«Hoe lyrisch kan een dichter zijn in zijn laatste verzen?» – André Oyen

Rogi en AbysOver Rogi Wieg in ‘Het aarzelend schrijven’ op Ansiel, 2 oktober 2021:
Onder de titel ‘Het aarzelend schrijven’ schrijft André Oyen op het blog Ansiel een wekelijkse column over schrijven, lezen en alles wat daar bij hoort! Op 20 augustus jl. wijdde hij zijn column aan Rogi Wieg. Robert Gabor Charles (Rogi) Wieg (Delft, 21 augustus 1962 – Amsterdam, 15 juli 2015) was een Nederlands schrijver, dichter, beeldend kunstenaar en muzikant. Zijn ouders vluchtten in 1956 uit Hongarije. Zij vestigden zich een jaar later in Nederland. (…) Zijn leven werd getekend door ernstige depressies. Hij werd regelmatig opgenomen in psychiatrische ziekenhuizen, onderging elektroshocktherapie en deed driemaal een poging tot zelfdoding. Wieg trouwde op 29 december 2014 met beeldend kunstenares Abys Kovács. (…) Telkens duiken er deze vier thema’s op: zijn jood zijn, zijn gevecht met de liefde en de dood en zijn zoeken naar waarheid. (…) Zijn oeuvre bestaat grotendeels uit mijmerende, soms heel gevoelige gedichten waarin de natuur, de liefde en het denken centraal staan en waarin toch ook vaak grimmigheid de boventoon voert. (…) ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’ is een kwalitatief hoogstaande bloemlezing die een diversiteit aan stemmingen en gevoelens illustreert, waarin subtiele humor regelmatig infiltreert en die het talent van de auteur in blijde en droeve dagen op een sublieme manier toont.
Lees hier verder
Meer over Rogi Wieg bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Kwalitatief hoogstaande bloemlezing die een diversiteit aan stemmingen en gevoelens illustreert.» – André Oyen

Rogi en AbysAndré Oyen wijdt zijn wekelijkse column ‘Het aarzelend schrijven’ (over schrijven, lezen en alles wat daar bij hoort! ) van 20 augustus 2021 aan Rogi Wieg:
«(…) Of je nu een interview met Rogi Wieg leest, of een recensie over zijn werk, telkens duiken er deze vier thema’s op: zijn jood zijn, zijn gevecht met de liefde en de dood en zijn zoeken naar waarheid. (…) Als je de gedichten uit zijn bundel ‘Khazarenbloed’ doorleest, merk je in alles de dwingende behoefte in om het existentiële tekort van het leven ongedaan te maken, te overwinnen. Waarom ben ik hier? (…) Hij verwoordt dat ook heel sterk in het gedicht ‘Ik ben niet te vinden’ uit de tweede afdeling ‘Lichaam en toch as’: Ik ben niet te vinden / De kat zoekt de vogel, / de hand de tepel / de vingers zoeken de vrouw, de witte heks / met de wond. De vrouw zoekt mij, / maar ik ben niet te vinden, want er / wordt te veel gezocht. / Te veel naar hoe het moest, / hoe ik de vrouw zocht, / hoe ik stierf en weer opstond. Hoe / ik liefheb en had. // Rogi Wieg (1962) publiceerde zijn eerste bundel in 1982. Sindsdien verschenen van hem zo’n 25 titels, waaronder Het boek van de beminnelijkheid, Waar hij zijn jas hangt en De ander. Over zijn jarenlange gevecht tegen zware depressies schreef hij in 2003 het boek Kameraad Scheermes, waarin hij de lijdensweg beschrijft van iemand die lange tijd op de rand van het bestaan heeft gebalanceerd. (…) ‘Afgekapt Dichtwerk’ is eigenlijk een bijzondere bundel waarin ruim dertig jaar dichten aan vooraf gingen en die een rijkdom aan nieuwe en herwerkte gedichten bevat. En zelf verwoordt hij dat zo mooi in een gedicht voor Franc Knipscheer: ‘Ik wil nooit iets beter uitdrukken dan ik denk en voel’! (…) ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’ is een kwalitatief hoogstaande bloemlezing die een diversiteit aan stemmingen en gevoelens illustreert, waarin subtiele humor regelmatig infiltreert en die het talent van de auteur in blijde en droeve dagen op een sublieme manier toont.
Lees hier of hier de column
Meer over Rogi Wieg bij Uitgeverij In de Knipscheer

Gedicht van Rogi Wieg [3]

RogiOngeschrevenIn zijn bijna dagelijkse Facebookbericht memoreert Wim van Til, oprichter van en coördinator bij Poëziecentrum Nederland, de geboorte- en sterfdagen van Nederlandstalige dichters. Vandaag (15 juli 2020) is het de geboortedag van onder anderen Leo Ross. Hans Vlek (1947-2016) en Rogi Wieg (1962-2015) stierven op deze dag. Bij wijze van felicitatie/gedenken kiest Wim van Til voor een gedicht van Leo Ross. Uitgeverij In de Knipscheer kiest in dit bericht voor het gedicht ‘Het andere deel’ van Rogi Wieg uit zijn bij deze uitgeverij verschenen bundel ‘Afgekapt Dichtwerk’ (2014). Dit gedicht is een van de drie gedichten die Klaas de Groot opnam in zijn bloemlezing ‘Grenzenloos; 40 jaar Knipscheer Poëzie’ (2018).

Het andere deel

Ik kreeg vrije toegang tot de wereld
en zit hier nu met niemand.
Hoe heb ik dit kunnen doen?
Zomer ligt in mijn nek, een te warme,
klemmende arm. Motregen. Gezien
de bewijzen is mijn executie op komst.

Zijn er geen bewijzen? Is mijn executie
dan een armband van klanken en zinsbouw?
Ben ik een verhalenverteller van angst?
Laat me niet worden geslacht, zomer,
zomer met witte lichten als eenvoudige
bruidsjurken, breng me iemand.

Dit vers is iets van een deels bekennende
verdachte. Het andere deel is van geen belang
voor een bruid en kan iedereen beter missen.

Meer over Rogi Wieg bij Uitgeverij In de Knipscheer
Meer over ‘Grenzenloos’

«Het verblijven in de natuur en het schrijven van gedichten droegen samen bij tot een heilzame ervaring.»

Opmaak 1Interview door Alja Spaan met Klaas Jager n.a.v. ‘Dichtbrieven van een overzeese vriend’ op MeanderMagazine, 17 december 2020:
Klaas Jager is van beroep ornithologisch ecoloog maar ook schrijver/dichter. (…) “Als kind van zeven à acht jaar schreef ik al gedichten. (…) Het voelde voor mij als een aangename hoedanigheid van geruisloos verdwijnen en verwijlen in een verstommende wereld. Het dichten was ook zoiets als componeren van de stilste muziekvorm, die alleen ikzelf op dat moment kon horen. Misschien kwam, en komt het nu nog voort uit escapisme. (…) Ik herinner me helder hoe het me vervoerde toen ik voor het eerst schreef; de aanzet tot de eerste letter, het eerste woord, de eerste zin, het begin van een gedicht. Het niet te overtreffen momentane besef: ik besta! Een magisch transformatieproces. (…) Vogels hebben me vooral geleerd mijn zintuigen te gebruiken: Scherp observeren, goed kijken en luisteren. Ook dat je altijd alert moet zijn; de geringste rimpeling kan een enorme impact hebben.” (…)
Lees hier het interview ‘Het woord is krachtig, maar niet almachtig’
Meer over ‘Dichtbrieven van een overzeese vriend’
Meer over Klaas Jager bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Rogi Wieg alweer 5 jaar geleden.» – Wim van Til [1]

Rogi-Wieg-PletterijWim van Til is oprichter van en coördinator bij Poëziecentrum Nederland. Hij plaatste onderstaand gedicht van Rogi Wieg ter gelegenheid van zijn overlijden 5 jaar geleden (15 juli 2015). Het gedicht De oudste jazzmuziek van ‘als’ komt uit de dichtbundel ‘Afgekapt dichtwerk’ uit 2014, verschenen bij Uitgeverij In de Knipscheer.

De oudste jazzmuziek van ‘als’

‘Als’ is een Groot Woorden-woord,
dat tijdens het zijn van een mensheid,
doorgaande naar een andere mensheid,
misschien vaker valt en is gevallen,
zal vallen, dan welk woord dan ook.

De zwaartekracht in dit heelal trekt
‘als’ uit onze monden, dat is nodig
voor schoon voedsel, waarop gekauwd
kan worden over oorzaak en gevolg.
Zolang er meubilair is, zolang er
zijn: messen en vorken, borden en glazen
voor Eenzamen en Niet-Eenzamen, die
bedenktijd en bedtijd hebben, is ‘als’
het woord voor ruimtetijd. Een grote klok,
een keukenblok waarop de afwas staat,
veel menselijke liefde- en haatvaat.
En verder, van alles daartussenin.

Morsdood zal ik niet na kunnen denken
over onze ligplek, ik moet dit eerder doen.
Hoe jij en ik ooit samen niets zullen doen,
maar, niet onder ongemalen, donker steen,
gelegd over het onbeweeglijke heen. Ik wil
anders. Wil ik ons in hout leggen? Lichamen,
die zich ooit met elkaar deelden, nu in hol hout?
Geen gesnurk of zachte adem te horen. Niets
meer van gegil, gekronkel. Niet iets hebben,
jij en ik. Wanneer wij samen zullen liggen,
is het ‘als’ voor altijd uit, zoals een door God
platgelegde laptop. Een gebarsten, niet meer
zichtbaar beeldscherm zonder toetsenbord.

Toch genoeg. Veel vlinders, met op hun kleine
ruggen en buiken onze dansende vingerafdrukken,
dansend op de oudste jazzmuziek van ‘als’.

Zie
Meer over ‘Afgekapt dichtwerk’
Meer over Rogi Wieg bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Zijn zinnen zweefden boven het papier.» – Frank Kromer

VoorplatWiegKringN.a.v. ‘In de kring van menselijke warmte. Hommage aan Rogi Wieg’ van Peter de Rijk (sam.) in NIW, 12 juni 2017:
(…) Wieg was een geboren dichter. Zijn zinnen zweefden boven het papier. In elk antiquariaatje dat ik bezocht, spitte ik door de kasten, op zoek naar bundels en ander werk van mijn literaire ontdekking. Een van mijn favoriete boeken is nog steeds de korte verhalenbundel ‘Souffleurs van de duivel’, waarin Lou Cyfer en duiveneieren prachtrollen spelen. Mocht u het tegenkomen in een tweedehandsboekwinkel: aanschaffen is het advies, zonder na te denken. Hoe meer ik van Rogi las, hoe meer ik hem wilde spreken. Ik had meer bekende Joodse schrijvers voor het NIW geïnterviewd, dus waarom Wieg niet? Waar hij was, wist ik niet. Hij had al een paar jaar niks meer gepubliceerd. Maar toen, alsof het zo moest zijn, verscheen een e-mail in de redactie-inbox met als kop: “Vroege lof voor Rogi Wiegs ‘Afgekapt dichtwerk’.” Wieg leefde, Wieg schreef weer en ik moest hem spreken. Toch is het er niet van gekomen. Via zijn uitgever kreeg ik te horen dat hij weer in een kliniek zat. (…) Hij plofte op de deurmat zoals alleen de best verpakte pakketjes dat doen. ‘In de kring van menselijke warmte’, zo heette het boek dat in de enveloppe met bubbeltjesplastic zat. De ondertitel stond steriel boven aan de kaft: ‘Hommage aan Rogi Wieg’. (…) Alweer twee jaar geleden overleed hij. Een zelfgekozen dood. Het boek dat achter mijn voordeur lag was een soort gedenkbundel van collega-dichters, vrienden en uitgevers.
Lees hier de recensie
Meer over ‘In de kring van menselijke warmte. Hommage aan Rogi Wieg’
Meer over Rogi Wieg bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Royale bloemlezing uit het werk van Rogi Wieg laat zien dat hij een natuurtalent was.» – Arjan Peters

Opmaak 1Over ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’ van Rogi Wieg in De Volkskrant, 10 oktober 2015:
Ontwrichte sonnetten, daar leken veel van de verzen op in de bundel Toverdraad van dagverdrijf waarmee Wieg in 1986 officieel debuteerde. In de jaren daarvoor had hij bij kleine uitgeverijen een paar bundels uitgebracht waarin hij ook al treurde om het verlies van zijn jeugd – let wel, toentertijd zelf nog een jongeling van 19, 20 zijnde. ‘Ben niet meer een metertje leven,/ zacht slapend voor de kachel,’ dichtte hij in Tijd is als een nekschot (1982): ‘Ergens liggen nog kleine pyjama’s/ geurend naar ouderwets waspoeder./ En speelgoedbootjes voor in bad,/ potjes met chemische stoffen van later,/ ondeugende boekjes, gele postzegels,/ tranen, hechtingen, vader, moeder,/ dag en nacht.’ De achteloze voltreffer van ‘hechtingen’, dat zowel kan wijzen op afleesbare kwetsuren als op bindingen met dierbaren, laat zien dat Wieg een groot natuurtalent was. (…) Na een groot aantal jaren van malaise en verzen die kreunden onder de woorden dood, zelfmoord, isoleer en bajes publiceerde Wieg de laatste jaren enkele opzienbarende bundels, Khazarenbloed (2012), Afgekapt dichtwerk (2014) en een paar sterke losse verzen in de catalogus met beeldend werk De kleine schepper en in het tijdschrift Extaze (beide 2015). De gedichten liepen weer soepel, waren soms bij alle pijn ronduit humoristisch, en er stonden duurzame regels tussen: ‘We hebben, als we niet te vroeg/ sterven, allemaal de jeugd van ons/ leven’, ‘Ik haal de lijnen leeg met natte, doorgehuilde was’, en ‘Vandaag weer een eerste vers. Ik/ ben in leven als pijn waaruit/ de vlammen slaan op een veld/ dat brandt en de nachthemel bijlicht’, een slotstrofe uit mei van dit jaar.
Lees hier meer uit de recensie in De Volkskrant
Meer over ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’
Meer over Rogi Wieg bij Uitgeverij In de Knipscheer

In Memoriam Rogi Wieg

Rogi en Abysfoto: Stephan Raaijmakers

Begraafplaats Buitenveldert, 21 juli 2015:

“Beste aanwezigen,
Allen van harte gecondoleerd met het verlies van Rogi Wieg, 52 jaar oud. Onwillekeurig gaan mijn gedachten terug naar die dag in februari 1997, toen mijn broer Jos Knipscheer overleed, ook 52 jaar, ook decennialang noodgedwongen volgepropt met medicatie, in zijn geval om zijn nieren aan de gang te houden, die uiteindelijk zijn hoofd inwendig deed uiteenspatten. Rogi met heel lang de doodswens, Jos met heel lang de levenswens.

Rogi kende de uitgeverij al vanaf de begintijd. In 1978 , 1979, 1980 en 1981 gaf de uitgeverij verschillende Hongaarse dichters en schrijvers in Nederlandse vertaling uit. Rogi, als zoon van Hongaarse ouders, wist dat, volgde dat. Rogi kende ook het eerste literaire tijdschrift van de uitgeverij, Mandala, waarvan het eerste nummer in voorjaar 1975 verscheen. Hij vroeg aan Jos Knipscheer of hij in Mandala gedichten kon publiceren, nét op het moment dat, na vier uitgerekte jaargangen, het allerlaatste nummer van Mandala in 1981 al was afgesloten. De paden van In de Knipscheer en Rogi Wieg kruisten elkaar sindsdien vaker, al was het alleen maar omdat In de Knipscheer vanaf eind jaren tachtig voor langere tijd de uitgeverij was van enkele van zijn dichtersvrienden zoals Frank Starik en Pieter Boskma.

Uitgeverij In de Knipscheer heeft Rogi in overtreffende trap mogen meemaken vanaf april 2011. Het was een overdachte keuze die Rogi maakte in een e-mail aan de uitgeverij: ‘Ik heb genoeg van Amsterdam met zijn uitgevers. Jullie uitgeverij is klein maar goed en bevalt me wel. Ik wil graag bij jullie uitgeven.’ Hij wilde kennelijk de luwte in. In de Knipscheer heeft nooit echt deel uitgemaakt van wat ‘hét literaire wereldje’ heet, toen niet, nu niet. Twee weken later, nadat we zijn gedichten-in-portefeuille hadden gelezen, zaten we in Haarlem gevijfen aan de tafel: Rogi, Abys, Peter de Rijk, mijn partner Anja en ik, en werd de herstart beklonken. En geen van ons heeft die betreurd. In die paar jaren maakten we diverse crises van Rogi mee. Ik herinner me de keer dat hij me vroeg naar Amsterdam te komen om afscheid te nemen. Ik zag de wanhoop in zijn ogen. Ik kreeg handgeschreven notitieboekjes mee, die ik later, toen het weer wat beter ging, heb teruggegeven. Ik kwam die avond aangeslagen terug in Haarlem. Bij een volgende afspraak bij hem thuis, alweer een paar jaar later, reisde ik met lood in de schoenen af, maar keerde met een glimlach terug, want Rogi bleef, toch, met de pijn op het gezicht, inmiddels ook van lichamelijk lijden, een gemakkelijk en vermakelijk verteller.

De wederzijdse loyaliteit was vanzelfsprekend en totaal. Het was ‘lieve vrede, verre liefde’ om een dichtregel van lang geleden van Huub Oosterhuis te citeren. De uitgeverij heeft het genoegen gehad in die jaren Rogi uitsluitend mee te maken als een hoffelijk een beminnelijk man. In goede en in slechte tijden. Dat zal, dat moet een reden hebben: de liefde. En is liefde niet ook een oefening in beheersen? Twee mensen, Rogi en Abys, die verliefd op elkaar worden — voor het eerst bijna twintig jaar geleden — elkaar enkele keren jarenlang uit het oog verliezen door de loop van het leven, maar elkaar toch weer vinden en dan vasthouden ondanks de pijnlijke mechanismen van aantrekken en afstoten die een relatie met een man met dwangneurose, met paniekaanvallen en met depressies onvermijdelijk kenmerken. Veel gedichten heeft Rogi aan zijn Abys opgedragen, zoals het tweede deel in de bundel Khazarenbloed, de bundel Afgekapt dichtwerk en de gedichten die in overtijd werden geschreven en opgenomen werden in de catalogus De kleine schepper.

Ik eindig, uiteraard, met een gedicht. Want de begrafenis van Rogi Wieg kan niet anders zijn dan ook een viering van de poëzie. Het is een gedicht van Rogi voor Abys uit Afgekapt dichtwerk. Het heet ‘Iets anders’. Rogi schreef het twee jaar geleden.

Hier is het verhaal uit,
het was geen oefening
in doodmaken, maar
iets anders. Ik wacht op
haar, eet dan iets met haar
en slaap, later in de nacht,
met haar. Ze leest op bed, in
de woonkamer doe ik Taak.

Zij wacht daar op mij, is bij mij,
zoals haar en mijn uitgestrekte
God op ons wacht en bij ons is,
hoog en laag. Ik schrijf vandaag

al 32 jaar mijn verzen. Dat is
64% van tijd die ik tot aan deze
avond toe besta. Zij weet hiervan,
kent procenten, volgemaakt getal.

En ik heb geen verbrijzeld, gekapt,
of afgebroken werk gemaakt.
Niet over haar, of onze God.
En ook niet over al dat andere.

Rogi, bedankt dat je bij ons was en blijft.
Abys, fijn dat je bij ons bent en blijft.”

franc knipscheer

Meer over Rogi Wieg bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Beter wordt het in de Nederlandstalige poëzie niet.» – Chrétien Breukers

Rogi Wieg 2011Foto: Harry van Kesteren, 21 september 2011
Over Rogi Wieg op literair weblog Tzum, 19 juli 2015:
Na het bericht van zijn dood blader ik door zijn laatste bundels, Khazarenbloed en Afgekapt Dichtwerk, allebei uitgegeven door In de Knipscheer. Deze twee zwanenzangen werden begin dit jaar nog gevolgd door ‘De Abys-gedichten’, een cyclus van vijf gedichten in de catalogus De kleine schepper, verschenen als publicatie bij een tentoonstelling van Wiegs schilderijen in Arti et Amicitiae van 30 januari tot 1 februari 2015 (niet echt lang, dus) en door ‘De laatste gedichten’ die op de website van Extaze verschenen. (…) Ik merk dat ik geen ‘grip’ op dit werk krijg, niet zo kort na zijn overlijden, en waarschijnlijk zal het me nooit helemaal lukken om grip op Wiegs gedichten te krijgen. Ik hou er wel van, en ik vind ze erg goed. Toch glippen ze, elke keer als ik er iets over probeer te zeggen, door mijn vingers heen, weg, alsof ze zich zelf voor één lezer niet vast kunnen leggen. Daarom vind ik ze soms, als ik zin heb om onredelijk te zijn, niet goed, heel kort maar, bijna als daad van verzet. Maar zijn twee Knipscheerbundels en die tien laatste gedichten zijn op zichzelf al een monument; beter wordt het in de Nederlandstalige poëzie niet, al is ‘beter’ niet het goede woord, omdat je altijd wel wat te miepen kunt hebben over gedichten of regels van Wieg. Oprechter, authentieker, interessanter… hoe je het ook wil noemen, maar toch, beter gaat het niet worden. Wieg stookte een uniek poëtisch oeuvre uit een troebele bron. Iets anders zat er, voor hem, in alle vormeloosheid, niet op.
Lees hier het artikel
Meer over Rogi Wieg bij Uitgeverij In de Knipscheer

Rogi Wieg overleden, 15 juli 2015

Rogi leestRogi Wieg bij zijn laatste optreden op 21 september 2011 in Pletterij Haarlem.
Foto Harry van Kesteren

Woensdagavond 15 juli 2015 is in zijn woonplaats Amsterdam na een jarenlang ziekbed en heel veel lijden de dichter, schrijver, beeldend kunstenaar en muzikant Rogi Wieg overleden. Zo heeft zijn vrouw Abys Kovács laten weten. Rogi Wieg werd 52 jaar oud. Zijn ouders waren Hongaarse vluchtelingen die zich in 1957 in Nederland vestigden. Rogi Wieg (1962) debuteerde als dichter op 19-jarige leeftijd in 1981. Werk van hem werd in 1987 bekroond met de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs en in 1988 met het Charlotte Köhler Stipendium. Zijn schrijversloopbaan werd gekenmerkt door ernstige depressies. Hij werd regelmatig opgenomen in psychiatrische ziekenhuizen, onderging elektroshocktherapie en deed driemaal pogingen tot zelfmoord. Zijn aanvraag eind 2014 voor euthanasie vanwege psychisch lijden werd in 2015 gehonoreerd. Het merendeel van zijn oeuvre kwam uit bij G.A. van Oorschot en Uitgeverij De Arbeiderspers. Vanaf 2011 verschijnt het werk van Rogi Wieg bij Uitgeverij in de Knipscheer, waar dit najaar een grote bloemlezing verschijnt uit Wiegs poëtisch oeuvre onder de titel ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’. De laatste vijf gedichten van Rogi Wieg, van april en mei 2015, werden gepubliceerd op het digitale supplement van het literair tijdschrift Extaze.

Lees hier de berichtgeving op nos.nl
Kijk hier naar het late NOS Journaal van 15-07-2015 van 6:11 – 6:45
Lees hier het artikel van Arjan Peters in ‘De Volkskrant’ op 16 juli 2015
Lees hier de laatste gedichten van Rogi Wieg
Meer over Rogi Wieg bij Uitgeverij In de Knipscheer