«Schudt schijnbaar achteloos jamben rond in een kwatrijn met omarmend rijm.» – Jeroen Heuvel

VoorplatEiland-75Over ‘Het eiland en andere gedichten’ van Michiel van Kempen in Antilliaans Dagblad, 9 januari 2020:
(…) ‘Het eiland en andere gedichten’, 75 bladzijden, 6 afdelingen. (…) Versregels die opvallen bij deze letterkunstenaar zijn ‘die natie kent noch taal’ en ‘verraderlijk glad / voor wie de tekens niet verstaat’, wat verdomd lijkt op de titel van Van Kempens eerste dichtbundel ‘Wat geen teken is maar leeft’ van acht jaar geleden. Daarin ook al prachtige regels, ‘Hoe toch kan een taal die wij beiden / vanaf de eerste aai blindelings spraken / met open ogen zo ontregeld raken.’ over de tragedie van de onbegrepen communicatie tussen een letterkundige en zijn geaaide. Wat heb je er aan om literatuur zo grondig te begrijpen, of dat te vermoeden in ieder geval, maar de huistaal mis te verstaan? (…) Van Kempen heeft een eigen stijl, is zeer belezen en kent alle kneepjes van het ambt, schudt schijnbaar achteloos jamben rond in een kwatrijn met omarmend rijm voor Shrinivási, maar is ook vrij om te experimenteren – met vorm en inhoud – wanneer hij in de donkere kamer filmpjes en foto’s ontwikkelt en fixeert. Van Kempen hoort als artiest thuis in de categorie Hieronymus Bosch, en als poëet tussen de twee dichters (…) Lucebert en Jan Campert. In de zesde en laatste afdeling, ‘Verzoeke geen rouwbeklag’ 8 afscheidsgedichten voor vrienden, al dan niet artiesten, van Michiel die in 2018 of 2019 zijn overleden, bijvoorbeeld het eerder genoemde kwatrijn voor de van oorsprong Surinaamse maar lang in Curaçao geleefd hebbende Shrinivási. Bijzondere gedichten, die beklijven. (…).
Lees hier of hier de recensie ‘Een ACB van Michiel van Kempen’
Meer over ‘Het eiland en andere gedichten’
Meer over Michiel van Kempen bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Onderhuidse spanning heel subtiel en knap verwerkt.» – Hanneke Tinor-Centi

VoorplatOnomkeerbaar75Over ‘Onomkeerbaar’ van Ines Nijs op Reading & Writing, 12 januari 2021:
‘Onomkeerbaar’ is het aangrijpende verhaal over een jonge vrouw die op zoek gaat naar haar afkomst en het verhaal van haar ouders. Als decor van haar debuutroman heeft Ines Nijs gekozen voor de omgeving Mechelen. Nijs geeft met dit debuut blijk over een fraaie schrijfstijl te beschikken en haar verhalend vermogen is zeker ook in orde. De constructie van het verhaal is uitgekiend. Veelal kabbelt het verhaal voort om zo nu en dan ineens in een volgende versnelling te schieten. Toch is er, ook tijdens de kalmere gedeelten, continu een onderhuidse spanning aanwezig. Heel subtiel en knap verwerkt. Overigens is ook het vermogen van de auteur om de omgeving en situaties te schetsen, zeer goed. De personages zijn bovendien heel goed gekarakteriseerd, terwijl ze toch zeker niet ‘standaard’ zijn en de emoties van haar personages, vooral die van Zoé uiteraard, zijn fraai in woorden gevat. Kortom, een veelbelovend debuut van deze Nijs waar we ongetwijfeld nog meer van gaan horen (lezen)!
Lees hier de recensie
Meer over ‘Onomkeerbaar’

«Whodunnit geeft inkijk in het wel en wee van het wielrennen.» – Marinus van de Velde

VoorplatEtappe-75Over ‘De fatale etappe’ van Hans van Hartevelt op ThrillZone, 10 januari 2021:
(…) Van Hartevelt biedt een interessante inkijk in de buik van het peloton en gebruikt daarvoor fictie en non-fictie door elkaar. (…) Van Hartevelt schrijft op een goede manier. Hij neemt de rust om in het begin alle hoofdrolspelers te introduceren. Zodoende leert de lezer de personages kennen. Daarna voert de auteur de snelheid steeds wat meer op, helemaal wanneer er een dodelijk ongeval (?) gebeurt. De grote vraag rijst dan: wat is er gebeurd, en vooral: wie heeft het gedaan? (…) Wat Van Hartevelt goed doet, is een inkijk geven in het wel en wee van het wielrennen. De onderlinge concurrentie en steeds ook de vraag; is, wat gebeurt, en is het wel eerlijk? (…) Ook het ploegensamenspel wordt door de auteur goed neergezet. Daarmee is ‘De fatale etappe’ een interessant boek voor de liefhebbers van het wielrennen, en ook voor de niet-liefhebbers; voor hen zal het allemaal nieuw zijn. (…) Van Hartevelt heeft een interessante whodunnit geschreven tegen de levendige achtergrond van het peloton.
Lees hier de recensie
Meer over ‘De fatale etappe’
Meer over Hans van Hartevelt bij Uitgeverij In de Knipscheer

Gedicht van Alja Spaan bij ‘Matthijs gaat door’.

AljaSpaangeen rijmwoord voor’ van Alja Spaan voorgedragen door Joost Prinsen bij Matthijs gaat door, 31 december 2020:
Matthijs van Nieuwkerk was op oudejaarsdag terug op de buis (BNNVARA NPO 1) om 2020 door te nemen in een programma vol muziek. Zijn ‘tafelheer’ was acteur Joost Prinsen die o.a. het gedicht ‘geen rijmwoord voor’ voordroeg (door hem hertiteld als ‘zij sterft alleen’) van Alja Spaan, verwijzend naar het ‘coronajaar’ 2020: «Een prachtig gedicht; bedankt dat ik het hier voor mocht dragen.» Alja Spaan publiceerde het gedicht op haar website op 15 maart 2020. Dagelijks verschijnt er sinds 8 april 2006 een gedicht op deze blog. Van Alja Spaan verscheen bij Uitgeverij In de Knipscheer in 2018 de bundel ‘Tegen het vergeten en voor de behoedzaamheid’.

geen rijmwoord voor

Zij sterft alleen. Achter glas het wuivend handje dat ze niet meer
ziet, in de gang schaduwen die niet meer bewegen,

rammelende karren die zij niet meer hoort. Ze had altijd heel veel
mensen om haar heen zoals er heel veel pannen

van het aanrecht naar de eettafel werden gedragen, ze duwde de
deuren open met haar heupen, ze kon zich

herinneren dat iedereen haar hielp, opstond, verschoof, rook onder
het deksel. Zij aan het hoofd van de tafel, het glas

in de lucht, de fles bij de tafelpoot, stemmen door elkaar, het ene
verhaal nog mooier dan het andere. Halverwege

vielen ze elkaar in de armen, kinderen lagen op schoot en droomden
en de warmte van buiten liep over in die van

binnen. Misschien dat ze dat nog gevoeld heeft die laatste uren. Lang
was dat natte kleverige handje nog zichtbaar op het raam.

Lees hier het gedicht op de site van Alja Spaan
Kijk hier naar Joost Prinsen bij ‘Matthijs gaat door’ op de tijdlijn vanaf 21.00 tot 23.00
Meer over Alja Spaan bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Er is weer een jaar voorbij.» – Bert Vissers

VoorplatVissersWereld1-75

Uit ‘De wereld wacht op mij’ van Bert Vissers op dewereldwachtopmij.nl, 30 december 2020:

 

 

 

 

Zit er nog water in het bad?

Er is weer een jaar voorbij
ik hoop dat ie nooit weerkeert
we begraven ’m onder de grootste steen
het vuurwerk dampt nog na
en wij gaan vrolijk verder
al weet ik al lang niet meer waarheen

Zing mijzelf een weg
wat houdt me tegen
fiets onverstoorbaar door de stad
zie geen gevaar als ik door rood rijd
zolang je leeft, wie maakt je wat

De rampspoed van vandaag
is morgen weer vergeten
we leren maar zelden van weleer
de hoekbank zit te goed of zoiets moet ’t wezen
wat je nú niet voelt doet nog lang geen zeer

Het gaat vanzelf voorbij
’t loopt vast zo’n vaart niet
men zegt zoveel, men zegt maar wat
we springen van de hoogste duikplank
zit er nog water in het bad?

we springen van de hoogste duikplank
zit er nog water in het bad?

Lees het gedicht op Columns+ of klik hier
Meer over ‘De wereld wacht op mij’
Meer over Bert Vissers bij Uitgeverij In de Knipscheer

Jos van Daanen – De heilige cohesie van water. Poëzie

DaanenJos van Daanen
De heilige cohesie van water

gedichten
Nederland
geniet in omslag, 12 blz., € 7,50
ISBN 978-94-93214-09-5 NUR 306
december 2020

In De heilige cohesie van water loopt een man, een millennial met hipsterbaard, veertig weken over de zeven zeeën. De wereld die hij aanschouwt komt sterk overeen met de huidige. Bootvluchtelingen, massaconsumptie, plasticsoep en windmolens trekken aan hem voorbij. ‘De selfmade man zou het even fixen, het weer/ honger, de politiek, het geld en ongelijkheid/ het noodlot van alle verwachtingen.’ De heilige ‘bidt om welvaart, een boot/ een uitgestoken hand.’ Maar ruis krijgt de overhand in zijn geest. Hem resten nog slechts vragen aan zijn vader. Overpeinzingen en machteloosheid vullen zijn dagen. Wanneer een wonder soelaas lijkt te bieden, wijst hij het af. Hij wil immers loskomen, zich een vrije geest tonen in een wereld vol slaven, op zoek naar inzicht.

De heilige cohesie van water telt tien samenhangende gedichten van elk 14 versregels plus het gedicht ‘Hij is de Millennial’ op het achterplat van het omslag.

Hij is de Millennial
Aan hem kleven veel te hoge verwachtingen.
Ze drijven hem tot wanhoop.
Maken dat hij zich wil verdrinken.

Hij is Jezus. Hij loopt over water.
Schuilt daar onder bomen.
Ontwijkt vluchtelingen. Bouwt kampvuren.
Vermaakt zijn volk.

Hij is de Illusionist.

Jos van Daanen (Kerkrade, 1959) studeerde Nederlands en Algemene Literatuurwetenschap. Vanaf 1988 verschijnen met enige regelmaat gedichten van zijn hand in gerenommeerde literaire tijdschriften, in 2016 deels gebundeld in een bibliofiele uitgave ‘Tot er woorden waren, waren we niets’ bij Kleinood & Grootzeer. In 2018 volgt zijn officiële debuutbundel ‘De Schoonspringer’ bij Uitgeverij In de Knipscheer, waarmee hij in 2019 door de jongerenjury werd genomineerd voor de ‘Grote Poëzieprijs 2019’. In 2019 verschijnt in samenwerking met Uitgeverij Van Groningen de bundel ‘Soldaten’. Lutijn (2019) is zijn prozadebuut.
Meer over Jos van Daanen bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Luchthartig met een vleugje ironie, maar daardoor komt de boodschap wel keihard binnen.» – Maurice Broere

VooprlatMollenOver ‘Hebben mollen weet van zonsondergangen?’ van Els de Groen op MeanderMagazine, 28 december 2020:
‘Huidhonger’ is een woord dat de laatste maanden vaak te horen is. Covid-19 heeft toegeslagen en het gevolg is dat we elkaar niet meer mogen aanraken. Allerlei gewoontes bij begroeten zijn doorbroken en dat kost velen moeite. In dit gedicht komt wel een bijzondere vorm van huidhonger voor die nog een stap verder gaat dan het gemis van een handdruk, een schouderklop of een afscheidskus. Het vers werkt prachtig naar een climax. (…) Mooie zinnen, waarin geen woord te veel staat. (…) Het sonnet ‘Jachtoffers’ is opgebouwd uit tegenstellingen, waardoor contrast ontstaat. De derde strofe is prachtig door de compactheid en de assonanties (door, kogel, dood / katern, bekendmaakte, hare). (…) ‘Verdinging’ staat niet in Van Dale, maar uit de context begrijp je onmiddellijk wat de betekenis is, in dit verband betekent het van een dier een ding maken. Hier ook weer de tegenstelling als stijlmiddel. (…) De dichter probeert ons bewust te maken waar we mee bezig zijn en wat er namens ons gebeurt. Het is absoluut geen betweterig, drammerig werk, ook niet zwaarmoedig of sentimenteel eerder luchthartig met een vleugje ironie, maar daardoor komt de boodschap wel keihard binnen. Interessante bundel die het lezen dubbel en dwars waard is. (…) De bundel is mooi vormgegeven met illustraties van cartoonist Len Munnik die onlangs de Inkspotprijs 2020 won. (…)
Lees hier de recensie
Meer over ‘Hebben mollen weet van zonsondergangen?’
Meer over Els de Groen bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Wat een prachtige bundel.»

VooprlatMollenOver ‘Hebben mollen weet van zonsondergangen?’ van Els de Groen in Werelddier, Winter 2020, nr. 124, december 2020:
De gedichtenbundel Hebben mollen weet van zonsondergangen? is niet Els de Groens eerste boek over dieren. Ze begon al veel eerder met schrijven over dieren, en kaartte daarbij onderwerpen aan zoals de vossenjacht, pelsdierfokkerijen en de intensieve veehouderij, omdat ze vond dat dat moest veranderen. ‘Al ruim dertig jaar geleden heb ik megastallen bezocht en ik ben toen erg geschrokken. Daar moet echt een eind aan komen!’, zegt Els. ‘Koalabeertjes vinden we vertederend, varkens niet… waarom niet? Ik zie dieren als medebewoners van een planeet die gevaar loopt door menselijke overconsumptie.’ En precies vanwege dat punt besloot Els de Groen deze bundel te maken. ‘Ik hoop dat mensen door het lezen ervan gaan nadenken over hun houding ten aanzien van dieren.’ Inspiratie voor de gedichten haalde Els vooral uit eigen observaties. ‘Veel gedichten, bijvoorbeeld over eekhoorns en uilen, komen voort uit mijn ervaringen in Nederland. Je hoeft echt niet op safari om spannende dingen te zien.’ Zelf heeft Els geen lievelingsdier, alhoewel… ‘Met mijn oude kat Joris kon ik prima communiceren. Op zijn kats natuurlijk. Als je de lichaamstaal van dieren begrijpt, wordt de omgang opeens interessanter. Je gaat zelfs karakters onderscheiden, want de ene poes is echt de andere niet en dat geldt voor alle dieren. Juist vanwege hun verscheidenheid vind ik dieren zo interessant. Daarom wilde ik dat mijn bundel over zo veel mogelijk verschillende dieren ging. Niet uitsluitend over dieren die je kunt knuffelen, maar ook over insecten, krokodillen en olifanten.’ ‘Misschien is de kern van de bundel wel het gedicht Verdinging’, zegt Els. Het gedicht gaat over het feit dat we tegenwoordig geneigd zijn veel dieren als product te beschouwen: ‘In plaats van ons te verdiepen in dieren en ons te verwonderen over wat ze allemaal kunnen, maken we er producten van: een circusact, voedsel, medicijnen of schoenen. Dat gebeurt wereldwijd. Ook in het Westen gaat commercie boven dierenwelzijn. Dat moet echt anders.’
Meer over ‘Hebben mollen weet van zonsondergangen?’
Meer over Els de Groen bij Uitgeverij In de Knipscheer

Voor Joris (22). Gedicht van Els de Groen

VooprlatMollenIn zijn bijna dagelijkse Facebookbericht memoreert Wim van Til, oprichter van en coördinator bij Poëziecentrum Nederland, de geboorte- en sterfdagen van Nederlandstalige dichters. Vandaag (23 december 2020) zijn geboren Arnold Spauwen, Peter van Lier, Hans Kloos en Els de Groen (1949). Het is de sterfdag van Hermien Manger, Louis Th. Lehmann en Francis Verdoodt. Bij wijze van felicitatie/gedenken kiest Wim van Til voor een gedicht van Peter van Lier; uitgeverij In de Knipscheer kiest voor het gedicht ‘Voor Joris (22)’ van Els de Groen uit haar dit jaar bij deze uitgeverij verschenen bundel ‘Hebben mollen weet van zonsondergangen?’.

Voor Joris (22)

De merels hebben maling
aan onze poes gekregen
en hippen onbekommerd
voorbij – op zoek naar wormen.
Ze kijkt ze onbewogen na.
Voortaan komt gevogelte
uit de supermarkt.

Op haar beurt heeft ze maling
gekregen aan de merels.
Maar niet aan ons die wuiven
grimassen en wenken.
Gebarentaal – ze is doof.
Al jaren viert ze slapend
haar triomf met Oud en Nieuw.

Ze weet wel dat ze oud is.
Nog wil ze zich genietend
achter de oren krabben
wankelt en geeft op.
Onze poes vermenselijkt
zoals wij in de loop der
jaren zijn verpoesd.

Meer over ‘Hebben mollen weet van zonsondergangen?’
Meer over Els de Groen bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Henry Toré is een getalenteerd verhalenschrijver.» – Guido Goedgezelschap

VoorplatDeEed75Over ‘De eed’ van Henry Toré op De Leesclub van Alles, 22 december 2020:
(…) Op zijn eiland was hij een held, hij werd op handen gedragen, hij was de zeer gewaardeerde son-of-the-soil. Zijn publieke populariteit stond in groot contrast met zijn privéleven. Een grote tegenslag, een aangrijpende gebeurtenis, zorgde voor de inleiding van een aantal opmerkelijke toestanden binnen zijn huwelijk. Slaagde Oi er in om zijn huwelijksproblemen gescheiden te houden van zijn openbare leven?
Henry Toré gebruikt een beproefd concept, zoals je dat vaak ook in films aantreft. Zijn (…) proloog brengt de overpeinzingen van Lucien over zijn vriendschap met Oi, een periode waarin zij ooit ‘de eed van vriendschap ‘ uitten voor elkaar. Na deze inleiding is het vervolg van het boek één flash-back, vertelt in de derde persoon. De twee hoofdpersonages zijn door de auteur zeer nauwkeurig in beeld gebracht wat ook het geval is voor de omgeving, de setting waarin het korte verhaal speelt. De levenswijze en de idealen van Oi worden zeer goed weergegeven: een strijd tegen onrechtvaardige behandeling van zijn medemensen op Bonaire. Het sociale gevoel van de schrijver is hier zeker overgedragen op het personage van Ofnes Nicolaas. (…) Henry Toré geeft in sneltreintempo, maar in een vlotte en aangename schrijfstijl de levensloop van Ofres Nicolaas weer, een sociaal geëngageerd man en ongetwijfeld iemand met het hart op de juiste plaats. Hierdoor wordt het duidelijk dat de schrijver een getalenteerd verhalenschrijver is. (…)
Lees hier de recensie
Meer over ‘De eed’