«Kwalitatief hoogstaande bloemlezing die een diversiteit aan stemmingen en gevoelens illustreert.» – André Oyen

Rogi en AbysAndré Oyen wijdt zijn wekelijkse column ‘Het aarzelend schrijven’ (over schrijven, lezen en alles wat daar bij hoort! ) van 20 augustus 2021 aan Rogi Wieg:
«(…) Of je nu een interview met Rogi Wieg leest, of een recensie over zijn werk, telkens duiken er deze vier thema’s op: zijn jood zijn, zijn gevecht met de liefde en de dood en zijn zoeken naar waarheid. (…) Als je de gedichten uit zijn bundel ‘Khazarenbloed’ doorleest, merk je in alles de dwingende behoefte in om het existentiële tekort van het leven ongedaan te maken, te overwinnen. Waarom ben ik hier? (…) Hij verwoordt dat ook heel sterk in het gedicht ‘Ik ben niet te vinden’ uit de tweede afdeling ‘Lichaam en toch as’: Ik ben niet te vinden / De kat zoekt de vogel, / de hand de tepel / de vingers zoeken de vrouw, de witte heks / met de wond. De vrouw zoekt mij, / maar ik ben niet te vinden, want er / wordt te veel gezocht. / Te veel naar hoe het moest, / hoe ik de vrouw zocht, / hoe ik stierf en weer opstond. Hoe / ik liefheb en had. // Rogi Wieg (1962) publiceerde zijn eerste bundel in 1982. Sindsdien verschenen van hem zo’n 25 titels, waaronder Het boek van de beminnelijkheid, Waar hij zijn jas hangt en De ander. Over zijn jarenlange gevecht tegen zware depressies schreef hij in 2003 het boek Kameraad Scheermes, waarin hij de lijdensweg beschrijft van iemand die lange tijd op de rand van het bestaan heeft gebalanceerd. (…) ‘Afgekapt Dichtwerk’ is eigenlijk een bijzondere bundel waarin ruim dertig jaar dichten aan vooraf gingen en die een rijkdom aan nieuwe en herwerkte gedichten bevat. En zelf verwoordt hij dat zo mooi in een gedicht voor Franc Knipscheer: ‘Ik wil nooit iets beter uitdrukken dan ik denk en voel’! (…) ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’ is een kwalitatief hoogstaande bloemlezing die een diversiteit aan stemmingen en gevoelens illustreert, waarin subtiele humor regelmatig infiltreert en die het talent van de auteur in blijde en droeve dagen op een sublieme manier toont.
Lees hier of hier de column
Meer over Rogi Wieg bij Uitgeverij In de Knipscheer

«De jazz duikt steeds weer op in zijn teksten.» – Erik van den Berg

Opmaak 1Over ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’ van Rogi Wieg in Jazzbulletin, december 2015:
Ofschoon muziek geen hoofdthema in zijn werk is, duikt de jazz steeds weer op in zijn teksten en schilderijen. (…) ‘Transition’, een verwijzing naar de gelijknamige, in 1970 postuum verschenen Coltrane-lp, is terug te vinden in ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’, de enkele maanden na Rogi Wiegs dood verschenen bloemlezing uit zeventien van zijn bundels, samengesteld door Peter de Rijk. (…) Het voorlaatste gedicht in de bijna vierhonderd pagina’s tellende keuze is het kort voor zijn dood geschreven I Want To Talk About You, vernoemd naar een van Coltranes favoriete ballads. Het opent met een aanroep: ‘God, geef mij nog een laatste/ gedicht. In Uw metaforen beveel/ ik mijn lichaam en geest’.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’
Meer over Rogi Wieg bij Uitgeverij In de Knipscheer

Abys Kovács openhartig over haar leven met Rogi Wieg

Opmaak 1

Abys Kovács te gast bij ‘Kunst & Cultuur’ van Amsterdam FM-radio, maandag 26 oktober 2015:
Bert van Galen en Peter de Rijk (en na een halfuur ook Rob Zwetsloot) praten uitgebreid met Abys Kovács over de dichter Rogi Wieg aan wiens leven op 15 juli 2015 een bewust einde kwam. Ook het overlijden van haar vader in Hongarije een maand later en de zelfmoord van Joost Zwagerman weer een maand later komen ter sprake. Peter de Rijk stelde uit het poëtisch werk van Rogi Wieg de imposante bloemlezing ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’ samen, die in september 2015 uitkwam. Behalve een viertal gedichten tijdens het radio-interview, leest hij ook het gedicht in het filmpje dat Rob Zwetsloot na afloop van het interview schoot.
Luister hier naar de radio-uitzending
Meer over Abys Kovács op deze site
Meer over Rogi Wieg
Meer over ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’

«Een fraai en waardig boek.» – Menno Hartman

Opmaak 1

Over ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’ van Rogi Wieg in Literair Nederland, 8 oktober 2015:

In de ‘Poëziekrant’ van deze maand staat een mooi ingetogen en persoonlijk in memoriam voor Rogi Wieg, door Maria Barnas. Bij uitgeverij In de Knipscheer verscheen ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’, een verzameling van zijn gedichten, door Peter de Rijk ingeleid. Het voorwoord staat – begrijpelijk – volledig in het teken van Wiegs zelfgekozen dood. Is dat logisch? Misschien en hopelijk vanonder het aspect der eeuwigheid zal juist de levensdrift van Wieg die spreekt uit veel van zijn gedichten wel veelzeggender blijken te zijn.

Gedicht
Je hebt mooie ogen, nee, zo mag je dat niet
zeggen, zoiets is allang voorbij. Maar je ogen
bleven door de jaren heen, door eeuwen ziet
men mooie ogen, ik heb ze daarom maar verbogen
in duizend naamvallen. […]

In het boek geplakt, op ouderwetse wijze, een ‘bidprentje’ getiteld ‘The cat, Rogi and me’, door Abys Kovács, Wiegs echtgenote. Een fraai en waardig boek.
Meer over ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’
Meer over Rogi Wieg bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Er zat maar één ding op, vond Wieg: euthanasie aanvragen.» – Coen Verbraak

Abys KovacsInterview met Abys Kovacs-Wieg, de weduwe van dichter en schrijver Rogi Wieg in NRC Handelsblad, 3 oktober 2015:
“Ik voél mezelf niet, terwijl ik tegelijk zoveel pijn voel. Zelfs Rogi, die een man van woorden was, zou er geen woorden voor weten. Al heb ik wel bereikt wat ik wilde: in liefde tot het einde leven met de man van wie ik zoveel hield. Ik heb de Echte Liefde gekend. Wie kan zoiets zeggen? Ik mis hem elke seconde, maar ik gun hem ook zo de rust. Ik had echt niet kunnen denken dat ik als domineesdochter ooit zou zeggen: ‘euthanasie is een zegen’. Maar nu zeg ik dat volmondig. Rogi is waardig doodgegaan. Bij zelfmoord blijven er altijd vragen achter. Die waren er nu niet. Uit die gedachte put ik elke dag gemoedsrust.”
Lees hier het interview
Meer over Abys Kovács bij Uitgeverij In de Knipscheer
Meer over Rogi Wieg bij Uitgeverij In de Knipscheer

Rogi Wieg – Even zuiver als de ongeschreven brief. Bloemlezing

Opmaak 1Rogi Wieg – Even zuiver als de ongeschreven brief
Bloemlezing uit het poëtisch oeuvre van Rogi Wieg
samengesteld en ingeleid door Peter de Rijk
Nederland
Paperback met flappen, 388 blz.,
met frontispiece van Abys Kovács en Rogi Wieg in 4-kleuren, € 24,50
ISBN 978-90-6265-902-9
Presentatie 19 september 2015

Robert Gabor Charles (Rogi) Wieg (1962- 2015) ontving voor zijn dichtbundel Toverdraad van dagverdrijf in 1987 de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs. Uit de 16 dichtbundels die hij schreef werd op zijn verzoek door Peter de Rijk een bloemlezing samengesteld. Ook de gedichten die in zijn ‘persoonlijke kroniek’ Liefde is een zwaar beroep (1987), de catalogus De kleine schepper en de laatste gedichten die in het literair tijdschrift Extaze stonden, kwamen in aanmerking voor deze voor Rogi Wieg definitieve bloemlezing.

In Even zuiver als de ongeschreven brief is gekozen voor een chronologische aanpak. De bloemlezing beoogt immers ook het leven van de dichter in beeld te brengen, zoals hij het zag en in zijn eigen woorden. Wieg zei ooit: ‘Ik heb altijd veel over mijzelf uit moeten leggen.’ Deze bloemlezing vertelt ook dat verhaal, tot in ieder pijnlijk detail, al gaat het in beginsel om de mooiste en beste gedichten die Rogi Wieg schreef.
Meer over ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’
Meer over Rogi Wieg bij Uitgeverij In de Knipscheer

In Memoriam Rogi Wieg

Rogi en Abysfoto: Stephan Raaijmakers

Begraafplaats Buitenveldert, 21 juli 2015:

“Beste aanwezigen,
Allen van harte gecondoleerd met het verlies van Rogi Wieg, 52 jaar oud. Onwillekeurig gaan mijn gedachten terug naar die dag in februari 1997, toen mijn broer Jos Knipscheer overleed, ook 52 jaar, ook decennialang noodgedwongen volgepropt met medicatie, in zijn geval om zijn nieren aan de gang te houden, die uiteindelijk zijn hoofd inwendig deed uiteenspatten. Rogi met heel lang de doodswens, Jos met heel lang de levenswens.

Rogi kende de uitgeverij al vanaf de begintijd. In 1978 , 1979, 1980 en 1981 gaf de uitgeverij verschillende Hongaarse dichters en schrijvers in Nederlandse vertaling uit. Rogi, als zoon van Hongaarse ouders, wist dat, volgde dat. Rogi kende ook het eerste literaire tijdschrift van de uitgeverij, Mandala, waarvan het eerste nummer in voorjaar 1975 verscheen. Hij vroeg aan Jos Knipscheer of hij in Mandala gedichten kon publiceren, nét op het moment dat, na vier uitgerekte jaargangen, het allerlaatste nummer van Mandala in 1981 al was afgesloten. De paden van In de Knipscheer en Rogi Wieg kruisten elkaar sindsdien vaker, al was het alleen maar omdat In de Knipscheer vanaf eind jaren tachtig voor langere tijd de uitgeverij was van enkele van zijn dichtersvrienden zoals Frank Starik en Pieter Boskma.

Uitgeverij In de Knipscheer heeft Rogi in overtreffende trap mogen meemaken vanaf april 2011. Het was een overdachte keuze die Rogi maakte in een e-mail aan de uitgeverij: ‘Ik heb genoeg van Amsterdam met zijn uitgevers. Jullie uitgeverij is klein maar goed en bevalt me wel. Ik wil graag bij jullie uitgeven.’ Hij wilde kennelijk de luwte in. In de Knipscheer heeft nooit echt deel uitgemaakt van wat ‘hét literaire wereldje’ heet, toen niet, nu niet. Twee weken later, nadat we zijn gedichten-in-portefeuille hadden gelezen, zaten we in Haarlem gevijfen aan de tafel: Rogi, Abys, Peter de Rijk, mijn partner Anja en ik, en werd de herstart beklonken. En geen van ons heeft die betreurd. In die paar jaren maakten we diverse crises van Rogi mee. Ik herinner me de keer dat hij me vroeg naar Amsterdam te komen om afscheid te nemen. Ik zag de wanhoop in zijn ogen. Ik kreeg handgeschreven notitieboekjes mee, die ik later, toen het weer wat beter ging, heb teruggegeven. Ik kwam die avond aangeslagen terug in Haarlem. Bij een volgende afspraak bij hem thuis, alweer een paar jaar later, reisde ik met lood in de schoenen af, maar keerde met een glimlach terug, want Rogi bleef, toch, met de pijn op het gezicht, inmiddels ook van lichamelijk lijden, een gemakkelijk en vermakelijk verteller.

De wederzijdse loyaliteit was vanzelfsprekend en totaal. Het was ‘lieve vrede, verre liefde’ om een dichtregel van lang geleden van Huub Oosterhuis te citeren. De uitgeverij heeft het genoegen gehad in die jaren Rogi uitsluitend mee te maken als een hoffelijk een beminnelijk man. In goede en in slechte tijden. Dat zal, dat moet een reden hebben: de liefde. En is liefde niet ook een oefening in beheersen? Twee mensen, Rogi en Abys, die verliefd op elkaar worden — voor het eerst bijna twintig jaar geleden — elkaar enkele keren jarenlang uit het oog verliezen door de loop van het leven, maar elkaar toch weer vinden en dan vasthouden ondanks de pijnlijke mechanismen van aantrekken en afstoten die een relatie met een man met dwangneurose, met paniekaanvallen en met depressies onvermijdelijk kenmerken. Veel gedichten heeft Rogi aan zijn Abys opgedragen, zoals het tweede deel in de bundel Khazarenbloed, de bundel Afgekapt dichtwerk en de gedichten die in overtijd werden geschreven en opgenomen werden in de catalogus De kleine schepper.

Ik eindig, uiteraard, met een gedicht. Want de begrafenis van Rogi Wieg kan niet anders zijn dan ook een viering van de poëzie. Het is een gedicht van Rogi voor Abys uit Afgekapt dichtwerk. Het heet ‘Iets anders’. Rogi schreef het twee jaar geleden.

Hier is het verhaal uit,
het was geen oefening
in doodmaken, maar
iets anders. Ik wacht op
haar, eet dan iets met haar
en slaap, later in de nacht,
met haar. Ze leest op bed, in
de woonkamer doe ik Taak.

Zij wacht daar op mij, is bij mij,
zoals haar en mijn uitgestrekte
God op ons wacht en bij ons is,
hoog en laag. Ik schrijf vandaag

al 32 jaar mijn verzen. Dat is
64% van tijd die ik tot aan deze
avond toe besta. Zij weet hiervan,
kent procenten, volgemaakt getal.

En ik heb geen verbrijzeld, gekapt,
of afgebroken werk gemaakt.
Niet over haar, of onze God.
En ook niet over al dat andere.

Rogi, bedankt dat je bij ons was en blijft.
Abys, fijn dat je bij ons bent en blijft.”

franc knipscheer

Meer over Rogi Wieg bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Het voelt verdomd goed als je een paar mooie dingen in je leven hebt gemaakt.» – Rogi Wieg

Rogi Wieg PletterijDankwoord van Rogi Wieg bij de opening van ‘De kleine schepper’ uitgesproken door zijn vrouw Abys Kovacs, 30 januari 2015:
Ik ben thuis en denk aan jullie. Ik mis het om geen deel te kunnen nemen aan dit leven. Het is heel vreemd dat de dood langzamerhand zo dicht bij mij is gekomen. Ik wil opstaan, herrijzen. Ik wil schilderen en tekenen, muziek maken, gedichten schrijven. Maar het gaat niet meer. (…) Ik zal vrede moeten sluiten met er niet meer te zijn. Daar moet ik nog wat aan werken, geloof ik. Zeker is dat ik zonder mijn vrouw Abys Kovacs al lang niet meer had geleefd. Zij heeft mij kracht gegeven om door te gaan. En soms heb ik het gevoel dat ik alleen maar voor haar besta. Ik heb de indruk dat ik met mijn kunstwerken mensen echt heb kunnen raken. (…) Het voelt verdomd goed als je een paar mooie dingen in je leven hebt gemaakt.
Lees hier het ‘Laatste stuk van Rogi Wieg’
Kijk hier naar gefilmde impressie van ‘De kleine schepper’ in Arti et Amicitiae
Meer over ‘De kleine schepper’
Meer over Rogi Wieg bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Dichter-schrijver Rogi Wieg neemt afscheid van zijn lezers.» – Arjan Peters

Rogi-Abysfoto: Stephan Raaijmakers
Over ‘Rogi Wieg: De kleine schepper’ expositie in Arti et Amicitae, in de Volkskrant, 24 januari 2015:
‘Toen ik doorkreeg dat ik geen grote tennisser zou worden, ben ik gestopt. Klassiek piano heb ik gespeeld, jazzpianist geprobeerd, blues is mijn grote liefde, is ook niet gelukt. Je kunt zeggen dat ik rond mijn twintigste ben gaan schrijven omdat ik nergens anders voor deugde. Ineens was het er.’ (…) ‘Je kunt me uitbehandeld noemen. Ik ben een oude man van 52. Moe, morfinist geworden en doodziek. Mijn hele lichaam schokt van binnen. Het lijkt wel science-fiction.’ Ondraaglijk lijden, hebben de artsen die hem in de gaten houden bevestigd. (…) Afscheid van het schrijven heeft hij al genomen. De voorbode daarvan was af te lezen aan het gedicht ‘Good times’ in Afgekapt dichtwerk, met de slotregels: Lang geleden dat ik zo was,/ dat ik opstond, koffie zette en me boog over het heelal.(…) Het gekke is: de gedachte dat het leven niet lang meer duurt, is rustgevend. Het is snel gegaan, het leven. Veel sneller dan ik dacht. Het hele concept van leven en dood deugt niet. Het is zo idioot dat je verdwijnt. Ik deugde nergens voor en heb toen hopelijk een paar mooie dingen gemaakt die mijn signatuur tonen. Als ik ergens voor had gedeugd, zouden ze niet gemaakt zijn.
Lees hier het interview
Meer over Rogi Wieg bij Uitgeverij In de Knipscheer