«Wanneer je dit leest.» – Mala Kishoendajal


Vandaag 29 april 2022 vond in crematorium Ockenburgh in Den Haag het afscheid plaats van Mala Kishoendajal, die op 23 april onverwacht overleed. Tijdens deze plechtigheid werd ook een video vertoond, gemaakt in november 2017. Een langere versie van deze opname is terug te vinden op YouTube als ‘Mala op Allerzielen’, gemaakt door HaagCity Media (geluidsbewerking ICU Studios). Het vandaag vertoonde fragment begint op 7:30 op de tijdlijn en heeft als titel ‘Wanneer je dit leest’.
Klik hier voor ‘Mala op Allerzielen’
Meer over Mala Kishoendajal bij Uitgeverij In de Knipscheer

Mala Kishoendajal overleden

MalaKishoendajal-2021Op 23 april 2022 overleed de schrijfster Mala Kishoendajal in Den Haag onverwacht aan een hartstilstand. Mala Kishoendajal (Paramaribo, 1959) was een van de eerste vrouwelijke schrijvers met Hindoestaans-Surinaamse wortels die vanaf begin deze eeuw een impuls gaf aan de Surinaamse literatuur. De thematiek van migratie en identiteit (India, Cariben, Europa/Amerika) kennen we vooral als stroming in de Engelstalige literatuur (V.S. Naipaul), maar is mede dankzij Mala Kishoendajal ook deel geworden van de Nederlandstalige literatuur. «Ik, wier grootvader half en half wist dat hij in een buitenwijk van Calcutta woonde, wier vader op haar zevende uit Suriname naar Nederland vertrok; ik die zelf nooit het gevoel had vaste voet aan de grond te hebben; te lang in Suriname geweest om me Hollands en te lang in Nederland om me Surinaamse te voelen, laat staan Indiaas – en die zich toch ook alle drie voelde.» Mala Kishoendajal debuteerde in 2001 met de roman ‘Dame Blanche’. In 2002 volgde de roman ‘Het Boegbeeld’ en in 2015 de roman ‘Kaapse Goudbessen’. Ook publiceerde zij in 2009 de dichtbundel ‘Pijn in parlando’, waarin ook acht gedichten tweetalig in Sarnámi en Nederlands werden opgenomen. Uit deze bundel komt het onderstaande gedicht ‘Op een dag niet ver van morgen’.

Op een dag niet ver van morgen,
hebben we vandaag, knellend
als een krappe schoen,
in een snel verdampende herinnering
weggewuifd
naar het grauwe wolkendek.
Met een witte zakdoek,
die verlicht zucht: ‘Vaarwel.’
En dan kom ik je weer tegen en jij mij.
En we zullen lachen. Nergens om.
Je zult je op je dijen slaan.
Mijn van liefde tintelende vingers
zullen knijpen in je wang.
En we zullen zingen.
Zacht, harder, luidkeels.
Echt, kind. Op een dag niet ver van morgen.

Lees hier de kennisgeving
Meer over Mala Kishoendajal bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Struggles from a dreamy teenager.» – Rosemarijn Hoefte

voorplatFluit1-75Over ‘Bāṉsuṟi ke gam: Het verdriet van de fluit’ van Saya Yasmine Amores in New West Indian Guide [nr.96], april 2022
(…) Rosemarijn Hoefte has kindly provided an overview of recent Dutch-language books that may be of interest to our readers. (… ) Saya Yasmine Amores’s ‘Bāṉsuṟi ke gam: Het verdriet van de fluit’ (Haarlem, the Netherlands: In de Knipscheer, 2020, paper € 17.50) came out about a year before her death in 2021. Previously known as Cándani, she was the first female poet who wrote in Sarnámi-Hindostani (1990). Her latest volume includes 35 poems in Sarnámi, with Dutch translations, from a dreamy teenager who, like Carla van Leeuwen in ‘Because en andere gedichten’, also struggles to belong in times of uncertainty and hardship.
Bron
Meer over ‘Bāṉsuṟi ke gam: Het verdriet van de fluit

27 februari 2022: Pinto Literair presenteert Jit Narain

VoorplatNarainMensenkindIn 2021 verscheen bij Uitgeverij In de Knipscheer de bloemlezing van het werk van Jit Narain met de titel ‘Een mensenkind in niemandsland’. Het boek kon toen niet vanwege corona gepresenteerd worden. Dankzij de nieuwe Pinto Literair-reeks ‘De Caraïben’ komt het er nu alsnog van en wel op zondagmiddag 27 februari 2022. Het voormalig Nederlands-Caraïbisch gebied bracht een aantal grote dichters voort. Van die groten is de Surinaams-hindostaanse dichter Jit Narain zonder meer de belangrijkste nog levende auteur. Via een live-verbinding met Suriname wordt contact gemaakt met de dichter in Suriname. De middag wordt ingeleid door Rabin Baldewsingh, Sarnámi-activist en Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme. Michiel van Kempen, mede-samensteller van de bloemlezing, interviewt Geert Koefoed, oud-uitgever van poëzie die veel met Jit Narain heeft samengewerkt. En er worden fragmenten getoond uit ‘De as van de herinnering’, het filmportret van Jit Narain dat John Albert Jansen in 2005 maakte voor de NPO. In meer dan tien bundels bezingt Jit Narain hoe zijn voorouders die van India naar Suriname kwamen in de modder van de rijstvelden een bestaan opbouwden. Hij schrijft over hun ploeteren, hun ontworteling en verdriet, over liefde en dood. Hij schrijft in het Nederlands maar richtte met zijn poëzie ook een monument op voor de taal van zijn voorouders, het Sarnámi. Voor zijn werk kreeg hij zes bekroningen en naar hem werd ook de Jit Narain Cultuurprijs genoemd. Jit Narain werkte als arts in Den Haag maar keerde in 1991 terug naar Suriname om zich te vestigen onder zijn mensen in het district Saramacca. Anno 2022 is hij nog altijd arts, maar werkt hij vooral als landbouwer, in dezelfde klei waarin zijn ouders en voorouders plantten en oogstten.

Locatie zondag 27 februari 2022, aanvang 15.00 uur in Huis De Pinto, Sint Antoniesbreestraat 69, 1011 HB Amsterdam. Zaal open om 14.30. Toegang € 5 (gratis voor Vrienden van Huis De Pinto). Reserveren met opgave van naam en telefoonnummer verplicht via contact@huisdepinto.nl of 020-3700210 tussen 13.00 en 17.00 uur. Reserveringen ophalen uiterlijk een kwartier voor aanvang. Afzeggen? Graag bijtijds in verband met het beperkt aantal beschikbare plaatsen. De volgende coronaregels zijn van kracht: een geldige QR-code op de CoronaCheckapp of geprint. Bij binnenkomst is een mondkapje verplicht.
Meer over ‘Een mensenkind in niemandsland’
Meer over Jit Narain bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Amores liet zich het zwijgen niet opleggen en schreef wat noodzakelijk was.» – Peter de Rijk

poezie[Foto auteur met dank aan Dennis van den Bosch ]

‘Tijd om te vertrekken: I.M. Saya Yasmine Amores’ door Peter de Rijk in Poëziekrant, februari 2022:
‘Tijd om te vertrekken’ waren de woorden die Saya Yasmine Amores (1965-2021) koos voor het proces van afscheid nemen van het leven. Zoals in haar gehele oeuvre maakte ze gebruik van ogenschijnlijk simpele en zeer verstaanbare woorden die heel precies weergaven wat ze wilde zeggen. Ze pakte haar koffers, zoals ze zo vaak had gedaan, in een leven dat altijd om haar zoektocht naar afkomst, identiteit en het ware verhaal had gedraaid. Velen zullen Amores allereerst kennen als Cándani (Maanlicht), het pseudoniem dat ze koos toen ze haar debuut Ghunghru ṯuṯ gail/ De rinkelband is gebroken publiceerde, de in het Sarnami geschreven, maar tweetalige dichtbundel. Haar eerste publicaties stonden echter vanaf maart 1985 in het Surinaamse culturele tijdschrift Bhāsā (Taal). Tussen haakjes verklapt ze daarin haar werkelijke naam, Asha Radjkoemar. (…) ’ Ontheemd voelde ze zich. Alleen op de wereld. Het Sarnami bleef ze echter trouw, tot haar laatste ademtocht. De dag voordat ze overleed sprak ze haar poëzie in, alsof ze haar stem niet verloren wilde laten gaan. Zo belangrijk was haar oeuvre voor Saya Yasmine Amores. Ooit schreef ze over haar grootouders: ‘De geschiedenis die/ zij niet hebben geschreven/ kleeft als blaren op hun huid.’ Amores liet zich het zwijgen niet opleggen en schreef wat noodzakelijk was. Haar gedichten en romans zijn daardoor van grote waarde en verdienen tot ver voorbij de Surinaamse of Nederlandse landgrenzen gelezen te worden.
Lees hier het hele artikel
Meer over Saya Yasmine Amores op deze site

«De poëzie van Jit Narain verhaalt het leven van de Hindostaan in de Nieuwe Wereld.» – Jerry Dewnarain

VoorplatNarainMensenkindOver ‘Een mensenkind in niemandsland’ van Jit Narain in De Ware Tijd-Literair, weekendeditie van 14 t/m 16 januari 2022:
Michiel van Kempen en Effendi Ketwaru hebben onlangs ‘Een mensenkind in niemandsland’ samengesteld: een bloemlezing uit de tien bundels die Jit Narain van 1977 tot en met 2019 heeft geschreven. (…) Voor zijn gedichten en voor zijn verdiensten voor de emancipatie van het Sarnami werden hem tal van literaire prijzen toegekend. Jit Narain is nog steeds landbouwer en huisarts (…) in Uitkijk, Saramacca. (…) Ooit zei Jit Narain in een interview, dat als je schrijft, worden gewone woorden en uitdrukkingen betekenisvol. Woorden als tijd, tijdloos, gedachte, gedachteloos, ruimte en dood zijn simpele woorden die heel vaak gebruikt worden, maar een andere dimensie krijgen bij schrijven. Narain stelt dat je met dichten als het ware terug moet naar het moment van benoemen van toen, toen dat woord ontstond. Misschien is poëzie hiervoor wel bedoeld: om de woorden te herbevestigen. (…) De gedichten die Jit Narain vanaf de jaren negentig schrijft, gaan veelal over de dood en dus over leven, over tijd en tijdloosheid. (…) Al met al, de poëzie van Jit Narain verhaalt het leven van de Hindostaan in de Nieuwe Wereld. Ze analyseert en filosofeert. Dat bewijst deze bloemlezing. De keuze van de gedichten uit de verschillende dichtbundels is gevarieerd in thematiek; goed voor een beginner om te proeven uit de keuken van Jit Narains poëzie. (…) Met een inleiding door Satya Jadoenandansing en Geert Koefoed.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Een mensenkind in niemandsland’
Meer over Jit Narain bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Een stem die het waard is gehoord te worden.» – Ko van Geemert

VoorplatNarainMensenkindOver ‘Een mensenkind in niemandsland’ van Jit Narain in Parbode (juli 2021), 12 oktober 2021:
‘Een mensenkind in niemandsland’ is een door Michiel van Kempen en Effendi Ketwaru samengestelde bloemlezing uit de tien bundels die Jit Narain vanaf 1977 tot en met 2019 publiceerde. De inleiding is van Satya Jadoenandansing en Geert Koefoed. Vrijwel alle gedichten worden in twee talen gepresenteerd: in het Sarnámi en in het Nederlands, de vertalingen zijn van de schrijver. (…) Het Sarnámi speelt een cruciale rol in zijn poëzie. De inleiders: ‘Hij wil iets voor die taal doen. Hij wil Sarnámi […] “voornaam, klassiek maken” en daarmee eer bewijzen aan de generaties die deze taal gevormd hebben.’ Narain: ‘Ik wil aan deze taal onvergankelijke waarde verlenen.’ (…) Lied moet in de poëzie van Narain ruim opgevat worden, als de taal, de cultuur, verhalen, liederen, feesten, rituelen, waarden, levenshouding, die worden doorgegeven. Een belangrijk motief in zijn gedichten is de eindigheid van geliefde zaken. (…) Door deze bloemlezing van gedichten, die vrijwel allemaal aanvankelijk in eigen beheer waren uitgegeven, blijft de poëzie van Jit Narain toegankelijk – een stem die het waard is gehoord te worden.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Een mensenkind in niemandsland’
Meer over Jit Narain bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Stil van bewondering voor het werk van Narain.» – Roger Nupie

VoorplatNarainMensenkindOver ‘Een mensenkind in niemandsland’ van Jit Narain in De Auteur, 29 september 2021:
[Samenstelling Michiel van Kempen & Effendi Ketwaru, inleiding Satya Jadoenandansing & Geert Koefoed.]
De Surinaamse dichter Jit Narain schrijft in het Sarnámi en het Nederlands. Veel van zijn gedichten zijn door hemzelf in het Nederlands vertaald en andersom. Sarnámi is de taal van de Surinaams-hindostaanse gemeenschap, de nakomelingen van de contractarbeiders die uit het toenmalig Brits-Indië naar Suriname zijn gemigreerd. Ontstaan uit een aantal regionale talen van India werd het lang als een volkstaal zonder prestige beschouwd. (…) Dat Jit Narain in het Sarnámi schrijft is geen toeval, maar een bewuste keuze: het is de taal van de contractanten en hun nakomelingen en hij wil die taal ‘voornaam, klassiek maken. Ik wil aan deze taal onvergankelijke waarde verlenen’. (…) Narains’ poëzie is veelzijdig: van verhalend en analyserend tot denkend en filosofisch. Terugkerende thema’s zijn de aarde – Narain is naast huisarts ook landbouwer – die al dan niet voor de geboortegrond staat, en het lied. Zijn lyrische en muzikale gedichten lenen zich ertoe om gezongen te worden, wat de dichter ook doet bij optredens. ‘Tussen de woorden is het stil’ is de titel van een van zijn bundels. Wij worden als lezer stil van bewondering bij deze kennismaking met het werk van Narain.
‘De Auteur’ is een driemaandelijks tijdschrift van de Vereniging van Vlaamse letterkundigen.
Lees hier de recensie op het blog van de Vereniging: ‘De Boekhouding’
Meer over ‘Een mensenkind in niemandsland’
Meer over Jit Narain bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Permanente plek in de Surinaams-Hindostaanse literatuur.» – Jerry Dewnarain

WeddingIn Memoriam Saya Yasmine Amores in De Ware Tijd Literair, 13 september 2021:
De Ware Tijd Literair wijdde op 13 augustus 2021 een hele pagina aan het overlijden van Saya Yasmine Amores (v/h Cándani) op 4 augustus jl. “(…) De thematiek van haar poëzie is onlosmakelijk verbonden met haar eigen verleden (existentiële situatie). Haar poëzie voegt ongetwijfeld een meerwaarde toe aan de Surinaamse literatuur. (…) In 1990 kwam haar eerste Sarnámi-dichtbundel uit: Ghunghru tut gail/De rinkelband is gebroken, die ook de Nederlandse vertalingen bevatte. Omdat ook in Den Haag een presentatie zou plaatsvinden, reisde ze af en besloot – weliswaar illegaal – daar te blijven. (…) Haar moeizame jeugd en de pijnlijke familierelaties zijn gebed in het leven op buiten, met de dieren, zonsondergangen en culturele voorwerpen om het huis. Ook de door haar geschreven romans hadden die thematiek: het Hindoestaanse bestaan van een eenvoudige familie. In Oude onbekenden (2001) en Huis van as (2002) is dat verleden bevraagd en een zoektocht naar haar identiteit uitgezet. Wat meer historische houvast bood Geef mij het land dat in jou woont (2004), met schetsen over het verleden en de Hindoestaanse immigratie. (…)
Lees hier ‘Niet de dood, het leven is vreemd’ door Jerry Dewnarain
Meer over Saya Yasmine Amores/Cándani bij Uitgeverij In de Knipscheer

«Hoe was het mogelijk dat zo’n jong meisje zulke indringende beelden kon scheppen?» – Effendi Ketwaru

Candani3staand foto Nicolaas Porter
Over ‘Ghunghru tut gail/De rinkelband is gebroken’ in Herinnering aan Cándani op Caraïbisch Uitzicht, 8 augustus 2021:
Het was een ongewone kennismaking, die ochtend ergens in de eerste maanden van 1985. (…) Haar ongeveinsde binnenkomst was verfrissend en ze had meteen mijn sympathie. Echter, zonder nog iets van haar gelezen te hebben, bereidde ik me in gedachten voor hoe ik het slechte nieuws zou verpakken. (…) Zonder enige poespas overhandigde ze me een schoolschrift. De eerste gedichten leken mijn vooroordeel te versterken. (…) Ik ging echter door met het bijten in de spreekwoordelijke appel want ik wist dat ze me nadrukkelijk observeerde. Ik las verder en ik schrok. ver achter mij vluchtte al het licht / op de rug van een slak Enkele bladzijden later stuitte ik op nog meer juweeltjes. Ik keek haar verwonderd aan. Dit was geen rotte appel maar een oester: ik had op een oester zitten bijten die een parel bevatte. Hoe was het mogelijk dat zo’n jong meisje (…) met zo’n achtergrond zulke indringende beelden kon scheppen? (…)
Lees hier verder
Meer over Saya Yasmine Amores/Cándani bij Uitgeverij In de Knipscheer