«Een stem die het waard is gehoord te worden.» – Ko van Geemert

VoorplatNarainMensenkindOver ‘Een mensenkind in niemandsland’ van Jit Narain in Parbode (juli 2021), 12 oktober 2021:
‘Een mensenkind in niemandsland’ is een door Michiel van Kempen en Effendi Ketwaru samengestelde bloemlezing uit de tien bundels die Jit Narain vanaf 1977 tot en met 2019 publiceerde. De inleiding is van Satya Jadoenandansing en Geert Koefoed. Vrijwel alle gedichten worden in twee talen gepresenteerd: in het Sarnámi en in het Nederlands, de vertalingen zijn van de schrijver. (…) Het Sarnámi speelt een cruciale rol in zijn poëzie. De inleiders: ‘Hij wil iets voor die taal doen. Hij wil Sarnámi […] “voornaam, klassiek maken” en daarmee eer bewijzen aan de generaties die deze taal gevormd hebben.’ Narain: ‘Ik wil aan deze taal onvergankelijke waarde verlenen.’ (…) Lied moet in de poëzie van Narain ruim opgevat worden, als de taal, de cultuur, verhalen, liederen, feesten, rituelen, waarden, levenshouding, die worden doorgegeven. Een belangrijk motief in zijn gedichten is de eindigheid van geliefde zaken. (…) Door deze bloemlezing van gedichten, die vrijwel allemaal aanvankelijk in eigen beheer waren uitgegeven, blijft de poëzie van Jit Narain toegankelijk – een stem die het waard is gehoord te worden.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Een mensenkind in niemandsland’
Meer over Jit Narain bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Stil van bewondering voor het werk van Narain.» – Roger Nupie

VoorplatNarainMensenkindOver ‘Een mensenkind in niemandsland’ van Jit Narain in De Auteur, 29 september 2021:
[Samenstelling Michiel van Kempen & Effendi Ketwaru, inleiding Satya Jadoenandansing & Geert Koefoed.]
De Surinaamse dichter Jit Narain schrijft in het Sarnámi en het Nederlands. Veel van zijn gedichten zijn door hemzelf in het Nederlands vertaald en andersom. Sarnámi is de taal van de Surinaams-hindostaanse gemeenschap, de nakomelingen van de contractarbeiders die uit het toenmalig Brits-Indië naar Suriname zijn gemigreerd. Ontstaan uit een aantal regionale talen van India werd het lang als een volkstaal zonder prestige beschouwd. (…) Dat Jit Narain in het Sarnámi schrijft is geen toeval, maar een bewuste keuze: het is de taal van de contractanten en hun nakomelingen en hij wil die taal ‘voornaam, klassiek maken. Ik wil aan deze taal onvergankelijke waarde verlenen’. (…) Narains’ poëzie is veelzijdig: van verhalend en analyserend tot denkend en filosofisch. Terugkerende thema’s zijn de aarde – Narain is naast huisarts ook landbouwer – die al dan niet voor de geboortegrond staat, en het lied. Zijn lyrische en muzikale gedichten lenen zich ertoe om gezongen te worden, wat de dichter ook doet bij optredens. ‘Tussen de woorden is het stil’ is de titel van een van zijn bundels. Wij worden als lezer stil van bewondering bij deze kennismaking met het werk van Narain.
‘De Auteur’ is een driemaandelijks tijdschrift van de Vereniging van Vlaamse letterkundigen.
Lees hier de recensie op het blog van de Vereniging: ‘De Boekhouding’
Meer over ‘Een mensenkind in niemandsland’
Meer over Jit Narain bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Onderhuids, indringend en onweerlegbaar.» – Frans August Brocatus

VoorplatEiland-75Over ‘Het eiland en andere gedichten’ van Michiel van Kempen in De Auteur, 25 september 2021:
(…) Michiel van Kempen is een dichter die je meteen, met huid en haar, in zijn gedichten trekt. Het zijn vaak kolkende, betoverende stromen, die je nauwelijks tijd geven om adem te halen. Geuren, kleuren, mensen, dieren en landschappen wisselen elkaar in een hoog tempo af. Hij maakt spaarzaam gebruik van interpunctie. Stilstand is geen boodschap, zeker niet bij een eerste lezing. Hoe dan ook nopen de gedichten tot lezen, herlezen. Altijd is er iets nieuws, een andere invalshoek te ontdekken. Onder de beschrijvingen gaat een diepere, intrigerende wereld schuil. (…) In de cyclus ‘Verzoeke geen rouwbeklag’ bundelt hij acht gedichten gewijd aan gestorven dichters en schrijvers. De cyclus ‘Efemeer’ die deze cyclus voorafgaat sluit hij af met een in memoriam gedicht voor zijn moeder en één voor zijn vader. Subtiel. Het geeft deze gedichten een andere plek die je (nog) dichter brengt. Het gedicht ‘Krant’ (voor mijn vader 1920-2015) sluit op een veelzeggende manier af: … En zo heeft hij mij na jaren toch geleerd: / Verdriet verdampt niet, / verdriet legt zich neer in je ziel. // Onderhuids, indringend en onweerlegbaar.
‘De Auteur’ is een driemaandelijks tijdschrift van de Vereniging van Vlaamse letterkundigen.
Lees hier de recensie op het blog van de Vereniging: ‘De Boekhouding’
Meer over ‘Het eiland en andere gedichten’
Meer over Michiel van Kempen bij Uitgeverij In de Knipscheer

Michiel van Kempen – Pionier en Rebel. Albert Helman. Biografie

VoorplatHelman2-75Michiel van Kempen
Pionier en Rebel.
Het leven van Albert Helman 1903-1996

Biografie
gebrocheerd in omslag met flappen,
royaal formaat 352 blz., geïllustreerd, € 24,50
herziene en verkorte heruitgave van
Rusteloos en overal, 2016
ISBN 978 94 93214 60 6 NUR 321, 301
eerste uitgave van deze editie december 2021

Albert Helman (1903–1996) is wel eens “de grootste Surinamer van de 20ste eeuw” genoemd. Hij was de schrijver van een groot en veelzijdig literair oeuvre, met prachtige boeken als de eerste slavernijroman ‘De stille plantage’ of het bejubelde reisverslag ‘Het eind van de kaart’. Maar hij componeerde ook de muziek bij de eerste geluidsfilm, hij publiceerde taalkundige en historische studies, hij was minister en zetelde bij de Verenigde Naties. Hij was daar waar het ertoe deed in de 20ste eeuw: in de strijd tegen Franco in Spanje, bij de Mexicaanse revolutie, in het verzet tegen nazi-Duitsland, bij de pogingen om Suriname onder het militaire regime uit te krijgen. Tal van de groten der aarde passeerden zijn pad, van George Orwell tot Frida Kahlo.

«Het leven van Helman leest als een fascinerende trip door de 20ste eeuw.» – Arjen Fortuin in NRC, vier sterren
«Een boeiende biografie, resultaat van jarenlang onderzoek.» – Tessa Leuwsha in de Ware Tijd

Michiel van Kempen (1957) is dichter en auteur van onder meer romans, verhalenbundels en essays. Hij ontving in 2004 voor zijn werk op het gebied van de Surinamistiek de ANV Visser Neerlandia Prijs. Sinds 2006 is hij bijzonder hoogleraar Nederlands-Caraïbische literatuur aan de Universiteit van Amsterdam.

Meer over Michiel van Kempen bij Uitgeverij In de Knipscheer
Meer over Albert Helman bij Uitgeverij In de Knipscheer

Getormenteerd leven voorbij.

Wedding(foto Massoud Memar)

Gisteravond, woensdag 4 augustus 2021, is schrijfster en schilderes Saya Yasmine Amores op 56-jarige leeftijd overleden na een ongeduldig gedragen ziekbed. Ongeduldig, omdat zij nog lang niet klaar was met leven, werken en vooral ook vérwerken van wat haar vanaf haar geboorte op 8 maart 1965 in Suriname is overkomen, de drijfveer van haar schrijverschap, aanvankelijk in het Sarnámi. Veel van haar autobiografie klinkt door in haar romans en dichtbundels. Yasmine werd geboren als Asha Radjkoemar en koos als schrijver tot in 2007 voor het pseudoniem Cándani. De last van, vloek op, haar verleden deed haar een tiental jaar geleden officieel van naam veranderen in Saya Yasmine Amores, onder welke naam zij ook als schilderes van zich deed spreken.

De relatie auteur-uitgever begon medio jaren negentig van de vorige eeuw. Ze was in 1994 een van de schrijvers die door Michiel van Kempen en Michel Szulc-Krzyzanowski voor de uitgeverij werd geportretteerd in de uitgave ‘Woorden op de westenwind’. Vanaf 2007 richtte ze zich vooral op het schilderen en raakte ze wat uit zicht bij de uitgeverij en gaf zij haar eerste dichtbundels opnieuw uit in eigen beheer. Als auteur trad ze weer naar buiten toen Jit Narain in 2018 de Sarnámi cultuurprijs ontving en vooral toen eind 2018 en begin 2019 kort na elkaar vijf Surinaamse schrijvers van naam overleden: Bhai, Elly Purperhart, Shrinivási, Michaël Slory en Bea Vianen. In februari 2020 zocht ik haar op in het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis. Het hernieuwde contact resulteerde in de uitgave van ‘Bánsuri ke gam / Het verdriet van de fluit’ later in 2020.

Op 8 juli dit jaar ontvang ik mailtje van negen woorden: Ik kan het niet meer. Ik geef het op. Ik lees opnieuw mijn antwoord: «Je kunt niet meer. We weten: áls iemand zo vol voor het leven kiest, ben jij het. Elke cel in je hoofd, elke vezel in je lijf verzet zich tot het eind tegen het einde. Die ongelooflijke kracht is velen tot steun, dat weet ik zeker. Nu ben je moe, zo moe – en je wilt nog zoveel. De wereld om je heen heeft zo haar eigen ritme. (…) Leg je hoofd neer: het loopt over van gevoel; het is topzwaar geworden; rust uit, laat de spanning verdwijnen, leeg je hoofd, heb vrede. Laat je laatste tranen komen opdat die zich kunnen mengen met die van hen die je hoog achten tot een bron waaruit zij jouw moed putten. Het ga je goed, nu en straks.»

Haarlem, franc knipscheer

Meer over Saya Yasmine Amores/Cándani bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Recht in het hart gaan de woorden die hij heeft gewijd aan zijn moeder en vader.» – Fred de Haas

VoorplatEiland-75Over ‘Het Eiland’ van Michiel van Kempen in Antilliaans Dagblad, 26 juni 2021:
«Sla òm je blad / plons terug in je drijvend water / je verbeelde inzicht» Gelijksoortige dichtregels hebben mij, jaren geleden, doen besluiten om geen gedichten meer te lezen die ik niet begrijp. Dat heeft me een hoop tijd gescheeld, want de honderden dichters die, zijdelings of frontaal, zijn blijven hangen in het erfgoed van de surrealisten, hebben in de 20ste en 21ste eeuw nog flink van zich laten horen. (…) Toen ik voor de eerste keer een snelle blik wierp op de nieuwe dichtbundel van Michiel van Kempen viel mijn oog op bovenstaande regels uit zijn openingsgedicht en, mijn verworven inzichten indachtig, sloeg ik de bundel weer dicht. Omdat ik Van Kempen – hoogleraar Nederlands-Caraïbische letteren aan de Universiteit van Amsterdam – ken als iemand met een scherpe pen en een scherp inzicht, sloeg ik toch, een beetje tegen beter weten in, het boek weer open. (…) De gedichten die over Van Kempen zelf gaan (Michiel als kleine jongen, volwassene en zoon) zijn ontwapenend mooi. (…) Wie des dichters eigen hartstocht wil leren kennen, leze ‘Rond’ (p.45). De ‘eeuwig teleurgestelde’ die doet denken aan ‘El desdichado’ van Gérard de Nerval, spreekt oprecht en bitter in ‘Daar sta je dan’ (p.49). Recht in het hart gaan de woorden die hij heeft gewijd aan zijn moeder en vader. Achteraf ben ik blij dat ik de beelden die als evenzovele verkeersdrempels de weg naar de ratio versperden voor lief heb genomen. (…)
Lees hier de recensie
Meer over ‘Het eiland en andere gedichten’
Meer over Michiel van Kempen bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Een mooie bundel aardse lyriek van de gevierde Surinaamse dichter Jit Narain.» – Geertjan De Vugt

VoorplatNarainMensenkindOver ‘Een mensenkind in niemandsland’ van Jit Narain in De Volkskrant, 5 juni 2021:
(…) Voor de landbouwer Narain komt leven uit aarde voort, ook al is dat uit modder, zoals in het rijstveld, waarin hij zaad plant en trouwens net zo graag gaat spelen. Aarde is voor hem het medium van leven evenzeer als het medium van plezier. Voeg daar gerust verdriet aan toe, want de grond is ook de plek waarin dromen verdwijnen en druppels droefenis, ‘een stroom van geschonken tranen’, de kloven en scheuren vullen. Daarnaast maakt aarde bezit (en dus ook strijd) mogelijk in de vorm van afbakening, een erf. Aarde is geduldig, lezen we bij Narain, en dat valt goed te begrijpen, want ze is per slot van rekening ook het medium van de dood. Op aarde wordt afval gestort, vuil wordt in zand achtergelaten en in de grond worden de doden begraven. Daarmee komen we tot de kern van Narains lyrische wereldblik: alles wat leeft, komt voort uit de dood. ‘als de loot de stam / laat het leven de dood achter zich’, schrijft hij in twee typisch kale regels die dat idee verder perfect samenvatten. Heel soms valt alles hem zwaar, schijnt de aarde hem een woestijn te zijn en voelt de dichter zich ‘een denker of een leeggedacht mensenkind nu in het niemandsland’. Dan zou je willen dat hij kon doen wat wij nu kunnen: met een bundel van zijn verzen onder de arm de tuin in lopen waar, zoals bij mij, het gras toch niet wil groeien en al lezend met blote voeten minzaam de aarde doorwoelen.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Een mensenkind in niemandsland’
Meer over Jit Narain bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Deze bundel van Jit Narain zit vol muziek en lyriek.» – André Oyen

VoorplatNarainMensenkindOver ‘Een mensenkind in niemandsland’ van Jit Narain op Ansiel, 29 april 2021:
(…) ‘Een mensenkind in niemandsland’ is een door Michiel van Kempen en Effendi Ketwaru samengestelde bloemlezing uit de tien bundels die van Jit Narain vanaf 1977 tot en met 2019 zijn verschenen. (…) Zijn eerste bundels bevatten gedichten in het Sarnami en in het Nederlands, meestal zonder vertaling; de twee laatste bevatten parallelle Sarnami en Nederlandse versies. (…) Veel van zijn Sarnámi poëzie is door hem zelf in het Nederlands vertaald en andersom. (…) De stijl van Narains Nederlandstalige poëzie doet een beroep op literaire ervaring bij de lezer, en hetzelfde geldt voor zijn Sarnami poëzie, terwijl die van de Hindi poëzie minder moeilijk is, maar de taal zelf daar tot meer problemen leidt. De inleiding van Satya Jadoenandansing & Geert Koefoed is bijzonder nuttig om van deze mooie bundel ten volle kunnen genieten. Deze bundel van Jit Narain zit vol muziek en lyriek en doet de lezer zweven en dromen op de baren van exotische klanken.
Lees hier het signalement
Meer over ‘Een mensenkind in niemandsland’
Meer over Jit Narain bij Uitgeverij In de Knipscheer

Online interview door Reinjan Mulder via Zoom over ‘De geur van bruine bonen’ van Henna Goudzand Nahar.

VoorplatGoudzand2_Opmaak 1.qxdReinjan Mulder over ‘De geur van bruine bonen’ van Henna Goudzand Nahar, woensdag 21 april 19.30 uur:
Vijfenveertig jaar geleden, bij de onafhankelijkheid van Suriname, konden Surinamers hun Nederlandse paspoort alleen behouden als zij naar Nederland verhuisden. Wat hun komst met hen deed, en met Nederland, laat Henna Goudzand Nahar zien in haar nieuwe roman ‘De geur van bruine bonen’. «‘De geur van bruine bonen’ wroet nog het diepst in de psychologie van een Surinaams gezin in Nederland; Henna Goudzand Nahar laat op tal van bladzijden subtiel merken hoezeer de slavernijgeschiedenis ook in een moderne setting kan doorwerken. Intussen passeren tal van zaken die kenmerkend zijn voor mensen die een andere cultuur met zich meedragen.’» – Michiel van Kempen, hoogleraar Caribische literatuur aan de Universiteit van Amsterdam. Reinjan Mulder, schrijver en voormalig criticus bij NRC, gaat met Henna Goudzand Nahar in gesprek over ‘De geur van bruine bonen’ en haar visie op de integratie van Surinamers in Nederland, de drugsproblematiek van de jaren 70 en de daarmee verbonden generatieconflicten. Aanmelden kan via info@linnaeusboekhandel.nl
Meer over ‘De geur van bruine bonen’
Meer over Henna Goudzand Nahar bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Geslaagde poging het fenomeen slavernij in een juiste historische context te zetten.» – Eric de Brabander

VoorplatServus-75Over ‘Servus. Macht slavernij uitbuiting en verzet’ van Fred de Haas in Antilliaans Dagblad, 10 april 2021:
(…) Met het boek heeft Fred de Haas een geslaagde poging gedaan het fenomeen slavernij in een juiste, niet door emoties verwrongen historische context de zetten. (…) Hij heeft met dit boek een blauwdruk geschreven voor hoe in de toekomst onderwijs gegeven dient te worden over dit pijnlijke stukje vaderlandse geschiedenis. Want dat het droevig gesteld is met de kennis over dit onderwerp is duidelijk. Het boek hoort in Nederland in elke schooltas thuis. En bij ons op Curaçao ook. (…) ‘Servus’ lijkt mij niet bedoeld als aanklacht, maar wel als een waarschuwing hoe het denken over andere volkeren en gemeenschappen maar al te gemakkelijk, uit economische motieven of valse zelfbescherming van de eigen ‘hoogstaande’ moraliteit, een akelig randje kan krijgen. ‘Servus’ laat ook zien hoe Nederlandse volkshelden in de ogen van anderen misdadigers kunnen zijn. (…)
Lees hier of hier het artikel
Meer over ’Servus’
Meer over Fred de Haas bij Uitgeverij In de Knipscheer
Meer over slavernij op deze site