Gedicht van Inge Nicole vertaald in het Indonesisch

VoorplatMaanbrief-75Uit ‘Maanbrief aan het getij’ van Inge Nicole op Nederlandse poëzie in het Indonesisch, 7 augustus 2020:
Op ‘Suara suara dari utara’ (‘Stemmen uit het noorden’), het blog Puisi Belanda, is op 7 augustus 2020 het gedicht ‘Stuk gaan’ in een Indonesische vertaling van Siti Wahyuningsih en Albert Hagenaars geplaatst. Het gedicht is afkomstig uit de bundel ‘Maanbrief aan het getij’. Het is het 203de gedicht in een almaar groeiende digitale poëziereeks van een keur van Nederlandstalige dichters.
Lees hier het gedicht ‘Ik schrijf je’ in het Nederlands en in het Indonesisch.
Meer over ‘Maanbrief aan het getij’
Meer over Inge Nicole bij Uitgeverij In de Knipscheer

‘Menigte’. Gedicht van Michaël Slory

Opmaak 1In zijn bijna dagelijkse Facebookbericht memoreert Wim van Til, oprichter van en coördinator bij Poëziecentrum Nederland, de geboorte- en sterfdagen van Nederlandstalige dichters. Vandaag (4 augustus 2020) is het de geboortedag van onder anderen Rutger Kopland (1934-2012) en Michaël Slory (1935-2018) uit Suriname. Bij wijze van felicitatie/gedenken kiest Wim van Til voor een gedicht van Rutger Kopland; uitgeverij In de Knipscheer kiest voor het gedicht ‘Menigte’ van Michaël Slory uit zijn bij deze uitgeverij verschenen bundel die zijn afscheidsbundel werd: ‘Alsof men alles loslaat’ (2018).

Menigte

Verward geroep.

Mijn stem
die niet wil opgaan
in dat rumoer,
maar blinken wil,
een zon
op stille paden.
Een zoektocht
naar meer eerbied
en meer vrede.

Meer over Michaël Slory op deze site

‘Laatste woord’ van Bernardo Ashetu

Bernardo AshetuWim van Til is oprichter van en coördinator bij Poëziecentrum Nederland. Hij plaatste op zijn blog onderstaand gedicht van Bernardo Ashetu (Paramaribo 1929-Den Haag 1982) ter gelegenheid van zijn diens sterfdag. Het gedicht ‘Laatste woord’ (uit ‘Yanacuna’) is opgenomen in de bloemlezing ‘Dat ik je liefheb’ (2011) verschenen bij Uitgeverij In de Knipscheer. Ashetu publiceerde bij leven één poëziebundel ‘Yanacuna’. In zijn nalatenschap werden 31 ongepubliceerde bundels aangetroffen, samen meer dan duizend gedichten.

Laatste woord

Dat ik je liefheb
staat buiten twijfel,
dat ik je liefheb
is m’n laatste woord.
Ach, de witte vlammen
en de naakte Brahma,
de woeste tempel en ’t
slap akkoord,
geen naakte Boeddha speelde
ooit piano maar zie de
meeuwen buiten en hoor mijn
laatste woord.

Zie
Meer over ‘Dat ik je liefheb’
Meer over Bernardo Ashetu op deze site

Saya Yasmine Amores – Bánsuri ke gam / Het verdriet van de fluit. Gedichten

voorplatFluit1-75Saya Yasmine Amores
Bānsuri ke gam / Het verdriet van de fluit

tweetalige poëzie
Nederland – Suriname
voorwoord ds. Simon van der Lugt
gebrocheerd in omslag met flappen,
100 blz., € 17,50
ISBN 978-94-93214-02-6
eerste uitgave september 2020

Bānsuri ke gam / Het verdriet van de fluit zijn gedichten van een dromerige tiener. Een stem uit het verleden, een land in het ongewisse. De uitzichtloze tienerjaren. De onzekere tijden op de kunstacademie, het erbij willen horen. Tijden waarin racisme hoogtij vierde. Geen zakgeld om eten te kopen. Altijd dezelfde goedkope kleren. Wachten op de grote toekomst en gedichten schrijven vormden de enige troost. ‘De taal is een parsād, heilig voedsel. Iedere bevolkingsgroep heeft zijn eigen parsād. Schrijf in het Sarnāmi en deel onze parsād uit; laat ook anderen ervan proeven,’ zei Jan Soebagh. Moestafa Nabibaks wees Saya Yasmine Amores de weg naar het publiceren. Een Sarnāmi-dichter was geboren.

Ek nayá jiwan – Een nieuw leven

[…]
ciryā gāwe-bolāwe
suraj ugal
ceharā par roshni paral

milal āj hamme
ek nayā jiwan

[…]
een vogel zingt en roept
de zon rijst
op het gezicht valt licht

vandaag heb ik
een nieuw leven gekregen

Saya Yasmine Amores is dichter, schrijver en beeldend kunstenaar. Zij publiceerde eerder gedichten en romans onder het pseudoniem Cāndani.

Meer over Saya Yasmine Amores op deze site
Meer over Cāndani bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Ik zou zeggen: leest u dit prachtige boek zelf.» – Betty Keizer

Opmaak 1Over ‘De wind van morgen’ van Arjan Sevenster op Humanistisch Verbond, 29 juli 2020:
“De wind van morgen blaast morgen.” Een deel van dit prachtige Japanse gezegde is gebruikt voor de titel en geeft de levensvisie van de schrijver weer. Arjen Sevenster, wiskundige, Japanoloog, uitgever, schrijver en dichter, krijgt de diagnose: uitgezaaide prostaatkanker. Een donderslag bij heldere hemel. Hij heeft nog weinig jaren meer te gaan. Hij houdt zijn familie en vrienden via zijn ‘levenskronieken’ precies op de hoogte van het verloop van zijn ziekte. Hij deelt hierin zijn gedachten, observaties en gevoelens met zijn dierbaren via proza ondersteund door gedichten van eigen hand. (…) Zijn stijl in het boek is zeer precies en analytisch, samenhangend met zijn wiskundeachtergrond, maar tegelijkertijd ook gericht op de spirituele aspecten van het leven. Zijn creativiteit en verbeelding spreken voor zichzelf. (…) Zijn vrouw Lydia staat in dit hele proces aan zijn zijde, zij is de organisator rond zijn ziekte. (…) Ze proberen ‘met de stroom mee te gaan’ , ‘in het nu te blijven’. Het mooie is dat hen dat nog lukt ook. Tot bijna de laatste dag blijft Arjen trouw aan zichzelf en zijn werk als schrijver en dichter. (…) Zijn beschrijvingen zijn doorspekt met prachtige gedichten, die hij aanvankelijk bespreekt met Kieki, de dichteres Margaretha Vasalis, waarin de dood vaak voorbij komt: de dood van zijn vader, zijn moeder, de poes, vrienden en natuurlijk zijn eigen dood. De manier waarop hij de dood in zijn gedichten beschrijft, is altijd weer verschillend. (…) De manier waarop Arjen naar de gebeurtenissen om zich heen kijkt, zijn vlijmscherpe observaties en zijn humor hebben altijd de toon van mildheid met de dingen om zich heen. (…) Het boek heeft mijzelf een gevoel van troost in leven en leren sterven gegeven. (…) Ik zou zeggen: leest u dit prachtige boek zelf.
Lees hier de recensie
Meer over ‘De wind van morgen’
Meer over Arjen Sevenster bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Oké, als jij nog maar twee jaar hebt, dan ga je nu precies doen wat jij wil. Zoals het schrijven van de kronieken.»

Opmaak 1Lydia Sevenster–van der Lelie in interview over ‘De wind van morgen’ van Arjen Sevenster op Humanistisch Verbond, 28 juli 2020:
(…) De brieven waren in eerste instantie bedoeld als mededeling, zodat we niet iedereen moesten bellen. Daar kreeg Arjen zoveel reacties op, dat dat hem stimuleerde om meer brieven te schrijven en er herinneringen van vroeger aan te koppelen. Het kostte veel concentratie en energie, maar Arjen genoot ervan en groeide erin. Hij ging naar Den Haag om te schrijven, maar typte het thuis af. Dan las ik zijn eindversie en dan stelde hij het weer bij. Het was zo een gezamenlijk proces. (…) Toen hij ziek werd en ze daarna zeiden dat hij nog twee jaar had, heb ik gedacht: oké, als jij nog maar twee jaar hebt, dan ga je nu precies doen wat jij wil. Zoals het schrijven van de kronieken. (…) Nadat Arjen overleden was, ben ik allemaal Arjen-projecten gaan doen. En als die dan klaar zouden zijn, moest ‘het’ over zijn. Wat dat ook was. Zo heb ik onder andere zelf een verslag geschreven van wat ik heb meegemaakt en de kronieken voor publicatie voorbereid. (…) Hij zei tot het einde: ‘Ga door met je eigen dingen, blijf je eigen werk doen’. En dat bevalt me goed. (…)
Lees hier het interview met Margot Dekker
Meer over ‘De wind van morgen’
Meer over Arjen Sevenster bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Een prettig en herkenbaar boek voor lotgenoten en hun omgeving.» – Ranne Hovius

Opmaak 1Over ‘De wind van morgen’ van Arjan Sevenster in De Volkskrant, 24 juli 2020:
De klap van een ernstige diagnose kan worden verzacht door over het ziekteproces te schrijven. Maar hoe zorg je dat zo’n boek het persoonlijke overstijgt en voor een breed publiek interessant is? (…) Niet praten over emoties en ziekten was voor de vooroorlogse generatie vrij normaal. Dat deed je niet, en zeker niet over kanker, vaak fluisterend ‘k’ genoemd. Met die zwijgzaamheid is in de laatste decennia korte metten gemaakt. (…) En dat krijgt gehoor. (…) Als de wiskundige, japanoloog en dichter Arjen Sevenster in 2017 de diagnose uitgezaaide prostaatkanker krijgt, gaat hij voor familie en vrienden al snel over op groepsmails, omdat de belangstelling voor zijn wel en wee te overstelpend is om iedereen apart bij te praten. Zijn aanvankelijke update over diagnose, prognose en behandeling, breidt hij al snel uit met een terugblik op zijn leven, zijn gedichten en een verslag van zijn dagen en vooral van zijn overpeinzingen. Zoals zijn verbaasde constatering dat het hele traject voor zijn vrouw veel angstiger blijkt te zijn dan voor hemzelf: ‘Het blijft een wonder dat mijn ziekte me zo onberoerd laat, ik, die al bang was voor het jaarlijkse darmkankeronderzoek.’ Omdat je Sevenster gedurende de jaren van zijn updates volgt, leef je mee met alle momenten van hoop en vooral van tegenslag: de voorspelde acht tot tien jaar blijken er uiteindelijk maar twee te zijn. De verslagen zijn na zijn dood samengebracht in ‘De wind van morgen’, een prettig en herkenbaar boek voor lotgenoten en hun omgeving.
Lees hier het artikel
Meer over ‘De wind van morgen’
Meer over ‘Bloemen in de regen’

«Rogi Wieg alweer 5 jaar geleden.» – Wim van Til

Rogi-Wieg-PletterijWim van Til is oprichter van en coördinator bij Poëziecentrum Nederland. Hij plaatste onderstaand gedicht van Rogi Wieg ter gelegenheid van zijn overlijden 5 jaar geleden (15 juli 2015). Het gedicht De oudste jazzmuziek van ‘als’ komt uit de dichtbundel ‘Afgekapt dichtwerk’ uit 2014, verschenen bij Uitgeverij In de Knipscheer.

De oudste jazzmuziek van ‘als’

‘Als’ is een Groot Woorden-woord,
dat tijdens het zijn van een mensheid,
doorgaande naar een andere mensheid,
misschien vaker valt en is gevallen,
zal vallen, dan welk woord dan ook.

De zwaartekracht in dit heelal trekt
‘als’ uit onze monden, dat is nodig
voor schoon voedsel, waarop gekauwd
kan worden over oorzaak en gevolg.
Zolang er meubilair is, zolang er
zijn: messen en vorken, borden en glazen
voor Eenzamen en Niet-Eenzamen, die
bedenktijd en bedtijd hebben, is ‘als’
het woord voor ruimtetijd. Een grote klok,
een keukenblok waarop de afwas staat,
veel menselijke liefde- en haatvaat.
En verder, van alles daartussenin.

Morsdood zal ik niet na kunnen denken
over onze ligplek, ik moet dit eerder doen.
Hoe jij en ik ooit samen niets zullen doen,
maar, niet onder ongemalen, donker steen,
gelegd over het onbeweeglijke heen. Ik wil
anders. Wil ik ons in hout leggen? Lichamen,
die zich ooit met elkaar deelden, nu in hol hout?
Geen gesnurk of zachte adem te horen. Niets
meer van gegil, gekronkel. Niet iets hebben,
jij en ik. Wanneer wij samen zullen liggen,
is het ‘als’ voor altijd uit, zoals een door God
platgelegde laptop. Een gebarsten, niet meer
zichtbaar beeldscherm zonder toetsenbord.

Toch genoeg. Veel vlinders, met op hun kleine
ruggen en buiken onze dansende vingerafdrukken,
dansend op de oudste jazzmuziek van ‘als’.

Zie
Meer over ‘Afgekapt dichtwerk’
Meer over Rogi Wieg bij Uitgeverij In de Knipscheer

Gedicht van Margreet Schouwenaar vertaald in het Indonesisch

VoorplatOvermaat1-75Uit ‘De overmaat van ontbreken’ van Margreet Schouwenaar op Nederlandse poëzie in het Indonesisch, 12 juli 2020:
Op ‘Suara suara dari utara’ (‘Stemmen uit het noorden’), het blog Puisi Belanda, is op 12 juli 2020 het gedicht ‘Ik schrijf je’ in een Indonesische vertaling van Siti Wahyuningsih en Albert Hagenaars geplaatst. Het gedicht is afkomstig uit de bundel ‘De overmaat van ontbreken’. Het is het 201ste gedicht in een almaar groeiende digitale poëziereeks van een keur van Nederlandstalige dichters.
Lees hier het gedicht ‘Ik schrijf je’ in het Nederlands en in het Indonesisch.
Meer over ‘De overmaat van ontbreken’
Meer over Margreet Schouwenaar bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Zijn gedichten zijn een totaalervaring van grenzen.» – Jeroen Heuvel

VoorplatGrenstekens-75Over ‘Grenstekens’ van Scott Rollins in Antilliaans Dagblad, 4 juli 2020:
Vertalen is in een andere taal omzetten of binnen dezelfde taal in een eenvoudiger te begrijpen boodschap. Ook kan het zijn het omzetten van gevoelens of gedachten in daden of in taal. Een dichter als Scott Rollins doet beide, en hij speelt bovendien met associaties. Geboren in Amerika is hij als 19-jarige naar Nederland verhuisd. Nu is hij achter in de zestig, en heeft onlangs zijn eerste dichtbundel in het Nederlands gepubliceerd. Deze bundel heeft de titel ‘Grenstekens’ gekregen. Niet zo verrassend, zou je zeggen, omdat je als emigrant een taalgrens overgaat, en als reiziger ook landsgrenzen. (…) ‘Vertaling’ is de titel van het eerste gedicht uit de bundel ‘Grenstekens’ van Scott Rollins. (…) Dit gedicht is niet een op een te begrijpen, dat is ook niet de bedoeling. Rollins vertaalt ervaringen, emoties op verstandelijk niveau, op gevoelsassociaties en op daad-ervaringen. Zijn gedichten zijn een totaalervaring van grenzen, grenzen van buiten naar binnen en weer naar buiten. Door een ervaring krijg ik woorden, en door de woorden bestaat de ervaring. (…) In de derde en laatste strofe van ‘Het eiland Forens’ geeft de ik-figuur aan dat hij voorbestemd was om te verhuizen. (…) Weer een grens, nu tussen water en land. Gedichten maken uit wat op je afkomt en materiaal dat eigenlijk ergens anders voor bedoeld is, in dit geval een dijk. Een grens, om water buiten het land te houden. De dichter is bijdehand. Ook in de titel, ‘Het eiland Forens’ zit het reizen besloten, je woont niet waar je werkt. De volgende titel gaat over het op weg zijn: ‘Het veer tussen de eilanden’. De verbinding die over grenzen gaat, zoals de auteur. (…) Een van de gedichten heet botweg ‘Grens’. In dit gedicht beleeft de ik angst. Volgens de ondertitel van het gedicht zijn we bij de grens van de VS, hier, en Mexico, daar. (…)
Lees hier en hier de recensie
Meer over ‘Grenstekens’
Meer over Scott Rollins bij Uitgeverij In de Knipscheer