«Zorgvuldig samengestelde bundel  [ook over] taaltrots die de waarde van de taal verdedigt.» – Wim Rutgers

Over ‘Aan de rand van mijn eiland’ van Ini Statia in Antilliaans Dagblad, 24 augustus 2026

Evenals haar eerste drietalige bundel In naam der liefde uit 2022 is ook deze bundel Aan de rand van mijn eiland zorgvuldig samengesteld. Ze bestaat uit de drie delen (…) met elk zeven gedichten in drie talen, waarbij het origineel vertaald is door de auteur zelf, Lucille Berry-Haseth en Mario KLeinmoedig. (…) In de titel gaat het om de randposities op de eilanden, niet het centrum, noch om de maatschappelijke, noch om de persoonlijke positie of taal. Deze randpositie van de dichter doet zich herhaaldelijk in de woordkeuze voor, zowel in de titels van de drie delen van de bundel, ‘bestemming’, ‘grenzen’ en ‘afscheid’ als in titels van individuele gedichten zoals de voorbeelden ‘eerste zee reis’, ‘op en neer’ en ‘vertrekken’. (…) De bundel bevat naast heel persoonlijke poëzie van de dichteres, over familie en intieme levenservaringen, zoals dat ook in haar poëziedebuut kenmerkend was, geëngageerde gedichten, zoals ook bijvoorbeeld in ‘Ladronnan di nos lenga / De dieven van onze taal’ over de aanvankelijke negatieve koloniale kritiek over de positie het Papiaments tegenover de taaltrots die de waarde van de taal verdedigt. (…) Interessant in verband met de ‘randpositie’ die in de bundel centraal staat, is het allegorische gedicht ‘Haven’, een door het hele gedicht voortgezette metafoor. (…) Een haven is immers een plaats van aankomst en vertrek, van nog niet of niet meer op het eiland, de grenspositie tussen het eiland en de zee rondom. In dit gedicht komen persoonlijke en maatschappelijke aspecten samen. (…) Deze tweede bundel bevestigt zowel de inhoud als het talent van het debuut. (…)

Wim Rutgers was van 2007 t/m 2021 buitengewoon hoogleraar Caraïbische letterkunde aan de UNA op Curaçao.

Lees hier de recensie.
Meer over ‘Aan de rand van mijn eiland’
Meer over Ini Statia bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Een bundel die de sporen draagt van vriendschap en verlangen.» – Ali Şerik

Over ‘Aan de rand van mijn eiland’ van Ini Statia op Meander Magazine, 6 september 2026:

(…). In 2022 verscheen haar eerste bundel, In naam der liefde, en Aan de rand van mijn eiland is haar tweede bundel. Ook deze bundel verscheen in drie talen: Nederlands, Papiaments en Engels. De bundel bevat 21 gedichten. (…)  Ini Statia is niet alleen een ambassadeur van haar poëzie, maar ook van de ABC-eilanden, en van haar moedertaal, het Papiaments. Zij schrijft vanuit een mooie, zorgeloze jeugd, vanuit een gelukkig verleden. ‘De zon kust de dag wakker, / schildert de hemel oranjeblauw, / kietelt de zachte ochtendbries.’ [p. 19]. Haar taal is zacht en helder, maar zij kijkt niet weg voor de werkelijkheid: ‘(…) het desolate panorama van cactussen (…)’ [p. 19]. De troosteloze aanblik, de verbondenheid met het verleden en het verlangen naar de toekomst vloeien in elkaar over. (…) De dichter voelt zich onlosmakelijk verbonden met het eigen karakter van de eilanden, zij maken deel uit van haar wezen. Tegelijkertijd beseft zij dat de eilanden, hoewel door de oceaan omringd, verbonden blijven met de aarde. Haar eiland is als een watapanaboom of een tamarindeboom, waarvan de wortels diep in de aarde reiken en verbonden zijn met de wereld en het universum. Daarom valt het afscheid van de eilanden haar steeds zo zwaar. (…)  Dit is een dichter die zich niet wil laten bepalen door de pijn van het verleden. Zij wil niet blijven ronddwalen in de zware werkelijkheid van vroeger, maar haar blik helder op de toekomst gericht houden. ‘(…) maar ik wil mezelf beschermen / mijn ziel niet te diep doorgronden (…)’ [p. 47]. Aan het einde van de bundel heeft zij afscheid genomen van haar eiland. Heimwee is een wilde plant die door haar hele lichaam woekert. In Nederland blijft zij een schip dat zijn haven zoekt. In haar ziel zingt de oranjeblauwe hemel van haar eiland voort. Zij is als het desolate vergezicht van een cactus: hier vliegen haar vogels en groeien haar bomen niet. In haar huist een sterk verlangen om terug te keren, maar tegelijk blijft zij onlosmakelijk verbonden met het afscheid.(…) In haar gedichten klinkt een verlangen naar erkenning van haar cultuur en taal. (…)  Ini Statia is een dichter die verleden en toekomst tegelijk wil dragen, zonder te verdrinken in de last van het verleden. Aan de rand van mijn eiland is een bundel die de sporen draagt van vriendschap en verlangen.

Noot van de uitgever: De lezer ziet eerst de oorspronkelijke versie in de taal waarin het gedicht is geschreven, gevolgd door de vertalingen naar de twee andere talen, naar het Papiaments door Lucille Berry-Haseth, naar het Nederlands door Mario Kleinmoedig en Ini Statia en naar het Engels door Mikayla Vieira Ribeiro.

Lees hier de recensie ‘Als het anker op het eiland achterblijft’
Meer over ‘Aan de rand van mijn eiland’
Meer over Ini Statia bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Dat wij nog dansen als we verliezen met 7-1 begrijpen velen niet». – Ini Statia

Over ‘Het WK heeft Curaçao trots en vertrouwen gegeven’ door Nina Jurna in NRC, 16 juli 2026:

Verder dan de groepsfase kwam het nationale team van Curaçao niet op het WK voetbal, maar op het eiland zorgde de deelname voor een sterke onderlinge verbondenheid en hoop op een groei van de economie en het toerisme. Boudino de Jong van Profound: “Er is een Curaçao voor het WK en een Curaçao na het WK. (…) In de hele maand juni werd op Google bijna 25 miljoen keer gezocht naar ‘Curaçao’ – in april was dat nog 1,5 miljoen. Zoekopdrachten naar vluchten naar het eiland stegen van ruim 27.000 in april naar ruim 200.000 in juni.” De dromen beperken zich niet alleen tot de sport, of de groei van de economie en het toerisme waar de sector dankzij het WK op hoopt. De deelname aan het toernooi raakt ook aan iets veel diepers bij veel bewoners. Er komt, zo merkt dichteres en schrijfster Ini Statia (73), een ongekend gevoel van trots en eigenwaarde naar boven. En een sterke onderlinge verbondenheid. (…) “Het volkslied in het Papiamentu op zo’n podium als het WK maakte veel indruk. Ik kan me niet herinneren dat we dit ooit hebben meegemaakt.” (…) Er wordt veel gediscussieerd over de mogelijke betekenis van deze nationale trots, of het bijvoorbeeld bijdraagt aan een dekolonisatieproces. (…) “Curaçao heeft een koloniale erfenis waarbij slavernij en onderdrukking nog een nasleep hebben. Nu gebeurt er iets dat ons een immens geloof in onze eigen kracht geeft. Dat wij nog dansen als we verliezen van Duitsland met 7-1 begrijpen velen niet, maar het gaat om wat er bereikt is. Voor een land met een koloniale erfenis is dit enorm”, zegt ze. (…)

Lees hier of hier het artikel
Meer over ‘Aan de rand van mijn eiland’
Meer over Ini Statia bij Uitgeverij In de Knipscheer

Ini Statia over het Papiaments op Duitse ARD-radio n.a.v. Curaçao-Duitsland op het WK

Foto Margo Groenewoud

Onverwacht werd Ini Statia kort voor de WK-wedstrijd Curaçao- Duitsland benaderd door een Duits radioverslaggever van de ARD voor een mini-interview over het Papiaments. Het werd uitgezonden op de dag van die wedstrijd, op 14 juni 2026. Ini Statia besluit met het (aan zee) voorlezen van Na rant di mi isla, de Papiamentse versie van het titelgedicht van haar nieuwe bundel Aan de rand van mijn eiland.

Klik hier voor de geluidsopname
Meer over ‘Aan de rand van mijn eiland’
Meer over Ini Statia bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Ik kan niet anders zeggen dan dat het een juweeltje is.» – Nout Wellink

Over ‘Slaaf en meester /Katibu di Shon’ van Carel de Haseth in e-mail aan auteur, 2 juli 2026:

“Beste Carel, Ik moet je tot mijn grote schande bekennen dat jouw reeds vele jaren geleden boek Slaaf en meester mij volkomen ontgaan was. Onbegrijpelijk, maar toevallig stuitte ik een dezer dagen op de titel en heb ik je boek meteen besteld. Inmiddels heb ik Slaaf en meester gelezen en ik kan niet anders zeggen dan dat het een juweeltje is. Je hebt je fantastisch weten in te leven in de twee hoofdpersonen, een heel originele vorm gehanteerd en alles in fantastisch mooi Nederlands  verwoord. Nogmaals, onbegrijpelijk dat dit boek waarvoor je ook nog de Cola Debrotprijs heb gekregen, mij was ontgaan. Je uitgever, Knipscheer, heeft ook aan vormgeving (kaft en typografie) heel veel aandacht gegeven. Ik zag op het internet dat  deze uitgever er na 50 jaar, in 2026, mee is opgehouden. Jammer, want nu in Nederland het slavenverleden hoog op de  politieke agenda staat, zou dat een mooie gelegenheid zijn geweest jouw boek nog eens te promoten. Overigens: wat deden de mensen elkaar in het verleden toch afschuwelijke dingen aan. We zullen maar zeggen dat er toch iets van vooruitgang is 😀. Hartelijke groeten, Nout”

Dichter-schrijver Carel de Haseth (1950) is o.a. voormalig Gevolmachtigd minister van de Nederlandse Antillen in Den Haag (vanaf 1994 en vanaf 2000);  econoom Nout Wellink (1943) is o.a. oud-president van De Nederlandsche Bank (in de periode 1997-2011).

Meer over  ‘Slaaf en meester /Katibu di Shon’
Meer over Carel de Haseth bij Uitgeverij In de Knipscheer

De geschiedenis van het Papiaments is een voortdurende paradox.

Foto Margo Groenewoud

Over ‘Papiamento en Meertaligheid’ door Ini Statia voor Auteursbond.nl, 17 juni 2026:

Onder auspiciën van de Auteursbond  vond op 5 juni jl. een online bijeenkomst plaats onder de titel ‘Papiamento en Meertaligheid’. Papiamento is één van de talen in het Nederlands Koninkrijk en de belangrijkste taal van de eilanden Aruba, Bonaire en Curaçao. Het is ook een zeer levende herinnering aan onze gedeelde koloniale geschiedenis. Leer tijdens deze inspirerende online bijeenkomst over hoe geschiedenis inwerkt op de vorming van talen, maar ook over de literaire mogelijkheden van creolisering en meertaligheid, nu en in de toekomst. Tijdens de bijeenkomst kwamen drie sprekers aan het woord met een imposante staat van dienst in zowel het Papiamento als in het Nederlands, te weten Joyce Pereira, Julien Ignacio en Ini Statia. Ini Statia belicht,  vanuit haar lange en activistische loopbaan als taalkundige op de drie ABC-eilanden,  aan de hand van een aantal voorbeelden hoe de koloniale geschiedenis zowel de vorming van als het onderzoek naar Papiamento heeft beïnvloed, zoals de Afrikaanse invloeden in het Papiaments. Zij publiceerde bij Uitgeverij In de Knipscheer in 2022 de drietalige (Papiaments, Nederlands, Engels) bundel In naam der liefde en in 2026 eveneens in de drie genoemde talen de bundel Aan de rand van mijn eiland.

Klik hier en hier voor haar bijdragen ‘Geschiedenis van het Papiamentu’
Meer over ‘In naam der liefde’
Meer over ‘Aan de rand van mijn eiland’
Klik hier voor Papiamentse titels bij Uitgeverij In de Knipscheer

Aart G. Broek – Medardo de Marchena. Staatsgevaarlijk in koloniaal Curaçao

Aart G. Broek
Medardo de Marchena
Staatsgevaarlijk in koloniaal Curaçao

pamflet – essay
Curaçao
gebrocheerd in omslag met flappen,
142 blz., € 18,50
geïll. met o.a. een ets van Bert Kienjet
ISBN 978-94-93214-51-4
eerste uitgave juli 2021
tweede uitgebreide editie 2026

In 1929 publiceerde Medardo de Marchena een schotschrift waarin hij onstuimig uithaalde naar het koloniale bestuur, de rooms-katholieke missie en het internationale grootkapitaal op Curaçao. In ongekend felle bewoording hekelde De Marchena het racisme en de hypocrisie van de blanke elite en de uitbuiting van de Afro-Curaçaose bevolking. Hij kwam erdoor in beeld bij de inlichtingendienst op het eiland. Inspanningen hem gevangen te zetten mislukten tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Medardo werd opgepakt vanwege het uitdragen van een staatsgevaarlijk gedachtegoed en bracht de oorlogsjaren door in een interneringskamp op Bonaire. Medardo de Marchena schreef het schotschrift in het Papiaments, de creoolse moedertaal van hem en zijn mede-eilanders uit alle lagen van de bevolking. Onder de titel Onwetendheid of De vorming van een volk verschijnt het felle betoog voor het eerst in Nederlandse vertaling. Aan dit pamflet gaat een uitgebreide inleiding vooraf, waarin Aart G. Broek een gedenkwaardig handelen uit de koloniale geschiedenis beschrijft.

“Wie is er schuldig aan dat het ons ontbreekt aan al die hooggeschoolde posities die noodzakelijk zijn om het negerras aanzien te verlenen? Kunt u het zelf niet bedenken, mijn lezers? Het zijn die blanke mannen met blauwe ogen, die op vrouwen lijken door de manier waarop ze gekleed zijn en die zowel Rome als Nederland tot vaderland hebben. Zij zijn schuldig aan deze achterstand van Curaçao, terwijl onze gekleurde bevolking al bijna vier generaties geniet van de emancipatie.”

Pedro Pablo Medardo de Marchena was de buitenechtelijke zoon van de Afro-Curaçaose vrouw Anna Delphina Wiel. Hij werd geboren op donderdag 29 juni 1899 in het stadsdistrict Willemstad op Curaçao. Zijn opvoeding werd financieel en emotioneel gesteund door zijn Joodse vader Abraham de Benjamin de Marchena. Van hem kreeg Medardo als jong volwassen man de achternaam. Dat was niet vanzelfsprekend en onderstreepte Abrahams verbondenheid met Delphina en hun zoon. In 1920 bezocht Medardo New York. Daar maakte hij kennis met de ideeën en idealen van de Afro-Caribische activist Marcus Garvey. Die zouden hem zijn leven lang beïnvloeden. De Marchena overleed op 15 mei 1968 op Bonaire.

Aart G. Broek, (historisch) socioloog en letterkundige; auteur van onder meer Het zilt van de passaten; Caribische literatuur in de twintigste eeuw (2000), De kleur van mijn eiland; Ideologie en schrijven in het Papiaments sinds 1863 (2006), Geboeid door macht en onmacht; Geschiedenis van de politie op de Nederlands-Caribische eilanden (2011) en De terreur van schaamte; Brandstof voor agressie (2015), Je wordt zelf niet wit door anderen zwart te maken (2024).

Meer over Aart G. Broek bij Uitgeverij In de Knipscheer
Meer over Merdardo de Marchena op deze site

«Over de tot nu toe onderbelichte levensgang en geschriften van Medardo.» – Tommy van Avermate

VoorplatMedardo-75Over Medardo de Marchena: Staatsgevaarlijk in koloniaal Curaçao van Aart G. Broek op Pas Uit, 3 augustus 2023:

Als het Duitse leger op 10 mei 1940 Nederland binnenvalt, wordt 7.800 kilometer verderop de Curaçaose schrijver, dichter en activist Pablo Pedro Medardo de Marchena (1899-1968) gearresteerd. In de laatste editie van de ‘Parelduiker’ van 2022 schrijft bijzonder hoogleraar Nederlands-Caraïbische letteren Michiel van Kempen een uitvoerig essay over deze relatief onbekende antikoloniale verzetsfiguur. Eén jaar eerder was al het boek ‘Medardo de Marchena. Staatsgevaarlijk in koloniaal Curaçao’ van Aart G. Broek verschenen. (…) Medardo de Marchena werd vanwege zijn ‘opruiende’ antikoloniale, antikapitalistische en antikatholieke geschriften al jaren door de koloniale autoriteiten en de inlichtingendienst in de gaten gehouden. (…) Uiteindelijk bood de uitzonderingstoestand van de wereldoorlog de autoriteiten alsnog de gelegenheid om Medardo op te pakken. (…)  Van Kempen noemt Medardo in de titel van zijn essay ‘een Antilliaanse held’ en vergelijkt hem vanwege beider radicaliteit, rechtvaardigheidsgevoel en eloquentie met Anton de Kom. (…) Medardo schreef zijn schotschrift, waarin hij fel uithaalt naar het koloniale bestuur, de rooms-katholieke missie en het internationaal grootkapitaal, maar waarin hij ook kritisch is op het gebrek aan verzet van het Afro-Curaçaose volksdeel, in het Papiaments. Dat is nog een belangrijk verschil met Anton de Kom (waar Van Kempen zelf op wijst), die ‘Wij slaven van Suriname’ in het Nederlands schreef en daarmee dus ook een Nederlands publiek bediende. Medardo spreekt tot zijn mede-eilandbewoners en spoort hen aan massaal in opstand te komen tegen het onrecht dat hen wordt aangedaan. (…)
Lees  meer op Pas Uit
Meer over ‘Medardo de Marchena: Staatsgevaarlijk in koloniaal Curaçao’
Meer over Aart G. Broek bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Een bedachtzaam dichter die haar soms felle emoties in bedwang weet te houden.» – Fred de Haas

VoorplatLiefde-75Over ‘In naam der liefde’ van Ini Statia in Antilliaans Dagblad Caribisch Netwerk, 24 juni 2023:
(…) Op de achtergrond van veel Antilliaanse dichters spelen, anders dan bij Europese, verscheidene factoren mee die bepalend zijn voor hun inspiratie: een tropische omgeving, de Creoolse moedertaal en niet te vergeten de koloniale tijd met zijn gecompliceerde en vaak vernederende verhoudingen. Ook de gedichten van Ini Statia dragen de duidelijke sporen van deze achtergrond, zowel in haar Nederlandse als haar Papiamentstalige gedichten, waarvan de laatstgenoemden in deze bundel de boventoon voeren.(…) Ini Statia doet zich kennen als een bedachtzaam dichter die haar soms felle emoties in bedwang weet te houden door ze op een beschouwende, analytische wijze te beschrijven. We hebben er een paar prachtige erotische gedichten aan te danken (Sera konosi, Henter un bida largu, De stilte voorbij). In haar nawoord op het 30-tal gedichten (exclusief de vertalingen in het Papiaments, Engels en Nederlands) spreekt Ini Statia de wens uit dat haar gedichten ‘herkenning, kracht, heling en hoop mogen brengen om, ondanks alle hobbels in het leven, met een positieve blik vooruit te blijven kijken’. Die wens zal zeker in vervulling gaan. Dat geldt voor mij en voor de Creoolse vrouw die ze vergelijkt met de Anglo, de karakteristieke Creoolse bloem: «Anglo, Creoolse vrouw, hecht zich vast aan de grond, glimt van trots in de brandende zon, verbindt en vertakt zich, leeft voort, vurig en veerkrachtig, onaantastbaar.» Als eerbetoon aan de vertalers Lucille Berry-Haseth (naar het Papiaments) en Richenel Ansano (naar het Engels) die zich consciëntieus van hun taak hebben gekweten en zich daarbij volop gesteund wisten door de verstaanbaarheid en toegankelijkheid van de gedichten van Ini Statia, geef ik hieronder met waardering hun vertalingen weer van de laatste strofe van Anglo: «Anglo, muhé krioyo, ankrá den tera, ta bria di orguyo den solo ardiente. ta konektá i ramifiká, sigui bibá, ferviente i resistiente, intokabel.» «Anglo, Creole woman, clings to the ground, glows with pride in the blazing sun, connects and branches out, lives on, fiery and resilient, untouchable.»
Lees hier de recensie
Meer over ‘In naam der liefde’
Meer over Ini Statia op deze site

«Geen excuus meer om aan Antilliaanse held Medardo de Marchena voorbij te kijken.» – Michiel van Kempen

VoorplatMedardo-75Over Medardo de Marchena: Staatsgevaarlijk in koloniaal Curaçao van Aart G. Broek in De Parelduiker, jaargang 27, nummer 5:
Het zal niemand ontgaan zijn hoe de ster van Anton de Kom en zijn boek ‘Wij slaven van Suriname’ in twee jaar tijd gerezen is. Met het boek uit 1934 gaf De Kom op eigen kracht een radicale wending aan de geschiedschrijving van Suriname en stond hij met de kracht van rechtvaardigheidsgevoel en grote eloquentie op tegen een tot in de 20ste eeuw doorgezet Nederlands kolonialisme. (…) Maar in wat toen ‘de Nederlandse West’ heette, was er nog iemand die fel ageerde tegen de Hollandse overheersing, en dat deed hij in 1929, dus vijf jaar vóór Anton de Kom. Zijn naam: Medardo de Marchena. (…) Wie was nu die Medardo de Marchena en wat had hij geschreven? Dat is recent geboekstaafd in een elegant boekje waarin Aart Broek het leven van de man heeft vastgelegd en zijn belangrijkste pamflet heeft vertaald uit het Papiaments, onder de titel ‘Medardo de Marchena; staatsgevaarlijk in koloniaal Curaçao’. (…) In de eerste alinea van dat pamflet zet hij al direct neer wat hem voor ogen staat: “Deze uitgave kan hen [de gekleurde mensen van het eiland] helpen zich te bevrijden van allerlei vernederingen en uitbuiting die hen ten deel vallen, vanwege de vreselijke plaag die steeds meer terrein wint en die nooit wordt bestreden en bekend staat onder de naam onwetendheid. (p. 81)” We horen natuurlijk al de echo die vijf jaar later zal opklinken uit het boek van Anton de Kom: “Geen volk kan tot volle wasdom komen, dat erfelijk met een minderwaardigheidsgevoel belast blijft. Daarom wil dit boek trachten het zelfrespect der Surinamers op te wekken en voorts de onjuistheid aantonen van de vredesbedoelingen der Hollanders ten tijde der slavernij.” (…) Medardo de Marchena schreef [zijn boek] in het Papiaments, in de volkstaal die iedereen kon verstaan. ‘Wij slaven van Suriname’ was geschreven in het Nederlands, een taal die bijna geen van de verschoppelingen van Suriname voor wie De Kom het opnam kon lezen. (…) Evenmin als Engelstalige historici nog langer een verontschuldiging hebben om de Nederlandstalige Anton de Kom te negeren, hebben wij nog een excuus om aan de Papiamentstalige Medardo de Marchena voorbij te kijken, nu zijn pamflet vertaald is in het Nederlands.
Bron
Lees hier het artikel ‘Een Antilliaanse held: Medardo de Marchena’
Meer over ‘Medardo de Marchena: Staatsgevaarlijk in koloniaal Curaçao’
Meer over Aart G. Broek bij Uitgeverij In de Knipscheer