10de Caraïbische Letterendag op 8 oktober 2022

CaribischeLetterenOp zaterdagmiddag 8 oktober vindt (van 13.00 tot 17.00 uur) de 10de Caraïbische Letterendag plaats. Deze lustrumviering vindt plaats in het HNI (voorheen NAi) in Rotterdam. Na ruim twee jaar uitstel vanwege corona viert de Werkgroep Caraïbische Letteren eindelijk een nieuwe editie, gewijd aan de grote voorlopers. Bij deze gelegenheid verschijnt de bundel ‘Dat wij zongen’ (Uitgeverij Das Mag) met essays van 21 auteurs (waaronder Ken Mangroelal, Astrid H. Roemer, Tommy Wieringa, Eric de Brabander, Ruth San A Jong) over 20 groten die hen voorgingen (onder wie Albert Helman, Pierre Lauffer, Boeli van Leeuwen, Michaël Slory, Shrinivási, Edgar Cairo, Astrid H. Roemer, Bernardo Ashetu, Bea Vianen). Het eerste exemplaar van ‘Dat wij zongen’ wordt aangeboden aan de grootste levende Nederlands-Caraïbische dichter: Jit Narain. In gespreksronden, geleid door Raoul de Jong en Julien Ignacio, komt een groot aantal schrijvers uit de bundel ‘Dat wij zongen’ aan het woord. Verder zijn er intermezzi: Charlotte Doornhein herdenkt de onlangs overleden Diana Lebacs; Raoul de Jong leest voor uit zijn succesroman ‘Jaguarman’; Michiel van Kempen vraagt aandacht voor de ten onrechte onbekende Antilliaanse antikoloniaal Medardo de Marchena van auteur Aart G. Broek en een mystery guest zet Ronald Snijders – winnaar van de Boy Edgarprijs – in de schijnwerpers. De presentatie is in handen van Sarita Bajnath, van het AT5-boekenprogramma ‘Leesoffensief’.
Meer over ‘10de Caraïbische Letterendag’
Meer over ‘Dat wij zongen’

«Met slechts twee zinnen zet hij pracht, energie en idee neer.» – Mark Weenink

DubieuzenOver ‘Torent een man hoog met zijn poëzie’ van Michaël Slory op La Chispa, 27 feburari 2022:
Wat is poëzie? In het geval van de Surinaamse dichter Michaël Slory (1935-2018) is dat absolute taal. Daarmee bedoel ik dat de verhouding van kunstenaar tot zijn creatie volstrekt logisch is en schoonheid heeft, ook al vat je het niet per se meteen. ‘Ik vul mezelf in’, aldus Slory in de bloemlezing ‘Torent een man hoog met zijn poëzie.’ (…) Slory verwerkt de liefde voor natuur, taal en mensen om hem heen in zijn hoofd en laat die uit zijn pen vloeien als krachtige gedichten. Het titelgedicht van de bundel staat als een huis. Met slechts twee zinnen zet hij pracht, energie en idee neer. (…) Als Slory over de natuur schrijft, voelt de lezer ook het genot van buiten zijn: “waaiers van palmen, waaiers van zinswendingen, waaiers van stiltes”. In de gedichten horen we een stem vertellen over het leven en het omringende natuurschoon. Een bloem, een honingbij, grashalm, kikkers, krekels, platanen schieten voorbij in ‘Kwakende kikkers in schemerdonker’ en ‘Waaiers in een weiland’. Je zintuigen worden geprikkeld. (…) De schoonheid van de natuur ziet Slory vaak weerspiegeld in de liefde. De aantrekkelijkheid van de vrouw en de liefde voor haar bezingen, dat doet hij met gedichten als ‘A lobi uma/De geliefde’, ‘Clarissa’, ‘Gerda Havertong’ en ‘De dichter en zijn beminde’. (…) De dunne bundel heeft een leeslint. Handig, want je moet het niet in een keer uitlezen, maar gedoseerd. Trakteer jezelf af en toe op een gedicht en laat het op je inwerken, dat is het recept.
La Chispa is een journalistiek platform over Latijns Amerika.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Torent een man hoog met zijn poëzie’
Meer over Michaël Slory bij Uitgeverij In de Knipscheer
Meer recensie op La Chispa over titels van Uitgeverij In de Knipscheer

Album van de Caraïbische poëzie

AlbumCaribischePoezieOp 23 april 2022 verschijnt bij Uitgeverij Rubinstein ‘Album van de Caraïbische poëzie’, samengesteld door Michiel van Kempen en Bert Paasman, met medewerking van Noraly Beyer. Op die dag vindt in de OBA een programma plaats rond het uitkomen van dit boek. De trans-Atlantische relatie tussen Suriname, de Antillen en Nederland is meer dan vier eeuwen oud en beide zijden zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden geraakt door het slavernijverleden, migratie en culturele uitwisseling. Een complexe relatie die nergens zo goed wordt weerspiegeld als in de literatuur, en dan in het bijzonder de poëzie. In twaalf hoofdstukken wordt de lezer langs de rijkdom en de veelkleurigheid van de Caraïbische poëzie geleid. De samenstellers kozen een toegankelijke selectie van gedichten, versjes en liedjes, van de vroegste matrozenliedjes tot de jongste teksten van rappers. Vanzelfsprekend komt u in deze bloemlezing tal van dichters tegen die publiceerden bij Uitgeverij In de Knipscheer, onder wie: Frank Martinus Arion, Trefossa, Michaël Slory, Aletta Beaujon, Albert Helman, Edgar Cairo, Pierre Lauffer, Tip Marugg, Bea Vianen, Jit Narain, Elis Juliana, Shrinivási, Henry Habibe, Boeli van Leeuwen, Giselle Ecury, Scott Rollins, Marius Atmoredjo, Bernardo Ashetu, Aart G. Broek, Luis Daal, R.Dobru, Nydia Ecury, Carel de Haseth, Karin Lachmising, Diana Lebacs, Jojn Leefmans, Clyde R. Lo-A-Njoe, Raj Mohan, Quito Nicolaas, Olga Orman, Walter Palm, Hugo Pos, Astrid H. Roemer, Hans Vaders, Hilda de Windt Ayoubi.
Meer over het programma
Dit programma is ook online te volgen via deze LINK en later terug te zien op YouTube.
Nog meer Caraïbische dichters die bij In de Knipscheer verschenen vindt u terug in de bloemlezingen ‘Grenzenloos’, ‘Vaar naar de vuurtoren’, ‘De navelstreng van mijn taal’ en ‘Wie ik ben / Ta ken mi ta’
In 2014 verscheen bij Uitgeverij Rubinstein ‘Album van de Indische poëzie’, samengesteld door Peter Zonneveld en Bert Paasman, met o.a. werk van Marion Bloem en Ernst Jansz.

«Amores liet zich het zwijgen niet opleggen en schreef wat noodzakelijk was.» – Peter de Rijk

poezie[Foto auteur met dank aan Dennis van den Bosch ]

‘Tijd om te vertrekken: I.M. Saya Yasmine Amores’ door Peter de Rijk in Poëziekrant, februari 2022:
‘Tijd om te vertrekken’ waren de woorden die Saya Yasmine Amores (1965-2021) koos voor het proces van afscheid nemen van het leven. Zoals in haar gehele oeuvre maakte ze gebruik van ogenschijnlijk simpele en zeer verstaanbare woorden die heel precies weergaven wat ze wilde zeggen. Ze pakte haar koffers, zoals ze zo vaak had gedaan, in een leven dat altijd om haar zoektocht naar afkomst, identiteit en het ware verhaal had gedraaid. Velen zullen Amores allereerst kennen als Cándani (Maanlicht), het pseudoniem dat ze koos toen ze haar debuut Ghunghru ṯuṯ gail/ De rinkelband is gebroken publiceerde, de in het Sarnami geschreven, maar tweetalige dichtbundel. Haar eerste publicaties stonden echter vanaf maart 1985 in het Surinaamse culturele tijdschrift Bhāsā (Taal). Tussen haakjes verklapt ze daarin haar werkelijke naam, Asha Radjkoemar. (…) ’ Ontheemd voelde ze zich. Alleen op de wereld. Het Sarnami bleef ze echter trouw, tot haar laatste ademtocht. De dag voordat ze overleed sprak ze haar poëzie in, alsof ze haar stem niet verloren wilde laten gaan. Zo belangrijk was haar oeuvre voor Saya Yasmine Amores. Ooit schreef ze over haar grootouders: ‘De geschiedenis die/ zij niet hebben geschreven/ kleeft als blaren op hun huid.’ Amores liet zich het zwijgen niet opleggen en schreef wat noodzakelijk was. Haar gedichten en romans zijn daardoor van grote waarde en verdienen tot ver voorbij de Surinaamse of Nederlandse landgrenzen gelezen te worden.
Lees hier het hele artikel
Meer over Saya Yasmine Amores op deze site

Gedicht van Michaël Slory [4]

Dubieuzen
In zijn bijna dagelijkse Facebookbericht memoreert Wim van Til, oprichter van en coördinator bij Poëziecentrum Nederland, de geboorte- en sterfdagen van Nederlandstalige dichters. Vandaag (19 december 2021) is het de geboortedag van onder anderen Maurice Roelants, Hanny Michaelis, H.J. de Roy van Zuydewijn en Dorette van Kalmthout. En het is de sterfdag van Juliaan Haest, Hans Warren, Jules Deelder en Michaël Slory (1935-2018). Bij wijze van felicitatie/gedenken kiest Wim van Til voor een gedicht van Dorette van Kalmthout; uitgeverij In de Knipscheer kiest voor het gedicht ‘Waaiers in een weiland’ van Michaël Slory uit zijn bij deze uitgeverij verschenen bundel ‘Torent een man hoog met zijn poëzie’ uit 2012.

Waaiers in een weiland

Waaiers
van palmen
boven de grassen.
Waaiers
van zinswendingen
boven de plassen.
Waaiers
van stiltes
achter mijn tred.
Waaiers
die schaduwen
wegwassen.
Waaiers.

Meer over Michaël Slory bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Onderhuids, indringend en onweerlegbaar.» – Frans August Brocatus

VoorplatEiland-75Over ‘Het eiland en andere gedichten’ van Michiel van Kempen in De Auteur, 25 september 2021:
(…) Michiel van Kempen is een dichter die je meteen, met huid en haar, in zijn gedichten trekt. Het zijn vaak kolkende, betoverende stromen, die je nauwelijks tijd geven om adem te halen. Geuren, kleuren, mensen, dieren en landschappen wisselen elkaar in een hoog tempo af. Hij maakt spaarzaam gebruik van interpunctie. Stilstand is geen boodschap, zeker niet bij een eerste lezing. Hoe dan ook nopen de gedichten tot lezen, herlezen. Altijd is er iets nieuws, een andere invalshoek te ontdekken. Onder de beschrijvingen gaat een diepere, intrigerende wereld schuil. (…) In de cyclus ‘Verzoeke geen rouwbeklag’ bundelt hij acht gedichten gewijd aan gestorven dichters en schrijvers. De cyclus ‘Efemeer’ die deze cyclus voorafgaat sluit hij af met een in memoriam gedicht voor zijn moeder en één voor zijn vader. Subtiel. Het geeft deze gedichten een andere plek die je (nog) dichter brengt. Het gedicht ‘Krant’ (voor mijn vader 1920-2015) sluit op een veelzeggende manier af: … En zo heeft hij mij na jaren toch geleerd: / Verdriet verdampt niet, / verdriet legt zich neer in je ziel. // Onderhuids, indringend en onweerlegbaar.
‘De Auteur’ is een driemaandelijks tijdschrift van de Vereniging van Vlaamse letterkundigen.
Lees hier de recensie op het blog van de Vereniging: ‘De Boekhouding’
Meer over ‘Het eiland en andere gedichten’
Meer over Michiel van Kempen bij Uitgeverij In de Knipscheer

Getormenteerd leven voorbij.

Wedding(foto Massoud Memar)

Gisteravond, woensdag 4 augustus 2021, is schrijfster en schilderes Saya Yasmine Amores op 56-jarige leeftijd overleden na een ongeduldig gedragen ziekbed. Ongeduldig, omdat zij nog lang niet klaar was met leven, werken en vooral ook vérwerken van wat haar vanaf haar geboorte op 8 maart 1965 in Suriname is overkomen, de drijfveer van haar schrijverschap, aanvankelijk in het Sarnámi. Veel van haar autobiografie klinkt door in haar romans en dichtbundels. Yasmine werd geboren als Asha Radjkoemar en koos als schrijver tot in 2007 voor het pseudoniem Cándani. De last van, vloek op, haar verleden deed haar een tiental jaar geleden officieel van naam veranderen in Saya Yasmine Amores, onder welke naam zij ook als schilderes van zich deed spreken.

De relatie auteur-uitgever begon medio jaren negentig van de vorige eeuw. Ze was in 1994 een van de schrijvers die door Michiel van Kempen en Michel Szulc-Krzyzanowski voor de uitgeverij werd geportretteerd in de uitgave ‘Woorden op de westenwind’. Vanaf 2007 richtte ze zich vooral op het schilderen en raakte ze wat uit zicht bij de uitgeverij en gaf zij haar eerste dichtbundels opnieuw uit in eigen beheer. Als auteur trad ze weer naar buiten toen Jit Narain in 2018 de Sarnámi cultuurprijs ontving en vooral toen eind 2018 en begin 2019 kort na elkaar vijf Surinaamse schrijvers van naam overleden: Bhai, Elly Purperhart, Shrinivási, Michaël Slory en Bea Vianen. In februari 2020 zocht ik haar op in het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis. Het hernieuwde contact resulteerde in de uitgave van ‘Bánsuri ke gam / Het verdriet van de fluit’ later in 2020.

Op 8 juli dit jaar ontvang ik mailtje van negen woorden: Ik kan het niet meer. Ik geef het op. Ik lees opnieuw mijn antwoord: «Je kunt niet meer. We weten: áls iemand zo vol voor het leven kiest, ben jij het. Elke cel in je hoofd, elke vezel in je lijf verzet zich tot het eind tegen het einde. Die ongelooflijke kracht is velen tot steun, dat weet ik zeker. Nu ben je moe, zo moe – en je wilt nog zoveel. De wereld om je heen heeft zo haar eigen ritme. (…) Leg je hoofd neer: het loopt over van gevoel; het is topzwaar geworden; rust uit, laat de spanning verdwijnen, leeg je hoofd, heb vrede. Laat je laatste tranen komen opdat die zich kunnen mengen met die van hen die je hoog achten tot een bron waaruit zij jouw moed putten. Het ga je goed, nu en straks.»

Haarlem, franc knipscheer

Meer over Saya Yasmine Amores/Cándani bij Uitgeverij In de Knipscheer

Gedicht van Michaël Slory [3]

DubieuzenIn zijn bijna dagelijkse Facebookbericht memoreert Wim van Til, oprichter van en coördinator bij Poëziecentrum Nederland, de geboorte- en sterfdagen van Nederlandstalige dichters. Vandaag (4 augustus 2021) is het onder andere de geboortedag van Rutger Kopland (1934-2012), Michael Slory (1935-2018), Bert Scheuter (1954) en Heidi Koren (1975) en het is de sterfdag van Ubbo-Derk Hakholt (1921-2005) en Edithe de Clercq Zubli (1937-2008). Bij wijze van felicitatie/gedenken kiest Wim van Til in zijn Facebookbericht voor een gedicht van Edithe de Clercq Zubli ; uitgeverij In de Knipscheer kiest voor het gedicht ‘De haastige vlucht van een reiger’ van Michaël Slory uit zijn bij deze uitgeverij verschenen bundel ‘Torent een man hoog met zijn poëzie’ uit 2012. Dit gedicht werd ook geselecteerd door Klaas de Groot in zijn bloemlezing ‘Grenzenloos; 40 jaar Knipscheer Poëzie’ (2018).

De haastige vlucht van een reiger

Verhief de reiger zich
vluchtend van de oever,
ik schrok.
Het water was nog spiegelglad
tussen het hoge gras.
Een vijver bijna
maar dan in het wilde,
in bos,
tussen bosschage
verborgen voor het oog.

‘Wat doe jij hier?’
scheen de stilte mij te vragen.

Het ruisen van de wind
door het groen hield aan.

‘Wat doe jij hier?’

‘Oh ik ben een mens
op zoek naar avontuur
tussen de bomen en de sloten
en de plassen
zoals nu mij hier overkomen is.’

Een reiger
die zijn maal nam
maar die rap moest vluchten,
kwaad om zoiets
dat hem tóch overkwam.
En ik vol schrik,
ik moet zijn woede duchten,
nu ik hem zo brutaal
zijn maal ontnam.

Meer over Michaël Slory op deze site

«Waardevolle bundels.» – John Jansen van Galen

CarlavanLeeuwen2‘Over ‘Because en andere gedichten’ van Carla van Leeuwen en ‘Een mensenkind in niemandsland’ van Jit Narain in Met het oog op morgen, 2 mei 2021:
Elle eerste zondag van de maand sluit ‘Met het oog op morgen’ af met John’s Poëzierubriek van John Jansen van Galen. (…) Nieuwe poëzie uit de laatste resten tropisch Nederland. (…) De gedichten van Carla van Leeuwen gaan vooral over de liefde, en dan de ongemakkelijke en problematische liefde en om de tegenstelling tussen kindertijd en volwassenheid, misschien meer nog over de weigering om volwassen te worden, wat zij ook nauwelijks is geworden. (…) Jit Narain is een maatschappelijke dichter (…) samenhangend met de immigratiegeschiedenis van de Hindostanen. (…)
Luister hier naar de rubriek op de tijdlijn vanaf 45.35
Meer over ‘Because en andere gedichten’
Meer over ‘Een mensenkind in niemandsland’
Meer over John Jansen van Galen op deze site

«Zo simpel, zo puur, zo mooi, oprechte bewondering.» – Mark Weenink

Opmaak 1Over ‘Alsof men alles loslaat’ van Michaël Slory op La Chispa, 26 april 2021:
(…) Michaël Slory was een bijzondere gewone man uit het district Coronie, die inspiratie uit veel, uit alles om hem heen haalde. Alledaagse zaken (…) maar zeker ook de affectie voor de vrouw. (…) Slory bezingt de schoonheid van de vrouw. (…) Met zijn woorden voelt iedere (zwarte) vrouw zich een koningin. Zo simpel, zo puur, zo mooi, oprechte bewondering. (…) Dat Slory van Suriname hield en betrokken was bij zijn land, spreekt duidelijk uit zijn werk. Zo eert hij Anton de Kom die met ‘Wij slaven van Suriname’ mede aan de basis staat van de trots en het historische bewustzijn van de Surinamers. Sociale kwesties komen ook aan bod. (…) Levenslust spreekt vaak uit Slory’s gedichten. In ‘Kokospalmen bij een school’, waarvan een zin de titel van deze bundel is, wijst de dichter op de noodzaak van speelsheid in het leven, dat we moeten blijven genieten en ons verwonderen als een kind. (…)
La Chispa is een journalistiek platform over Latijns Amerika.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Alsof men alles loslaat’
Meer over Michaël Slory bij Uitgeverij In de Knipscheer