«Alles waar een groots boek om vraagt: een postkoloniaal trauma, de suspense van een verhaal rond geheime diensten, groots natuurgeweld, actuele politieke onderwerpen, een ontwikkelingsverhaal van een vrouw en een goeie schrijvershand.» – Michiel van Kempen

Opmaak 1Over ‘Irma. Een mikado van boze goden’ van Kees Broere op Caraïbisch Uitzicht, 28 juli 2022:
(…) Irma en Paul zijn samen opgegroeid op Curaçao, en hebben een wat schimmige relatie (pas in een laat stadium wordt de suggestie dat Paul gay is ook ingelost). We volgen deze twee mensen gedurende ongeveer 40 jaar van hun leven, zij het dat het perspectief voornamelijk bij Irma ligt. De twee zijn dromers, in hun jeugdjaren ontwikkelt zich bij hen een sterk gevoel tekortgedaan te zijn: door hun eilandelijke afkomst, door de arrogantie van Nederland, door hun huidskleur. (…). Ze worden succesvol, maar er blijft iets smeulen van een postkoloniale wroeging. (…) Kees Broere bewijst dat hij vlot en goed kan vertellen. Hij schrikt niet terug van zinnen ter lengte van een halve pagina, en het boek telt zelfs een zin van twee pagina’s lang. Ik mag dat wel, die lef om Thomas Mann naar de kroon te steken. (…) ‘Irma – een mikado van boze goden’ heeft eigenlijk alles waar een groots boek om vraagt: een postkoloniaal trauma, de suspense van een verhaal rond geheime diensten, groots natuurgeweld, actuele politieke onderwerpen, een ontwikkelingsverhaal van een vrouw en een goeie schrijvershand. En wat mij persoonlijk ook bekoort: soepel ingevlochten memoires uit de eigen studententijd. Alles in die tijd van 40, 50 jaar geleden werd bijeengehouden door de ijzeren greep van het marxistische engagement. (…)
Lees hier de recensie Een verhaal als de stokjes van mikado’
Meer over ‘Irma. Een mikado van boze goden’
Meer over Kees Broere bij Uitgeverij In de Knipscheer

Diana Lebacs * Dame van de avond en het berouw van Benaro. Roman

VoorplatDameAvond-75Diana Lebacs
Dame van de avond en het berouw van Benaro

roman
Curaçao, Nederland
gebrocheerd in omslag met flappen, 176 blz.
€ 18,50
ISBN 978-94-93214-24-8
eerste uitgave 2022

Dame van de avond en het berouw van Benaro ademt de geest van de ontwikkeling van een volk dat sociaal-emotioneel diep getekend is door haar koloniaal verleden én door haar eigen mensen die dit verleden bewust of onbewust handhaven als een ijverige leerling die zijn meester overtreft; een volk dat een enorm helingsproces door moet maken dat vanwege de enorme uitdagingen uiterst traag en moeizaam verloopt.

Benaro werkt al bijna dertig jaar bij de overheid van Curaçao, tegenwoordig bij het ministerie van Sociale Zaken. Zijn meerdere, Xerxio, is een eerzuchtig man en volgens velen zelfs gevaarlijk. Het verhaal doet de ronde dat telkens wanneer er een nieuwe minister-president aantreedt en hij Xerxio ontmoet, die al heel snel een merkwaardige en sterke invloed op hem uitoefent. Meermaals is Benaro al met Xerxio in aanvaring gekomen, en liefst blijft hij op afstand van hem. Ook Xerxio’s broer, Roger, heeft grote macht. Diens bedrijf heeft een monopoliepositie: het produceert een chemisch middel dat de verouderde waterleidingen in het hele land zuivert, en Benaro vermoedt dat Roger een door hem geschreven rapport in de la heeft doen verdwijnen. Daarin had hij aangedrongen op modernisering van het stelsel roestige pijpleidingen.

Dan wordt Benaro door zijn meerdere naar het eiland Turtuga gestuurd, in de regio maar ver van het regeringscentrum. Daar moet hij een congres bijwonen over het zuiveren van drinkwater met diamant én over het klonen van mensen. Beide klinken nog als sciencefiction, of in ieder geval toekomstmuziek. En zal het welluidende muziek zijn, of donkere, onheilspellende muziek? Op het congres spreekt Dr. Merlin. Hij heeft een ‘demo’ van een nieuwe mens ontworpen, een mens waarbij alle van nature negatieve en agressieve driften zijn uitgeschakeld. Wat heeft Xerxio met deze experimentele wetenschap te maken? En zal zij ten goede of ten kwade worden aangewend?

Aan de ene kant is Dame van de avond en het berouw van Benaro een dystopische of futuristische literaire thriller, gesitueerd op het eiland Curaçao. Het intrigerende en spannende verhaal ademt in alles de sfeer van het eiland. Aan de andere kant is dit verhaal verweven met een amoureuze geschiedenis, de ontluikende en zinnelijke liefde tussen Benaro en Osaira.

Diana Lebacs (Curaçao, 1947) heeft een Curaçaos-Indonesische vader en een Surinaams-Creoolse moeder. Zij is geruime tijd lerares op Curaçao en doceert jeugdliteratuur aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen. Lebacs speelt een belangrijke rol bij de groei van de Nederlands-Antilliaanse jeugdliteratuur en wordt voor Nancho van Bonaire, een van haar dozijn jeugdromans, bekroond met de Zilveren Griffel. In 2011 behoort zij tot de eerste lichting studenten die aan de UNA slaagt voor Master Education Papiamentu. Bij Uitgeverij In de Knipscheer verschenen eerder van haar hand De langste maand (haar eerste roman voor volwassenen), Belumbe/De waterlijn (haar poëziedebuut) en de roman Duizend leugens bruidstaart.

«Fraaie, literaire stijl in sympathieke en interessante Caraïbische roman.» – Piet Windhorst

Opmaak 1Over ‘Irma, een mikado van boze goden’ van Kees Broere op LeesKost, 30 mei 2022:
Irma Weever en Paul Fadel hebben hun middelbare school op Curaçao afgerond. Bij een strandfeestje overlijdt een vriendin van Irma, ze is waarschijnlijk vergiftigd. In de gehele roman speelt de wraak voor deze vergiftiging een rol. Met Paul en een paar vriendinnen gaat Irma naar Nederland om daar te gaan studeren, Irma rechten in Amsterdam en Paul chemie in Nijmegen. Beiden hebben als ideaal vrije mensen te worden. Na hun studie begint voor beiden een afwisselend leven. Ze vervolgen hun studie in New York en daarna scheiden zich hun wegen. Irma krijgt een baan bij de veiligheidsdienst op Curaçao. Daarna gaat ze naar Den Haag waar ze een belangrijke functie krijgt bij Europol en tenslotte begint ze een advocatenpraktijk in Curaçao. (…) Het boek is geschreven in een fraaie, literaire stijl met veel beeldspraak. Het thema van het slavernijverleden past goed in deze tijd. Het is een sympathieke en interessante Caraïbische roman.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Irma. Een mikado van boze goden’
Meer over Kees Broere bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Helder taalgebruik in een verrassend beeldende literaire stijl.» – Wim Rutgers

Opmaak 1Over ‘Irma, een mikado van boze goden’ van Kees Broere in Antilliaans Dagblad, 14 mei 2022:
(…) Irma is op weg naar wraak wegens een feit uit het verleden, jaren en jaren terug. Het brengt haar van Curaçao naar Sint Maarten, waar ze – begin september 2017 – in de hevige orkaan Irma terechtkomt. Zoals het mikado uit de ondertitel van de roman een behendigheidsspel is om uit de chaos van willekeurig neergeworpen stokjes steeds één stokje te pakken zonder de andere aan te raken, zo weet ook Irma dat elke fout fataal kan zijn. Irma Weever is kind op Curaçao van uit Suriname afkomstige ouders. Ze ontmoet op haar middelbare school, het MIL, de van Bonaire afkomstige Paul Fadel. Het leidt tot een hechte vriendschap, met een donker randje. (…) De rode daad van wraak, gebaseerd op veronderstelde gevoelens van achterstelling, zelfs vernedering, bij zowel Irma als Paul, krijgt zijn context in tal van over tijd en ruimte verspreide bijzonderheden. (…) Aanwijzingen die aanvankelijk raadselachtig zijn, maar gaandeweg contouren krijgen, wijzen vooruit naar wat later in het verhaal zal gebeuren. De alwetende verteller houdt de verhaallijntjes strak in de hand en voorziet die met tal van details die de vlot lezende taalvorm van de ervaren journalist demonstreren met helder taalgebruik in een verrassend beeldende literaire stijl die uitnodigt tot citeren: “De tambú sloop op blote voeten langs de stilte.” (…)
Lees hier of hier de recensie
Meer over ‘Irma. Een mikado van boze goden’
Meer over Kees Broere bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Een groot deel van de thematiek raakt aan het onderscheid tussen huidskleur en afkomst. Indrukwekkend.» – Marjo van Turnhout

Opmaak 1Over ‘Irma, een mikado van boze goden’ van Kees Broere op Leestafel, 17 december 2021:
Irma Weever is een rationele, slimme vrouw. Ze is van Surinaams-Curaçaose afkomst. Toen ze drie jaar was verhuisden haar ouders naar Curaçao. Haar vader was werkzaam bij de Shell, haar moeder beheerde een eigen restaurantje, dat goed draaide. Zij wilden graag dat hun dochter het Lyceum zou doen op het eiland, om dan in Nederland te gaan studeren. (…) Als Paul, een Bonairiaan met Libanese wortels, haar maatje, vertelt ook naar Nederland te gaan, besluiten ze samen te gaan. (…) Als Paul haar zijn plannen uiteenzet (waarvan de lezers nog lang niet weten wat die inhouden) belooft ze hem haar hulp. Zij gaat rechten studeren in Amsterdam, hij doet biochemie in Nijmegen. (…) Zij wordt via verschillende omwegen een advocaat strijdend voor het onrecht dat mensen aangedaan wordt, hij een wetenschapper in de biochemie.
Zij weet dat het in de wereld niet zozeer gaat om de echte waarheid, maar om wie zijn argumenten het beste kan brengen. Hij beweert dat je de wereld niet aan anderen moet overlaten als je het ook zelf in de hand kan nemen. (…) Maar er is meer. Veel meer. (…) Een groot deel van de thematiek raakt aan het onderscheid tussen huidskleur en afkomst, maar er zijn ook ‘normalere’ zaken, die meer met de tijdsgeest te maken hebben: drugs, over de uitbuiting door Shell, over het leven op kamers in Amsterdam. En over de zelfstandigheid die Curaçao en Sint Maarten kregen binnen het Koninkrijk der Nederlanden. (…) Je zou dit boek vaker moeten lezen om alles te kunnen doorgronden, want ook al valt op het einde veel op zijn plaats, vragen blijven er. (…)
Lees hier de recensie
Meer over ‘Irma. Een mikado van boze goden’
Meer over Kees Broere bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Onthutsende climax op Sint-Maarten in soepele stijl met veel variëteiten.» – Kees de Kievid

Opmaak 1Over ‘Irma, een mikado van boze goden’ van Kees Broere op Boekenbijlage, 15 december 2021:
(…) Elk hoofdstuk begint met een fragment uit september van het jaar 2017. Deze fragmenten beslaan een periode van ongeveer zesendertig uur. Het eerste fragment roept direct de spanning op als de auteur schrijft: “Ze heeft ongeveer anderhalve dag de tijd”. Waarvoor, dat wordt (nog) niet duidelijk, maar dat het veel impact zal hebben is onomstotelijk! Na elk fragment in het ‘heden’ volgt telkens een beschrijving van Irma’s ontwikkeling, alles naar voren gebracht door een alwetende verteller. (…) Irma sluit vriendschap met Paul Fadel, een jongen van Bonaire, die van gemengde Libanese afkomst is. (…) Na haar middelbare school op Curaçao gaat ze Rechten studeren in Amsterdam met aansluitend een vervolgstudie in New York, waar ook Paul ‘studeert’. Al vroeger hadden ze samen een plan (Operatie Worst) dat de bedoeling had hen ‘vrij’ te maken. Paul raakt aan de drugs en zij verliest het contact met hem. Wel had ze iemand ontmoet die zich in Paul interesseerde, Joe Marino, onthoudt hem! Irma keert terug naar haar geboorte-eiland. Ze treedt in dienst van de Veiligheidsdienst voor de Nederlandse Antillen (VNA). (…) Dan komen heden en verleden bij elkaar in een onthutsende climax op Sint-Maarten tijdens het razen van orkaan Irma. (…) Er druipt engagement uit deze roman. (…) Broere ontpopt zich als een ware filosoof op het gebied van identiteit. (…) De stijl van de auteur is geolied, zo soepel en met veel variëteiten. (…) Herkenbaar in deze zeer geslaagde roman die naar meer smaakt.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Irma. Een mikado van boze goden’
Meer over Kees Broere bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Een ijzersterke roman. En thriller.»

Opmaak 1Over ‘Irma, een mikado van boze goden’ van Kees Broere in De Volkskrant Boeken, 11 december 2021:
De jonge Surinaams-Curaçaose Irma weet iets over haar Bonairiaanse vriend Paul. De lezer weet niet wat, maar terwijl de orkaan Irma huishoudt op Sint-Maarten, komt hij in ieder hoofdstuk steeds dichter bij de waarheid. Een ijzersterke roman. En thriller.
Klik hier voor het signalement
Meer over ‘Irma. Een mikado van boze goden’
Meer over Kees Broere bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Spannende thriller gaat in wezen om de Antilliaanse geschiedenis.» – C.H. Gajadin

Opmaak 1Over ‘Irma. Een mikado van boze goden’ van Kees Broere voor NBD / Biblion, 22 november 2021:
De ouders van Irma Weever verlieten Suriname in de jaren zestig om bij de olieraffinaderij van Shell te gaan werken op Curaçao. Hun dochter moet en zal de beste opvoeding krijgen, studeren in Nederland en later in New York. Samen met haar jeugdvriend Paul koestert Irma idealen dat het allemaal anders zal zijn voor hun geliefde eiland. De roman begint met Irma’s aankomst op Sint Maarten, waar ze Paul zal ontmoeten. Een dag later zal orkaan Irma dit eiland volledig verwoesten. De vrouw die streefde naar gelijkwaardigheid en gerechtigheid wordt slachtoffer van een brute moord. Hoewel het boek geschreven is als een spannende thriller, gaat het in wezen om de Antilliaanse geschiedenis. Van slavernij tot moord op een linkse politicus. ‘Irma’ is de eerste Caribische roman van Kees Broere, correspondent van de Volkskrant op Curaçao.
Meer over ‘Irma. Een mikado van boze goden’
Meer over Kees Broere bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Schudt schijnbaar achteloos jamben rond in een kwatrijn met omarmend rijm.» – Jeroen Heuvel

VoorplatEiland-75Over ‘Het eiland en andere gedichten’ van Michiel van Kempen in Antilliaans Dagblad, 9 januari 2021:
(…) ‘Het eiland en andere gedichten’, 75 bladzijden, 6 afdelingen. (…) Versregels die opvallen bij deze letterkunstenaar zijn ‘die natie kent noch taal’ en ‘verraderlijk glad / voor wie de tekens niet verstaat’, wat verdomd lijkt op de titel van Van Kempens eerste dichtbundel ‘Wat geen teken is maar leeft’ van acht jaar geleden. Daarin ook al prachtige regels, ‘Hoe toch kan een taal die wij beiden / vanaf de eerste aai blindelings spraken / met open ogen zo ontregeld raken.’ over de tragedie van de onbegrepen communicatie tussen een letterkundige en zijn geaaide. Wat heb je er aan om literatuur zo grondig te begrijpen, of dat te vermoeden in ieder geval, maar de huistaal mis te verstaan? (…) Van Kempen heeft een eigen stijl, is zeer belezen en kent alle kneepjes van het ambt, schudt schijnbaar achteloos jamben rond in een kwatrijn met omarmend rijm voor Shrinivási, maar is ook vrij om te experimenteren – met vorm en inhoud – wanneer hij in de donkere kamer filmpjes en foto’s ontwikkelt en fixeert. Van Kempen hoort als artiest thuis in de categorie Hieronymus Bosch, en als poëet tussen de twee dichters (…) Lucebert en Jan Campert. In de zesde en laatste afdeling, ‘Verzoeke geen rouwbeklag’ 8 afscheidsgedichten voor vrienden, al dan niet artiesten, van Michiel die in 2018 of 2019 zijn overleden, bijvoorbeeld het eerder genoemde kwatrijn voor de van oorsprong Surinaamse maar lang in Curaçao geleefd hebbende Shrinivási. Bijzondere gedichten, die beklijven. (…).
Lees hier of hier de recensie ‘Een ACB van Michiel van Kempen’
Meer over ‘Het eiland en andere gedichten’
Meer over Michiel van Kempen bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Hij zingt hen toe in hun eigen stemkleur. Dat ontroert.» – Hilde Neus

VoorplatEiland-75Over ‘Het eiland en andere gedichten’ van Michiel van Kempen in De Ware Tijd Literair, 12 december 2020:
De nieuwe bundel van Michiel van Kempen ‘Het eiland en andere gedichten’ is een zeer persoonlijke neerslag van afscheidsmomenten. (…) Het eiland is het eerst gedicht in de bundel, een ode aan Aruba. (…) In het tweede deel, getiteld Eilanden, richt hij zich tot de voormalig Nederlandse Antillen en tot Suriname, maar ook het eiland waarop de Bijlmer drijft, en nog kleiner, de klas waar Van Kempen later lesgaf. In het deel Stupor Mundi zijn gedichten over religie opgenomen. Een thematiek die van Kempen nogal heeft geraakt schijnt te hebben, in die zin dat de verzen doorspekt zijn met hypocrisie. Efemeer is de kwaliteitsbepaling tussen twee mensen in een liefdesrelatie. (…) Hoe relaties teloor kunnen gaan weet de auteur. De metafoor van zijn eigen woning, in ‘Twee huizen’, herinnert aan hoe de mens in een deel zijn hoofd laat spreken, door middel van de bibliotheek, en kennis. (…) De afdeling Genen spreekt van de vader en de moeder, die beiden hun sporen hebben nagelaten in de zoon, maar hem ook hebben gemaakt tot wat hij in het heden is. (…) In Verzoeke geen rouwbeklag keert Michiel van Kempen weer deels terug naar de tropen, in zijn eulogieën voor enkele Surinaamse schrijvers die vorig jaar zijn overleden. Opvallend hier is dat hij poëzie voor hen schrijft en hen toezingt in hun eigen stemkleur. Dat ontroert, want het laat zien dat hij kan invoelen, hun werk goed kent en de ruimte en moeite neemt om deze grote Surinamers een afscheid te bezorgen, zo waardig aan hen.
Lees hier of hier de recensie
Meer over ‘Het eiland en andere gedichten’
Meer over Michiel van Kempen bij Uitgeverij In de Knipscheer