat, tot op de drempel van de uiteindelijke ultieme eenzaamheid.

Mark Insingel (Antwerpen, 1935) heeft sinds zijn debuut in 1963 diverse boeken gepubliceerd, waarvan Mijn territorium (roman, 1980) en Woorden zijn oorden (essays, 1981) eveneens bij In de Knipscheer verschenen.

«Insingel toont de meest triviale levenssituaties en taalvormen zo dat ze in hun alledaagsheid bloot komen te liggen. (…) Dat men zich niet vergisse: dit boek behoort tot de literaire crème van deze Vlaamse Boekenbeurs.» – Jan H. Mysjkin, De Morgen (1983)