«Boudewijn Büch is terug binnen het domein van de fictie.» – Coen Peppelenbos

Opmaak 1Over ‘Ik, Boudewijn Büch’ van Guus Buddy Bauer in Dagblad van het Noorden, 24 juli 2022:
Het is alweer bijna twintig jaar geleden dat schrijver en tv-maker Boudewijn Büch overleed. Dat betekent dat er inmiddels een hele generatie is die zijn programma’s niet heeft gezien. In ‘Ik, Boudewijn Büch’ wekt Guus Bauer hem na twee decennia weer tot leven. Hij kijkt over de schouder van Bauer, die hij Buddy noemt, mee als deze bezig is met het schrijven van een boek over Büch. Wat is er van hem over? (…) Büch weet dat hijzelf al in de vergetelheid is geraakt, want ‘direct na vertrek uit de sterfelijke huls is het zo goed als over met de letterpret.’ (…) Omdat Bauer door de vergeestelijkte dichter geobserveerd wordt, terwijl deze onderzoek naar hem doet naast zijn normale werk als literair journalist, wordt de roman steeds meer een verkapt zelfportret. (…) De grootste verdienste van dit boek is dat Bauer Büch weer terugleidt binnen het domein van de fictie. Na de plotselinge dood van Büch is vooral de nadruk komen te liggen op de leugens die hij vertelde (onder meer over zijn dode zoon) en niet op de fictieve wereld die hij als schrijver geschapen had. Door hem deze geheel fictieve wederkomst te gunnen wordt dat nu rechtgezet.
Deze recensie is ook geplaatst in Leeuwarder Courant en op Tzum.
Lees hier de recensie ‘Boudewijn Büch is terug’
Meer over ‘Ik, Boudewijn Büch’
Meer over Guus Bauer op deze site

Guus Buddy Bauer – Ik, Boudewijn Büch. Roman

Opmaak 1Guus Buddy Bauer
Ik, Boudewijn Büch

roman
Nederland
gebrocheerd in omslag met flappen,
224 blz., € 18,50
ISBN 978-94-93214-33-0
eerste uitgave juni 2022

Mysteries worden in het leven geroepen om te vermaken, om de doodsaaie waarheden op te leuken.

In Ik, Boudewijn Büch probeert de auteur de onvoltooid verleden tijd aan te vullen.

Ik wil het zelf eigenlijk net zo lief stilletjes voorbij laten gaan. Wat is nu helemaal twintig jaar op de eeuwigheid? Je telt toch pas mee als je minstens een paar Jahrhunderten achter de kiezen en in de botten hebt zitten. Een oudere jongen, de eerste aanwaaier in tijden – geeft niet, was nooit dol op bezoek – vraagt of ik het op prijs stel als ik weer wat leven ingeblazen krijg. Hij blijkt een voorvechter van mijn nagedachtenis, een verdediger ook van de fictie. Wil ik weten hoe er op mijn plotselinge vertrek is gereageerd, wat er precies met mijn verzameling is gebeurd, hoe de wereld nu in elkaar steekt? Waarom ook niet, was altijd een personage, in voor een rollenspel.

In Ik, Boudewijn Büch spreekt de verteller zich zonder voorbehoud uit over onder meer zijn reisprogramma’s en ander grensoverschrijdend gedrag; over familie en nalatenschappen, al dan niet literair; androgyne types en genderneutraliteit; over familie, zwervers, snobs, cultuurbarbaren, recensenten, (internet)uitgevers, gemankeerde professoren en klokkenluiders; het verraad van Anne Frank; over complottheorieën en sensatiezucht; jeugdtaal en de tienertijd toen en nu; over De Nieuwe Meetlat Van Deze Tijd; verzamelen, bibliotheken en musea; de gelimiteerde waarde van dagboekfrutsels; over mystificaties en de rol van fictie; over geestgronden, spookdorpen, Haarlem, Wassenaar, Zaandam en Leiden en over Hilversum als natuurlijke habitat van opportunisten van de buitencategorie; over Mattie van Nieuwkerk, praatprogramma’s en realityshows, de rijstcommercials, De Slimste Mens, kijkcijferkanonnen en eendagsvliegen; over allerlei soorten vogels en de zeven vinken; ja, ook weer over dat blonde, dode kind; over zijn eigen einde; over klassenverschillen; het koningshuis en ontmoetingen met Bekende Mensen; natuurlijk ook over liefde, de dood, dichters in de knop gebroken en verslaving als ‘artistieke expressie’; over boeken, films, rock & roll en een berg schrijvers.

(…) Buddy is er van overtuigd dat hij mij al in Leiden heeft opgezocht, ergens rond de verschijning van Nogal droevige liedjes voor de kleine Gijs. Wij zouden dan bij café Eigenzorg hebben afgesproken om ‘soortgelijke verzen van zijn hand eens even flink door te nemen en op te schudden’. Het zal, ook rond die tijd kreeg ik, amper voetsoldaat in het leger van gepubliceerden, al heel wat oneerbare voorstellen, al dan niet literair.

Guus Buddy Bauer geeft uit, interviewt en schrijft, ook weleens in naam van Bekenden. In deze tijdscapsule is Büch, van wie hij Een kleine blonde dood uitgaf, juist zijn ‘ghostwriter’. Bauers roman Vogeljongen was een DWDD-boekentip, andere titels kregen vier sterren in onder meer NRC Handelsblad en De Standaard.
Meer over ‘Ik, Boudewijn Büch’
Meer over Guus Bauer op deze site
Meer over Boudewijn Büch op deze site