«Opmerkelijk debuut van 87-jarige.» – Ko van Geemert

VoorplatWEG-75Over ‘Waar weg weg is en stilte stiller nog’ van Eric Schneider in Argus (nr. 106), 6 juli 2021:
Eric Schneider tekent, schrijft, schildert en is de broer van Carel Jan (ofwel de auteur F. Springer), maar heeft zijn bekendheid toch voornamelijk te danken aan zijn toneelspel. (…) Eric Schneider (1934) wordt, net als zijn oudere broer Carel Jan, in Batavia geboren. Tijdens de Japanse bezetting komen moeder en kinderen in een interneringskamp terecht. Vader, leraar Duits, wordt tewerkgesteld aan de Birmaspoorlijn; zijn herinneringen, ‘In de hel van Birma’, zijn bezorgd door de jongste van de drie broers: Hans Schneider (Bandoeng, 1939). Eric Schneider stelt zijn herinneringen te boek in ‘Een tropische herinnering’. In de documentaire ‘De oorlog van Eric Schneider’ uit 2015 gaan zijn zonen, Olivier (1981) en Beau (1988), naar Indonesië, op zoek naar plekken uit hun vaders jeugd. Het stuk waarmee Schneider afscheid van het toneel neemt, is zijn zelf geschreven aandeel in ‘De Indië Monologen’. Kortom, Indië is nooit ver weg. En dat is ook het geval in zijn poëziedebuut dat dit jaar verscheen: ‘Waar weg weg is en stilte stiller nog’. (…)
Lees hier de recensie
Meer over ‘Waar weg weg is en stilte stiller nog’
Meer over Eric Schneider bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Zorgvuldig gecomponeerde mini-verhaaltjes.» – Frans August Brocatus

VooprlatMollenOver ‘Hebben mollen weet van zonsondergangen?’ van Els de Groen op De Auteur, 16 juni 2021:
(…) In deze fraaie bundel regeren de dieren. (…) Er zijn veel kooien in de wereld: symbolische in de vorm van sleur en fysieke kooien met tralies. De meest hermetische kooi is misschien wel de hokjesgeest die ons denken gevangenhoudt en ons blind maakt voor samenhang. Wie de kooi opent, weet dat olifanten, kikkers, libellen en bultruggen met elkaar te maken hebben. Haar gedichten zijn zorgvuldig gecomponeerde mini-verhaaltjes die getuigen van een fijne observatie en aparte inzichten. Ze stemmen ons, mensen, tot nadenken. Vanuit de dieren worden lijntjes uitgezet naar de mensen, de dagdieren. Illustrator en politiek tekenaar Len Munnik zorgde voor prachtige, sobere, hier en daar van een wolkje kleur voorziene tekeningen en/of mini-schilderijtjes.
‘De Auteur’ is een driemaandelijks tijdschrift van de Vereniging van Vlaamse letterkundigen
Lees hier de recensie op het blog van de Vereniging: ‘De Boekhouding’
Meer over ‘Hebben mollen weet van zonsondergangen?’
Meer over Els de Groen bij Uitgeverij In de Knipscheer

Eric Schneider – Waar weg weg is en stilte stiller nog. Gedichten

VoorplatWEG-75Eric Schneider
Waar weg weg is en stilte stiller nog

gedichten
Nederland, Nederlands-Indië
12 (omslag)tekeningen Eric Schneider
gebrocheerd in omslag met flappen,
geïll. in vierkleuren, 52 blz., € 17,50
ISBN 978-94-93214-28-6
eerste uitgave juni 2021

Eric Schneider is in 1934 geboren, in Batavia, de hoofdstad van het toenmalige Nederlands-Indië. Hij is een toneelspeler, regisseur, schrijver en tekenaar. Met deze achtergrond is het niet verwonderlijk dat in zijn dichtbundel, Waar weg weg is en stilte stiller nog, een stoet mythologische en tragische figuren en personages voorbijtrekt: Hippolytos en Phaedra, Eurydike, Hamlet en Ophelia.

Maar niet alleen krijgt de thematiek gestalte in deze dramatis personae van de grote toneelschrijvers, ook in de particuliere geschiedenis van de auteur. In openhartige gedichten en intieme portretten geeft Schneider vorm aan een trauma dat hij met vele andere individuen van zijn generatie, en hun families, deelt. Er is een moeder die in een Japans interneringskamp op Java een lied zingt voor haar zoon (zoals Ophelia na de dood van Polonius in haar onstelpbare verdriet onbegrijpelijke liedjes zong). Een moeder met ‘een betonnen vrolijkheid’, maar daarachter ‘de angst dat de muziek eens stopt’. En wat dan? Er is een façade, en een achterliggende traumatische episode – ‘wat verderop spelen mijn ouders geluk’. En zíjn de ouders eigenlijk wel degenen voor wie zij zich uitgeven? Wie zijn zijn ouders in wezen? Wat gaat er achter hun gezichten schuil? En wat als de muziek stopt?
Waar weg weg is en stilte stiller nog is een bundel indringende en klassiek getoonzette poëzie, die de vinger voorzichtig drukt op een wond die nog schrijnt.

Eric Schneider schrijft al bijna zijn hele leven poëzie, maar met Waar weg weg is en stilte stiller nog is voor het eerst een aantal van zijn gedichten verzameld in een bundel. Hij is de broer van schrijver F. Springer (1932-2011). De omslagillustratie en de pentekeningen in het binnenwerk van deze bundel zijn van de hand van de auteur.

Meer over ‘Waar weg weg is en stilte stiller nog’
Meer over Eric Schneider bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Het is de ander die een pose aanneemt.» – Wim Platvoet

VoorplatPose-75Over ‘de pose en het model’ van W.A. Jonker op MeanderMagazine, 5 mei 2021:
In zijn nieuwe dichtbundel, ‘de pose en het model’, poëtiseert W.A. Jonker over de twee zelfstandige naamwoorden die in de titel worden genoemd. Als we plaatsnemen in een atelier denken we bij deze woorden aan iemand, die een model schildert, tekent of fotografeert, waarbij dat model poseert. Jonker beschouwt het breder en ziet bij elke betrekking of ontmoeting tussen twee mensen in een van de twee een model dat poseert, waarbij dit laatste in elk gedicht veelal een pejoratieve betekenis heeft. (…) Woorden als ‘pose’ en ‘model’ lijken in die zin de ander tot een object te maken, of, preciezer uitgedrukt, lijken aan te geven dat de ander zichzelf tot een object maakt. Je zou je ook af kunnen vragen of, zeker in de alledaagse omgang tussen mensen, de een in zijn kijken naar of beleven van de ander juist in die ander alleen maar de pose of het model ziet, juist die ander tot een object maakt. (…) Jonker gaat er vrijwel altijd vanuit dat het de ander is die een pose aanneemt. (…) Het is een manier om naar de werkelijkheid en naar de ander te kijken. Misschien is het menselijk, al te menselijk om dat af en toe te doen. Jonker radicaliseert dit en heeft alleen maar deze bril op. (…) Treffend schrijft Jonker op p. 10: ‘ik kan alleen naar mijn / eigen gedachten luisteren’. (…) Het is vooral de dichter die zichzelf genadeloos portretteert door anderen te kijk te zetten.
Meer over ‘De pose en het model’
Meer over W.A. Jonker bij Uitgeverij In de Knipscheer

«W.A. Jonker hanteert een losse maar scherpe pen.» – André Oyen

VoorplatPose-75Over ‘De pose en het model’ van W.A. Jonker op Ansiel, 13 maart 2021:
In deze bundel focust de auteur op de levenshouding die we allemaal aannemen. De vraag dringt zich op: zijn we verleider of juist verleid? Zijn we naakt of vluchten we juist weg onder lagen kleding of slogans. De dichter beschrijft vrij getrouw welke houding het model aanneemt tijdens de seks: ‘seks doe je/ met je ogen dicht licht uit/het moet verborgen blijven.’ W.A. Jonker hanteert een losse maar scherpe pen om lichaamshoudingen vast te leggen. Hij maakt ons deelgenoot van zijn, soms cynische, gedachten in gedichten die door vrij abstracte illustraties worden begeleid en leert ons dat we ons allemaal een levenshouding hebben aangemeten. De dichter laat aan de lezer trouwens ruimte genoeg voor een persoonlijke interpretatie, zowel van zijn taal als van zijn beeld, die zowel schoonheid sterkte kracht als zwakte uitstralen.
Lees hier de recensie
Meer over ‘De pose en het model’
Meer over W.A. Jonker bij Uitgeverij In de Knipscheer

W.A. Jonker – de pose en het model. Gedichten

VoorplatPose-75W.A. Jonker
De pose en het model

gedichten
Nederland
gebrocheerd in omslag met flappen,
geïllustreerd, 78 blz., € 17,50
ISBN 978-94-93214-30-9
Eerste uitgave maart 2021

In een tijdperk waarin de pose haast vanzelfsprekend is geworden, roept het model vooral vragen op. Waarom geeft het zich bloot en wat gaat er door hem of haar heen? Observeert het model niet net zo goed de bekijker en wordt hij of zij dus bekeken? W.A. Jonker maakt ons deelgenoot van zijn, soms cynische, gedachten in gedichten die door vrij abstracte illustraties worden begeleid en leert ons dat we allemaal een levenshouding hebben aangemeten. Die presenteren we vol trots met teksten op T-shirts, tatoeages, een afgetraind lijf of juist door een lichaam in verval te durven tonen. In het dagelijks leven blijft de pose gehandhaafd. Een bezoek aan de kapper blijkt ineens stukken intiemer dan het tekenen van een naakt mens. De pose en het model portretteert zowel de samenleving als de dichter zelf. Genadeloos, maar op afstand van de geportretteerde, zoals het een goed kunstenaar betaamt.

Ik kan alleen naar mijn
eigen gedachten luisteren
zo stil klinkt het
af en toe een kuch
of iemand verschuift een stoel
het lijkt wel een museum

W.A. (Pim) Jonker (1955) debuteerde met de geïllustreerde gedichtenbundel Schuld (1986). Tevens publiceerde hij gedichten in Maatstaf en in de Volkskrant. Na afgestudeerd te zijn aan de Academie voor beeldende kunsten te Arnhem koos hij voor een organisatorische loopbaan naast zijn kunstenaarschap. Zo was hij, onder andere, parttime programmeur bij de Balie, artistiek leider van de Brakke Grond en directeur van het poppodium Het Paard van Troje in Den Haag. Driemaal stelde W.A. Jonker, halverwege de jaren negentig, de geruchtmakende, underground tentoonstellingen samen van het festival Triple X. Jarenlang was hij lid van de Amsterdamse Kunstraad en de adviescommissie Cultuur en Cultuurhistorie Noord Holland. In 2016 verscheen van hem bij Uitgeverij In de Knipscheer de bundel Kijkgaten naar binnen.

«De kracht van de versmelting van woord met beeld.», volgens André Oyen (Antwerpen Leest), «Op het eerste gezicht lijken de gedichten uit Kijkgaten naar binnen heel conventioneel, maar niets is minder waar.»

W.A. Jonker over enige voorbeelden van de verspreiding:
«Toen mijn vorige gedichtenbundel Kijkgaten naar binnen in 2016 een week in de boekwinkel lag, trof ik een exemplaar aan op de toog van café De Zuid. Iemand had het gekocht, gelezen en teleurgesteld achtergelaten. Waarschijnlijk omdat de koper verwacht had als persoon zich in een van de gedichten tegen te komen. Een maand later stond mijn bundel op een display bij de Amsterdamse boekhandel Scheltema onder het kopje aanrader poëzie. Die zomer nam ik deel aan een verkoopexpositie in het verpleeghuis Sarphatihuis waar ook mijn boekjes te koop waren. Twee werden er gejat. In september heb ik in de boekhandel De Slegte te Antwerpen eigenhandig een Kijkgaten naar binnen in de afdeling poëzie gezet naast bundels van de Zuid-Afrikaanse dichter Ingrid Jonker. Als aanvulling op het aanbod.»
Meer over W.A. Jonker bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Versregels blijven je bij en kunnen een troost zijn.» – T.H.

VoorplatMaanbrief-75Over ‘Maanbrief aan het getij’ van Inge Nicole voor NBD/Biblion, 14 april 2020:
Een veertigtal gedichten in drie afdelingen: Hoogtij; Springtij en Doodtij als metaforen voor emotie. (…) In Doodtij staat het overlijden van de vader centraal. (…) Versregels als: ‘Jezus die wegkijkt’, ‘Vrijheid bestaat bij de gratie van de wind’, ‘Wat wanneer / het lichaam een foedraal omvat / waarin de ziel zich gevangen weet?’, en: ‘Bij doodtij verwaaien de resten van zijn leven / de zon slaat een luchtbrug door het wolkendek’ blijven je bij en kunnen een troost zijn in rouw. (…) Een gedicht dat in zijn geheel je ziel raakt, over stukgaan in inwendige kneuzingen, een wedergeboorte die dramatisch verloopt en over de vader die contact maakt via de schelpen op het strand. (…)
Lees hier de recensie
Meer over ‘Maanbrief aan het getij’
Meer over Inge Nicole bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Er veel te genieten in deze bundel.» – Wim van Til

VoorplatMaanbrief-75Over ‘Maanbrief aan het getij’ van Inge Nicole op Poëziecentrum Nederland, 31 maart 2020
Niets is zo belemmerend om een gedicht te genieten als de wetenschap, dat persoonlijke omstandigheden van de dichter ten grondslag liggen aan de tekst. Alsof het tuintje netjes afgebakend is met een hekwerk. Ik houd inderdaad meer van de rauwe natuur, de mogelijkheid om zelf te zien zonder de gestuurde waarneming. Tegelijkertijd wordt mijn aandacht gezogen naar een nawoord, een verantwoording of een bronverwijzing. Zo ook bij deze bundel. Had ik dat maar niet gedaan. De nadruk die Inge Nicole legt bij de inbreuken op haar persoonlijke leven, zweven daarna onvermijdelijk boven elk gedicht ‘zou ze dit bedoelen, speelt dat hierin een rol, heeft zij daarom deze woorden gekozen’. Eigen schuld, dikke bult, moet je dan zeggen. En dat is zo. Want eigenlijk valt er veel te genieten in deze bundel. De dichter weet waar zij het over heeft en beschikt over een goed arsenaal woorden en beelden. 10 illustraties heeft zij in de bundel opgenomen van de 22 die haar als uitdaging werden toegestuurd door beeldend kunstenaar Pieter Bijwaard. De gedichten die daarbij geschreven zijn, ontstijgen alle de anekdotiek van het beeld. En dat is prettig, want er is geen sprake van illustratie. In die zin helpen ze mij om ook de ‘persoonlijker’ gedichten los te lezen van het nawoord. En dan valt er nog meer te genieten in deze bundel.
Meer over ‘Maanbrief aan het getij’
Meer over Inge Nicole bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Inge Nicole ziet schoonheid ook in lelijke dingen.» – Hettie Marzak

VoorplatMaanbrief-75Over ‘Maanbrief aan het getij’ van Inge Nicole op MeanderMagazine, 3 februari 2020:
(…) De bundel is onderverdeeld in drie afdelingen van elk veertien gedichten. De afdelingen refereren aan de stand van de getijden van de zee: Hoogwater, Springtij en Doodtij. Ze lopen daarmee parallel aan de levensloop van elk mens. (…) Inge Nicole heeft de dood dan ook geenszins geschuwd in haar gedichten: de dood van haar vader is een terugkomend onderwerp, maar ook het rottingsproces van een dode vis wordt in ‘Neerslag in een spoelbak’ akelig nauwkeurig beschreven, net als een veld met gesneuvelde soldaten in de Eerste Wereldoorlog in ‘Rekwisiet in landschap’. De dichter kijkt met de blik van de beeldende kunstenaar en ziet daarom de schoonheid ook in lelijke dingen. Ze heeft de gave om zich heel goed in een ander te kunnen verplaatsen, of dat nu een ding, een dier of een mens is en ze schroomt niet om daarbij duidelijk in detail te treden, zoals in het beklemmende gedicht ‘Geknakt’ bij een foto van een Japans meisje. (…) Kwalitatief gezien maakt het niet uit of de gedichten gemakkelijk te doorgronden zijn of niet: de moeilijkheidsgraad bepaalt niet de intensiteit. Een relatief duidelijk en eenvoudig gedicht als ‘Geknevelde knuffels’ bij een afbeelding van een speelgoedbeest met een zak over zijn kop en een riem strak aangetrokken om zijn ledematen blijkt heel goed in staat om een wrange en onbehaaglijke indruk achter te laten. (…) De titel van de bundel brengt de aantrekkingskracht van de maan op het water in gedachten en de wisselwerking tussen maan en aarde. Zo beïnvloeden zij elkaar wederzijds, zoals ook de gedichten in deze bundel zich beurtelings met het ‘hogere’ en het ‘lagere’ bezighouden. Op het eerste gezicht lijkt de poëzie van Inge Nicole onschuldig; pas bij nadere beschouwing wordt een onderhuidse dreiging waarneembaar. Zoals ook de schoonheid van het getij verraderlijk kan zijn.
Lees hier de recensie ‘Twee keer kijken’
Meer over ‘Maanbrief aan het getij’
Meer over Inge Nicole bij Uitgeverij In de Knipscheer

‘Wat weegt missen’: exit Chawwa Wijnberg

ldm09/11/2015 - Middelburg - Chawwa Wijnberg Foto Lex de Meester

Zaterdagavond 21 december 2019 is beeldend kunstenaar en dichter Chawwa Wijnberg in haar woonplaats Middelburg gestorven. Ze werd 77 jaar. ‘Exit Chawwa’ stond er in de onderwerpregel van de e-mail die Chawwa Wijnberg mij en Anja, ruim een jaar geleden, op 18 november 2018 stuurde. Een bericht van een aangekondigde dood: ‘Ik ben heel moe. Als het alleen die nieren zijn houden ze het nog een jaartje vol, dan ga ik rustig slapen en word niet meer wakker. Dat vind ik prima.’ Moe word je als je een leven lang het leed van de wereld moet torsen. Chawwa Wijnberg was een onderduikkind, geboren op 6 juli 1942. Haar vader zat in het verzet en werd in de oorlog gefusilleerd. Het verdriet zou levenslang zijn, voelbaar blijven en een terugkerend thema worden in haar acht poëziebundels die zij van 1989 tot en met 2019 het licht deed zien. En dichter wás ze. Op die 18de november 2018 stuurde ze dit gedicht mee.

november 2018

Kon ik je maar
meer dan een echo
achter laten
mijn warme armen
en mijn stem

zo vrees ik het verdriet
als ik je heb verlaten
ik wil
in alles kruipen
om je nog lief te hebben
lief mijn lief

kijk ik zit
in alle vogels
die je over vliegen
in de wolken
in de wind
in alles wat je vingers
raken – het brood
het ontbijtbord
in de yoghurt die je drinkt

maar met mijn tranen
kan ik je niet troosten
wat weegt missen
o god mijn schat
ik weet het niet

Lieve Chawwa, dank voor het moois dat je achterlaat, rust in vrede.

franc knipscheer

Meer over Chawwa Wijnberg bij Uitgeverij In de Knipscheer