«Deze bundel is puur literair genot.» – André Oyen

VoorplatEiland-75Over ‘Het eiland en andere gedichten’ van Michiel van Kempen op Lang zullen we lezen, 18 oktober 2020:
(…) Als schrijver van fictie heeft Michiel van Kempen diverse romans en verhalenbundels op zijn naam staan. Hij is ook de auteur van de schitterende biografie uit 2016 ‘Rusteloos en overal’ over Albert Helman. Dank zij zijn diepgaande publicaties over de Nederlands-Caraïbische literatuur ben ik mij gaan interesseren voor deze mooie literatuur. Het is dan ook logisch dat ik zijn eigen gedichten die gedrenkt zijn in de geur en kleur van de Caribische wereld heel erg kan waarderen. In deze gedichten waai je van Aruba met haar bewoners. Makamba’s, vissers, vrouwen, troepialen, ezels en zelfs spotlijsters naar andere ‘eilanden’ zoals Bonaire of Suriname. (…) In ‘Genen’ en ‘Verzoeke geen rouwbeklag’ wordt afscheid genomen van ouders, dichters en schrijvers. Het zijn uiterst persoonlijke, zeer goed ingeleefde afscheidsgedichten, waarbij de stijl van het gedicht aansluit op die van ontvallen auteurs als Shrinivási, Bhai, Michaël Slory en Bea Vianen. Diversiteit levert dat op, zoals we die in de hele bundel tegenkomen. Deze bundel is puur literair genot.
Lees hier het signalement
Meer over ‘Het eiland en andere gedichten’
Meer over Michiel van Kempen bij Uitgeverij In de Knipscheer

Gedicht uit ‘Dichtbrieven van een overzeese vriend’ van Klaas Jager op Laurens Jz. Coster

Opmaak 1Uit ‘Dichtbrieven van een overzeese vriend’ van Klaas Jager op Laurens Jz. Coster, 12 oktober 2020:
Redacteur Raymond Noë maakt voor het blog Laurens Jz. Coster elke werkdag een keuze uit een poëziebundel van een Nederlandstalig dichter. ‘Dichter van de dag’ is op deze 12de oktober Klaas Jager (1961) van wie op 5 oktober jl. ‘Dichtbrieven van een overzeese vriend’ verscheen, zijn 5de debuutdichtbundel bij Uitgeverij In de Knipscheer. Het gekozen gedicht ‘Zeg het een keer recht in mijn gezicht’ is ook geplaatst op Neerlandistiek.nl.

Zeg het een keer recht in mijn gezicht
wat jij nu eigenlijk echt nog van mij wilt,
een slepende vete als souvenir van vrede
het vooruitzicht op geen van beide wellicht?

of ambieer je vooral een verzekerde plaats
een goede baan, drie keer daags een maal
een bed met een onnozel lichaam langszij
een luchtig verhaal voor het sombere getij

een gepolijst gedicht dat gemakkelijk ligt
een rijmvers dat er ingaat als suikergoed
een anekdote over hij, zei, jij en tig keer ik
een plat schrift dat nergens diepgang zoekt

een pointe die al in de eerste zin mank gaat
een stijlfiguur die opvallend doorsnee lijkt
voor even de geestelijke nooddruft misleidt,
waar je na het lezen tevreden op slapen kunt

verzadigd van volledige nietszeggendheid.

Meer over ‘Dichtbrieven van een overzeese vriend’
Meer over Klaas Jager bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Voor eenieder die weet wat het is om verdriet te hebben.» – André Oyen

voorplatFluit1-75Over ‘Het verdriet van de fluit’ van Saya Yasmine Amores op Ansiel, 7 oktober 2020:
(…) Saya Yasmine Amores is een van de ‘jongere’ auteurs die de dubbele migratie van de Hindostanen van India naar Suriname en vervolgens naar Nederland thematiseren. (…) Haar poëzie, die voor een groot deel in het Sarnami is geschreven, is ook herkenbaar, en dan niet alleen voor vrouwen uit de Hindostaanse samenleving, maar voor eenieder die weet wat het is om verdriet te hebben. Pijn en verdriet zijn universele gevoelens die iedereen herkent als je die tegenkomt, maar Saya Yasmine Amores verbeeldt ze op zo’n bijzondere manier dat je dat gevoel niet alleen herkent, maar ook daadwerkelijk voelt. (…) Een mooie en indrukwekkende dichtbundel!
Lees hier het signalement
Meer over ‘Het verdriet van de fluit’
Meer over Saya Yasmine Amores bij Uitgeverij In de Knipscheer

Gedicht van Saya Yasmine Amores vertaald in het Indonesisch

voorplatFluit1-75Uit ‘Het verdriet van de fluit’ van Saya Yasmine Amores op Nederlandse poëzie in het Indonesisch, 25 september 2020:
Op ‘Suara suara dari utara’ (‘Stemmen uit het noorden’), het blog Puisi Belanda, is op 25 september 2020 het gedicht ‘Holanda’ in een Indonesische vertaling van Siti Wahyuningsih en Albert Hagenaars geplaatst. Het gedicht is afkomstig uit de tweetalige (Sarnámi-Nederlands) bundel ‘Bānsuri ke gam / Het verdriet van de fluit’. Het is het 205de gedicht in een almaar groeiende digitale poëziereeks van een keur van Nederlandstalige dichters.
Lees hier het gedicht ‘Holanda’ in het Indonesisch, in het Nederlands en in het Sarnámi
Meer over ‘Het verdriet van de fluit’
Meer over Saya Yasmine Amores bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Onherroepelijk dringt de verwantschap zich op met de bluesmuziek die opkwam in het zuiden van de Verenigde Staten.» – Eric de Brabander

Over o.a. ‘Sierlijke golven krullen van plezier’ van Walter Palm in Noord & Zuid, jrg. 3 nr. 5, september 2020:
(…) Curaçao, sinds de zeventiende eeuw onderdeel van de Zeven Provinciën en nu autonoom onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden, hoort langer bij Nederland dan de Waddeneilanden. (…) Het gedicht ‘Spoken van slaven’ uit de bundel ‘Sierlijke golven krullen van plezier’ (2009) van de Curaçaoënaar Walter Palm toont hoe de multiculturele en meertalige samenleving van Curaçao tot nu toe worstelt met het koloniale verleden, een verleden dat heden ten dage op elke straathoek nog waarneembaar is. Onherroepelijk dringt de verwantschap zich op met de bluesmuziek die opkwam in het zuiden van de Verenigde Staten in de negentiende en twintigste eeuw. De woordkunstenares Lucille Berry-Haseth (…) is begaan met de Curaçaoënaar die heeft leren leven met misstanden die onlosmakelijk met het eiland verweven zijn. “Permanent naar de bliksem”, zo beschrijft Boeli van Leeuwen zijn eiland in de verhalenbundel ‘Geniale Anarchie’. “Niemand leeft ongestraft onder de palmen”, zo stelt hij. Wie daarover klaagt is een zeurkous. De verbondenheid van mens en natuur is universeel, op Curaçao echter lijkt deze in de poëzie meer beleefd te worden dan in het moederland. De Amsterdamse dichter Ko van Geemert, een regelmatige passant op onze eilanden, begrijpt die weemoedige band met de natuur. Hij schrijft: (…) Mocht u er ooit eens komen, draag dan een strooien / hoed, een wit gewaad / van linnen of papier, als pantser / voor de lichtheid van een niet te dragen last. (…)
Lees hier en hier het artikel
Meer over ‘Sierlijke golven krullen van plezier’
Meer over Geniale anarchie
Meer over Eric de Brabander bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Een onbewuste, onuitgesproken diepe trouw en liefde als hier weergegeven, is haast niet te vatten.» – Els Ruijsendaal


Over ‘Nerf en flanken’ van Chawwa Wijnberg in Noord & Zuid, jrg. 3 nr. 5, september 2020:
(…) Het gedicht ‘Nerf en flanken’ uit de gelijknamige bundel van Chawwa Wijnberg is het eerste gedicht dat ik van haar las. Het raakte mijn ziel. De ontroering die ik voelde, is me altijd bijgebleven. Een onbewuste, onuitgesproken diepe trouw en liefde als hier weergegeven, is haast niet te vatten. (…) In diezelfde bundel staat ook een heel ander gedicht, ‘Wat dan?’, dat zo aangrijpend de angst en wanhoop van een mens beschrijft als de dood nadert en er geen liefde om je heen is, dat ik achteraf begreep welke gang Chawwa Wijnberg door het leven gemaakt moet hebben om tot een zo liefderijk gedicht als ‘Nerf en flanken’ te komen. En dat is geen wonder, als je in 1942 bent geboren, in oorlogstijd, wat je als kind al snel kon voelen, maar nog niet echt beseffen: de angst, de dood, het verlies waarmee je, als je er nog bent, moet leren doorgaan. (…) Uiteindelijk moest haar oerangst vanuit het verleden een veiliger plaats krijgen. Dat kan het beste door die angst als volwassene aan te kijken, toe te staan en daarna, met woorden, een veiliger plaats te geven in je gevoel. Wijnberg deed dat onder meer in het zo schrijnende gedicht ‘Wat dan?’, waarin zij een oude vrouw beschrijft, die in wanhoop en eenzaamheid haar dood tegemoet gaat. Het is een beeld dat helaas ook in onze coronatijd past. Zo, al dichtend, poogde Chawwa Wijnberg de wanhoop in de ogen te kijken en een plaats te geven. (…)
Lees hier en hier het artikel
Meer over ‘Nerf en flanken’
Meer over Chawwa Wijnberg bij Uitgeverij In de Knipscheer

Michiel van Kempen – Het eiland en andere gedichten

VoorplatEiland-75Michiel van Kempen
Het eiland en andere gedichten

Nederland
gebrocheerd in omslag met flappen, 78 blz.,
€ 18,50
ISBN 978-90-6265-796-4 NUR 306
eerste uitgave oktober 2020
presentatie 18 oktober 2020

Sprankelend als de Caribische wereld waarvan Michiel van Kempen de kenner is, opent Het eiland en andere gedichten met het titelgedicht. Een waaier van impressies schetst Aruba en haar bewoners. Makamba’s, vissers, vrouwen, troepialen, ezels en zelfs spotlijsters spelen een rol. Vervolgens komen meer ‘eilanden’ aan bod in de bundel. Ieder bezoek aan Bonaire of Suriname roept nieuwe gedachten op, zowel over de wonden die de koloniale geschiedenis sloeg als over de rol van de dichter aldaar. De strofen die ontstaan gaan diep, zoals in het gedicht Ver.

Want wat in sprakeloze ogen peillood diep kan zijn
schiet naar boven en dobbert op die zee die woelig is
en blijft en voeden kan, maar ook verraderlijk glad
voor wie de tekens niet verstaat en wentelt naar zijn graf.

In Genen en Verzoeke geen rouwbeklag wordt afscheid genomen van ouders, dichters en schrijvers. Het zijn uiterst persoonlijke, zeer goed ingeleefde afscheidsgedichten, waarbij de stijl van het gedicht aansluit op die van ontvallen auteurs als Shrinivási, Bhai, Michaël Slory en Bea Vianen. Diversiteit levert dat op, zoals we die in de hele bundel tegenkomen. De autobiografische elementen, de gekozen versvorm en thematiek, toon en kleur, weten steevast de lezer te verrassen. Efemeer als de liefde blijkt het leven, ideaal materiaal voor de dichter. Het zijn dankbare onderwerpen in handen van Michiel van Kempen die met Het eiland en andere gedichten zijn vorige dichtbundel Wat geen teken is maar leeft weet te overtreffen.

Langzaam begon ik te begrijpen
dat het zwijgen tussen de letters
ook betekenis heeft.

Poëzie uit zijn dichtersdebuut Wat geen teken is maar leeft werd opgenomen in de bloemlezing De 100 beste gedichten voor de VSB Poëzieprijs 2014. Over deze bundel schreef Wilbert Voets in de Poëziekrant: «De nihiliserende verloren liefde, schrijnende herhaling van de teloorgang van de ‘onvoorschadelijke beschutting’, en het tastend schikken in het echec. Het is niet voor het eerst dat dit thema bewerkt wordt. Michiel van Kempen destilleert met het talent van zijn pen zijn eigen medicinale elixir uit deze literaire oerbron. Hij voert bepaald geen homeopathische apotheek. Wij prijzen ons gelukkig een hartversterkende teug mee te mogen drinken.»

Michiel van Kempen (1957) is docent Nederlands en bijzonder hoogleraar Nederlands-Caraïbische literatuur aan de Universiteit van Amsterdam. Hij ontving voor zijn werk onder meer de ANV Visser Neerlandia Prijs en werd zowel door Suriname als door Nederland geridderd. Als schrijver van fictie heeft hij diverse romans en verhalenbundels op zijn naam staan.

Meer over ‘Het eiland en andere gedichten’
Meer over Michiel van Kempen bij Uitgeverij In de Knipscheer

Gedicht van Inge Nicole vertaald in het Indonesisch

VoorplatMaanbrief-75Uit ‘Maanbrief aan het getij’ van Inge Nicole op Nederlandse poëzie in het Indonesisch, 7 augustus 2020:
Op ‘Suara suara dari utara’ (‘Stemmen uit het noorden’), het blog Puisi Belanda, is op 7 augustus 2020 het gedicht ‘Stuk gaan’ in een Indonesische vertaling van Siti Wahyuningsih en Albert Hagenaars geplaatst. Het gedicht is afkomstig uit de bundel ‘Maanbrief aan het getij’. Het is het 203de gedicht in een almaar groeiende digitale poëziereeks van een keur van Nederlandstalige dichters.
Lees hier het gedicht ‘Ik schrijf je’ in het Nederlands en in het Indonesisch.
Meer over ‘Maanbrief aan het getij’
Meer over Inge Nicole bij Uitgeverij In de Knipscheer

‘Menigte’. Gedicht van Michaël Slory

Opmaak 1In zijn bijna dagelijkse Facebookbericht memoreert Wim van Til, oprichter van en coördinator bij Poëziecentrum Nederland, de geboorte- en sterfdagen van Nederlandstalige dichters. Vandaag (4 augustus 2020) is het de geboortedag van onder anderen Rutger Kopland (1934-2012) en Michaël Slory (1935-2018) uit Suriname. Bij wijze van felicitatie/gedenken kiest Wim van Til voor een gedicht van Rutger Kopland; uitgeverij In de Knipscheer kiest voor het gedicht ‘Menigte’ van Michaël Slory uit zijn bij deze uitgeverij verschenen bundel die zijn afscheidsbundel werd: ‘Alsof men alles loslaat’ (2018).

Menigte

Verward geroep.

Mijn stem
die niet wil opgaan
in dat rumoer,
maar blinken wil,
een zon
op stille paden.
Een zoektocht
naar meer eerbied
en meer vrede.

Meer over Michaël Slory op deze site

‘Laatste woord’ van Bernardo Ashetu

Bernardo AshetuWim van Til is oprichter van en coördinator bij Poëziecentrum Nederland. Hij plaatste op zijn blog onderstaand gedicht van Bernardo Ashetu (Paramaribo 1929-Den Haag 1982) ter gelegenheid van zijn diens sterfdag. Het gedicht ‘Laatste woord’ (uit ‘Yanacuna’) is opgenomen in de bloemlezing ‘Dat ik je liefheb’ (2011) verschenen bij Uitgeverij In de Knipscheer. Ashetu publiceerde bij leven één poëziebundel ‘Yanacuna’. In zijn nalatenschap werden 31 ongepubliceerde bundels aangetroffen, samen meer dan duizend gedichten.

Laatste woord

Dat ik je liefheb
staat buiten twijfel,
dat ik je liefheb
is m’n laatste woord.
Ach, de witte vlammen
en de naakte Brahma,
de woeste tempel en ’t
slap akkoord,
geen naakte Boeddha speelde
ooit piano maar zie de
meeuwen buiten en hoor mijn
laatste woord.

Zie
Meer over ‘Dat ik je liefheb’
Meer over Bernardo Ashetu op deze site