Leo van der Zalm – Eenhoorns onder andere. Gedichten

ZalmEenhoorns-75Leo van der Zalm
Eenhoorns onder andere

gedichten
Nederland
genaaid gebrocheerd, 64 blz.,
ISBN 978-90-6265-356-0
eerste uitgave februari 1992

De eenhoorn: zinnebeeld van de immer voortvluchtige poëtische zuiverheid. Maar de jacht op dit dier gaat bij Leo van der Zalm niet ten koste van de liefde voor het aardse en betrekkelijke. Het is juist de volheid van het leven – de eeuwige cycli in de de natuur, de talloze verhalen van de mensen – die de eenheid suggereert, die in haar zuivere vorm alleen in het verlangen kan worden gekend.
De ‘jacht op de eenhoorn’ draagt buiten de cyuclus met die titel dan ook een uitgesproken contemplatief en vreedzaam karakter. De dichter lijkt eerder te schromen het dier op te schrikken in het woud van het innerlijk; hij tracht het niet naar buiten te lokken, in een poëtische fictie. Hij laat het waar het is, onnaspeurbaar, en stelt zich tevreden met een enkel teken nu en dan –

… soms
als je niet kijkt

geen mekkerend geluid, nee
veel mooier

het rinkelend lachje van
een jampot vol parels

Leo van der Zalm (1942-2002) rondde zijn studie Nederlands af met ‘Visies op armenzorg en zwervers in het begin van de zeventiende eeuw’. Hij publiceerde bij In de Knipscheer de dichtbundels Hollands-Oostersch (1984) en Eenhoorns onder andere (1992) en in 1998 zijn debuutroman Backers Branie, waarvoor hij geruime tijd in India verbleef.

Peter Abspoel – Teruglopend water, Gedichten

TeruglopendwaterPeter Abspoel
Teruglopend water
Gedichten 1982-1986

Nederland
ingenaaid, 128 blz., € 17,50
ISBN 978 90 6265 343 0 NUR 306
eerste uitgave 1991

De gedichten in Teruglopend water zijn de bouwstenen van een soort innerlijke geschiedenis. Men kan hieronder twee dingen verstaan: de registratie van wat er in een persoon omging gedurende een bepaalde tijd, maar ook de innerlijke weerspiegeling van de geschiedenis van een tijdvak. Teruglopend water is beide. De tijdgeest grijpt het individu aan, om precies te zijn die van de Koude oorlog. Het klimaat van die periode wordt gekenschetst in regels als:

In den beginne
was een stap;
de rest is de loper
die losschoot van de trap.

Maar het individu worstelt ook met de tijdgeest, en dat is een ander verhaal. De gedichten vormen het verslag, zegt de dichter, ‘van een van de pogingen om, hoewel er weinig te verinnerlijken viel dan het kale landschap van de macht, ergens een onderkomen voor de ervaring te vestigen dat niet bij voorbaat uitgewoond zou zijn.’ Dat onderkomen vindt hij niet de poëzie zelf, maar de poëzie sterkt hem wel als hij tracht de tijdgeest een beschouwingswijze te ontfutselen die trouw is aan de dimensies van de menselijke existensie. Via een soort osmose neemt bij betekenissen op waarvoor elk kind van zijn tijd terugdeinst, maar die desalniettemin voor elk mens voor zich blijven spreken. De poëzie helpt de dichter zo tot de slotsom te komen: ‘slechts iets onwaarschijnlijks / kan nog waar worden.’
De bundel bestaat uit een aantal cycli en één episch gedicht: lyrisch, ironisch, kritisch, ingekeerd, beschouwelijk, betogend…
Meer over Peter Abspoel op deze site

Bea Vianen – Sarnami, hai

90-6265-289-1Bea Vianen
Sarnami, hai.

Roman, Suriname
Uitgebreid met Nawoord van Jos de Roo
Paperback, 176 blz., € 13,50
ISBN 90-6265-289-1
Derde, verbeterde druk november 1988
Uitgeverij In de Knipscheer, uitverkocht

Sarnami, Hai (Suriname, ik ben) is een klassieke roman over volwassen worden en het zoeken naar identiteit. De hoofdpersoon, het meisje Sita, is de kleindochter van de uit India afkomstige contractarbeiders, maar veel meer over haar verleden weet ze niet. Het zoeken naar haar eigen geschiedenis wordt in de loop van het verhaal (via gewone gebeurtenissen in het ongewone Suriname van de jaren vijftig) steeds meer een gevecht voor een toekomst, die met een studie in Nederland moet beginnen.
Bea Vianen (Paramaribo, 1935 – RK Hindu) debuteerde in 1966 met het dichtbundeltje Cautal. In de periode 1969-1974 publiceerde zij behalve Sarnami, Hai drie romans en een dichtbundel: Strafhok (1970), Ik eet, ik eet, tot ik niet meer kan (1972, 1984*), Het paradijs van Oranje (1973, 1985*) en in 1974 Liggend stilstaan bij blijvende momenten. In 1979 verscheen nog de roman Geen onderdelen en in 1986 en 1989 de dichtbundels Over de grens* en Op het laatst krijgen wij met z’n allen donderop*.]

(*) Ook verschenen bij Uitgeverij In de Knipscheer

Meer over Bea Vianen op deze site

René Huigen – De meter van Napoleon. Roman

HuigenMetervanNapoleonRené Huigen
De meter van Napoleon

roman
omslagillustratie Rob Scholte
vormgeving omslag Henrik Barends
garenloos gebrocheerd, 152 blz., € 16,50
eerste uitgave 1988
ISBN 90 6265 278 X
uitverkocht

De meter van Napoleon, de debuutroman van René Huigen, is een opvallend boek omdat het in het geheel niet autobiografisch is en niets heeft van de oude vertrouwde psychologische roman. Gebruik makend van een grote verbeeldingskracht en van de montagetechnieken en effecten van de tekenfilm, toont Huigen ons de belevenissen van vijf bijna-dertigers: Lasker, would-be acteur in de rol van kruidenier; Marga, zijn overspelige en overspannen echtgenote; Suikertaart, grootmeester in het blindschaken; Lörze, wetenschapper en vrijgezel; en Harry, schrijver en voyeur. Nadat Lasker zijn faillissement en het land ontvlucht is en zich in Parijs een rijke vriendin heeft aangemeten, raken onze helden verzeild in onstuitbare verwikkelingen, die hen uiteindelijk naar een dramatische hereniging in Spokane leiden.

René Huigen (Alkmaar, 1962) publiceerde poëzie in o.m. De Revisor en De Held, en in de bloemlezing Maximaal. Met De meter van Napoleon heeft hij een roman geschreven die een even hilarisch als scherpzinnig beeld geeft van een voor ons fin-de-siècle typerende levenshouding.

Van René Huigen verschenen daarna bij Uitgeverij In de Knipscheer Paleis der ingewanden (poëzie 1989), Terra Incognita (poëzie, 1990), Dood is ook een leven (roman, 1992), Hartsoeker (verhalen, 1994). In 2003 werd hij genomineerd voor de VSB-Poëzieprijs.

Bea Vianen – Het paradijs van Oranje. Roman

ParadijsvanoranjeBea Vianen
Het paradijs van Oranje

roman
Suriname /Nederland
gebrocheerd, 157 blz.
ISBN 978-90-6265-187-0
Tweede druk november 1985
Uitgeverij In de Knipscheer, uitverkocht

Deze roman speelt kort voor de onafhankelijkheid van Suriname. Via de hoofdfiguur, een in Nederland wonende Surinaamse schrijver, wordt een beeld gegeven van de moeilijke situatie van Suriname, door de slechte samenwerking van de verschillende groeperingen en de onverschilligheid van Nederland. Net als haar eerdere romans gaat ook dit boek over wat de schrijfster zelf het ‘ophangen van de vuile was’ genoemd heeft. Maar deze keer wordt Suriname-in-Nederland beschreven, vanaf de aankomst met de Bijmerexpres op Schiphol tot en met het werkelijke beeld van de Surinamer in Nederland: de binnenkant van de Surinaamse mens, vol heimwee en frustraties. De ik-figuur, een mannelijke auteur van Surinaams-hindostaanse origine, laat ons achter de schermen van het schijngeluk kijken, schrijvend en piekerend over vriendschap, familiebetrekkingen, woontoestanden, tolerantie en eerlijkheid, maar vooral over het zoeken naar zichzelf in een vreemde omgeving.

«De Surinaamse schrijver Sirdjal Singh gaat met zijn neef naar Schiphol om een familielid af te halen. Op Schiphol wordt Sirdjal geconfronteerd met de schijnwereld waarin veel Surinamers in Nederland leven. Firoz, een vroegere leerling van hem, is vrijwel de enige waarmee Sirdjal contact heeft. Als Firoz naar Suriname vertrekt en binnen 3 weken weer terug is in Nederland, beseft Sirdjal dat ook hij, ondanks zijn heimwee, vermoedelijk nooit naar Suriname zal terugkeren. Bea Vianen is een Surinaamse schrijfster, die vanaf 1969 een aantal romans heeft gepubliceerd. Haar boeken hebben alle als centraal thema: het vinden van een eigen identiteit. Deze roman probeert een beeld te geven van de gedachtewereld van Surinamers (Hindostanen) in Nederland, waarbij deze gedachtewereld vaak wat verwrongen overkomt. Bepaalde situaties echter zullen veel Surinaamse lezers zeer bekend voorkomen.» – Marijke van Geest, NBD | Biblion

Meer over Bea Vianen bij Uitgeverij In de Knipscheer

Clyde Lo-A-Njoe– Dansen/Baliamentu. Gedichten en grafiek

DansenBaliamentuCLYDE LO-A-NJOE
Dansen/Baliamentu

Nederland, Aruba
Gedichten. Tweetalig Nederlands-Papiamentu
Gebrocheerd, 104 blz., incl. 8 blz. grafiek in 4-kleuren
1982
ISBN 90-6265-058-9
Uitverkocht

Clyde Roël Lo-A-Njoe (1948) werd geboren te Santa Cruz, Aruba. Na zijn opleiding tot tekenaar-schilder werkte, woonde en reisde hij in vele landen van Europa en Azië. Uit zijn recente grote exposities in het Caribisch gebied (1981), op de Hannover Messe (1982, als enig exposerend beeldend kunstenaar), en in ’t Speelhuis, Helmond (eveneens 1982) blijkt hoe hij met grote trefzekerheid een volstrekt eigen grafische uitdrukkingswijze bereikt, steeds meer teruggebracht tot geometrische en kinetische concepten; een artistiek proces waarmee hij steeds meer internationale erkenning vindt. Proeven van zijn nieuwste grafisch werk zijn als illustraties opgenomen in Dansen/Baliamentu, zijn eerste dichtbundel.
Deze gedichten, ontstaan tijdens zijn omzwervingen door de Oude Wereld, en onmiskenbaar producten van een beeldend kunstenaar, zijn echter oneindig meer dan uitvloeisels van het grafisch werk. In effectieve beelden en klanken, verwijzend naar dans en muziek als nog absoluter en nog lichamelijker kunstvormen dan grafiek of taal, zoekt de kunstenaar zichzelf tussen dodendansen, ballroom-geschuifel en wervelende Caribische ritmen en geeft hij, zichzelf, eenmaal gevonden, weer prijs, aan anderen of aan ‘de doordringende helderheid van de duisternis’ (A Capella)

Luis H. Daal (1919-1997) heeft zich zijn hele leven gewijd aan de emancipatie en consolidatie van het Papiamentu. Hij deed dat als journalist (onder meer als hoofdredacteur van La Prensa, 1947-1950), als filoloog (als romanist en nederlandist had hij met zijn spellingsvoorstellen voor het Papiamentu grote invloed), als uiterst productief vertaler, als dichter (Kosecha di Maloa, 1963; KuAwa naWowo, 1971; Sinfonia di Speransa, 1975; en de verzamelbundel Te Juister Stonde/Na Ora Oradu, 1976), en sinds 1975 ook als hoofd van de afdeling Kulturele Zaken van het Kabinet van de gevolmachtigde minister van de Nederlandse Antillen, Den Haag.
De dichter van Dansen/ Baliamentu kon zich geen groter compliment wensen dan dat Luis Daal bereid bleek deze in het Nederlands geschreven gedichten te herscheppen in hun beider moedertaal. De precisie en de poëtische kracht waarmee de vertaler zich van zijn zelfopgelegde taak gekweten heeft, maken Dansen/ Baliamentu tot een authentieke bijdrage aan de Antilliaanse literatuur.

Peter van Lieshout – Plekken

Lieshout-Plekken-75Peter van Lieshout
Plekken

Gedichten
Gebrocheerd, 72 blz.
Eerste druk 1980
ISBN 90 6265 066 X

Peter van Lieshout (Den Bosch, 1946) publiceerde de romans ‘De Generalenrepetitie’ (1966) en ‘Slow Motion’ (1974) en de poëziebloemlezing ‘Zo goed als nieuw. Bewaarde gedichten 1966-1976’.
Van het gedicht ‘Trans’ uit deze bundel verscheen een genummerde druk in 1976 bij Boekhandel Adr. Heinen en Uitgeverij In de Knipscheer met een foto van Frans de la Cousine.

Gedichten en reeksen uit Plekken werden eerder gepubliceerd in Mandala, Abracadabra en het Noordbrabants Schrijversboek. Van de reeks ‘Bretagne, mist’ verscheen in 1977 een bibliofiele uitgave onder de titel ‘Mistig Breizh’.

Over zijn debuutbundel ‘Zo goed als nieuw’ (1976) schreef de pers:

«Peter van Lieshout is begonnen werkelijk poëzie te schrijven: de cyclus De ijsvogelzang is bijzonder geslaagd. Want dacht je nou echt dat ik al deze moeite nam om een boek te recenseren dat voor de volle 100 % uit modder en lekke banden bestond? Welnee!» (De Nieuwe Linie, Sjoerd Kuyper)

«Van Lieshout, een van de ‘oprichters van de onstuimige beweging De Brabantse School, lijkt de laatste jaren serieuzer: het einde van zijn bundel Zo goed als nieuw is van zo’n hoopgevende transparantie dat je het gevoel krijgt dat de dichter ten slotte zijn ‘ruimtevrees’ heeft overwonnen.» (Hollands Diep, Peter Nijmeijer)

«Poëzie meer van het toon- dan van het woordgenre, de modieuze toon van eens. Verzen voor de vrienden zullen we maar zeggen. In het tweede deel wordt de dichter woordbewuster, de toon gaat eruit.» (De Volkskrant, Kees Fens)

«In de bundel van Van Lieshout staan mooie stukken en soms heel rake beelden. Ze stammen uit twee periodes; de latere gedichten lijken wat geconcentreerder te zijn dan de eerdere.» (NRC Handelsblad, Karel Soudijn)

«Waarom Van Lieshout zijn gedichten zolang bewaard heeft, is voor mij een raadsel. Hopelijk hoeft de lezer niet tot 1986 te wachten om ‘opnieuw bewaarde gedichten’ te lezen.» (Bzzlletin, Hans van de Waarsenburg)

Meer over Peter van Lieshout

Joop Verhaaren – Een kras in de Nachtwacht. Gedichten

KrasNachtwachtJoop Verhaaren
Een kras in de Nachtwacht

gedichten
Nederland
gebrocheerd, 80 blz., € 12,50
ISBN 978-90-6265-048-4
eerste uitgave 1980
uitsluitend rechtstreeks bij de uitgever

Een kras in de Nachtwacht bevat poëzie die tussen augustus 1978 en oktober 1979 geschreven werd.
De reeks ‘Spreeuwen / De sperwer’ is gebaseerd op het verschijnsel dat zich voordoet wanneer een wolk spreeuwen wordt genaderd door een sperwer. Omdat iedere spreeuw – uit veiligheidsoverwegingen – naar het midden wil en de spreeuwentroep daardoor het kleinst mogelijke volume gaat innemen, ontstaat een hechte bolvorm; de sperwer valt dan niet aan, maar zodra zich een spreeuw uit de bolvorm losmaakt, zal de roofvogel geen seconde aarzelen.
Van de reeksen ‘Reservaat / De stroper’ en ‘Reservaat / De fotograaf’ zijn de beelden ontleend aan het Aamsveen, een natuurreservaat nabij Enschede.

Joop Verhaaren (Den Bosch, 1949-2016) woonde in Enschede. Zijn poëzie verscheen in bladen als Naar Morgen, Mandala, Avenue literair en Windscherm. Bij Opwenteling publiceerde hij twee bundels: ‘Zoals we ooit begonnen zijn…’ (1974) en ‘Randschap’ (1979)
Meer over Joop Verhaaren op deze site

Eriek Verpale – Een meisje uit Odessa. Verhalen

90-6265-029-5-75Eriek Verpale
Een meisje uit Odessa. Verhalen

België
Paperback, 128 blz., € 13,50
Eerste druk 1979
ISBN 90-6265-029-5
Rechtstreeks bij uitgever

De Vlaamse auteur Eriek Verpale werd geboren in 1952 in Zelzate. Hij studeerde een tijdlang Slavistiek en is een kenner (en vertaler) van de Jiddisje literatuur – twee gegevens waarvan in Een meisje uit Odessa, zijn prozadebuut, de sporen terug te vinden zijn. Zelf noemt hij als zijn inspiratoren o.m. Franz Kafka, Isaak Babel, Josef Hen en Bruno Schulz, maar ook bij voorbeeld de ‘Chassidische Vertellingen’ van Martin Buber.
Een meisje uit Odessa bevat één novelle en zevenentwintig, vaak zeer korte, verhalen een genre dat in de Vlaamse literatuur in het geheel niet, en in de Nederlandse nauwelijks beoefend wordt. Verpale roept in zijn proza een geheel eigen wereld op, die hij – met weglating van voorgeschiedenis en decor, van ruimtelijke situering en tijdsbepaling – door een groot, beeldend gevoel voor sfeer (wantrouwen, angst, onrust) en een zeer secure vormgeving pijnlijk herkenbaar weet te maken. Zelf zegt hij: ‘Mijn schrijven is eigenlijk niets anders dan een poging de onrust in zo veilig mogelijke banen te leiden.’

Eriek Verpale was mede-hoofdredacteur van het literaire tijdschrift Koebel, dat in 1975 onder de titel De Rabbi een speciale aflevering aan zijn verhalen wijdde. Behalve in Koebel verschenen verhalen uit Een meisje uit Odessa in o.m. Restant, Yang, Dietsche Warande & Belfort, Literair Akkoord en Nieuw Vlaams Tijdschrift. Verpale won twee keer de Ontmoetingsprijs van de Stichting Literaire Dagen in Eindhoven (in 1970 en 1972) en heeft twee dichtbundels gepubliceerd (Polder & Andere gedichten, Van Hyfte, 1975, en Voor een simpel ogenblik maar, Yang Poëzie Reeks, 1976).
Meer over Eriek Verpale