«Haar pogen om een eigen taal te creëren slaagt.» – André Oyen

VoorplatRoemerBloemlezing-75Over ‘Ik ga strijden moeder’ van Astrid H. Roemer op Ansiel (België), 29 november 2021:
(…) Ik leerde Astrid Roemer eerst kennen door haar proza, waar ik ook heel wat poëzie vond inzitten. Haar poëzie was dan toch helemaal apart. ‘Ik ga strijden moeder’ geeft een goed beeld van de ontwikkeling van de jonge activistische dichter tot de diva die in spannende vertelbeelden de lezer met de kracht van de verbeelding weet te betoveren. Roemer was weliswaar niet de eerste die zich tegen koloniale overheersing en voor een opwaardering van de zwarte huid uitsprak, zij kan wel gerekend worden tot de eersten van de tweede golf Surinaamse onafhankelijkheidspoëzie die in 1975 haar grootste hoogte zou bereiken. Haar pogen om een eigen taal te creëren slaagt in een plotseling opduikend beeld dat verrast, in een oorspronkelijke strofe soms. (…)
Lees hier het hele signalement
Meer over ‘Ik ga strijden moeder’
Meer over Astrid H. Roemer bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Een weinig aangeroerd thema prachtig verwoord.» – O.W. Dubois

Opmaak 1Over ‘De laatste framboos‘ van Elly Stolwijk voor NBD / Biblion, 25 november 2021:
Tot de meest existentiële ervaringen van een vrouw behoort ongetwijfeld een doodgeboren kindje. In deze bundel geeft de (…) dichteres Elly Stolwijk – van wie eerder verscheen ‘Liefde de vluchtige holte’ (2020) – stem aan haar gevoelens bij het overlijden van haar dochtertje in haar moederschoot. Alles had klaar gestaan: de wieg, kleine zacht gewassen kledingstukjes en ‘We verwarmen je kamertje en doen regelmatig het raam open’. Maar de dood was gekomen: ‘Wat ik niet kan omschrijven is hoe de dood je beschadigd had. / Je was mooi. / Je oogjes waren voor altijd gesloten. / We koesterden je, je vader en ik’. Heel mooi is ook het vers waarin zij opsomt wat haar dochtertje nooit zal kennen: spelen in de golven, verliefd worden op haar leraar, de cellosuites van J.S. Bach ontdekken of een troostende hand voelen. Een fijnzinnige bundel waarin op ontroerende wijze vorm is gegeven aan een groot verdriet, waarvoor de poëzie echter troost kan bieden. (…)
Lees hier de complete recensie
Klik hier voor de boekpresentatie
Meer over ‘de laatste framboos’
Meer over Elly Stolwijk bij Uitgeverij In de Knipscheer

Gedicht van Annel de Noré vertaald in het Indonesisch

VoorplatExit-75Uit ‘Exit’ van Annel de Noré op Nederlandse poëzie in het Indonesisch, 23 november 2021:
Op ‘Suara suara dari utara’ (‘Stemmen uit het noorden’), het blog Puisi Belanda, is op 23 november 2021 het gedicht ‘Hemelpoort’ uit de bundel ‘Exit’ geplaatst in een Indonesische vertaling van Siti Wahyuningsih en Albert Hagenaars. In deze almaar groeiende digitale poëziereeks van een keur van Nederlandstalige dichters zijn inmiddels honderden gedichten in vertaling opgenomen.
Lees hier het betreffende gedicht in het Nederlands en in het Indonesisch
Meer over ‘Exit’
Meer over Annel de Noré bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Rijkdom van taal en stijl in gecomprimeerde roman is pleidooi voor langzaam lezen.» – Wim Rutgers

VoorplatVanzover-75Over ‘Van zo ver gekomen’ van Bernadette Heiligers in Antilliaans Dagblad, 20 november 2021:
(…) Het verhaalt in tien hoofdstukken de geschiedenis, in de ik-vorm, van het tien jaar jonge Dominicaanse meisje Dini op Curaçao, waar haar moeder Ariana met hulp van haar familie een huishoudelijke dienstbetrekking krijgt bij doña Lillian: “Doña Lillian wilde een Dominicaanse. Iemand die voor een prikje zou werken zolang ze geen papieren heeft.” (…) Het jonge meisje is gewend zichzelf te redden en neemt het werk van haar moeder over, zonder daarvoor betaald te worden. Met behulp van de invalide echtgenoot van doña Lillian krijgt ze toch de kans naar school te gaan en daar Nederlands te leren. (…) Ze studeert vervolgens rechten en wordt advocaat en mediator. (…) We zijn dan als lezer eveneens aan het einde van het verhaal waar alle omstandigheden verklaard worden. (…) Naast deze thematiek rond de relatie tussen Curaçao en Santo Domingo, met hun grote sociaaleconomische tegenstellingen maar familiale verwantschappen, weeft Bernadette Heiligers een tweede migratie-draad: de relatie van het nieuwe Bonaire na 10-10-10 met Nederland, (…) weergegeven als traditie tegenover moderniteit, koloniale arrogantie tegenover misplaatste minderwaardigheidsgevoelens. (…) Een zo zorgvuldig geschreven verhaal verdient zorgvuldige lezing. Wie ‘Van zo ver gekomen’ ten volle wil genieten dient langzaam te lezen en zal door herlezen een wereld van origineel taalgebruik ontdekken.
Prof. dr. G.W. Rutgers is buitengewoon hoogleraar Caraïbische letterkunde, met bijzondere aandacht voor de letteren in het Papiamentu aan de Universiteit Nederlandse Antillen op Curaçao.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Van zo ver gekomen’
Meer over Bernadette Heiligers bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Spannende thriller gaat in wezen om de Antilliaanse geschiedenis.» – C.H. Gajadin

Opmaak 1Over ‘Irma. Een mikado van boze goden’ van Kees Broere voor NBD / Biblion, 22 november 2021:
De ouders van Irma Weever verlieten Suriname in de jaren zestig om bij de olieraffinaderij van Shell te gaan werken op Curaçao. Hun dochter moet en zal de beste opvoeding krijgen, studeren in Nederland en later in New York. Samen met haar jeugdvriend Paul koestert Irma idealen dat het allemaal anders zal zijn voor hun geliefde eiland. De roman begint met Irma’s aankomst op Sint Maarten, waar ze Paul zal ontmoeten. Een dag later zal orkaan Irma dit eiland volledig verwoesten. De vrouw die streefde naar gelijkwaardigheid en gerechtigheid wordt slachtoffer van een brute moord. Hoewel het boek geschreven is als een spannende thriller, gaat het in wezen om de Antilliaanse geschiedenis. Van slavernij tot moord op een linkse politicus. ‘Irma’ is de eerste Caribische roman van Kees Broere, correspondent van de Volkskrant op Curaçao.
Meer over ‘Irma. Een mikado van boze goden’
Meer over Kees Broere bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Sublieme observaties, vloeiende, onderkoelde stijl.» – Kees de Kievid

voorplatSneuKarmaOver ‘Sneu karma. Regenachtige reisverhalen’ van Joost Pollmann op Boekenbijlage , 21 november 2021:
(…) Behalve vakantieverhalen nog negen verhalen waarin de auteur beroepsmatig op reis is. Hij is een autoriteit in de wereld van de strips en striptekenaars (medeauteur van ‘Strips, 200 jaar Nederlands beeldverhaal’ en columns over strips in De Volkskrant) onder andere jaren lang directeur van de Stripdagen Haarlem, inrichter van het Nederlands Stripmuseum in Groningen en gewilde spreker op tentoonstellingen en symposia, waarvan in deze verhalen sprake is. De hele wereld is zijn werkterrein, van Lagos tot Brazilië en van Hannover tot Bradford. Hij vertelt over zijn ontmoetingen met organisatoren, striptekenaars en bekenden van vroeger. Soms kan hij de reis naar een bestemming ternauwernood betalen. Zijn beroep is niet altijd een vetpot getuige het aantreffen van slechts één biertje in de koelkast. (…) Het laatste, dertiende verhaal is niet zozeer een reisverslag, maar meer een overdenking van de auteur. (…) Gelardeerd met ervaringen van schrijvers en filosofen als Hölderlin, Kisch, Grass en Lagerlöf, geeft Pollmann de lezer iets mee om goed over na te denken. Pollmann overtuigt de lezer in zijn verhalen door zijn sublieme observaties. Hij weet deze om te zetten naar typeringen die (bijna) altijd midden in de roos zijn. Voeg daar zijn vloeiende, onderkoelde stijl aan toe en ook nog eens het beeldend schrijven (zoals een striptekenaar) en de conclusie mag getrokken worden dat hij een succesvolle bijdrage aan het genre reisverhalen heeft toegevoegd.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Sneu karma’
Meer over Joost Pollmann bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Gelezen met bewondering.» – Hein van der Hoeven

VoorplatBuitenaards-75Over ‘Buitenaards koraal’ van Mark de Haan op Elders, 21 november 2021:
(…) Het titelverhaal begint met de zin: ‘De zaterdagochtend opende zich als een teer mechaniek. Het grasveld (…) lag onder een dikke laag stuifsneeuw. Hier en daar stonden vogelpootjes in het wit, ragfijne fossielen uit een andere tijd.’ Een beeldende opening. Qua toon zijn deze poëtische regels niet representatief voor de bundel. Want de zeven korte verhalen zijn soms grimmig, soms vervreemdend of verwarrend, nooit verwarmend. (…) ‘Mark de Haan spaart zijn personages niet’, staat op het achterplat. Het zijn inderdaad pechvogels, slachtoffers, en ze sterven vaak jong. (…) De meeste verhalen zijn niet of net niet realistisch. Soms weet de lezer dat al aan het begin, soms wordt het aan het einde pas duidelijk, bijvoorbeeld in ‘Stem van ver’, waar een van de hoofdpersonen 237 jaar oud blijkt te zijn. Het laatste verhaal in de bundel met de mooie titel ‘Ene Wim’ beschrijft een mazelengolf die qua effect op de samenleving sterk lijkt op de huidige Covid-19-pandemie. (…) Dit laatste, mindere verhaal neemt niet weg dat je de bundel gelezen heb met … ja, met wat? Met plezier? Of met genoegen? Maar daar is de inhoud overwegend te grimmig voor. Met wat dan wel? Met bewondering.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Buitenaards koraal’
Meer over Hein van der Hoeven op deze site

«Originele beelden en taalvondsten.» – Erik-Jan Hummel

VoorplatEngelOver ‘Een engel aan de deur’ van Aly Freije op Tzum, 12 november 2021:
Van het lezen van de dichtbundel ‘Een engel aan de deur’ van Aly Freije word je rustig, alsof je even wordt gedwongen stil te staan en de omgeving in je op te nemen. De beelden stapelen zich op, maar de gedichten verlaten bijna nooit de situatieschets. Binnen die situatie roept Freije zoveel op dat je als lezer vaak niet anders kan dan melancholisch berusten, dan alles te accepteren wat er gebeurd is. Dit doet ze met hier en daar originele beelden en taalvondsten. (…) Wat opvalt is dat Freije niets invult: je weet als lezer niet hoe je je moet voelen, of hoe de ik zich voelt, maar door de sfeertekening, de stapeling van beelden voel je des te meer, en dat vraagt om rustige herlezing, na rustige herlezing.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Een engel aan de deur’
Meer over Aly Freije bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Opmerkelijk romandebuut dat gerust het label ‘boek van het jaar’ verdient.» – Marc De Pril

VoorplatOnwoord-75Over ‘Liefde is een onwoord’ van Jos van Daanen voor NBD / Biblion, 18 november 2021:
Hoofdpersonage Hans verblijft in een psychiatrische inrichting. Zonder details te verstrekken is duidelijk dat hij foute dingen heeft gedaan. Hans beseft zelf niet wat hij nu precies fout heeft gedaan en maakt hierover bedenkingen jegens zichzelf en tegenover zijn therapeut, ‘Bril’ genoemd. De lezer verneemt dat de moeder van Hans, Maria, om het leven is gekomen onder verdachte omstandigheden en dat ze een dagboek heeft bijgehouden, waarvan Hans de inhoud heeft teruggevonden. De auteur licht de sluier van hetgeen Maria en Hans is overkomen op door het relaas afwisselend te brengen door de ogen van Hans, zijn zus Merle, zijn moeder Maria, vader Henk (die eveneens reeds overleden is), therapeut Bril en af en toe ‘De alleswetende verteller’. Aldus wordt, in vaak confronterende, keiharde, vlijmscherpe en existentiële beschouwingen het relaas gebracht van een getormenteerde geest die zich vragen stelt over de maatschappij, familiebanden en de zin van zijn bestaan. Met een climax als een mokerslag in het gezicht. Letterlijk ‘waanzinnig’. De auteur (Kerkrade 1959), voornamelijk gekend voor zijn poëziebundels, brengt vlijmscherpe en confronterende beschouwingen rond psychiatrie, zin van het leven en familie. Opmerkelijk romandebuut dat gerust het label ‘boek van het jaar’ verdient.
Meer over ‘Liefde is een onwoord’
Meer over Jos van Daanen bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Het boek is een boek over het schrijven van boeken in tijden van crisis.» – Jan-Hendrik Bakker

VoorplatLuchtvrouw-75Over ‘De Schrijver en de Luchtvrouw’ van Theo Monkhorst in Den Haag Centraal, 18 november 2021:
Is ‘De Schrijver en de Luchtvrouw’ een vertelling over de pandemie die ons land sinds twee jaar in haar greep heeft? Gaat het over wat schrijvers in zo’n crisistijd moeten doen of over het verschil tussen fictie en werkelijkheid? (…) In de titel staat de personage van de schrijver centraal en de vrouw die hij fantaseerde. Het is een overbekend motief: de kunstenaar die op zijn eigen creatie verliefd is geworden. Dat geldt ook voor de schrijver uit dit boek, die anders dan alle andere figuren geen eigen naam heeft. Behalve Schrijver dan, met een hoofdletter welteverstaan. Hier is iets gewichtigs aan de hand, de lezer is gewaarschuwd. Vandaar de titel? Toch is de pandemie in dit verhaal zeker zo gewichtig, begrijpt diezelfde lezer naarmate het boek vordert. De lucht- of fantasievrouw, een markante klimaatwetenschapper die knokt voor onze planeet, overlijdt er zelfs door. Kort na haar dood – de lezer moet het doen met wat summiere mededelingen daarover, want heeft ze wel echt bestaan? – duiken er in het verhaal personen op die ook al enige gelijkenis vertonen met personen uit het aanvankelijke verhaal uit het eerste deel. In deel 2 krijgen we met de schrijver van dat verhaal te maken. Tegelijk duiken er figuren op in zijn naaste omgeving die wel wat weg hebben van het verhaal waarmee de schrijver bezig was. In deel 3 met onversneden apocalyptische scenes verschuift de focus geheel naar de ontwrichtende uitwerking van de pandemie en zijn we getuige van in der haast geïmproviseerde lijkverbrandingen, profiteurs en een ware volksopstand. (…) Ook verschijnen er nieuwe personages die zich bij de Schrijver voegen, zelfs een jong meisje dat hem ‘vader’ noemt. De suggestie is weer dat hij haar met zijn schrijftalent verwekt zou hebben. (…) Het lijkt erop dat dit literaire spiegelspel uiteindelijk de inzet is van de roman. (…)
Lees hier de recensie
Meer over ‘De Schrijver en de Luchtvrouw’
Meer over Theo Monkhorst bij Uitgeverij In de Knipscheer