“Zin om te schrijven.” Koos van den Kerkhof onverwacht overleden.

koos_van_den_kerkhof_bew_kl_2Deze zondag vernam ik dat in de nacht van zaterdag op zondag 14 november 2021 dichter en redacteur Koos van den Kerkhof (11 april 1946) onverwacht is overleden aan een gescheurde aorta. Als dichter debuteerde hij in 1978 bij de toenmalige Limburgse uitgeverij Corrie Zelen. Vanaf die tijd zit zijn naam in mijn geheugen, vanwege de samenwerking die Uitgeverij Corrie Zelen, de Rotterdamse uitgeverij Flamboyant/P en Uitgeverij In de Knipscheer in die jaren hadden op het gebied van vertegenwoordiging van hun fondsen naar de boekhandel toe. Pas in 2000 kwam het tussen hem in zijn hoedanigheid van redacteur en de uitgeverij tot een sindsdien ononderbroken samenwerking. De debuutroman De bruine zeemeermin van de toen in Paramaribo woonachtige auteur Annel de Noré was het eerste boek dat hij, al actief als schrijfdocent, voor In de Knipscheer redigeerde. Hij had antropologie gestudeerd en die gevormde belangstelling voor andere culturen gecombineerd met zijn dichterstalent voor taal maakte dat hij fascinatie had voor het schrijven van Surinaamse en Antilliaanse auteurs. Hij was begin deze eeuw een aantal jaar stadsdichter van Venlo; een aantal van die stadsgedichten is opgenomen in de bundel Oud zink, die in 2008 bij Uitgeverij In de Knipscheer verscheen. Enkele jaren later was hij gastdocent aan de Schrijversvakschool Paramaribo van Ruth San A Jong. Zijn laatste boek waaraan hij voor de uitgeverij werkte betrof de samenstelling en bezorging van een bloemlezing uit het poëtisch werk van Astrid H. Roemer Ik ga strijden moeder, die op het punt van verschijnen staat. Koos heeft de presentexemplaren nog net kunnen bewonderen. Onze laatste e-mailwisseling dateerde van een paar uur voor zijn overlijden:

Beste Franc, (…) Ik vond de kussenenvelop met twee exemplaren van Ik zal strijden moeder op de deurmat. Dank daarvoor. Mooi omslag met de handen, bijzonder mooie kleur ook. Ik heb met plezier en overgave aan de selectie gewerkt en het essay en de verantwoording geschreven. Het was een stimulerende opdracht. Ik kreeg erdoor zin om te schrijven. (…) Niets bepaalt wat ik schrijf dan mijn eigen verhaal en dat verhaal verandert steeds zoals alle deeltjes in mijn lichaam. Onlangs schreef ik onverwacht twee eerste versies van gedichten. Afbeeldingen van het werk van de Amerikaanse schilder Joan Mitchell brachten me ertoe terug te keren naar technieken die ik al vaker heb toegepast. (…). En ik mailde om 19:38 terug: Dag Koos, Ik hoop dat ze zullen leiden tot een bundel. Het is de tragiek van de redacteur: werk van anderen gaat voor.

Die anderen zullen hem dankbaar zijn: Barney Agerbeek, Peter Andriesse, Orchida Bachnoe, Alfred Birney, Eric de Brabander, Cándani [Yasmine Amores], Aly Freije, Els de Groen, Edwin de Groot, E. de Haan, Jopi Hart, Hans van Hartevelt, Elodie Heloise, Hanneke van der Hoeven, Hein van der Hoeven, Ernst Jansz, Mala Kishoendajal, Roni Klinkhamer, Helen Knopper, Frank Kraaijeveld, Karin Lachmising, Els Launspach, Diana Lebacs, Joan Leslie, Clyde R. Lo A Njoe, Ronny Lobo, Djordje Matic, Arjen van Meijgaard, Henriette de Mezquita, Quito Nicolaas, Annel de Noré, Frank Ong-Alok, Fred Papenhove, Glenn Pennock, Hans Plomp, Ton van Reen, Astrid H. Roemer, Arjen Sevenster, Brigitte Spiegeler, JP den Tex, Jacques Thönissen, Diana Tjin, Edith Tulp, Hans Vaders, Etchica Voorn, Bert Vuijsje, Karel Wasch, Rogi Wieg, Kristien De Wolf en de velen die ik zonder twijfel nu vergeet.

franc knipscheer
Haarlem, 14 november 2021

Meer over Koos van den Kerkhof bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Hoe lyrisch kan een dichter zijn in zijn laatste verzen?» – André Oyen

Rogi en AbysOver Rogi Wieg in ‘Het aarzelend schrijven’ op Ansiel, 2 oktober 2021:
Onder de titel ‘Het aarzelend schrijven’ schrijft André Oyen op het blog Ansiel een wekelijkse column over schrijven, lezen en alles wat daar bij hoort! Op 20 augustus jl. wijdde hij zijn column aan Rogi Wieg. Robert Gabor Charles (Rogi) Wieg (Delft, 21 augustus 1962 – Amsterdam, 15 juli 2015) was een Nederlands schrijver, dichter, beeldend kunstenaar en muzikant. Zijn ouders vluchtten in 1956 uit Hongarije. Zij vestigden zich een jaar later in Nederland. (…) Zijn leven werd getekend door ernstige depressies. Hij werd regelmatig opgenomen in psychiatrische ziekenhuizen, onderging elektroshocktherapie en deed driemaal een poging tot zelfdoding. Wieg trouwde op 29 december 2014 met beeldend kunstenares Abys Kovács. (…) Telkens duiken er deze vier thema’s op: zijn jood zijn, zijn gevecht met de liefde en de dood en zijn zoeken naar waarheid. (…) Zijn oeuvre bestaat grotendeels uit mijmerende, soms heel gevoelige gedichten waarin de natuur, de liefde en het denken centraal staan en waarin toch ook vaak grimmigheid de boventoon voert. (…) ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’ is een kwalitatief hoogstaande bloemlezing die een diversiteit aan stemmingen en gevoelens illustreert, waarin subtiele humor regelmatig infiltreert en die het talent van de auteur in blijde en droeve dagen op een sublieme manier toont.
Lees hier verder
Meer over Rogi Wieg bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Prachtbundel waarin de verwondering over prachtige woordkunst met elke bladzijde meedraait!» – André Oyen

VoorplatEngelOver ‘Een engel aan de deur’ van Aly Freije op Ansiel, 2 oktober 2021:
(…) De roots van Aly Freye liggen in de Oost-Groningse veenkoloniën. Ze is geboren op een akkerbouwbedrijf dichtbij de Duitse grens. Die jeugdervaringen in dat landschap, het werken op de akkers, zien hoe de seizoenen wisselen, het besef van continuïteit en eindigheid hebben haar schrijven gekleurd. Ook kerken gebruikt ze vaak als achtergrond om over het onaardse zoals hemel en engelen te schrijven. Haar nieuwste bundel kreeg zelfs de titel: ’Een engel aan de deur’. Op de cover van deze bundel is dan ook een grote witte engel te zien die wegvliegt uit het beeld. In de hommagebundel voor Rogi Wieg schitterde haar gedicht ‘Wat als’: Wat als in een hoofd bezet/ door de dichtheid van de taal/ / geen uitgang meer te vinden is. /Dan breekt de schaal, fantomen stijgen. Dit is een begrip dat je in dagdagelijks proza moeilijk zo mooi kan verwoord krijgen, zeker als een ode aan Rogi Wieg. En dat wonderlijk mooie, dat magische haast, dat kan je als lezer regelmatig terug vinden in deze bundel. Haar befaamde gedichten over stiltes maken mij nog steeds sprakeloos en ik vind het dan ook goed dat deze bundel begint met het gedicht ‘Stiltes’: Stilte steekt, een zeurende pijn/ als een splinter in een duim, dwaalt/ door de kamers, heeft geen gezicht/ het zijn de lege plekken op behang. ‘Een engel aan de deur’ is een prachtbundel waarin de verwondering over prachtige woordkunst met elke bladzijde meedraait!
Lees hier de recensie
Meer over ‘Een engel aan de deur’
Meer over Aly Freije bij Uitgeverij In de Knipscheer

Gedicht van Rogi Wieg [4]

Opmaak 1In zijn bijna dagelijkse Facebookbericht memoreert Wim van Til, oprichter van en coördinator bij Poëziecentrum Nederland, de geboorte- en sterfdagen van Nederlandstalige dichters. Vandaag (21 augustus 2021) is het de geboortedag van onder anderen Marcel Coole, Bobb Bern, Peggy Verzett. Hedwig Selles, Valérie Bongaarts en Rogi Wieg (1962-2015) en de sterfdag van Marie W. Vos, J.C. Noordstar, Eddy Evenhuis en Frans Babylon. Bij wijze van felicitatie/gedenken kiest Wim van Til voor een gedicht van Marie W. Vos. Uitgeverij In de Knipscheer kiest in dit bericht voor het gedicht ‘Onvoorstelbaar’, oorspronkelijk verschenen in de bundel ‘De zee heeft geen manieren’ uit 1987, en werd in 2015 opgenomen in de bij deze uitgeverij verschenen grote bloemlezing uit zijn poëtisch werk ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’.

Onvoorstelbaar

Ik droom nog wel eens dat
ik schrijf over mijn vader
die blootshoofds in een uitgebrand
maisveld staat. Zijn hoed heeft hij
vergeten bij kennissen, hij is oud en grijs
en heft zijn vuist op naar God.
Wie verder komt in de poëzie
schrijft niet meer over zijn vader.
Zijn hoofd wordt verruild voor de vrucht,
zijn hoed voor de tijd, zijn vuist voor een graftombe.
Alleen God is er nog, vluchtig en even onvoorstelbaar
symbolisch als altijd.

Meer over Rogi Wieg bij Uitgeverij In de Knipscheer
Meer over ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’

«Kwalitatief hoogstaande bloemlezing die een diversiteit aan stemmingen en gevoelens illustreert.» – André Oyen

Rogi en AbysAndré Oyen wijdt zijn wekelijkse column ‘Het aarzelend schrijven’ (over schrijven, lezen en alles wat daar bij hoort! ) van 20 augustus 2021 aan Rogi Wieg:
«(…) Of je nu een interview met Rogi Wieg leest, of een recensie over zijn werk, telkens duiken er deze vier thema’s op: zijn jood zijn, zijn gevecht met de liefde en de dood en zijn zoeken naar waarheid. (…) Als je de gedichten uit zijn bundel ‘Khazarenbloed’ doorleest, merk je in alles de dwingende behoefte in om het existentiële tekort van het leven ongedaan te maken, te overwinnen. Waarom ben ik hier? (…) Hij verwoordt dat ook heel sterk in het gedicht ‘Ik ben niet te vinden’ uit de tweede afdeling ‘Lichaam en toch as’: Ik ben niet te vinden / De kat zoekt de vogel, / de hand de tepel / de vingers zoeken de vrouw, de witte heks / met de wond. De vrouw zoekt mij, / maar ik ben niet te vinden, want er / wordt te veel gezocht. / Te veel naar hoe het moest, / hoe ik de vrouw zocht, / hoe ik stierf en weer opstond. Hoe / ik liefheb en had. // Rogi Wieg (1962) publiceerde zijn eerste bundel in 1982. Sindsdien verschenen van hem zo’n 25 titels, waaronder Het boek van de beminnelijkheid, Waar hij zijn jas hangt en De ander. Over zijn jarenlange gevecht tegen zware depressies schreef hij in 2003 het boek Kameraad Scheermes, waarin hij de lijdensweg beschrijft van iemand die lange tijd op de rand van het bestaan heeft gebalanceerd. (…) ‘Afgekapt Dichtwerk’ is eigenlijk een bijzondere bundel waarin ruim dertig jaar dichten aan vooraf gingen en die een rijkdom aan nieuwe en herwerkte gedichten bevat. En zelf verwoordt hij dat zo mooi in een gedicht voor Franc Knipscheer: ‘Ik wil nooit iets beter uitdrukken dan ik denk en voel’! (…) ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’ is een kwalitatief hoogstaande bloemlezing die een diversiteit aan stemmingen en gevoelens illustreert, waarin subtiele humor regelmatig infiltreert en die het talent van de auteur in blijde en droeve dagen op een sublieme manier toont.
Lees hier of hier de column
Meer over Rogi Wieg bij Uitgeverij In de Knipscheer

Gedicht van Rogi Wieg [3]

RogiOngeschrevenIn zijn bijna dagelijkse Facebookbericht memoreert Wim van Til, oprichter van en coördinator bij Poëziecentrum Nederland, de geboorte- en sterfdagen van Nederlandstalige dichters. Vandaag (15 juli 2020) is het de geboortedag van onder anderen Leo Ross. Hans Vlek (1947-2016) en Rogi Wieg (1962-2015) stierven op deze dag. Bij wijze van felicitatie/gedenken kiest Wim van Til voor een gedicht van Leo Ross. Uitgeverij In de Knipscheer kiest in dit bericht voor het gedicht ‘Het andere deel’ van Rogi Wieg uit zijn bij deze uitgeverij verschenen bundel ‘Afgekapt Dichtwerk’ (2014). Dit gedicht is een van de drie gedichten die Klaas de Groot opnam in zijn bloemlezing ‘Grenzenloos; 40 jaar Knipscheer Poëzie’ (2018).

Het andere deel

Ik kreeg vrije toegang tot de wereld
en zit hier nu met niemand.
Hoe heb ik dit kunnen doen?
Zomer ligt in mijn nek, een te warme,
klemmende arm. Motregen. Gezien
de bewijzen is mijn executie op komst.

Zijn er geen bewijzen? Is mijn executie
dan een armband van klanken en zinsbouw?
Ben ik een verhalenverteller van angst?
Laat me niet worden geslacht, zomer,
zomer met witte lichten als eenvoudige
bruidsjurken, breng me iemand.

Dit vers is iets van een deels bekennende
verdachte. Het andere deel is van geen belang
voor een bruid en kan iedereen beter missen.

Meer over Rogi Wieg bij Uitgeverij In de Knipscheer
Meer over ‘Grenzenloos’

«Het verblijven in de natuur en het schrijven van gedichten droegen samen bij tot een heilzame ervaring.»

Opmaak 1Interview door Alja Spaan met Klaas Jager n.a.v. ‘Dichtbrieven van een overzeese vriend’ op MeanderMagazine, 17 december 2020:
Klaas Jager is van beroep ornithologisch ecoloog maar ook schrijver/dichter. (…) “Als kind van zeven à acht jaar schreef ik al gedichten. (…) Het voelde voor mij als een aangename hoedanigheid van geruisloos verdwijnen en verwijlen in een verstommende wereld. Het dichten was ook zoiets als componeren van de stilste muziekvorm, die alleen ikzelf op dat moment kon horen. Misschien kwam, en komt het nu nog voort uit escapisme. (…) Ik herinner me helder hoe het me vervoerde toen ik voor het eerst schreef; de aanzet tot de eerste letter, het eerste woord, de eerste zin, het begin van een gedicht. Het niet te overtreffen momentane besef: ik besta! Een magisch transformatieproces. (…) Vogels hebben me vooral geleerd mijn zintuigen te gebruiken: Scherp observeren, goed kijken en luisteren. Ook dat je altijd alert moet zijn; de geringste rimpeling kan een enorme impact hebben.” (…)
Lees hier het interview ‘Het woord is krachtig, maar niet almachtig’
Meer over ‘Dichtbrieven van een overzeese vriend’
Meer over Klaas Jager bij Uitgeverij In de Knipscheer

‘Khazarenbloed’. Gedicht van Rogi Wieg [2]

Rogi-Wieg-PletterijIn zijn bijna dagelijkse Facebookbericht memoreert Wim van Til, oprichter van en coördinator bij Poëziecentrum Nederland, de geboorte- en sterfdagen van Nederlandstalige dichters. Vandaag (21 augustus 2020) is het de geboortedag van onder anderen Marcel Coole (1913-2000) en Rogi Wieg (1962-2015). Bij wijze van felicitatie/gedenken kiest Wim van Til voor een gedicht van Marcel Coole; uitgeverij In de Knipscheer kiest voor het gedicht ‘Khazarenbloed’ van Rogi Wieg uit zijn bij deze uitgeverij verschenen gelijknamige bundel (2012). Dit gedicht is een van de drie gedichten die Klaas de Groot opnam in zijn bloemlezing ‘Grenzenloos; 40 jaar Knipscheer Poëzie’ (2018).

Khazarenbloed

Iemand bracht me
een Thora. Ik zag dat
het goed was. Een eigen
wetenschap zonder bewijs.
Wat wel is bewezen is dit:
het is beter als je geld jou
overleeft dan jij je geld.
Ik ben oud, mijn jas is
van de vorige eeuw,
mijn schoenen waren
van een dode soldaat.
In de Thora staat dat
ik moet leren op eigen
ruw grondgebied. Meer niet.

Meer over Rogi Wieg bij Uitgeverij In de Knipscheer
Meer over ‘Grenzenloos’

«Grootste verzameling Nederlandstalige gedichten in het Indonesisch.»

Hagenaars1Albert Hagenaars en Siti Wahyuningsih

In de periode 2006-2008 nam de Indonesische dichter/vertaler Landung Simatupang beetje bij beetje en in nauwe samenspraak met Albert Hagenaars diens in 2003 in het Nederlands en Engels verschenen bundel ‘Tropendrift’ onder handen. In afwachting van een nieuwe boekuitgave zijn verzen uit deze vertaling in Bahasa Indonesia, soms samen met de Engelse omzetting van John Irons, al her en der verschenen.
De opgedane ervaringen leidden enkele jaren later tot het initiatief van Albert Hagenaars om samen met zijn echtgenote Siti Wahyuningsih zelf Indonesische vertalingen te gaan maken van Nederlandstalige poëzie en die via internet een zo groot mogelijk bereik te geven. Daartoe zetten zij de site Suara suara dari utara op, wat Stemmen uit het noorden betekent. Begin 2013 werd het voornemen besproken met de bevriende Amsterdamse auteur / programmamaker Ezra de Haan. Die reageerde zo enthousiast dat enkele weken later zijn gedicht ‘Wit paleis (Chefchaouen)’ onder de titel ‘Istana putih’ als eerste aflevering in de nieuwe vertaalrubriek verscheen. Ruim zeven jaar later, op 22 juni 2020, verscheen de 200e vertaling! Het gaat om ‘Wachter’ / ‘Penjaga’ van Wil van Til, behalve als dichter ook bekend als directeur van het momenteel in Nijmegen gevestigde Poëziecentrum Nederland. Met dit aantal is, voor zover bekend, de grootste, onder één noemer bijeengebrachte verzameling Nederlandse gedichten in het Indonesisch tot stand gekomen!
Lees hier verder
Meer over In de Knipscheer-auteurs in Indonesische vertaling

«Rogi Wieg alweer 5 jaar geleden.» – Wim van Til [1]

Rogi-Wieg-PletterijWim van Til is oprichter van en coördinator bij Poëziecentrum Nederland. Hij plaatste onderstaand gedicht van Rogi Wieg ter gelegenheid van zijn overlijden 5 jaar geleden (15 juli 2015). Het gedicht De oudste jazzmuziek van ‘als’ komt uit de dichtbundel ‘Afgekapt dichtwerk’ uit 2014, verschenen bij Uitgeverij In de Knipscheer.

De oudste jazzmuziek van ‘als’

‘Als’ is een Groot Woorden-woord,
dat tijdens het zijn van een mensheid,
doorgaande naar een andere mensheid,
misschien vaker valt en is gevallen,
zal vallen, dan welk woord dan ook.

De zwaartekracht in dit heelal trekt
‘als’ uit onze monden, dat is nodig
voor schoon voedsel, waarop gekauwd
kan worden over oorzaak en gevolg.
Zolang er meubilair is, zolang er
zijn: messen en vorken, borden en glazen
voor Eenzamen en Niet-Eenzamen, die
bedenktijd en bedtijd hebben, is ‘als’
het woord voor ruimtetijd. Een grote klok,
een keukenblok waarop de afwas staat,
veel menselijke liefde- en haatvaat.
En verder, van alles daartussenin.

Morsdood zal ik niet na kunnen denken
over onze ligplek, ik moet dit eerder doen.
Hoe jij en ik ooit samen niets zullen doen,
maar, niet onder ongemalen, donker steen,
gelegd over het onbeweeglijke heen. Ik wil
anders. Wil ik ons in hout leggen? Lichamen,
die zich ooit met elkaar deelden, nu in hol hout?
Geen gesnurk of zachte adem te horen. Niets
meer van gegil, gekronkel. Niet iets hebben,
jij en ik. Wanneer wij samen zullen liggen,
is het ‘als’ voor altijd uit, zoals een door God
platgelegde laptop. Een gebarsten, niet meer
zichtbaar beeldscherm zonder toetsenbord.

Toch genoeg. Veel vlinders, met op hun kleine
ruggen en buiken onze dansende vingerafdrukken,
dansend op de oudste jazzmuziek van ‘als’.

Zie
Meer over ‘Afgekapt dichtwerk’
Meer over Rogi Wieg bij Uitgeverij In de Knipscheer