«Groot Caraïbisch dichter eindelijk gebloemleesd.»

VoorplatNarainMensenkindOver ‘Een mensenkind in niemandsland’ van Jit Narain op Caraïbisch Uitzicht, 26 maart 2021:
Het moest er van komen: nadat bij uitgeverij In de Knipscheer al ruime bloemlezingen waren verschenen van het werk van Caraïbische dichters als Shrinivási, Michael Slory, Bernardo Ashetu, Pierre Lauffer, Elis Juliana en Nydia Ecury is nu ook het werk van de Surinaamse dichter Jit Narain met een bloemlezing bereikbaar geworden. ‘Een mensenkind in niemandsland’ is een door Michiel van Kempen en Effendi Ketwaru samengestelde bloemlezing uit de tien bundels die van Jit Narain vanaf 1977 tot en met 2019 zijn verschenen. (…)
Lees hier het signalement
Meer over ‘Een mensenkind in niemandsland’
Meer over Jit Narain bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Doorleefde poëzie, in een trefzekere stijl. Een meesterlijke bundel.» – Ko van Geemert

VoorplatEiland-75Over ‘Het eiland en andere gedichten’ van Michiel van Kempen in Parbode, 1 maart 2021:
De meeste mensen zullen bij het horen van de naam Michiel van Kempen (1957), hoogleraar Nederlands-Caraïbische literatuur aan de Universiteit van Amsterdam, niet direct aan de dichter Van Kempen denken. Hij is toch vooral bekend geworden met publicaties als het standaardwerk over de Surinaamse literatuur (2003) en de biografie van Albert Helman (2016) en als onvermoeibare promotor van Surinaamse en Caraïbische literatuur. Toch publiceert hij wel degelijk ook poëzie, zo verscheen in 2012 de dichtbundel ‘Wat geen teken is maar leeft’. De onlangs verschenen bundel ‘Het eiland en andere gedichten’ opent met het indrukwekkende titelgedicht ‘Het eiland’, over Aruba. Het telt zeven pagina’s, zit boordevol beelden. (…) De toon is gezet. Er volgen vijf afdelingen (de bundel telt totaal 37 verzen). (…) De een na laatste afdeling heet ‘Genen’, met daarin onder meer twee ontroerende gedichten over Van Kempens vader en zijn moeder. De laatste afdeling, met de rake titel ‘Verzoeke geen rouwbeklag’, is een prachtig eerbetoon aan acht mensen die Van Kempen tijdens hun leven geraakt hebben en die in 2018 en 2019 overleden, zoals de Surinaamse schrijvers Bea Vianen, Shrinivási, Orlando Emanuels, Bhai, Michaël Slory. (…) Van Kempen schrijft doorleefde poëzie, in een trefzekere stijl. Een meesterlijke bundel.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Het eiland en andere gedichten’
Meer over Michiel van Kempen bij Uitgeverij In de Knipscheer

«De gedichten over de vader en de moeder lieten mij als lezer sprakeloos. Zo origineel van opzet en vooral ontroerend.» – Brede Kristensen

VoorplatEiland-75Over ‘Het eiland en andere gedichten’ van Michiel van Kempen in Ñapa / Amigoe, 30 januari 2021:
(…) In zijn nieuwste dichtbundel is zijn verbeelding soms knap extreem en regelmatig steekt hij de draak met onze verwachtingen. Te beginnen met een lang beschrijvend gedicht over Aruba. Ik heb ervan genoten. Jammer dat het slechts 7 pagina’s lang is. Wat mij betreft had hij nog wel wat pagina’s door kunnen schrijven. (…) Na het overrompelende prozagedicht over Aruba, volgt een reeks kleinere gedichten, getiteld ‘Eilanden’. Ze bevatten verbeelde herinneringen aan de eilanden en vooral Suriname. (…) Na de reeks ‘Eilanden’, volgen nieuwe reeksen en dan krijgt de bundel weer vaart en diepgang. Dat begint al met de reeks ‘Stupor Mundi’: verbazing der wereld. Tussen haakjes, naar mijn gevoel had de hele bundel zo getiteld mogen zijn. (…) Dan volgt, bijna logischerwijze, de reeks ‘Efemeer’. Het kortstondige. Hier gaat het over liefde en relaties, o zo kwetsbaar, o zo vluchtig. (…) Wat hierna volgt zijn herinneringen, van familie in ‘Genen’ en van vrienden in ‘Verzoeke geen rouwbeklag’. Hier lijken schijn en verbeelding te zijn weggeblazen door de verhevigde werkelijkheid van verlies. De gedichten over de vader en de moeder lieten mij als lezer sprakeloos. Zo origineel van opzet en vooral ontroerend. (…). In de laatste reeks probeert hij in de geest van de overleden dichters zijn herinneringen aan hen te verwoorden. Daarin slaagt hij wonderwel. Het is alsof ze zelf nog even spreken door Van Kempens pen. (…) Misschien geldt dit het sterkst voor Shrinivási, die bescheiden dichter die met een minimum aan woorden zoveel wist te zeggen. Het korte kwatrijn van Van Kempen drukt het feilloos uit, de herinnering aan hem. (…) Wat een onvergetelijk inzicht in vriendschap. Alles overziende denk ik dat deze bundel van Van Kempen inderdaad een gedenkwaardig voorbeeld van ‘ultraïsme’ is in zijn diverse gedaanten. Eerst het scheutje surrealisme dat onze beleving van de vreemde werkelijkheid verhevigt en dan, geleidelijk aan, het besef van een ‘ stupor mundi’, om te besluiten met verlies en de ervaring van het niets dat ons bewustzijn van het ongrijpbare verhevigt, van dat ‘iets’ dat niet meer is.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Het eiland en andere gedichten’
Meer over Michiel van Kempen bij Uitgeverij In de Knipscheer

Negervrouw. Gedicht van Michaël Slory

Michael Slory
In zijn bijna dagelijkse Facebookbericht memoreert Wim van Til, oprichter van en coördinator bij Poëziecentrum Nederland, de geboorte- en sterfdagen van Nederlandstalige dichters. Vandaag (19 december 2020) is het de geboortedag van onder anderen Maurice Roelants, Hanny Michaelis, H.J. de Roy van Zuydewijn en Dorette van Kalmthout. En het is de sterfdag van Juliaan Haest, Hans Warren, Jules Deelder en Michaël Slory (1935-2018). Bij wijze van felicitatie/gedenken kiest Wim van Til voor een gedicht van Jules Deelder; uitgeverij In de Knipscheer kiest voor het gedicht ‘Negervrouw (II)’ van Michaël Slory
uit zijn bij deze uitgeverij verschenen bundel ‘Ik zal zingen om de zon te laten opkomen’ uit 1991. Dit gedicht werd ook geselecteerd door Klaas de Groot in zijn bloemlezing ‘Grenzenloos; 40 jaar Knipscheer Poëzie’ (2018).

Negervrouw (II)

Glorie van de dag
twee zwarte ogen
en donkere haren.
Negervrouw!
Wat heeft jou gebracht
in deze warme straten
van de stad?
Ere
aan de zon
van je dijen.
Ik zal schrijven
van je tenen af
tot je enkels
en ver langs je dijen.
Van je hielen af
langs je kuiten
tot voorbij je knieholten.
Als een vogeltje
zal ik duikelen
in het lied van je lichaam.

Meer over Michaël Slory bij Uitgeverij In de Knipscheer
Meer over ‘Grenzenloos’

«Poëtische archipel met een toevoegende waarde.» – Albert Hagenaars

VoorplatEiland-75Over ‘Het eiland en andere gedichten’ van Michiel van Kempen voor NBD / Biblion, 2 december 2020:
Michiel van Kempen (1957, Oirschot) is bijzonder hoogleraar Nederlands-Caraïbische Literatuur en maakte talloze reizen door het betreffende gebied. De neerslag daarvan komt volop aan bod in zijn tweede poëziebundel, qua sfeer, bv. door opname van woorden als ‘makamba’s’, ‘faja lobi’ en ‘troepialen’ maar zeker ook qua stijl, gezien o.a. de doorlopende regels en het associatieve, beeldrijke karakter. Het geheel doet prikkelend on-Nederlands aan. De titel verwijst niet alleen naar de Antilliaanse eilanden, maar ook naar de eigenheid van het individu. Thema’s zijn opvallend polair: levensdrift en dood, benadering en onbereikbaarheid, vroeger en nu. Van Kempen schrijft indringend over het definitieve afscheid van zijn ouders en van vrienden en collega’s, zoals Bea Vianen, Michaël Slory en Shrinivási: ‘je kijkt me aan maar ziet me niet / alsof de wereld door je iris vliedt / ik begrijp: ik zit al aan je binnenkant’. Deze verzen zijn toegankelijk zonder simpel te worden, terwijl ze toch steeds suggestief blijven. Ze vormen een poëtische archipel die verkenners veel heeft te bieden. Een bundel die, gekeken naar stijl, sfeer en de Antilliaanse achtergrond, voor de NL-talige poëzie een toevoegende waarde heeft.
Meer over ‘Het eiland en andere gedichten’
Meer over Michiel van Kempen bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Requiem voor een bewonderd dichter.» – Esther Wils

VoorplatEiland-75Over ‘Het eiland en andere gedichten’ van Michiel van Kempen in Indies Tijdschrift, nr.2, november 2020:
Van Kempen houdt niet alleen erg van poëzie lezen, hij heeft inmiddels twee dichtbundels op zijn naam staan. Onlangs verscheen ‘Het eiland en andere gedichten’, waarin onder andere de Caraïbische wereld valt op te snuiven. Uit de reeks ‘Verzoeke geen rouwbeklag’ hieronder het requiem voor een bewonderd dichter: ‘De boom is gevallen’ voor Michaël Slory (1935-2018).

Als ik zeg dat je groter was dan een kankantri
de grote kapokboom
dan maak ik die boom kleiner dan hij is
en jou groter met woorden
die te groot zijn voor jouw maat.
Jij, die het grote in het kleine wist te verpakken.

Als ik zeg dat je even groot was als een kankantri
de grote kapokboom
dan maak ik je kleiner dan je bent
en de maat van de beeldspraak
blijft te groot voor de woorden.
Jij, die het kleine zo groots wist te verpakken.

Een boom is gevallen
de grote kapokboom
dreunt nog na in je regels
die in hun smalte zijn lengte omvatten
en in hun lichtheid zijn zwaarte wegen.
Jij, stam, wortels, oneindige takken.

Meer over ‘Het eiland en andere gedichten’
Meer over Michiel van Kempen bij Uitgeverij In de Knipscheer

Michiel van Kempen op Radio 1 in De Nieuws BV

MichielKlein300Bijzonder hoogleraar Caraïbische letteren prof. dr. Michiel van Kempen was op dinsdagmiddag 27 oktober 2020 te gast bij presentator Natasja Gibbs in De Nieuws BV. Aanleiding was de commotie over het al dan niet voortbestaan van zijn leerstoel aan de Universiteit van Amsterdam, maar vrijwel onmiddellijk ging het gesprek over ‘de ontzettend mooie literatuur uit die hoek’ en wordt het interview tot een mini-college Caraïbische literatuur. In de ruim 11 minuten van het item worden geluidsfragmenten ten gehore gebracht van de Antilliaanse dichters Elis Juliana (Hé Patu) en Nydia Ecury en een door Denise Jannah gezongen gedichtfragment van de Surinaamse dichter Michaël Slory. Zoals Nederland zijn Grote Drie kent, zo heeft ook Curaçao die: Tip Marugg, Frank Martinus Arion en Boeli van Leeuwen en ook Suriname met o.a. Astrid H. Roemer en Edgar Cairo, over wiens talenten als schrijver (‘Kollektieve schuld’), als ‘eerste zwarte columnist’ (bij de Volkskrant) en als performer hij opmerkt: ‘die man zou nu een star zijn, hij was zijn tijd ver vooruit’.
Kijk en luister hier naar de uitzending ‘Ritmische poëzie en de pijn van slavernij: een lesje Caribische literatuur’
Lees ook het interview met Van Kempen door John Jansen van Galen en Rudie Kagie in Argus van 27 oktober 2020
Meer over de leerstoel Caraïbische letteren op deze site
Meer over Elis Juliana op deze site
Meer over Nydia Ecury op deze site
Meer over Michaël Slory op deze site
Meer over Astrid H. Roemer op deze site
Meer over Michiel van Kempen op deze site

Michiel van Kempen – Het eiland en andere gedichten

VoorplatEiland-75Michiel van Kempen
Het eiland en andere gedichten

Nederland
gebrocheerd in omslag met flappen, 78 blz.,
€ 18,50
ISBN 978-90-6265-796-4 NUR 306
eerste uitgave november 2020

Sprankelend als de Caribische wereld waarvan Michiel van Kempen de kenner is, opent Het eiland en andere gedichten met het titelgedicht. Een waaier van impressies schetst Aruba en haar bewoners. Makamba’s, vissers, vrouwen, troepialen, ezels en zelfs spotlijsters spelen een rol. Vervolgens komen meer ‘eilanden’ aan bod in de bundel. Ieder bezoek aan Bonaire of Suriname roept nieuwe gedachten op, zowel over de wonden die de koloniale geschiedenis sloeg als over de rol van de dichter aldaar. De strofen die ontstaan gaan diep, zoals in het gedicht Ver.

Want wat in sprakeloze ogen peillood diep kan zijn
schiet naar boven en dobbert op die zee die woelig is
en blijft en voeden kan, maar ook verraderlijk glad
voor wie de tekens niet verstaat en wentelt naar zijn graf.

In Genen en Verzoeke geen rouwbeklag wordt afscheid genomen van ouders, dichters en schrijvers. Het zijn uiterst persoonlijke, zeer goed ingeleefde afscheidsgedichten, waarbij de stijl van het gedicht aansluit op die van ontvallen auteurs als Shrinivási, Bhai, Michaël Slory en Bea Vianen. Diversiteit levert dat op, zoals we die in de hele bundel tegenkomen. De autobiografische elementen, de gekozen versvorm en thematiek, toon en kleur, weten steevast de lezer te verrassen. Efemeer als de liefde blijkt het leven, ideaal materiaal voor de dichter. Het zijn dankbare onderwerpen in handen van Michiel van Kempen die met Het eiland en andere gedichten zijn vorige dichtbundel Wat geen teken is maar leeft weet te overtreffen.

Langzaam begon ik te begrijpen
dat het zwijgen tussen de letters
ook betekenis heeft.

Poëzie uit zijn dichtersdebuut Wat geen teken is maar leeft werd opgenomen in de bloemlezing De 100 beste gedichten voor de VSB Poëzieprijs 2014. Over deze bundel schreef Wilbert Voets in de Poëziekrant: «De nihiliserende verloren liefde, schrijnende herhaling van de teloorgang van de ‘onvoorschadelijke beschutting’, en het tastend schikken in het echec. Het is niet voor het eerst dat dit thema bewerkt wordt. Michiel van Kempen destilleert met het talent van zijn pen zijn eigen medicinale elixir uit deze literaire oerbron. Hij voert bepaald geen homeopathische apotheek. Wij prijzen ons gelukkig een hartversterkende teug mee te mogen drinken.»

Michiel van Kempen (1957) is docent Nederlands en bijzonder hoogleraar Nederlands-Caraïbische literatuur aan de Universiteit van Amsterdam. Hij ontving voor zijn werk onder meer de ANV Visser Neerlandia Prijs en werd zowel door Suriname als door Nederland geridderd. Als schrijver van fictie heeft hij diverse romans en verhalenbundels op zijn naam staan.

Meer over ‘Het eiland en andere gedichten’
Meer over Michiel van Kempen bij Uitgeverij In de Knipscheer

‘Menigte’. Gedicht van Michaël Slory

Opmaak 1In zijn bijna dagelijkse Facebookbericht memoreert Wim van Til, oprichter van en coördinator bij Poëziecentrum Nederland, de geboorte- en sterfdagen van Nederlandstalige dichters. Vandaag (4 augustus 2020) is het de geboortedag van onder anderen Rutger Kopland (1934-2012) en Michaël Slory (1935-2018) uit Suriname. Bij wijze van felicitatie/gedenken kiest Wim van Til voor een gedicht van Rutger Kopland; uitgeverij In de Knipscheer kiest voor het gedicht ‘Menigte’ van Michaël Slory uit zijn bij deze uitgeverij verschenen bundel die zijn afscheidsbundel werd: ‘Alsof men alles loslaat’ (2018).

Menigte

Verward geroep.

Mijn stem
die niet wil opgaan
in dat rumoer,
maar blinken wil,
een zon
op stille paden.
Een zoektocht
naar meer eerbied
en meer vrede.

Meer over Michaël Slory op deze site

«Grootste verzameling Nederlandstalige gedichten in het Indonesisch.»

Hagenaars1Albert Hagenaars en Siti Wahyuningsih

In de periode 2006-2008 nam de Indonesische dichter/vertaler Landung Simatupang beetje bij beetje en in nauwe samenspraak met Albert Hagenaars diens in 2003 in het Nederlands en Engels verschenen bundel ‘Tropendrift’ onder handen. In afwachting van een nieuwe boekuitgave zijn verzen uit deze vertaling in Bahasa Indonesia, soms samen met de Engelse omzetting van John Irons, al her en der verschenen.
De opgedane ervaringen leidden enkele jaren later tot het initiatief van Albert Hagenaars om samen met zijn echtgenote Siti Wahyuningsih zelf Indonesische vertalingen te gaan maken van Nederlandstalige poëzie en die via internet een zo groot mogelijk bereik te geven. Daartoe zetten zij de site Suara suara dari utara op, wat Stemmen uit het noorden betekent. Begin 2013 werd het voornemen besproken met de bevriende Amsterdamse auteur / programmamaker Ezra de Haan. Die reageerde zo enthousiast dat enkele weken later zijn gedicht ‘Wit paleis (Chefchaouen)’ onder de titel ‘Istana putih’ als eerste aflevering in de nieuwe vertaalrubriek verscheen. Ruim zeven jaar later, op 22 juni 2020, verscheen de 200e vertaling! Het gaat om ‘Wachter’ / ‘Penjaga’ van Wil van Til, behalve als dichter ook bekend als directeur van het momenteel in Nijmegen gevestigde Poëziecentrum Nederland. Met dit aantal is, voor zover bekend, de grootste, onder één noemer bijeengebrachte verzameling Nederlandse gedichten in het Indonesisch tot stand gekomen!
Lees hier verder
Meer over In de Knipscheer-auteurs in Indonesische vertaling