«Zonder uitzondering indrukwekkende poëzie.» – Hans van der Heijde

Opmaak 1Over ‘De oude wereld moe. Over vernieuwers en voortzetters in de literatuur’ van Stefaan van den Bremt in Leeuwarder Courant, 7 februari 2014:
In ‘De oude wereld moe’ brengt Van den Bremt vijftien essays bij elkaar over dichters, die het besef gemeen hebben op een breuklijn tussen de oude wereld en moderniteit te staan. (…) Een zestiende essay gaat over het dilemma waar elke poëzievertaler mee worstelt: moet in de vertaling de vorm of de inhoud prevaleren? Aangezien in alle essays uitgebreid uit het werk van de behandelde dichter wordt geciteerd, kan de lezer zelf nagaan welke uitweg uit dat dilemma Van den Bremt geneigd is te kiezen. (…) Zoals gezegd, Van den Bremt voert veel van die, zonder uitzondering indrukwekkende poëzie op, in eigen vertaling. Waar in die dichtregels opgeroepen beelden voor ons, Europeanen van de oude en tegelijkertijd moderne wereld, moeilijk te begrijpen zijn, licht hij toe en verklaart.

Lees hier de recensie

Meer over ‘De oude wereld moe’

«Niets minder dan een verzameling teksten van de afgelopen decennia.» – Maarten Steenmeijer

Opmaak 1Over ‘De oude wereld moe. Over vernieuwers en voortzetters in de literatuur’ van Stefaan van den Bremt voor NBD Biblion, 22 januari 2014:
Bundel opstellen over met name Spaanstalige dichters. (…) Naast bekende dichters als Federico García Lorca, Pablo Neruda en Octavio Paz becommentarieert dichter, essayist en poëzievertaler Van den Bremt ook minder bekende dichters als Jaime Sabines (Mexico), Marco Antonio Campos (idem) en Juan Manuel Roca (Colombia). Daarnaast zijn er essays over Maeterlinck, Apollinaire en Nijhoff. Sommige essays hebben een specifiek thema (zo concentreert het stuk over García Lorca zich op Granada), andere zijn inleidend van aard. Tot slot moet het essay over het vertalen van poëzie genoemd worden.

Meer over ‘De oude wereld moe’

Meer over Stefaan van den Bremt

«Stefaan van den Bremt koos voor vele monumenten.» – Ezra de Haan

Opmaak 1In deze essaybundel houdt Van den Bremt zich bezig met de vernieuwers en voortzetters in de literatuur. Als goed vertaler heeft hij zich verdiept in het oeuvre van de dichters die hij vertaalde. Soms resulteerde dat in eigen gedichten waarvan de inhoud, taal of gedachte tot door hem vertaalde dichters te herleiden is. Juist doordat hij inzicht geeft in dichters als Nijhoff, Roca, Apollinaire, Paz of Neruda wordt hun werk nog interessanter. Blauw slik en De oude wereld moe vormt een twee-eenheid en daarom horen deze boeken ook naast elkaar in de boekenkast van iedere poëzieliefhebber te staan. Juist de combinatie zal keer op keer tot herlezen leiden. Waar de Colombiaanse dichter Juan Manuel Roca een monument voor Niemand schreef, koos Stefaan van den Bremt voor vele monumenten voor Iemand.

Lees hier de recensie

Meer over “De oude wereld moe’

Meer over Stefaan van den Bremt

«Een verstild gedicht van Stefaan van den Bremt is mij het liefst. Door de taal, door het pure en de eerbied voor het kleine.» – Ezra de Haan

VoorplatBlauwSlikOver ‘Blauw slik’ van Stefaan van den Bremt op Literatuurplein, 4 november 2013:
Stefaan van den Bremt stelt hoge eisen aan zichzelf en aan zijn lezers. Zijn gedicht De poëzielezer zou je als een handleiding bij het lezen van gedichten kunnen zien.(…) De bundel bestaat uit drie afdelingen: Staande voor de sfinx, Een smaak van tijd en Ga maar er is geen weg. De woorden die je in de gedichten tegenkomt, tonen een Vlaming en de taalrijkdom die daarbij hoort. Zet je de mooiste woorden op een rij dan ontstaat al een gedicht. Orewroet, steltletters, stuifwater en zuurte. Knarrentijd, knoeselvoeten en kribbebijt. Meteen denk je als Hollander aan Guido Gezelle. (…) Maar ook als de dichter het zonder zijn voorbeelden moet stellen, schrijft hij heerlijke poëzie. Wat genoot ik van het titelgedicht Blauw slik met zijn ‘kwijlt kwelders’, ‘schorre kleibank’ en ‘slikopwaarts’.

Lees hier de recensie

Meer over ‘Blauw slik’

Stefaan van den Bremt – De oude wereld moe. Essays

Opmaak 1STEFAAN VAN DEN BREMT
De oude wereld moe. Over vernieuwers en voortzetters in de literatuur

Essays
Nederland
Genaaid gebrocheerd, 336 blz., € 24,50
ISBN 978-90-6265-844-2
2013

Wat hebben twee Franstalige Vlamingen, een Fransman van Poolse afkomst, een Nederlander, een Spanjaard, een Chileen, een Colombiaan, een Argentijn, een handvol Cubanen en een andere handvol Mexicanen met elkaar gemeen? Een antwoord op deze vraag ligt al vervat in de titel van dit boek. Al deze auteurs beleven hun tijd als een breekpunt met ‘de oude wereld’.

In De oude wereld moe bundelt Stefaan van den Bremt 16 essays, waarin als een rode draad het thema oud en nieuw loopt. Waar voor Emile Verhaeren en Martinus Nijhoff de trein nog als drager van de moderniteit kan optreden, krijgt Maurice Maeterlincks oceaanstomer te midden van het weiland al iets uitermate verontrustends en is de ten hemel varende Jezus Christus voor Guillaume Apollinaire de eerste vliegenier. Reizen is nu eens het moderne genot bij uitstek, dan weer beladen met de doem van ontworteling en ballingschap.

De ‘oude wereld’ hoeft niet altijd Europa te zijn, al wil het geval hier wel dat veruit de meeste auteurs die in dit boek aan bod komen, afkomstig zijn uit de ‘Nieuwe Wereld’. Niet alleen maar toch vooral wanneer het gaat om Latijns-Amerika en zijn vaak mislukte pogingen om op de trein van de moderniteit te springen, moeten we vaststellen dat wat voor nieuw wordt gehouden soms afgedragen ideologisch goed uit het oude continent of de nu eens verafgode, dan weer vermaledijde Verenigde Staten is.

Niet alle auteurs van wie in dit boek sprake is, zijn overigens onverdeelde voorstanders van wat Octavio Paz de ‘traditie van het breken’ heeft genoemd; dichters als Ramón López Velarde, Nicolás Guillén en Federico García Lorca zijn, naast vernieuwers, ook voortzetters van een aloude traditie die naar gelang van geografische en etnische omstandigheden sterk verschilt.

Andere auteurs in deze bundel onder meer: José Lezama Lima, Pablo Neruda, Jaime Sabines, Juan Gelman, Marco Antonio Campos, Juan Manuel Roca.

Pablo Neruda – Boek der vragen

pablo neruda Pablo Neruda
Boek der vragen
Poëzie. Chili
Vertaling Stefaan van den Bremt
Paperback 96 blz. € 15,75
ISBN 90 6265 567 X

Boek der vragen is een feestelijke dichtbundel waarmee Pablo Neruda in 1974 zijn 70ste verjaardag had willen vieren. Neruda had er namelijk een traditie van gemaakt om, van decennium tot decennium, zijn geboortedag te gedenken met een belangrijke publicatie. Libro de las preguntas zag postuum het licht in Buenos Aires in 1974 en verschijnt anno 2004 voor het eerst compleet in een Nederlandse vertaling van Stefaan van den Bremt. Boek der vragen wordt als een van Neruda’s origineelste en vernieuwendste bundels beschouwd.

In Boek der vragen trakteert Neruda zijn lezers op een reeks van 74 gedichten die uitmunten door hun karige en bondige verwoording. De hele cyclus omvat 314 vragen die, op het eerste gezicht, van de hak op de tak springen op een soms vrij absurdistische wijze. Ten onrechte wordt Boek der vragen soms tot het subgenre van de kinderpoëzie gerekend. De jeugdige lezer die erdoor wordt aangesproken, zal in de eerste plaats het kind zijn geweest in de bijna zeventigjarige Neruda met zijn speelse zucht naar buitenissige vragen die op verrassende wijze de meest verscheiden antwoorden oproepen. Het thematische vertrekpunt van het boek, een dichter die zijn einde voelt naderen en met een tomeloze scheppingsdrift afscheid wil nemen van het leven, zit zorgvuldig verborgen in het hart van de bundel in een cyclus waarvan zowel de aanhef als het slot eindeloos lijken uit te waaieren.
Neruda werkt aan Boek der vragen vanaf 1971 tot 1973. Kort voordat hij in 1971 de Nobelprijs voor literatuur in ontvangst neemt, verergeren de symptomen van de kwaal waaraan hij lijdt. Na twee operaties begrijpt de dichter dat hij zijn ambassadeursambt in Parijs, daarin benoemd door president Salvador Allende, neer moet leggen. Na zijn terugkeer in Chili in november 1972 neemt Pablo Neruda zijn intrek in zijn huis te Isla Negra, waar hij op 23 september 1973, slechts enkele dagen na de militaire staatsgreep, overlijdt.

Dat 2004 het Pablo Neruda-jaar is omdat Pablo Neruda (Nobelprijs Literatuur 1971) honderd jaar geleden werd geboren (12 juli 1904) zal de Meanderlezer niet ontgaan zijn. In Meander 248, 249 en 250 besprak Yves Joris onlangs Canto General (Rainbowpocket), Honderd liefdessonnetten en Verblijf op aarde (beide uitg. P). In de Knipscheer kwam deze maand met Boek der vragen, een vertaling door Stefaan van den Bremt van Libro de las preguntas, een dichtbundel waarmee Neruda in 1974 zijn 70ste verjaardag had willen vieren – Neruda had er een traditie van gemaakt om, van decennium tot decennium, zijn geboortedag te gedenken met een nieuwe publicatie – maar die uiteindelijk in dat jaar postuum in Buenos Aires verscheen.
Boek der vragen, dat als een van Neruda’s origineelste en vernieuwendste bundels wordt beschouwd, bestaat uit een reeks van 74 gedichten die uitsluitend vragen bevatten, regel na regel, strofe na strofe. Ze zijn in het algemeen bondig verwoord, lijken van de hak op de tak te springen, zijn speels, buitenissig, soms bijna nonsensicaal en absurdistisch.

IV

Hoeveel kerken heeft de hemel?

Waarom waagt de haai geen aanval
op de onverschrokken sirenen?

Smoezelt de rook met de wolken?

Is het waar dat alle hoop
besproeid moet worden met dauw?

Verborgen in het hart van de bundel (35 t/m 39) zit het thematische vertrekpunt van het boek: een dichter die zijn einde voelt naderen en met een tomeloze scheppingsdrift afscheid wil nemen van het leven:

XXXV

Is ons leven niet een tunnel
tussen twee vage klaarten?

Of is het niet een klaarte
tussen twee donkere driehoeken?

Of is het leven niet een vis,
klaar voor een bestaan als vogel?

Bestaat de dood uit niet-bestaan
of uit een gevaarlijke massa?

Una pregunta trae otra. De ene vraag lokt de andere uit, 314 vragen in totaal, en op geen enkele past een antwoord. Duidelijker kon Neruda de absurditeit van het leven niet verwoorden.  – Meander 252, literair magazine sinds 1995

Meandermagazine
klassieke gedichten

Postuum in 1974 verschenen dichtbundel, oorspronkelijk bestemd voor de viering van de zeventigste verjaardag van de maker. Pablo Neruda (1904-1973, Nobelprijswinnaar Literatuur in 1971) was een Chileense diplomaat-schrijver. Hij heeft talloze dichtbundels nagelaten, van het magnum opus ‘Canto General’, een lofzang op Latijns Amerika, tot lichtvoetige liefdespoëzie in ‘Twintig liefdesgedichten en een lied van wanhoop’. ‘Boek der vragen’ behoort tot de laatste categorie. Het zijn 70 negenlettergrepige verzen in vraagvorm die in de periode 1971-1973 zijn ontstaan en getuigen van een ongekende scheppingsdrift. Onderwerpen zijn historische figuren als Nixon en Hitler naast absurdistische verzen over bijtende vlooien en een verbod op interplanetaire zoenen. Ook zelfspot ontbreekt niet. Deze verzen laten het kind in de dichter zien dat zich niets van de logica aantrekt en zijn daarom voor een breed publiek geschikt. De vertaling leest soepel. Met een verhelderende nawoord over de ontstaansgeschiedenis en noten. Verschenen in het honderdste geboortejaar van Neruda. – Biblion 9 december 2004

8 februari 2005 De Recensent over Pablo Neruda – Boek der vragen

Boek vol vragen & het telefoonnummer van de wereld

«Neruda stort een schier oneindige reeks vragen uit over zijn lezers, als peuters over de hoofden van hun ouders. Dat is als ze in de waarom-fase zijn, die peuters. En het moet zijn dat Neruda de waarom-fase nooit verlaten heeft: in deze bundel stelt hij 314 vragen, verdeeld over 74 gedichten. (…) Veelal is het een gejaagd vragen, een vragen om het vragen, een radicaal vragen. De vraag zelve is poëzie geworden; de vraag is tot kunstvorm verheven. Het is dan ook categorieloos, en dient niet een concreet waartoe. De lezer kan niet anders dan zich onder te dompelen in de vragen, en de diverse sferen aan zich voorbij te laten komen: kinderlijk, filosofisch, dichterlijk, absurd, of humoristisch. (…)
Het zal duidelijk zijn dat de vragen niet tot antwoorden moeten leiden; het gaat eerst en vooral om de ontvankelijkheid voor de vraag, of liever voor het vragen in het algemeen. De vragen moeten het bouwwerk van rotsvaste antwoorden in ons leven steen voor steen afbreken, en dat werkt ontregelend. Wie volwassen is, heeft immers maar al te vaak de pretentie alle antwoorden te hebben. Neruda ontmaskert die pretentie en werpt de lezer onverbiddelijk terug in verwondering en soms in verbijstering. (…) Boek der Vragen is onklasseerbaar, ontregelt en stelt een hele hoop vervelende vragen waarop geen antwoord is. (…) Al diegenen wier hersenen nog een jeugdige souplesse bezitten: lees Boek der Vragen. Weest geamuseerd, geschokt, verpletterd, verwonderd, verbijsterd. Weest weer kind. Lees, léés (in plaats van altijd maar gelezen te hebben).»

-geciteerd uit: Tim Donker in De Recensent (Lees hier de hele recensie)
– Milla van der Have – Pablo Neruda (essay)